Categorie: Nieuws

Algemeen nieuws van GourmandGazette.nl

  • Fransen willen minder plastic, maar wel vers fruit

    Fransen willen minder plastic, maar wel vers fruit

    Franse consumenten willen minder plastic verpakkingen voor groenten en fruit, maar niet ten koste van de kwaliteit. Bescherming, zichtbaarheid en recyclebaarheid spelen een belangrijke rol bij hun aankoopbeslissingen. Dat blijkt uit onderzoek van FranceAgriMer en Interfel, dat in september 2026 verscheen.

    Onderzoeksbureau Topo Lab onderzocht hoe Franse consumenten denken over alternatieve verpakkingen voor verse groenten en fruit. In februari 2026 organiseerde het bureau groepsgesprekken in Montpellier en Lyon. In mei volgde een online enquête onder duizend Franse volwassenen.

    Bescherming belangrijker dan plasticvrij

    De onderzoekers vroegen consumenten welke eigenschappen zij belangrijk vinden bij verpakkingen. Bescherming van het product eindigde bovenaan, gevolgd door vertrouwen in de kwaliteit, recyclebaarheid en het vermijden van plastic.

    Consumenten willen dus minder verpakkingsafval, maar verwachten tegelijkertijd dat groenten en fruit tijdens transport en opslag goed beschermd blijven.

    Het onderzoek onderscheidt drie groepen: 24 procent milieubewuste consumenten, 46 procent kritische pragmatici en 30 procent consumenten die minder waarde hechten aan milieuaspecten.

    Vooral de grootste groep zoekt een evenwicht tussen duurzaamheid en gebruiksgemak.

    Plastic blijft praktisch

    Plastic heeft volgens het onderzoek een imagoprobleem. Consumenten waarderen de transparantie, stevigheid en hygiëne, maar associëren het materiaal met milieubelasting.

    Van zeven geteste verpakkingsalternatieven kreeg het traditionele plastic bakje de laagste gemiddelde aankoopintentie: 4,2 op een schaal van zeven.

    Daarnaast noemde 42 procent de beperkte milieuvriendelijkheid als belangrijkste nadeel.

    Toch betekent dit niet dat consumenten plastic zonder meer willen vervangen. Alternatieven moeten minstens dezelfde bescherming bieden.

    Papier en cellulose scoren goed

    Een papieren zak met een transparant venster van cellulosehydraat behaalde de hoogste aankoopintentie: 5,5 op zeven. Een netverpakking van cellulose volgde met 5,3.

    Ook kartonnen verpakkingen kregen positieve beoordelingen. Consumenten waarderen hun vertrouwde uitstraling en recyclebaarheid.

    Maar niet iedere oplossing werkt even goed. Papieren zakken beschermen kwetsbare producten onvoldoende, terwijl sommige celluloseverpakkingen sterk op plastic lijken.

    Bij kartonnen bakjes vormt de beperkte zichtbaarheid een probleem. Zo vond 30 procent van de ondervraagden dat een geperforeerd kartonnen bakje onvoldoende zicht bood op de inhoud.

    Niet iedere groente vraagt dezelfde verpakking

    Volgens de onderzoekers bestaat er geen universele vervanger voor plastic.

    Aardbeien hebben bijvoorbeeld meer bescherming nodig dan uien of wortelen. Voor stevige groenten kan een netverpakking volstaan, terwijl kwetsbaar fruit eerder een beschermend bakje nodig heeft.

    Producenten moeten daarom per product bepalen welke verpakking het beste aansluit bij de eigenschappen ervan.

    Duidelijke informatie overtuigt

    Consumenten waarderen concrete milieu-informatie meer dan algemene duurzaamheidsclaims.

    Informatie over recyclebaarheid kreeg van 54 procent een hoge beoordeling. Vermeldingen over minder plastic en de materiaalsamenstelling scoorden beide 51 procent. Informatie over minder verpakkingsafval volgde met 50 procent.

    Een vermelding van de CO₂-voetafdruk kreeg met 43 procent minder waardering.

    De onderzoekers adviseren producenten daarom duidelijk uit te leggen waaruit verpakkingen bestaan en hoe consumenten deze kunnen recyclen.

