Tag: Horeca

  • Relais & Châteaux haalt paling van de menukaart

    Relais & Châteaux haalt paling van de menukaart

    Negentig procent van de aangesloten hotels en restaurants van Relais & Châteaux serveert naar eigen zeggen geen paling meer. De internationale hotel- en restaurantvereniging maakte dit bekend tijdens een bijeenkomst van haar World Culinary Council in Lissabon. De maatregel moet bijdragen aan de bescherming van de ernstig bedreigde Europese paling.

    Chefs bespreken toekomst van duurzame gastronomie

    Twintig chefs uit het internationale netwerk van Relais & Châteaux kwamen in Lissabon bijeen om te bespreken hoe restaurants en hotels hun invloed kunnen gebruiken om biodiversiteit te beschermen en duurzamer te werken.

    De bijeenkomst vond plaats onder leiding van Laurent Gardinier, president van Relais & Châteaux, en Mauro Colagreco, vicepresident voor de chefs binnen de vereniging.

    De organisatie telt volgens eigen opgave ongeveer 580 aangesloten hotels en restaurants in 65 landen. De World Culinary Council richt zich onder meer op verantwoord inkopen, het beschermen van bedreigde diersoorten en het versterken van lokale voedselketens.

    Een van de belangrijkste onderwerpen was de Europese paling, een vissoort waarvan de populatie al tientallen jaren onder zware druk staat.

    Negen op de tien locaties serveren geen paling

    Volgens een inventarisatie van Relais & Châteaux serveert inmiddels 90 procent van de aangesloten locaties geen paling meer. Binnen deze groep heeft 41 procent de vis actief van de menukaart verwijderd.

    Dat onderscheid is relevant. Een restaurant dat nooit paling serveerde, draagt immers niet op dezelfde manier bij aan een verandering in het aanbod als een restaurant dat bewust stopt met de verkoop ervan.

    De organisatie publiceert in het aangeleverde persbericht geen nadere informatie over de onderzoeksmethode, de respons of de controle van de opgegeven percentages. De cijfers zijn daarom vooralsnog niet onafhankelijk te verifiëren.

    Relais & Châteaux sloot zich in 2023 aan bij de campagne Eel, No Thank You van de Franse milieuorganisatie Ethic Ocean. Die campagne roept chefs, restaurateurs en consumenten op om geen paling meer te kopen of te serveren.

    Europese paling ernstig bedreigd

    De Europese paling (Anguilla anguilla) staat op de Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) als ernstig bedreigd.

    De achteruitgang heeft meerdere oorzaken. Overbevissing, illegale handel, watervervuiling, verlies van leefgebied en barrières zoals dammen en gemalen bemoeilijken het voortbestaan van de soort.

    De Europese paling heeft bovendien een ingewikkelde levenscyclus. De dieren groeien op in Europese binnenwateren en kustgebieden en trekken uiteindelijk naar de Sargassozee om zich voort te planten. Obstakels tijdens die migratie kunnen grote gevolgen hebben voor de populatie.

    Het persbericht spreekt van een afname van 90 procent in veertig jaar. Die formulering vraagt om nuance: wetenschappelijke onderzoeken maken onderscheid tussen de hoeveelheid jonge paling die Europese wateren bereikt, de volwassen populatie en regionale ontwikkelingen. Deze cijfers zijn niet zonder meer uitwisselbaar.

    Oproep tot strengere bescherming

    Relais & Châteaux en Ethic Ocean willen Europese ministers dit najaar opnieuw oproepen om de palingvisserij tijdelijk stil te leggen totdat de populatie zich voldoende heeft hersteld.

    Daarnaast pleiten de organisaties voor maatregelen tegen andere bedreigingen, waaronder vervuiling en obstakels in rivieren.

    Een tijdelijk visserijverbod alleen biedt namelijk geen volledige oplossing. Herstel van de palingstand vraagt ook om verbetering van leefgebieden, betere migratiemogelijkheden en effectieve bestrijding van illegale handel.

    Mauro Colagreco benadrukt dat chefs via hun inkoopbeleid invloed kunnen uitoefenen op de voedselketen. Volgens hem moeten restaurants niet alleen kijken naar de kwaliteit van hun ingrediënten, maar ook naar de ecologische gevolgen van hun keuzes.

    UNESCO-samenwerking brengt chefs naar Portugal

    Tijdens hun verblijf in Portugal bezochten de chefs het UNESCO Global Geopark Oeste en het gebied van de Berlengas, dat door UNESCO is erkend als biosfeerreservaat.

    De bezoeken maakten deel uit van de samenwerking tussen Relais & Châteaux en UNESCO, waarin aandacht bestaat voor de relatie tussen gastronomie, natuur en cultureel erfgoed.

    De deelnemers onderzochten hoe regionale producten, traditionele bereidingswijzen en lokale ecosystemen met elkaar samenhangen.

    Volgens Oihana Subijana, verbonden aan restaurant en hotel Akelarre in Spanje en vertegenwoordiger van Spanje en Portugal binnen de World Culinary Council, vormt biodiversiteit een belangrijke basis voor de kwaliteit van voedsel.

    De samenwerking moet chefs stimuleren om rekening te houden met de herkomst van ingrediënten en de gevolgen van hun inkoop voor de omgeving.

    Van goede bedoelingen naar meetbare resultaten

    Met de bijeenkomst in Lissabon wil Relais & Châteaux laten zien dat restaurants een rol kunnen spelen bij natuurbehoud. Het niet langer serveren van bedreigde diersoorten is daarvan een concreet voorbeeld.

    Tegelijk blijft de vraag hoe groot de daadwerkelijke ecologische invloed van dergelijke initiatieven is. Het percentage restaurants dat geen paling serveert, zegt op zichzelf nog niets over de hoeveelheid paling die daardoor minder wordt gevangen of verhandeld.

    Daarvoor zijn aanvullende gegevens nodig, bijvoorbeeld over eerdere inkoopvolumes en veranderingen in de vraag.

    De stap van Relais & Châteaux past binnen een bredere ontwikkeling waarbij restaurants steeds vaker worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de herkomst van producten en de bescherming van natuurlijke hulpbronnen.

    Voor de gastronomie ligt de uitdaging niet alleen bij het ontwikkelen van duurzamere menu’s, maar vooral bij het aantoonbaar verminderen van de belasting op natuur en milieu.

  • Spanje gunstigste EU-markt voor nieuw restaurant

    Spanje gunstigste EU-markt voor nieuw restaurant

    Spanje biedt volgens een nieuw vergelijkend onderzoek van Makro Webshop de gunstigste omstandigheden voor het openen van een restaurant. Finland, Denemarken en Zweden volgen. Nederland eindigt als achtste van twintig onderzochte EU-landen. De ranglijst geeft echter vooral een indicatie: een deel van de gebruikte gegevens is historisch en sommige indicatoren zeggen maar beperkt iets over de werkelijke exploitatiekosten van een restaurant.

    Het Restaurant Launch Report vergelijkt twintig EU-markten aan de hand van negen indicatoren. Die vallen onder vier thema’s: omzet en vraag, kosten en marges, bureaucratie en personeel, en concurrentie en vastgoed. Alle onderdelen wegen even zwaar in de uiteindelijke score.

    Spanje komt in die vergelijking als nummer één uit de bus. Vooral de omvangrijke toeristische sector, het relatief lage prijsniveau en de energiekosten werken volgens de onderzoekers in het voordeel van het land. Finland, Denemarken en Zweden bezetten de volgende plaatsen. Ierland, Frankrijk, Duitsland en Nederland maken de eerste acht compleet.