    Minder plastic vraagt om maatwerk

    Het onderzoek laat zien dat Franse consumenten openstaan voor alternatieven, zolang die de kwaliteit van verse producten beschermen.

    De studie onderzoekt consumentenvoorkeuren en aankoopintenties, niet de daadwerkelijke milieubelasting van verpakkingsmaterialen. Papier of cellulose is dus niet automatisch duurzamer dan plastic.

    Voor de groente- en fruitsector ligt de uitdaging bij het combineren van productbescherming, gebruiksgemak en minder verpakkingsafval.

    Want een plasticvrij bakje aardbeien klinkt aantrekkelijk, maar niemand zit te wachten op een milieuvriendelijke verpakking vol geplet fruit.

  • Duitse wijnoogst 2026: vroeg, klein en veelbelovend

    Duitse wijnoogst 2026: vroeg, klein en veelbelovend

    Duitse wijnproducenten kijken terug op een uitzonderlijk vroege oogst. Ondanks hitte, droogte en plaatselijke hagelschade spreken aangesloten wijnbedrijven van het Verband Deutscher Prädikatsweingüter (VDP) over gezonde druiven en een hoge kwaliteit. De opbrengsten vallen in verschillende wijngebieden lager uit. Of 2026 daadwerkelijk een topjaar voor Duitse wijn wordt, moet blijken wanneer de jonge wijnen zich verder ontwikkelen.

    De Duitse druivenoogst begon dit jaar in sommige gebieden al in augustus. Daarmee zet de vervroeging van het oogstseizoen zich voort. Vooral de warme en droge zomer versnelde de rijping.

    Volgens het VDP, de vereniging van Duitse kwaliteitswijnproducenten, leverden de wijngaarden over het algemeen kleine, geconcentreerde druiven op. Opvallend is dat veel producenten ondanks de hoge temperaturen spreken van voldoende frisse zuren.

    Dat biedt volgens hen gunstige vooruitzichten voor de balans tussen rijp fruit, concentratie en frisheid.

    Oogst begint weken eerder dan vroeger

    VDP-voorzitter Steffen Christmann wijst op de structurele verschuiving van het oogstseizoen.

    Waar wijnboeren in de Pfalz vroeger vaak van begin oktober tot november oogstten, beginnen zij tegenwoordig regelmatig al eind augustus. Volgens Christmann is de oogst daarmee ongeveer vijf tot zes weken naar voren geschoven.

    De wijnbouw heeft zich aan die omstandigheden aangepast. Producenten besteden meer aandacht aan bodembeheer, waterhuishouding en het juiste oogstmoment.

    Toch brengt de vroege ontwikkeling ook risico’s met zich mee. Wanneer wijnstokken in het voorjaar eerder uitlopen, neemt hun kwetsbaarheid voor late nachtvorst toe.

    Droogte en hagel zorgen voor regionale verschillen

    Het groeiseizoen begon volgens het VDP gunstig, met voldoende winterneerslag en relatief weinig vorstschade. Daarna volgden een vroege bloei en een warme zomer met langdurige droge perioden.

    Plaatselijke regenval in augustus bracht verlichting, maar niet overal ontsnapten de wijngaarden aan schade.

    Vooral in de zuidelijke Pfalz en rond de Kaiserstuhl veroorzaakten hagelbuien aanzienlijke verliezen. Sommige bedrijven verloren druiven op afzonderlijke percelen, terwijl enkele producenten volgens het VDP zelfs hun volledige oogst zagen mislukken.

    De verschillen tussen wijngebieden en individuele bedrijven blijven daardoor groot.

    Baden en Pfalz melden gezonde druiven

    In Baden begonnen sommige producenten volgens het VDP al op 12 augustus met oogsten. Veel bedrijven rondden de pluk binnen drie tot vier weken af.

    De combinatie van een beperkte hoeveelheid druiven en een goede gezondheid van het fruit maakte een snelle oogst mogelijk.

    Producenten vergelijken de omstandigheden met warme jaren als 2015 en 2018. Zulke vergelijkingen zeggen vooral iets over het verloop van het groeiseizoen; ze vormen nog geen bewijs dat de uiteindelijke wijnen hetzelfde kwaliteitsniveau bereiken.

    Ook in de Pfalz verliep de oogst vroeg. Aan de Mittelhaardt begon de pluk halverwege augustus, terwijl wijnbedrijven in de Südpfalz later startten door verschillen in neerslag en rijping.

    Volgens de producenten bleven zowel riesling als spätburgunder ondanks de droogte goed presteren. Vooral jonge wijnstokken en wijngaarden op lichte bodems hadden moeite met de beperkte watervoorraad.

    Moezel verwacht geconcentreerde wijnen

    Aan de Moezel, Saar en Ruwer melden VDP-producenten eveneens kleinere hoeveelheden druiven.

    De wijnstokken beschikten volgens de bedrijven gedurende de zomer doorgaans over voldoende water. Dat zou hebben bijgedragen aan de goede conditie van de druiven.

    De producenten konden verschillende kwaliteitscategorieën oogsten, van basiswijnen tot druiven voor hoogwaardige droge en zoete wijnen.

    Ook de Mittelrhein rapporteert gunstige kwaliteitsverwachtingen. Daar ligt de opbrengst volgens een regionale producent ongeveer 30 procent lager dan gebruikelijk. De kleinere bessen leverden wel geconcentreerder sap op.

    Rheingau en Rheinhessen oogsten bijzonder vroeg

    In de Rheingau begon de oogst van druiven voor mousserende wijn al op 15 augustus. Producenten melden rijpe druiven met relatief stabiele zuurgehalten.

    Ook Rheinhessen kende een opvallend vroege start. Een VDP-wijnbedrijf begon op 11 augustus met plukken, volgens de producent de vroegste datum in zijn geschiedenis.

    De druiven waren gezond en vertoonden volgens het bedrijf een goede balans tussen fruit en zuren. De mostgewichten lagen wel iets hoger dan in andere jaren.

    Dat laatste kan wijzen op een hoger suikergehalte, maar het uiteindelijke alcoholpercentage hangt ook af van de keuzes tijdens de vinificatie.

    Ook Franken en Oost-Duitsland melden kleinere oogsten

    In Franken spreken producenten over een van de warmste en droogste zomers die zij hebben meegemaakt. Veel wijnbedrijven begonnen al in augustus en beëindigden de oogst rond half september.

    Ondanks de droogte verwachten zij wijnen met een gematigd alcoholgehalte.

    In Sachsen en Saale-Unstrut viel vooral de beperkte opbrengst op. Producenten melden kleine druiven met een hoge concentratie aan inhoudsstoffen.

    De laatste rieslingdruiven werden daar in de eerste week van oktober geplukt.

    Ook in Württemberg melden aangesloten wijnbedrijven een iets benedengemiddelde opbrengst. Volgens de producenten hielpen waterhoudende bodems de wijnstokken om de droge zomer te doorstaan.

    Klimaatverandering blijft een uitdaging

    De vroege oogst van 2026 past volgens het VDP in een ontwikkeling waarbij Duitse wijnproducenten steeds vaker met hogere temperaturen en extreme weersomstandigheden te maken krijgen.

    Een warm groeiseizoen kan zorgen voor rijpere druiven, maar droogte, hagel en vroege uitloop brengen ook risico’s mee.

    Bovendien reageren druivenrassen, bodems en wijngaardlocaties verschillend op die omstandigheden.

    De positieve berichten over 2026 komen daarom met een belangrijke kanttekening: een gunstige druivenkwaliteit bij de oogst betekent niet automatisch dat alle wijnen van dat jaar uitzonderlijk worden.

    Eerste indruk: kwaliteit boven kwantiteit

    De eerste berichten uit de Duitse wijngebieden wijzen op een oogstjaar met beperkte opbrengsten, gezonde druiven en veel concentratie. Vooral riesling en spätburgunder lijken volgens de VDP-producenten goed te hebben gereageerd op de omstandigheden.

    De definitieve beoordeling volgt pas na de vergisting en verdere rijping. Voorlopig presenteert het VDP 2026 als een veelbelovend wijnjaar, met grote regionale verschillen.