    Toerisme geeft Spanje een voorsprong

    De grote toeristische markt speelt een belangrijke rol in de Spaanse score. Volgens Eurostat ontving Spanje in 2024 ongeveer 98 miljard euro aan inkomsten uit internationaal reisverkeer. Frankrijk volgde met 71 miljard en Italië met 54 miljard euro. Daarmee kloppen de belangrijkste toerismecijfers uit het rapport met de gegevens van Eurostat.

    Het gaat daarbij overigens om inkomsten uit internationaal reisverkeer en niet uitsluitend om geld dat buitenlandse toeristen in restaurants uitgeven. De cijfers omvatten ook andere uitgaven tijdens internationale reizen. Ze geven dus vooral een indruk van de omvang van de toeristische markt.

    Makro kijkt daarnaast naar de binnenlandse vraag. Volgens het rapport besteden Nederlandse consumenten jaarlijks ongeveer 2.100 euro per persoon aan horeca, tegenover circa 1.900 euro gemiddeld in de onderzochte landen. De gemiddelde omzet per foodservicebedrijf bedraagt in Nederland volgens de analyse ongeveer 380.000 euro.

    Nederland relatief gunstig met voedselprijzen

    Bij de kosten kijkt het onderzoek onder meer naar het algemene prijsniveau voor eten en drinken. Nederland scoort daarop relatief gunstig, maar het verschil met het Europese gemiddelde is klein.

    Eurostat zette het Nederlandse prijsniveau voor voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken in 2025 op 99, waarbij het EU-gemiddelde 100 bedraagt. Spanje en Hongarije kwamen uit op 95 en Polen en Tsjechië op 90. De kwalificatie dat Nederland tot de relatief voordelige landen behoort, is daarmee verdedigbaar, maar Nederland is bepaald geen prijsvechter binnen Europa.

    Bovendien meet deze Eurostat-indicator consumentenprijzen. Het cijfer staat daarom niet gelijk aan de inkoopprijs die een restaurateur voor ingrediënten betaalt. Ook Makro vermeldt die beperking in de eigen toelichting.

    Energie blijft Nederlandse kostenpost

    Groter zijn de verschillen bij elektriciteit. Dat is voor restaurants relevant omdat koeling, ventilatie, ovens, vaatwassers en andere keukenapparatuur veel energie gebruiken.

    Volgens Eurostat betaalden niet-huishoudelijke afnemers met een jaarlijks verbruik van 500 tot 2.000 megawattuur in de tweede helft van 2025 gemiddeld 18,37 euro per 100 kWh in de EU. Finland behoorde met 7,48 euro per 100 kWh tot de goedkoopste landen en Zweden met 9,70 euro eveneens tot de onderkant van de markt.

    Makro rekent voor Nederland met ongeveer 21 cent per kWh en stelt vast dat Noord-Europese landen in zijn vergelijking rond 9 tot 13 cent liggen. De richting van dat verschil wordt door de Eurostat-cijfers ondersteund. De exacte energierekening van een restaurant hangt uiteraard ook af van contractvorm, verbruik, belastingen, aansluitkosten en het moment waarop een energiecontract is afgesloten.

    Personeelskrapte speelt Nederland parten

    Nederland verliest in de vergelijking punten op de arbeidsmarkt. Makro gebruikt daarvoor onder meer het vacaturepercentage als graadmeter.

    Dat Nederland een relatief krappe arbeidsmarkt heeft, blijkt ook uit recente cijfers van Eurostat. In het vierde kwartaal van 2025 had Nederland met 3,9 procent het hoogste algemene vacaturepercentage van de EU. Spanje behoorde met 0,9 procent juist tot de landen met de laagste vacaturegraad.

    Ook Europees gezien blijft personeel in hotels en restaurants een aandachtspunt. In het eerste kwartaal van 2026 bedroeg het vacaturepercentage voor de sector accommodatie en horeca 3,0 procent in de EU en 3,2 procent in de eurozone.

    Een laag vacaturepercentage betekent overigens niet automatisch dat goed horecapersoneel gemakkelijk beschikbaar is. Het cijfer meet openstaande vacatures ten opzichte van het totale aantal arbeidsplaatsen en zegt bijvoorbeeld niets over vakbekwaamheid, personeelsverloop of de tijd die nodig is om een kok of bedieningsmedewerker te vinden.

    Bureaucratiescore vraagt om kanttekening

    Bij het onderdeel bureaucratie is een grotere waarschuwing nodig. Makro gebruikt hiervoor de indicator Starting a Business uit het Doing Business-archief van de Wereldbank. Nederland, Griekenland, Ierland en Frankrijk komen op basis daarvan relatief gunstig uit de vergelijking.

    Die gegevens zijn echter niet actueel. De Wereldbank stopte in september 2021 met het Doing Business-onderzoek nadat onregelmatigheden waren vastgesteld in eerdere edities. De laatste volledige studie verscheen in 2019 en de historische dataset loopt tot 2019. De Wereldbank verving het onderzoek inmiddels door het nieuwe Business Ready-programma.

    De bureaucratiescore uit het Makro-onderzoek moet daarom vooral als historische vergelijkingswaarde worden gelezen en niet als meting van de administratieve situatie in 2026. Bovendien was de oorspronkelijke Doing Business-indicator gebaseerd op een gestandaardiseerd type onderneming en doorgaans op de grootste stad van een land. De Wereldbank waarschuwt zelf dat de uitkomsten daardoor niet zonder meer voor iedere onderneming of locatie gelden.

    Nederland achtste

    Alles bij elkaar zet Makro Nederland op de achtste plaats van de twintig onderzochte EU-markten. De relatief sterke binnenlandse vraag en het prijsniveau voor voedingsmiddelen werken in het voordeel van Nederland. Hogere energiekosten en de krappe arbeidsmarkt drukken de score.

    De ranglijst zegt echter niet dat een restaurant in Spanje automatisch betere kansen heeft dan een restaurant in Nederland. De onderzoekers normaliseren negen verschillende indicatoren naar een schaal van 1 tot 100 en laten die vervolgens even zwaar meetellen. De gekozen indicatoren en wegingsmethode bepalen daardoor mede de uiteindelijke volgorde.

    Voor een individuele ondernemer blijven factoren als huurprijs, loonkosten, lokale concurrentie, vergunningen, koopkracht, concept en locatie minstens zo belangrijk. Een uitstekend restaurant op de verkeerde plek blijft tenslotte vooral een uitstekend restaurant op de verkeerde plek.

    Makro heeft daarom naast de landenranglijst voor Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië ook enkele steden vergeleken. Daarbij kijkt het bedrijf onder meer naar restaurantdichtheid, commerciële huren, lokale koopkracht en mogelijkheden voor terrassen.

    Bronnen: Restaurant Launch Report van Makro Webshop, Eurostat en Wereldbank.