    Redactionele toelichting: Dit artikel is gebaseerd op het aangeleverde oogstoverzicht van het VDP. De uitspraken over druivenkwaliteit, opbrengsten en oogstdata komen van aangesloten wijnproducenten. Onafhankelijke landelijke oogstcijfers en definitieve wijnbeoordelingen ontbreken in dit overzicht. Daarom zijn de kwaliteitsverwachtingen niet als vaststaande resultaten gepresenteerd.

  • Relais & Châteaux haalt paling van de menukaart

    Relais & Châteaux haalt paling van de menukaart

    Negentig procent van de aangesloten hotels en restaurants van Relais & Châteaux serveert naar eigen zeggen geen paling meer. De internationale hotel- en restaurantvereniging maakte dit bekend tijdens een bijeenkomst van haar World Culinary Council in Lissabon. De maatregel moet bijdragen aan de bescherming van de ernstig bedreigde Europese paling.

    Chefs bespreken toekomst van duurzame gastronomie

    Twintig chefs uit het internationale netwerk van Relais & Châteaux kwamen in Lissabon bijeen om te bespreken hoe restaurants en hotels hun invloed kunnen gebruiken om biodiversiteit te beschermen en duurzamer te werken.

    De bijeenkomst vond plaats onder leiding van Laurent Gardinier, president van Relais & Châteaux, en Mauro Colagreco, vicepresident voor de chefs binnen de vereniging.

    De organisatie telt volgens eigen opgave ongeveer 580 aangesloten hotels en restaurants in 65 landen. De World Culinary Council richt zich onder meer op verantwoord inkopen, het beschermen van bedreigde diersoorten en het versterken van lokale voedselketens.

    Een van de belangrijkste onderwerpen was de Europese paling, een vissoort waarvan de populatie al tientallen jaren onder zware druk staat.

    Negen op de tien locaties serveren geen paling

    Volgens een inventarisatie van Relais & Châteaux serveert inmiddels 90 procent van de aangesloten locaties geen paling meer. Binnen deze groep heeft 41 procent de vis actief van de menukaart verwijderd.

    Dat onderscheid is relevant. Een restaurant dat nooit paling serveerde, draagt immers niet op dezelfde manier bij aan een verandering in het aanbod als een restaurant dat bewust stopt met de verkoop ervan.

    De organisatie publiceert in het aangeleverde persbericht geen nadere informatie over de onderzoeksmethode, de respons of de controle van de opgegeven percentages. De cijfers zijn daarom vooralsnog niet onafhankelijk te verifiëren.

    Relais & Châteaux sloot zich in 2023 aan bij de campagne Eel, No Thank You van de Franse milieuorganisatie Ethic Ocean. Die campagne roept chefs, restaurateurs en consumenten op om geen paling meer te kopen of te serveren.

    Europese paling ernstig bedreigd

    De Europese paling (Anguilla anguilla) staat op de Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) als ernstig bedreigd.

    De achteruitgang heeft meerdere oorzaken. Overbevissing, illegale handel, watervervuiling, verlies van leefgebied en barrières zoals dammen en gemalen bemoeilijken het voortbestaan van de soort.

    De Europese paling heeft bovendien een ingewikkelde levenscyclus. De dieren groeien op in Europese binnenwateren en kustgebieden en trekken uiteindelijk naar de Sargassozee om zich voort te planten. Obstakels tijdens die migratie kunnen grote gevolgen hebben voor de populatie.

    Het persbericht spreekt van een afname van 90 procent in veertig jaar. Die formulering vraagt om nuance: wetenschappelijke onderzoeken maken onderscheid tussen de hoeveelheid jonge paling die Europese wateren bereikt, de volwassen populatie en regionale ontwikkelingen. Deze cijfers zijn niet zonder meer uitwisselbaar.

    Oproep tot strengere bescherming

    Relais & Châteaux en Ethic Ocean willen Europese ministers dit najaar opnieuw oproepen om de palingvisserij tijdelijk stil te leggen totdat de populatie zich voldoende heeft hersteld.

    Daarnaast pleiten de organisaties voor maatregelen tegen andere bedreigingen, waaronder vervuiling en obstakels in rivieren.

    Een tijdelijk visserijverbod alleen biedt namelijk geen volledige oplossing. Herstel van de palingstand vraagt ook om verbetering van leefgebieden, betere migratiemogelijkheden en effectieve bestrijding van illegale handel.