    Bekijk het volledige Restaurant Launch Report van Makro

  • Azurite en SUIS krijgen twee Michelinsterren

    Azurite en SUIS krijgen twee Michelinsterren

    De Nederlandse gastronomie telt twee nieuwe restaurants met twee Michelinsterren. Azurite in Delft, van chef Mario Ridder, en SUIS in Schin op Geul, van Ralf Berendsen, kregen maandag 5 oktober tijdens de presentatie van de MICHELIN Gids Nederland 2026 in Maastricht direct twee sterren. De Librije in Zwolle blijft het enige Nederlandse restaurant met drie sterren. MICHELIN Guide

    Michelin presenteerde de nieuwe selectie in het MECC in Maastricht. De gids telt dit jaar 499 geselecteerde restaurants. Daarvan hebben 119 restaurants minimaal één ster: één restaurant heeft drie sterren, twintig restaurants hebben twee sterren en 98 zaken beschikken over één ster. Daarnaast telt de gids 77 Bib Gourmand-restaurants. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth…

    Opvallend is dat het totale aantal sterrenrestaurants gelijk blijft aan vorig jaar. Ook in de MICHELIN Gids 2025 stonden 119 Nederlandse restaurants met één, twee of drie sterren. MICHELIN Guide

    Mario Ridder keert terug met twee sterren

    Mario Ridder krijgt met zijn nieuwe restaurant Azurite in Delft twee sterren. Ridder bouwde eerder zijn reputatie op bij onder meer De Zwetheul en Joelia. Bij Azurite combineert hij klassieke Franse technieken met Nederlandse producten en besteedt hij nadrukkelijk aandacht aan wijn. Michelin omschrijft het restaurant als een van Ridders meest persoonlijke projecten. MICHELIN Guide

    Ook Ralf Berendsen keert terug op tweesterrenniveau. Nadat hij La Butte aux Bois in het Belgische Lanaken verliet, opende hij SUIS in Schin op Geul. Michelin waardeert daar vooral de technische precisie en de gelaagdheid van zijn keuken. Met de toevoeging van Azurite en SUIS telt Nederland nu twintig restaurants met twee sterren. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth…

    De volledige officiële lijst bevestigt beide nieuwkomers tussen de Nederlandse tweesterrenrestaurants. MICHELIN Guide

    De Librije blijft alleen aan de top

    Aan de absolute top verandert weinig. De Librije in Zwolle behoudt drie Michelinsterren en blijft daarmee het enige Nederlandse restaurant met de hoogste waardering van Michelin. RTV Focus

    Na het overlijden van Jonnie Boer in april 2025 zetten Thérèse Boer, chef Nelson Tanate en het team het restaurant voort. Michelin stelt dat de keuken de culinaire lijn en het gedachtegoed van Boer blijft volgen en kende De Librije daarom opnieuw drie sterren toe.

    Zeven nieuwe restaurants met één ster

    Zeven restaurants krijgen in de gids van 2026 voor het eerst één Michelinster:

    • Ambrozijn – Valkenburg
    • Bij Sidney – Loenen aan de Vecht
    • De Cuijt – Mierlo
    • Le Epifaan – Veeningen
    • Nassau – Groningen
    • Rozewied – Kortgene
    • Wild Atelier – Hoog Soeren

    Michelin roemt bij Ambrozijn van Sven Nijenhuis de combinatie van Franse bereidingen en moderne technieken. Sidney Heinze kiest bij Bij Sidney juist nadrukkelijk voor een klassieke keuken. De Cuijt van Yukyung Lee en Koen van Weert combineert Franse technieken met Koreaanse invloeden. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth…

    Bij Nassau in Groningen laat Christian de Vries volgens de inspecteurs het product centraal staan. Noëmie Haentjens en Ferdy van Rijswijk verwerken bij Rozewied in Kortgene onder meer Zeeuwse producten en invloeden uit hun reizen, terwijl Jonathan Zandbergen bij Wild Atelier in Hoog Soeren sterk productgericht kookt. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth…

    De zeven nieuwkomers staan inmiddels ook in de officiële sterrenlijst van Michelin. MICHELIN Guide

    Tien nieuwe Bib Gourmands

    Naast de sterren voegt Michelin tien restaurants toe aan de Nederlandse selectie met een Bib Gourmand, de onderscheiding waarmee Michelin restaurants met een volgens de inspecteurs goede verhouding tussen prijs en kwaliteit aanduidt.

    Daarmee komt het totaal op 77 Bib Gourmand-restaurants. Onder de nieuwe adressen bevinden zich onder meer FuLu Mandarijn in Amsterdam, Brasserie Bruis in Haarlem en ORA | Taverna & Bar in Breda. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth… De officiële Michelin-lijst bevestigt zowel het totaal van 77 als de tien nieuwkomers. MICHELIN Guide

    Awards voor service, sommeliers en jong talent

    Michelin reikte in Maastricht daarnaast vier speciale onderscheidingen uit. Noëmie Haentjens en Ferdy van Rijswijk van Rozewied kregen de Young Chef Award. De Service Award ging naar het bedieningsteam van Château Neercanne in Maastricht.

    Matthijs Vranken en Nouri Haj Romdhane van Brut172 in Reijmerstok ontvingen samen de Sommelier Award. Michelin noemt daarbij onder meer hun aandacht voor Limburgse wijnen en alcoholvrije pairings. Restaurant Luwte in Groningen van chef Falk van Essen en gastvrouw-sommelier Caroline de Vries kreeg de onderscheiding Opening van het Jaar.

    Nederlandse sterrenstand blijft op 119

    Ondanks de nieuwe sterren verandert het totale aantal Nederlandse sterrenrestaurants dus niet. De MICHELIN Gids Nederland 2026 komt uit op 119 restaurants met minimaal één ster: 98 met één ster, twintig met twee sterren en De Librije als enige driesterrenrestaurant. MICHELIN Guide

    De verschuiving zit daarmee vooral binnen de selectie. Azurite en SUIS voegen zich direct bij de tweesterrenzaken, terwijl zeven restaurants voor het eerst een ster krijgen.

    Voor Michelin is 2026 daarmee geen jaar van een grotere Nederlandse sterrenhemel, maar wel van flink wat nieuwe namen eronder.

  • NVWA constateert bij bijna twee derde gecontroleerde zomerhoreca overtredingen

    NVWA constateert bij bijna twee derde gecontroleerde zomerhoreca overtredingen

    Bij bijna twee derde van 154 horecabedrijven die de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit deze zomer op warme dagen controleerde, zijn overtredingen van de voedselveiligheidsregels vastgesteld. Vooral vliegen, temperatuurbeheersing, hygiëne en gebrekkige allergeneninformatie zorgden voor problemen. Bij acht bedrijven constateerden inspecteurs ernstige overtredingen.

    De NVWA voerde de inspecties in juli en augustus 2026 onaangekondigd uit bij horecabedrijven aan zee, op campings, bij recreatieplassen, speeltuinen en buitenzwembaden. De toezichthouder koos dagen waarop de buitentemperatuur minimaal 20 graden bedroeg.

    Van de 154 gecontroleerde bedrijven voldeden er 58 aan de onderzochte voedselveiligheidsregels. Bij 96 bedrijven constateerden inspecteurs een of meer overtredingen. Dat komt neer op ruim 62 procent. Bij acht ondernemingen waren de overtredingen volgens de NVWA ernstig en bestonden er grote risico’s voor de voedselveiligheid.

    Bijna helft locaties had vliegen

    Vliegen vormden een opvallend probleem. Inspecteurs troffen ze bij 72 van de 154 bedrijven aan, oftewel 47 procent. Bij vijf bedrijven, ruim 3 procent van het totaal, sprak de NVWA van ernstige vliegenoverlast.

    De aanwezigheid van een vlieg betekent overigens niet automatisch dat een bedrijf de regels overtreedt. Uiteindelijk kregen 41 bedrijven, 27 procent van het totaal, op dit onderdeel een onvoldoende omdat zij te weinig maatregelen namen om vliegen uit de keuken te weren of te bestrijden. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om het ontbreken van horren, vliegenlampen of plakstrips.

    De aandacht voor vliegen is niet zonder reden. Vliegen en ander ongedierte kunnen onder meer salmonella en E. coli verspreiden via bijvoorbeeld uitwerpselen en speeksel. Bij warm weer neemt het risico op insectenoverlast toe doordat vliegen zich sneller voortplanten en afval sneller gaat rotten.

    Warm weer maakt koeling lastiger

    Ook het op temperatuur houden van voedsel bleek tijdens warme dagen vaker problemen op te leveren. Bij 43 bedrijven, 28 procent van het totaal, constateerde de NVWA een of meer overtredingen bij de juiste omgang met voedsel.

    Bij 23 bedrijven ging het mis bij het bewaren en opslaan. Inspecteurs maten bijvoorbeeld te hoge temperaturen in saladebars of koelwerkbanken of constateerden dat een digitale steekthermometer ontbrak.

    Dat verschil met reguliere inspecties eerder dit jaar is aanzienlijk. In januari, februari en maart 2026 constateerde de NVWA bij 4 procent van de geïnspecteerde horecabedrijven problemen met bewaren en opslaan; tijdens de warme zomerdagen was dat 15 procent.

    Bij 25 bedrijven constateerden inspecteurs daarnaast overtredingen bij het bereiden of terugkoelen van voedsel. Verhit voedsel dat niet direct wordt geserveerd, moet volgens de voorschriften binnen vijf uur worden teruggekoeld tot onder de 7 graden Celsius.

    Ook hygiëne schiet tekort

    Op het gebied van hygiëne en de bouwkundige staat voldeden 109 van de 154 bedrijven aan de eisen. Bij 45 bedrijven, 29 procent, constateerden inspecteurs tekortkomingen.

    Daarbij ging het onder meer om slecht onderhouden muren en plafonds en vervuilde vloeren, koelkasten, koelcellen en snij- en ijsblokjesmachines. De NVWA trof vervuiling aan door onder meer schimmel, vet, etensresten en uitwerpselen van muizen of vliegen.

    Vier op de tien schieten tekort met allergeneninformatie

    Het slechtst scoorde de onderzochte horeca op het verstrekken van informatie over allergenen. Bij 61 bedrijven, 40 procent van het totaal, kregen klanten niet de juiste informatie over allergenen in onverpakte levensmiddelen.

    Horecaondernemers zijn verplicht hun gasten te informeren over veertien wettelijk vastgestelde allergenen, waaronder glutenbevattende granen, ei, vis, pinda, noten, soja, melk en sesam. Bij onverpakte gerechten mag een ondernemer deze informatie schriftelijk of mondeling verstrekken. Bij mondelinge informatie moet voor klanten wel duidelijk zijn dat zij ernaar kunnen vragen.

    88 officiële waarschuwingen

    De NVWA legde naar aanleiding van de controles 88 officiële waarschuwingen op. Daarnaast maakten inspecteurs acht Rapporten van Bevindingen op.

    Anders dan in het oorspronkelijke persbericht wordt gesteld, betekent zo’n rapport niet dat de betreffende ondernemer automatisch al een boete heeft gekregen. De NVWA vermeldt dat op basis van een Rapport van Bevindingen een boete of een andere maatregel kan worden opgelegd.

    De toezichthouder voert herinspecties uit bij bedrijven waar overtredingen zijn vastgesteld en zegt te blijven controleren totdat de tekortkomingen zijn opgelost. Ook bij toekomstige controles op warme dagen wil de NVWA extra aandacht blijven besteden aan vliegen en de naleving van temperatuureisen.

    De resultaten zeggen overigens niet dat bijna twee derde van alle Nederlandse horecabedrijven de voedselveiligheid niet op orde heeft. De NVWA onderzocht specifiek 154 zogenoemde zomerlocaties tijdens dagen van minimaal 20 graden. De percentages hebben dus betrekking op deze geselecteerde inspectiegroep en kunnen niet zonder meer naar de gehele Nederlandse horeca worden vertaald.

  • SVH Meestertour brengt jong horecatalent in contact met ervaren vakmensen

    SVH Meestertour brengt jong horecatalent in contact met ervaren vakmensen

    Jonge horecaprofessionals en studenten bezochten tijdens de zevende SVH Meestertour in Amsterdam onder meer Wils en Hotel Okura Amsterdam. Daar spraken zij met SVH Meesterkoks Joris Bijdendijk en Arjan Speelman en SVH Wijnmeester Noël Vanwittenbergh over vakmanschap, carrièrekeuzes en het behalen van een SVH Meestertitel.

    De SVH Meestertour vond op 15 september plaats in aanloop naar de Week van de Horeca, die dit jaar van 21 tot en met 26 september werd gehouden. De tour moet jonge mensen die in de horeca werken of daarvoor een opleiding volgen in contact brengen met ervaren vakgenoten.

    Naast kooktechniek en gastvrijheid kwamen tijdens de bezoeken onderwerpen als ondernemerschap, loopbaanontwikkeling en de combinatie van werk en privé aan bod.

    Joris Bijdendijk over weg naar Meestertitel

    De deelnemers begonnen bij Wils Bakery Café en Wils Restaurant in Amsterdam, waar SVH Meesterkok Joris Bijdendijk vertelde over zijn loopbaan en ondernemerschap.

    Bijdendijk vertelde dat hij al op jonge leeftijd de ambitie had om Meesterkok te worden. „Toen mijn ouders vroegen: wat wil je later doen of worden? Toen riep ik: ik zou wel Meesterkok willen worden. Ik had geen idee wat dat betekende.”

    Aan de hand van zijn portfolio besprak hij verschillende stappen in zijn carrière en de ervaringen die uiteindelijk leidden tot het behalen van zijn Meestertitel.

    De deelnemers kregen daarnaast een gerecht geserveerd van chef Thomas Val van Wils. Het restaurant behoort momenteel tot de Amsterdamse restaurants met een Michelinster.

    Volgens SVH-directeur Ricardo Eshuis is het contact tussen ervaren vakmensen en een nieuwe generatie een belangrijk onderdeel van de tour. Hij ziet daarbij niet alleen een rol voor technische kennis, maar ook voor het uitwisselen van ervaringen en het opbouwen van contacten binnen het vak.

    Bezoek aan Ciel Bleu

    ’s Middags verhuisde het gezelschap naar Hotel Okura Amsterdam. Daar ontmoetten de deelnemers SVH Meesterkok Arjan Speelman en SVH Wijnmeester Noël Vanwittenbergh.

    Speelman is chef van Ciel Bleu, het restaurant op de bovenste verdieping van Hotel Okura. Ciel Bleu heeft twee Michelinsterren en behoort daarmee tot de achttien restaurants die momenteel met twee sterren in de Nederlandse Michelinselectie staan.

    Speelman vertelde onder meer over zijn voorbereiding op de Meesterproef en de eisen die aan kandidaten voor de titel worden gesteld.

    Vervolgens bezocht de groep de keuken van Ciel Bleu. Bij een gerecht verzorgde Vanwittenbergh een wijncombinatie met een mousserende wijn die voor Hotel Okura wordt geproduceerd. Daarmee kregen de deelnemers zowel de culinaire als de wijntechnische kant van het restaurant te zien.

    Achter de schermen bij Hotel Okura

    F&B-manager Jeroen Taillie leidde de deelnemers vervolgens door verschillende onderdelen van Hotel Okura. Daarbij bezochten zij onder meer Serre, het Japanse restaurant Yamazato, Teppanyaki Restaurant Sazanka en KIRI.

    Het bezoek gaf daarmee niet alleen inzicht in keuken en wijn, maar ook in de verschillende disciplines die binnen een groot hotel- en horecabedrijf samenwerken.

    Jongeren interesseren voor het vak

    SVH organiseert de Meestertour in samenwerking met de Week van de Horeca. Dat landelijke initiatief richt zich op medewerkers, studenten en mensen die een opleiding of baan in de horeca overwegen. Horecabedrijven en opleidingen organiseren tijdens die week onder meer open dagen, workshops en andere activiteiten.

    De samenwerking rond de Meestertour bestaat al meerdere jaren. Volgens initiatiefnemer Lennart Maas van de Week van de Horeca biedt de tour jongeren de mogelijkheid rechtstreeks met ervaren vakmensen te spreken en kennis te maken met verschillende functies binnen de bedrijfstak.