    Mauro Colagreco benadrukt dat chefs via hun inkoopbeleid invloed kunnen uitoefenen op de voedselketen. Volgens hem moeten restaurants niet alleen kijken naar de kwaliteit van hun ingrediënten, maar ook naar de ecologische gevolgen van hun keuzes.

    UNESCO-samenwerking brengt chefs naar Portugal

    Tijdens hun verblijf in Portugal bezochten de chefs het UNESCO Global Geopark Oeste en het gebied van de Berlengas, dat door UNESCO is erkend als biosfeerreservaat.

    De bezoeken maakten deel uit van de samenwerking tussen Relais & Châteaux en UNESCO, waarin aandacht bestaat voor de relatie tussen gastronomie, natuur en cultureel erfgoed.

    De deelnemers onderzochten hoe regionale producten, traditionele bereidingswijzen en lokale ecosystemen met elkaar samenhangen.

    Volgens Oihana Subijana, verbonden aan restaurant en hotel Akelarre in Spanje en vertegenwoordiger van Spanje en Portugal binnen de World Culinary Council, vormt biodiversiteit een belangrijke basis voor de kwaliteit van voedsel.

    De samenwerking moet chefs stimuleren om rekening te houden met de herkomst van ingrediënten en de gevolgen van hun inkoop voor de omgeving.

    Van goede bedoelingen naar meetbare resultaten

    Met de bijeenkomst in Lissabon wil Relais & Châteaux laten zien dat restaurants een rol kunnen spelen bij natuurbehoud. Het niet langer serveren van bedreigde diersoorten is daarvan een concreet voorbeeld.

    Tegelijk blijft de vraag hoe groot de daadwerkelijke ecologische invloed van dergelijke initiatieven is. Het percentage restaurants dat geen paling serveert, zegt op zichzelf nog niets over de hoeveelheid paling die daardoor minder wordt gevangen of verhandeld.

    Daarvoor zijn aanvullende gegevens nodig, bijvoorbeeld over eerdere inkoopvolumes en veranderingen in de vraag.

    De stap van Relais & Châteaux past binnen een bredere ontwikkeling waarbij restaurants steeds vaker worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de herkomst van producten en de bescherming van natuurlijke hulpbronnen.

    Voor de gastronomie ligt de uitdaging niet alleen bij het ontwikkelen van duurzamere menu’s, maar vooral bij het aantoonbaar verminderen van de belasting op natuur en milieu.

  • Vakman te duur: Nederlanders klussen steeds vaker zelf

    Vakman te duur: Nederlanders klussen steeds vaker zelf

    Een schilder inhuren, een vloer leggen of een nieuwe deur monteren? Veel Nederlanders pakken dergelijke werkzaamheden liever zelf aan. Volgens onderzoek van deurenleverancier Degelijke Deuren vindt 77 procent de tarieven van vakmensen te hoog. Online instructievideo’s en kunstmatige intelligentie (AI) helpen consumenten om zelf aan de slag te gaan. Toch blijft de vraag of digitaal advies voldoende is om iedere klus veilig en vakkundig uit te voeren.

    Degelijke Deuren liet ongeveer duizend Nederlanders tussen 16 en 69 jaar ondervragen over hun klusgedrag. Volgens het bedrijf stelt een kwart van de ondervraagden werkzaamheden uit omdat zij geen beschikbare vakman kunnen vinden.

    De resultaten wijzen erop dat kosten en beschikbaarheid een belangrijke rol spelen bij de keuze om zelf te klussen. Het onderzoek maakt echter niet duidelijk hoeveel mensen daadwerkelijk vaker zelf klussen dan enkele jaren geleden.

    Schilderen en boren doen Nederlanders zelf

    Eenvoudige werkzaamheden voeren veel ondervraagden zonder professionele hulp uit. Minstens driekwart zegt zelf te schilderen, te boren of voorwerpen op te hangen. Ook behangen neemt meer dan de helft voor eigen rekening.

    Bij technisch ingewikkeldere werkzaamheden neemt de bereidheid af. Toch leggen sommige respondenten zelf vloeren, monteren ze binnendeuren of voeren ze elektrische werkzaamheden uit. Tegelen besteden de meesten liever uit.

    Ongeveer één op de tien ondervraagden geeft aan helemaal niet zelf te klussen.

    Dat mensen bepaalde werkzaamheden zelf uitvoeren, betekent overigens niet automatisch dat zij daarvoor voldoende kennis of ervaring hebben. Vooral bij elektrische installaties kunnen fouten ernstige gevolgen hebben.

    Klussen levert ook voldoening op

    Geld besparen vormt niet de enige reden om zelf aan de slag te gaan. Volgens het onderzoek ervaart ruim twee derde van de ondervraagden voldoening wanneer zij een klus zelf uitvoeren.

    Het gevoel iets zelfstandig te hebben gemaakt of gerepareerd, speelt daarmee eveneens een rol.

    Jasper Halleriet van Degelijke Deuren ziet dat consumenten door de beschikbaarheid van online informatie meer werkzaamheden aandurven. Hij wijst op montagehandleidingen, instructievideo’s en AI-toepassingen die gebruikers stap voor stap door een klus kunnen begeleiden.

    Die ontwikkeling is ook commercieel interessant voor het bedrijf, dat zelf deuren verkoopt. De onderzoeksresultaten verdienen daarom enige voorzichtigheid bij de interpretatie.

    YouTube en AI als digitale klusadviseur

    Familieleden en vrienden blijven volgens de onderzoekers de belangrijkste informatiebron voor doe-het-zelvers. YouTube volgt op de tweede plaats.

    Daarnaast raadplegen consumenten handleidingen van fabrikanten, websites, bouwmarktmedewerkers en AI-toepassingen.

    Bijna één op de drie ondervraagde klussers zegt inmiddels AI te gebruiken voor advies. Twee derde geeft aan dat online video’s en AI hen helpen om werkzaamheden aan te durven die zij anders mogelijk zouden uitbesteden.

    AI kan bijvoorbeeld uitleg geven over gereedschap, materialen en de volgorde van werkzaamheden. Toch biedt een digitaal stappenplan geen garantie dat een klus technisch correct of veilig verloopt. Bij werkzaamheden aan elektriciteit, gasinstallaties en dragende constructies blijft deskundige beoordeling belangrijk.

    Jonge vrouwen doorbreken traditionele rolverdeling

    Het onderzoek signaleert ook verschillen tussen leeftijdsgroepen en tussen mannen en vrouwen.

    Jongeren van 16 tot 29 jaar zeggen relatief vaak dat zij minder klusvaardig zijn dan hun ouders. Tegelijk gebruiken zij online informatie om ontbrekende kennis aan te vullen.

    Vooral jonge vrouwen zoeken volgens het onderzoek vaker advies via sociale media. Zij raadplegen TikTok en Instagram ruim twee keer zo vaak als jonge mannen en maken ook vaker gebruik van AI.

    De onderzoekers melden bovendien dat jonge vrouwen vaker zelf een vloer leggen dan mannen van dezelfde leeftijd. Onder dertigers zouden vrouwen vaker zelfstandig een deur monteren.

    Bij zestigplussers ligt die verhouding anders. In deze leeftijdsgroep voeren mannen volgens het onderzoek vaker werkzaamheden aan deuren en elektrische installaties uit.

    Deze resultaten suggereren dat traditionele verschillen in klusgedrag tussen mannen en vrouwen bij jongere generaties minder vanzelfsprekend zijn. Zonder exacte aantallen per leeftijds- en geslachtsgroep valt echter moeilijk te beoordelen hoe groot die verschillen werkelijk zijn.

    Zelf een deur monteren vraagt nauwkeurigheid

    Deurenleverancier Degelijke Deuren wijst specifiek op de groeiende belangstelling voor het zelfstandig monteren van binnendeuren.

    Volgens het onderzoek raadplegen consumenten die zelf een deur plaatsen relatief vaak de handleiding of website van de fabrikant.

    Dat is begrijpelijk. Een deur correct afhangen vraagt nauwkeurig meten, het juiste gereedschap en kennis van scharnieren, sluitwerk en kozijnen. Kleine meetfouten kunnen ervoor zorgen dat een deur klemt of niet goed sluit.

    Een instructievideo kan daarbij helpen, maar neemt de noodzaak van zorgvuldig werken niet weg.