    Voor SVH vormt de Meestertitel het hoogste niveau binnen het eigen systeem van vakbekwaamheidstitels voor horecaprofessionals. Kandidaten moeten beschikken over ruime vakervaring en doorlopen een traject waarin zij hun vakbekwaamheid moeten aantonen.

    De Meestertour probeert dat traject voor jonge professionals concreter te maken. Niet door alleen het eindresultaat te laten zien, maar juist door gevestigde vakmensen te laten vertellen over de opleiding, praktijkervaring en keuzes die aan zo’n titel voorafgaan.

  • NVWA sluit steeds meer voedselbedrijven vanwege muizen en ratten

    NVWA sluit steeds meer voedselbedrijven vanwege muizen en ratten

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit sluit steeds vaker horecazaken, winkels en andere voedselbedrijven met spoed vanwege ernstige overlast van plaagdieren. In 2025 gingen 75 bedrijven tijdelijk dicht. In de eerste zeven weken van 2026 stond de teller alweer op 22. Horeca-expert en voormalig chef Johan van de Bunt denkt dat personeelstekorten en tijdsdruk kunnen bijdragen aan problemen met schoonmaak en hygiëne.

    De ontwikkeling is duidelijk zichtbaar in de cijfers van de NVWA. In 2023 werden 34 winkels en horecagelegenheden met spoed gesloten vanwege ernstige plaagdierenoverlast. In het NVWA-jaarbeeld over 2024 worden 65 sluitingen genoemd en in 2025 steeg het aantal naar 75. Meestal ging het om muizen; ook ratten en kakkerlakken waren aanleiding voor sluitingen.

    Ook 2026 begon ongunstig. In de eerste zeven weken sloot de toezichthouder 22 winkels en horecagelegenheden wegens plaagdieren. In dezelfde periode van 2025 waren dat er zeven. Bijna de helft van de sluitingen vond plaats in Amsterdam.

    Sluiting is een zware maatregel

    Een spoedsluiting volgt niet automatisch zodra een inspecteur ergens een muis ziet lopen.

    De NVWA kan een bedrijf tijdelijk sluiten wanneer de voedselveiligheid ernstig in gevaar is. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer sporen van plaagdieren worden aangetroffen op werkbanken of servies, in voedsel of wanneer producten zijn aangevreten.

    Een gesloten bedrijf mag pas weer open nadat besmet voedsel is verwijderd, het pand grondig is schoongemaakt en effectieve maatregelen zijn genomen om plaagdieren te bestrijden en buiten te houden. Daarna volgt een herinspectie door de NVWA.

    ‘De rest komt morgen wel’

    Volgens Johan van de Bunt, voormalig chef en tegenwoordig Business Development Specialist bij leverancier Maxima Kitchen Equipment, speelt de dagelijkse werkdruk in de horeca een rol bij het ontstaan van hygiëneproblemen.

    “Een tekort aan personeel, gebrek aan de juiste kennis en tijd zijn belangrijke factoren. Na een drukke werkdag wordt al snel gedacht: even snel wat schoonmaken en de rest komt morgen wel.”

    Van de Bunt wijst erop dat schoonmaken bovendien niet tot de populairste werkzaamheden behoort. Daardoor bestaat volgens hem het risico dat werkzaamheden worden uitgesteld wanneer een team na een drukke service onder tijdsdruk staat.

    Die verklaring klinkt aannemelijk, maar kan niet rechtstreeks uit de cijfers van de NVWA worden afgeleid. De toezichthouder heeft niet vastgesteld dat personeelstekorten de oorzaak zijn van de landelijke stijging van het aantal spoedsluitingen.

    Meer factoren dan alleen schoonmaak

    Ook een schone keuken alleen is geen garantie dat muizen of ratten buiten blijven.

    Ondernemers moeten ervoor zorgen dat plaagdieren niet bij voedsel kunnen komen en dat gebouwen voldoende worden afgeschermd. Voedselopslag, voorraadbeheer en afvalverwerking spelen eveneens een rol.

    De NVWA wijst bovendien op het belang van samenwerking wanneer verschillende horecazaken en winkels dicht bij elkaar zijn gevestigd. Bestrijding in één pand heeft immers beperkt effect wanneer muizen via aangrenzende gebouwen eenvoudig kunnen terugkeren.

    De toezichthouder ziet vooral veel problemen in oude steden en oude panden en in gebouwen bij bijvoorbeeld grachten.

    Problemen bij inspecties zichtbaar

    Dat hygiëne en plaagdierwering niet overal op orde zijn, blijkt ook uit gerichte inspecties.

    De NVWA onderzocht in 2026 voedselbedrijven in Leiden en Gouda. In Leiden werden bij 57 procent van de gecontroleerde bedrijven sporen van muizen aangetroffen en constateerden inspecteurs bij 49 procent tekortkomingen op het gebied van hygiëne. Bij 37 procent schoot de wering of bestrijding van plaagdieren tekort.

    In Gouda vond de NVWA bij 58 procent van de geïnspecteerde bedrijven sporen van muizen. Bij 24 procent was de hygiëne onvoldoende en bij 12 procent waren er overtredingen rond plaagdierwering en -bestrijding.

    Die cijfers kunnen niet zonder meer naar de gehele Nederlandse horeca worden vertaald. De NVWA koos Leiden en Gouda juist vanwege de bestaande plaagdierproblematiek. Ze laten wel zien hoe hardnekkig het probleem lokaal kan zijn.

    Schoonmaak onderdeel van dagelijks werk

    Van de Bunt vindt dat ondernemers schoonmaak nadrukkelijker onderdeel moeten maken van de dagelijkse werkzaamheden.

    “Het begint met prioriteiten stellen. Schoonmaken is misschien niet leuk, maar het is wel onderdeel van je werk.”

    Volgens hem moeten medewerkers daarnaast begrijpen waarom bepaalde schoonmaakwerkzaamheden noodzakelijk zijn. Hij pleit daarom voor instructie en training en voor voldoende geschikte schoonmaakmiddelen en materialen op de werkvloer.

    Ook de NVWA kiest inmiddels nadrukkelijker voor voorlichting. De toezichthouder organiseert in 2026 bijeenkomsten voor ondernemers over onder meer keukenhygiëne, voedselopslag, voorraadbeheer, afvalverwerking en het voorkomen en bestrijden van plaagdieren.

    Niet alleen een kwestie van een vieze keuken

    De stijgende aantallen spoedsluitingen laten daarmee een serieus voedselveiligheidsprobleem zien, maar geven geen eenvoudig antwoord op de vraag waardoor de stijging wordt veroorzaakt.

    Personeelstekorten, tijdsdruk en onvoldoende schoonmaak kunnen volgens Van de Bunt een rol spelen. De NVWA wijst daarnaast op plaagdierwering, gebouwomstandigheden, voedsel- en afvalbeheer en de noodzaak om problemen gezamenlijk aan te pakken.

    Eén ding is minder ingewikkeld: schoonmaak die na een drukke avond naar morgen wordt doorgeschoven, moet de volgende ochtend daadwerkelijk gebeuren.

    Muizen hebben namelijk zelden de gewoonte om tot morgen te wachten.

  • Sjors de Jongh wordt 51e SVH Meesterschenker

    Sjors de Jongh wordt 51e SVH Meesterschenker

    Sjors de Jongh van Café & Brouwerij De Beyerd in Breda heeft de titel SVH Meesterschenker behaald. De 33-jarige horecaondernemer slaagde maandag 21 september voor zijn Meesterproef en wordt na zijn inauguratie de 51e SVH Meesterschenker van Nederland. Bijzonder is dat zijn vader Mikel de Jongh dezelfde titel al in 1991 behaalde. Volgens SVH is het voor het eerst dat een vader en zoon dezelfde SVH Meestertitel dragen.