    Onderzoeksresultaten vragen om nuance

    Het onderzoek schetst een beeld van Nederlanders die kosten willen besparen, plezier beleven aan zelf klussen en steeds vaker digitale hulpmiddelen raadplegen.

    Tegelijk kent de beschikbare informatie beperkingen. Degelijke Deuren vermeldt in het aangeleverde bericht niet welk onafhankelijk onderzoeksbureau de enquête uitvoerde, hoe de steekproef werd samengesteld of wanneer het veldwerk plaatsvond.

    Ook ontbreken de volledige vragenlijst, de exacte percentages bij verschillende werkzaamheden en de statistische onzekerheidsmarges.

    Daarom kunnen de uitkomsten niet zonder meer aantonen dat Nederlanders tegenwoordig daadwerkelijk meer zelf klussen dan vroeger.

    Wat het onderzoek wel laat zien, is dat veel ondervraagden professionele hulp duur vinden en online informatie gebruiken om werkzaamheden zelfstandig aan te pakken.

    De vakman verdwijnt daarmee niet uit beeld. Maar bij de keuze tussen een offerte aanvragen en eerst een instructievideo bekijken, lijkt voor een deel van de consumenten de telefoon tegenwoordig het eerste gereedschap.

  • Nederlanders zien cosmetica als meer dan uiterlijk

    Nederlanders zien cosmetica als meer dan uiterlijk

    Voor veel Nederlanders draait persoonlijke verzorging niet alleen om er goed uitzien. Ook zelfvertrouwen en welzijn spelen een rol. Volgens de Consumentenperceptiestudie 2026 heeft 93 procent van de Nederlanders een dagelijkse verzorgingsroutine. Ruim acht op de tien ondervraagden leggen bovendien een verband tussen persoonlijke verzorging, hun welbevinden en gezond ouder worden.

    Uit de Nederlandse resultaten van het onderzoek blijkt dat 83 procent van de deelnemers vindt dat hun verzorgingsroutine een positieve invloed heeft op hoe zij zich voelen. Zij zien ook een verband met gezond ouder worden. Dat betekent overigens niet dat het onderzoek aantoont dat cosmetische producten daadwerkelijk het verouderingsproces vertragen of de gezondheid verbeteren.

    Persoonlijke verzorging en zelfvertrouwen

    Voor veel ondervraagden speelt persoonlijke verzorging ook een rol buiten de badkamer. Zo zegt 75 procent dat hun dagelijkse routine helpt om met zelfvertrouwen deel te nemen aan werk, school en sociale activiteiten.

    Daarnaast onderschrijft 76 procent de stelling dat een prettig en zelfverzekerd gevoel bijdraagt aan de productiviteit. Het onderzoek beschrijft daarmee vooral hoe consumenten de invloed van persoonlijke verzorging zelf ervaren.

    Of mensen door het gebruik van cosmetica daadwerkelijk productiever worden, valt uit deze antwoorden niet af te leiden.

    Cosmetica volgens de branchevereniging

    Ronald van Welie, directeur van de Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV), ziet in de resultaten een bevestiging dat consumenten persoonlijke verzorging breder beoordelen dan alleen op uiterlijk.

    Volgens Van Welie verbinden Nederlanders het gebruik van verzorgingsproducten aan gevoelens van comfort, zelfvertrouwen en welzijn. Hij benadrukt dat persoonlijke verzorging voor veel mensen onderdeel vormt van hun dagelijkse gewoonten.

    De NCV vertegenwoordigt de cosmeticasector en heeft daarmee ook een belang bij de maatschappelijke waardering van verzorgingsproducten.

    Onderzoek onder 400 Nederlanders

    De Nederlandse cijfers komen uit de Europese Consumentenperceptiestudie 2026. Onderzoeksbureau Ifop voerde het onderzoek uit in opdracht van Cosmetics Europe, de Europese brancheorganisatie voor cosmetica.

    In totaal namen 6.001 Europese consumenten deel, onder wie 400 Nederlanders.