    De Meesterproef vond plaats bij De Beyerd aan de Boschstraat in Breda, het familiebedrijf waar De Jongh sinds 1 januari 2024 mede-eigenaar van is. Hij vertegenwoordigt er de zevende generatie van de familie.

    De geschiedenis van De Beyerd gaat terug tot 1838. Tegenwoordig leiden Mikel, Orson en Sjors de Jongh het bedrijf als zesde en zevende generatie.

    Bier met de paplepel

    Sjors de Jongh groeide letterlijk op tussen café, bier en brouwerij. Zijn opa Piet en later zijn vader Mikel en oom Orson stonden aan het roer van De Beyerd. Vanaf zijn vijftiende werkte Sjors zelf achter de bar.

    Dat hij zijn Meesterproef juist in het familiebedrijf kon afleggen, gaf de dag voor hem extra betekenis.

    “Mijn vader legde zijn proef destijds af in het examencentrum in Zoetermeer. Ik legde mijn proef af in onze zaak, waar we elke dag met de mooiste bieren en fijne gasten mogen werken”, aldus De Jongh.

    Met het behalen van de titel zijn er nu twee generaties SVH Meesterschenker binnen hetzelfde horecabedrijf.

    Jury beoordeelt vakmanschap en gastheerschap

    De beoordeling lag in handen van SVH Meesterschenkers Felix Huisken van Café Singelier in Groningen en Martien Evers van Café Jos in Nijmegen. Hanneke Westland trad namens SVH op als secretaris.

    Zij beoordeelden De Jongh onder meer op vakkennis, presentatie, gastheerschap en de manier waarop hij zijn kennis in de dagelijkse praktijk toepast.

    Onderdeel van zijn examen was een masterclass over biercocktails. Volgens de beoordelaars liet De Jongh daarmee niet alleen productkennis zien, maar durfde hij bier ook buiten de traditionele manier van schenken toe te passen.

    De kwalificatie van de jury dat zij daarbij “een ware Meester aan het werk” zag, is vanzelfsprekend een beoordeling van de examinatoren en geen onafhankelijke waardering. Het feitelijke resultaat staat wel vast: De Jongh slaagde voor zijn Meesterproef.

    Hotelschool en cocktailbar in Sevilla

    De weg naar de titel liep niet uitsluitend via bier. De Jongh volgde de Hogere Hotelschool in Breda en verdiepte zich daar in verschillende dranken en onderdelen van het horecavak.

    Tijdens een buitenlandse stage werkte hij in Sevilla bij Bar Americano van Hotel Alfonso XIII. Daar deed hij ervaring op met cocktails en andere dranken.

    Uiteindelijk bleef bier zijn belangrijkste specialisme. Na zijn hotelschoolopleiding volgde hij daarom een opleiding tot biersommelier.

    Die specialisatie ligt voor een telg uit de familie De Jongh voor de hand. De Beyerd ontwikkelde zich vanaf de jaren zeventig tot speciaalbiercafé. Het bedrijf begon toen met het schenken van Belgische speciaalbieren, in een periode waarin het aanbod daarvan in Nederlandse cafés nog beperkt was.

    Eigen brouwerij sinds 2004

    De Beyerd kreeg in 2004 bovendien een eigen brouwerij. Mikel en Orson de Jongh begonnen twee jaar eerder met de plannen daarvoor. Een van de bieren die er sindsdien wordt gebrouwen is Drie Hoefijzers Klassiek, gebaseerd op de Bredase biertraditie.

    Het huidige assortiment omvat volgens De Beyerd ongeveer 200 verschillende speciaalbieren op fles en veertien bieren van de tap. Daaronder bevinden zich verschillende bieren uit de eigen brouwerij.

    Sjors organiseert daarnaast bierproeverijen, festivals en rondleidingen door de brouwerij.

    Van vader op zoon

    Het meest opmerkelijke aan zijn nieuwe titel blijft echter de familiegeschiedenis. Mikel de Jongh behaalde de titel SVH Meesterschenker in 1991. Vijfendertig jaar later volgt zijn zoon hem op.

    Volgens SVH gebeurde het niet eerder dat een vader en zoon dezelfde SVH Meestertitel behaalden. De Jongh noemt het zelf een familietraditie die hij graag volgende generaties ziet voortzetten.

    Dat legt de lat voor een eventuele achtste generatie De Jongh meteen behoorlijk hoog. Gewoon een biertje netjes tappen is vanaf nu kennelijk niet meer voldoende.

    Zes verschillende Meestertitels

    Nederland telt volgens SVH inmiddels meer dan 300 mensen met een SVH Meestertitel. Er bestaan zes verschillende titels: Meestergastheer/-vrouw, Meesterhorecaondernemer, Meesterijsbereider, Meesterkok, Meesterschenker en Wijnmeester.

    SVH presenteert de titels als de hoogste graad van vakbekwaamheid binnen de betreffende Nederlandse horecadisciplines. Kandidaten moeten daarvoor voldoen aan eisen op het gebied van kennis, praktijkervaring en vakmanschap en uiteindelijk een Meesterproef afleggen.

    Voor De Beyerd levert dat nu een opmerkelijke situatie op: aan dezelfde bar staan twee generaties die zich SVH Meesterschenker mogen noemen.

    Vader Mikel sinds 1991, zoon Sjors sinds 2026. Aan ervaring achter de tap voorlopig geen gebrek.

  • Petro Kools en Evi Borghouts winnen Joop Braakhekke Awards 2026

    Petro Kools en Evi Borghouts winnen Joop Braakhekke Awards 2026

    SVH Meestergastheer Petro Kools van restaurant Da Vinci in Maasbracht heeft de Joop Braakhekke Award 2026 ontvangen. De 18-jarige Evi Borghouts, werkzaam bij Restaurant 1397 van Grand Hotel De Draak in Bergen op Zoom, won de Joop Braakhekke Talent Award. De prijzen werden maandag 21 september uitgereikt tijdens Gastvrij Rotterdam.

    De Joop Braakhekke Award is vernoemd naar restaurateur en televisiepersoonlijkheid Joop Braakhekke, die in 2016 overleed. De onderscheiding richt zich specifiek op mensen uit de bediening, traditioneel ook wel de ‘zwarte brigade’ genoemd.

    De jury kijkt daarbij onder meer naar gastvrijheid, vakmanschap, leiderschap, toegankelijkheid en de manier waarop een kandidaat kennis overdraagt aan anderen.

    Petro Kools ruim dertig jaar bij Da Vinci

    De jury koos dit jaar unaniem voor Petro Kools, maître-sommelier, mede-eigenaar en gastheer van restaurant Da Vinci in Maasbracht.

    Kools runt Da Vinci sinds 1993 samen met chef Margo Reuten. Het restaurant kreeg in 1999 zijn eerste Michelinster en bezat tussen 2009 en 2017 twee sterren. Momenteel heeft Da Vinci één Michelinster. Kools werd in 2009 door Gault&Millau uitgeroepen tot Sommelier van het Jaar.

    Ook wijn vormt een belangrijk onderdeel van zijn werk. De Vinoteca van Da Vinci bevat volgens het restaurant meer dan 1200 verschillende wijnen, die Kools sinds de opening van het restaurant heeft verzameld.

    Voor de jury woog echter niet alleen zijn staat van dienst mee. Zij benadrukt vooral zijn manier van werken in de zaal en zijn inzet voor jongere collega’s.

    Kools omschrijft gastvrijheid zelf als ‘deelgenoot zijn in ieders aanwezigheid’. Volgens de jury kenmerkt zijn gastheerschap zich door het vermogen om zich aan verschillende gasten en gezelschappen aan te passen zonder zelf voortdurend de hoofdrol op te eisen.

    Aandacht voor de bediening

    Met de prijs wil de organisatie nadrukkelijk aandacht vragen voor het gastheerschap binnen de gastronomie. Koks staan doorgaans nadrukkelijk in de belangstelling, terwijl de medewerkers die gerechten en wijn aan tafel presenteren veel minder vaak het publieke gezicht van een restaurant zijn.

    Dat was ook een van de redenen om de Joop Braakhekke Award in het leven te roepen. De prijs moet vakmensen uit de bediening zichtbaarder maken.

    De jury bestond dit jaar uit onder anderen Thérèse Boer van De Librije, Caroline Berends van De Nederlanden, chef Sheila Struyck, SVH Wijnmeester Noel Vanwittenbergh van Ciel Bleu, Frank Visser en SVH-directeur Ricardo Eshuis.

    Talent Award voor Evi Borghouts

    Naast de reguliere prijs werd de Joop Braakhekke Talent Award uitgereikt. Daarvoor waren drie jonge gastvrouwen genomineerd: Rhodé Smit, Puck Nijwening en Evi Borghouts. De nominaties kwamen voort uit de wedstrijd Talent van de Toekomst.

    Dat deze drie kandidaten daar werden geselecteerd, wordt ook bevestigd door Koninklijke Horeca Nederland. Tijdens Talent van de Toekomst werden deelnemers in de bediening onder meer beoordeeld op gastvrijheid, presentatie, vak- en productkennis en wijn-spijscombinaties.

    De Talent Award ging uiteindelijk naar de 18-jarige Evi Borghouts. Zij volgt haar opleiding bij De Rooi Pannen Breda en werkt bij Restaurant 1397 van Grand Hotel De Draak in Bergen op Zoom.

    Mysteryguest observeerde Evi

    Bijzonder aan de beoordeling was dat de jury Borghouts niet uitsluitend tijdens een aangekondigd bezoek wilde beoordelen. Om te voorkomen dat de aanwezigheid van een bekend jurylid invloed zou hebben op de service, stuurde de organisatie een mysteryguest naar Restaurant 1397.

    Die observeerde Borghouts tijdens een reguliere dinerservice. Volgens de jury hield ze daarbij overzicht, maakte ze gemakkelijk contact en gaf ze gasten persoonlijke aandacht.

    Een ander detail dat voor de jury meegewogen heeft, is dat gasten van een vorige werkgever haar bij haar nieuwe werkplek zijn komen opzoeken. De jury beschouwt dat als een aanwijzing voor de persoonlijke band die zij als gastvrouw met gasten weet op te bouwen.

    De kwalificaties over haar ‘natuurlijke gastheerschap’ en het vermogen om ‘herinneringen te maken’ zijn daarbij beoordelingen van de jury en geen onafhankelijk meetbare eigenschappen.

    Bewust op zoek naar meer vakkennis

    Borghouts werkte eerder in een drukke brasserieomgeving en koos vervolgens bewust voor een werkomgeving met andere eisen aan service en productkennis. Vooral haar wijnkennis wil ze verder ontwikkelen.

    De jury zag in die overstap een aanwijzing voor haar ambitie om zich verder in het vak te ontwikkelen.

    Dat sluit aan bij de opzet van de Talent Award. De prijs is niet bedoeld voor iemand die het vak al volledig beheerst, maar voor jonge gastvrouwen en gastheren die zich nog ontwikkelen en volgens de jury voldoende aanleg en ambitie tonen om verder te groeien.

    Ervaring gekoppeld aan jong talent

    De organisatie wil het niet bij twee afzonderlijke prijzen laten. Kools en Borghouts worden na de uitreiking aan elkaar gekoppeld om ervaringen en kennis uit te wisselen. De gedachte daarachter is dat kennisoverdracht niet uitsluitend van de ervaren generatie naar jongeren hoeft te lopen, maar ook andersom kan werken.

    Daarmee vertegenwoordigen de twee winnaars twee uitersten van hetzelfde vak. Kools staat inmiddels ruim dertig jaar als gastheer in Da Vinci; Borghouts moet het grootste deel van haar horecaloopbaan nog beginnen.

    En misschien is dat wel het aardigste aspect van deze prijzen: in een gastronomische wereld waarin de naam van de chef vaak groter op de website staat dan die van het restaurant, krijgt voor één keer degene die aan tafel staat de hoofdrol.

  • Eerste kok behaalt SVH-diploma volledig via praktijkbewijzen

    Eerste kok behaalt SVH-diploma volledig via praktijkbewijzen

    Voor het eerst heeft een kandidaat het diploma SVH Kok volledig behaald door zijn vaardigheden op de werkvloer aan te tonen met SVH Praktijkbewijzen. JP rondde het traject af bij activeringscentrum De Waterspiegel in Lelystad, waar Leermeester+ Harro Schouten hem begeleidde en beoordeelde. De nieuwe opleidingsroute richt zich onder meer op mensen die hun vakbekwaamheid beter in de dagelijkse praktijk kunnen aantonen dan tijdens een traditioneel examen.

    JP behaalde zijn diploma op 14 augustus. Hij werkte de afgelopen jaren bij De Waterspiegel en begon daar vanuit arbeidsmatige dagbesteding. Vervolgens kreeg hij de mogelijkheid om via de nieuwe praktijkroute van SVH verder te werken aan zijn vaardigheden als kok.

    Volgens SVH is hij de eerste kandidaat die op deze manier het volledige diploma SVH Kok heeft behaald.

    De Waterspiegel is een activeringscentrum van zorgorganisatie Kwintes in Lelystad. Mensen kunnen er deelnemen aan verschillende activiteiten en vormen van arbeidsmatige dagbesteding. Tot de werkzaamheden behoren onder meer keuken- en bardiensten, administratieve taken, werk in een winkel en facilitaire werkzaamheden.

    Leren tijdens het werk

    Het bijzondere aan het traject is dat de kandidaat niet eerst een volledige opleiding volgt om vervolgens tijdens een afzonderlijk examen te laten zien wat hij heeft geleerd.

    Bij SVH Praktijkbewijzen vindt de beoordeling stapsgewijs plaats op de werkvloer. Een daarvoor gekwalificeerde Leermeester+ begeleidt de kandidaat en beoordeelt de verschillende beroepsvaardigheden in de dagelijkse praktijk.

    Voor JP vervulde Harro Schouten die rol. De twee werkten volgens SVH al ongeveer vijf jaar samen in de keuken van De Waterspiegel. Daardoor kon het traject voortbouwen op ervaring die JP daar al had opgedaan.

    Aanvankelijk leek het behalen van het diploma SVH Kok voor hem niet haalbaar en werd naar een andere beroepsrichting gekeken. De introductie van de praktijkbewijzen maakte het volgens de betrokken organisaties mogelijk om toch verder te gaan in de keuken.

    Schouten ziet vooral mogelijkheden voor mensen die binnen het reguliere onderwijs minder goed tot hun recht komen. Volgens hem biedt de praktijkroute de mogelijkheid om vakkennis over te dragen en tegelijkertijd toe te werken naar een formele erkenning van de verworven vaardigheden.

    Stap voor stap vaardigheden aantonen

    SVH introduceerde de mogelijkheid om via praktijkbewijzen naar het diploma SVH Kok toe te werken eind september 2025.

    Tijdens het traject toont een kandidaat afzonderlijke beroepsvaardigheden aan in de eigen werkomgeving. Voor behaalde onderdelen kunnen branche-erkende certificaten worden verstrekt. Wanneer uiteindelijk aan alle eisen is voldaan, kunnen deze praktijkbewijzen leiden tot het diploma SVH Kok.

    Daarmee verschuift een belangrijk deel van de beoordeling van een afzonderlijk examenmoment naar de dagelijkse beroepspraktijk.

    Dat kan met name interessant zijn voor mensen die moeite hebben met traditionele vormen van onderwijs of examinering, maar in een werkomgeving wel kunnen aantonen dat zij de benodigde vaardigheden beheersen.

    SVH-directeur Ricardo Eshuis zegt dat dit een belangrijke aanleiding was om de route te ontwikkelen. Volgens hem zijn er mensen die over de benodigde praktische vaardigheden beschikken, maar die deze minder gemakkelijk tijdens een traditionele examensituatie kunnen laten zien.

    Branche-erkend is niet hetzelfde als mbo-diploma

    Het persbericht stelt dat de weg naar het diploma anders is, terwijl ‘de waarde van het diploma hetzelfde blijft’. Die formulering vraagt enige uitleg.

    SVH is de Stichting Vakbekwaamheid Horeca en ontwikkelt onder meer opleidingen, examens, certificaten en branche-erkende diploma’s voor de horecasector. Het diploma dat JP heeft behaald, is een SVH-diploma en heeft binnen de horecabranche waarde als bewijs van vakbekwaamheid.

    Dat betekent echter niet automatisch dat een branche-erkend SVH-diploma juridisch en onderwijskundig gelijkstaat aan een regulier mbo-diploma dat via het Nederlandse beroepsonderwijs wordt verstrekt. Voor bijvoorbeeld doorstroom binnen het formele onderwijs kan dat onderscheid relevant zijn.

    De bijzondere betekenis van deze route zit daarom vooral ergens anders: iemand kan aantoonbare beroepsvaardigheden laten erkennen zonder dat daarvoor noodzakelijkerwijs dezelfde onderwijs- en examenroute hoeft te worden gevolgd als binnen een reguliere opleiding.

    Meer routes naar vakbekwaamheid

    Voor de horecasector kan zo’n praktijkgerichte route interessant zijn. Werkgevers kampen al jaren met de vraag hoe zij mensen kunnen opleiden, vaardigheden kunnen erkennen en medewerkers voor het vak kunnen behouden.

    Tegelijkertijd bevinden zich buiten het reguliere horecaonderwijs mensen die wel praktijkervaring en talent hebben, maar voor wie een klassikale opleiding of traditionele examinering minder geschikt is.

    Het traject van JP is voorlopig één individuele casus en bewijst dus nog niet hoe effectief de nieuwe aanpak op grotere schaal zal zijn. Daarvoor is het programma te nieuw en zijn meer deelnemers en resultaten nodig.

    Zijn diploma vormt wel een concrete eerste test van het systeem. Vijf jaar ervaring in de keuken kreeg daarmee uiteindelijk niet alleen praktische, maar ook formele erkenning binnen de branche.

    Voor JP betekent dat vooral dat een route die aanvankelijk niet haalbaar leek alsnog bij hetzelfde fornuis eindigde: niet door de keuken te verlaten, maar juist door daar te laten zien wat hij kan.

    SVH Praktijkbewijzen
    De Waterspiegel in Lelystad

  • Bjorn van Aalst wordt 40ste SVH Meestergastheer van Nederland

    Bjorn van Aalst wordt 40ste SVH Meestergastheer van Nederland

    Bjorn van Aalst, maître-sommelier en mede-eigenaar van SAAM Restaurant in Amstelveen, is geslaagd voor de Meesterproef SVH Meestergastheer. De 40-jarige horecaprofessional wordt na zijn inauguratie officieel de 40ste SVH Meestergastheer van Nederland. Eerder dit jaar riep Gault&Millau hem al uit tot Gastheer van het Jaar 2026.

    Van Aalst legde donderdag 3 september de Meesterproef af. Tijdens de proef beoordeelde een commissie hem op onder meer vakkennis, vakmanschap en de manier waarop hij het gastheerschap in de praktijk brengt.

    De beoordelingscommissie bestond uit SVH Meestergastheer en SVH Wijnmeester Johan Kragtwijk van Restaurant De Nederlanden in Vreeland, SVH Wijnmeester Anjo de Bont en Hanneke Westland, secretaris SVH Meestertitels.

    Volgens de commissie onderscheidde Van Aalst zich tijdens de proef onder meer door zijn persoonlijke omgang met gasten, zijn vakkennis en de aandacht voor zijn team. De kwalificatie dat hij daarmee een ‘boegbeeld voor het vak’ is, komt van de beoordelaars zelf.

    Van Vermeer naar SAAM

    Van Aalst werkt sinds 2024 bij SAAM Restaurant aan de Amstelzijde in Amstelveen, waar hij maître-sommelier en mede-eigenaar is. Daarvoor werkte hij acht jaar bij restaurant Vermeer in Amsterdam. Eerder deed hij ervaring op bij onder andere De Nederlanden in Vreeland en De Burgemeester in Linschoten.

    SAAM opende eind 2022 en combineert Nederlandse producten en kooktechnieken met Zuid-Afrikaanse smaken en invloeden. Chef Jasper Hermans leidt momenteel de keuken.

    Gault&Millau waardeert SAAM in zijn gids voor 2026 met 15,5 van de maximaal 20 punten. De restaurantgids constateerde al eerder dat de komst van Van Aalst de bediening en beleving van het restaurant had versterkt.

    Ook Gastheer van het Jaar

    In februari kreeg Van Aalst al landelijke erkenning toen Gault&Millau hem tijdens de presentatie van de Nederlandse gids voor 2026 uitriep tot Gastheer van het Jaar.

    De restaurantgids roemde daarbij vooral zijn vermogen om kennis van smaken te combineren met aandacht voor de gast. Daarmee is de nieuwe SVH-titel niet zijn eerste vakonderscheiding van dit jaar.

    Van Aalst ziet gastheerschap zelf nadrukkelijk niet als alleen het bedienen van gasten. Volgens hem begint het bij het observeren van mensen en het herkennen van hun wensen en persoonlijkheid.

    Humor speelt daarbij volgens de maître-sommelier een belangrijke rol. Het kan afstand verkleinen en gasten op hun gemak stellen. Ook maakt hij naar eigen zeggen weinig onderscheid tussen keuken en bediening: beide disciplines moeten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de totale ervaring van een gast.

    Naast zijn werkzaamheden bij SAAM is Van Aalst lid van het Nederlands Gilde van Sommeliers. Hij wil zijn kennis over wijn en gastheerschap niet alleen in het restaurant inzetten, maar ook overdragen aan collega’s en jongere vakgenoten.

    Kennis overdragen

    De nieuwe Meestergastheer zegt de SVH-titel daarom vooral te willen gebruiken om zijn ervaring en visie breder te delen. Daarbij richt hij zich op het begeleiden en verder ontwikkelen van mensen binnen én buiten zijn eigen restaurant.

    Zes verschillende SVH Meestertitels

    SVH kent momenteel zes verschillende Meestertitels: Meestergastheer/-vrouw, Meesterhorecaondernemer, Meesterijsbereider, Meesterkok, Meesterschenker en Wijnmeester. Volgens SVH zijn er inmiddels meer dan driehonderd professionals die een van deze titels hebben behaald.

    De geschiedenis van de titels gaat terug tot 1980, toen de eerste Meesterproef voor SVH Meesterkok plaatsvond. Kandidaten krijgen een Meestertitel niet uitsluitend op basis van hun loopbaan of reputatie, maar moeten daarvoor een Meesterproef afleggen.

    Met het slagen van Van Aalst telt Nederland volgens SVH nu veertig Meestergastheren en -gastvrouwen.

    Voor SAAM betekent de titel ondertussen opnieuw landelijke aandacht. Gault&Millau benoemde Van Aalst enkele maanden geleden tot Gastheer van het Jaar en waardeert het restaurant met 15,5 punten. Met de SVH Meestertitel krijgt nu ook zijn vakbekwaamheid als gastheer een formele erkenning.

    SAAM Restaurant
    SVH Meestertitels