    Die Nederlandse steekproef biedt inzicht in de opvattingen van de ondervraagden, maar vraagt om enige voorzichtigheid bij het vertalen van de percentages naar de gehele Nederlandse bevolking. Het aangeleverde persbericht vermeldt niet hoe de onderzoekers de deelnemers selecteerden, of zij de resultaten wogen en welke foutmarges gelden.

    Ervaring is geen bewezen effect

    De uitkomsten laten vooral zien welke betekenis consumenten zelf aan persoonlijke verzorging geven. Een dagelijkse routine kan voor hen samenhangen met een prettig gevoel, meer zelfvertrouwen of het idee goed voor zichzelf te zorgen.

    Dat is iets anders dan wetenschappelijk aantonen dat cosmetica rechtstreeks bijdraagt aan een betere gezondheid, hogere productiviteit of gezonder ouder worden.

    De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dan ook dat veel ondervraagde Nederlanders persoonlijke verzorging niet uitsluitend als een kwestie van uiterlijk beschouwen, maar ook verbinden aan hun dagelijks welzijn.

  • Julius Jaspers wordt ambassadeur Hersenstichting

    Julius Jaspers wordt ambassadeur Hersenstichting

    TV-kok, ondernemer en kookboekenschrijver Julius Jaspers wordt ambassadeur van de Hersenstichting. Jaspers kreeg in 2025 een hersenbloeding en wil zijn ervaringen met zijn herstel gebruiken om aandacht te vragen voor hersenaandoeningen en de gevolgen daarvan.

    De Hersenstichting maakte zijn ambassadeurschap woensdag bekend tijdens het Business Breakfast in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. Het jaarlijkse evenement voor zakelijke relaties van de stichting stond dit jaar in het teken van hersengezondheid op de werkvloer.

    Voor Jaspers heeft zijn nieuwe rol een persoonlijke aanleiding. In 2025 kreeg hij een hersenbloeding, waarna een intensieve revalidatieperiode volgde.

    „Een hersenbloeding heeft mijn leven van de ene op de andere dag veranderd”, zegt Jaspers. „Die ervaring wil ik graag inzetten om anderen te helpen en meer aandacht te vragen voor het belang van gezonde hersenen en voor mensen die leven met de gevolgen van een hersenaandoening.”

    Herstel vastgelegd in documentaire

    Jaspers werkte eerder met de Hersenstichting samen aan de vierdelige documentaireserie Back On Track. Daarin wordt zijn herstel na de hersenbloeding gevolgd.

    De Hersenstichting omschrijft de serie als een verslag van zijn zoektocht naar wat na zijn hersenbloeding en revalidatie opnieuw mogelijk is. Ook neuropsycholoog Erik Scherder, ondernemer Oos Kesbeke en chef-kok Ron Blaauw komen in de serie aan het woord. De documentaire is via de Hersenstichting en YouTube te bekijken.

    Jaspers vertelt dat de hersenbloeding hem dwong zijn mogelijkheden en prioriteiten opnieuw te bekijken.

    „Ineens moest ik opnieuw ontdekken wat ik wel en niet kon en wat voor mij belangrijk is. Tijdens mijn revalidatie heb ik geleerd om vooral te kijken naar wat wél kan, in plaats van naar wat niet meer kan.”

    Een hersenbloeding is een vorm van een beroerte. Daarbij scheurt een bloedvat, waardoor bloed in of rond de hersenen terechtkomt en hersenweefsel beschadigd kan raken. De gevolgen verschillen sterk per patiënt en zijn onder meer afhankelijk van de plaats en omvang van de bloeding.

    Aandacht voor gevolgen hersenaandoeningen

    Als ambassadeur wil Jaspers volgens de Hersenstichting vooral aandacht vragen voor de gevolgen die een hersenaandoening in het dagelijks leven kan hebben.

    Directeur-bestuurder David Verschoor van de Hersenstichting noemt de persoonlijke ervaring van Jaspers daarbij belangrijk.

    „Zijn verhaal maakt voelbaar hoeveel impact een hersenaandoening heeft op het dagelijks leven. Met zijn openheid en energie kan hij veel mensen bereiken”, aldus Verschoor.

    Volgens de meest recente cijfers van de Hersenstichting leven ongeveer 4,6 miljoen mensen in Nederland met een hersenaandoening. Daaronder vallen zeer uiteenlopende aandoeningen, van dementie, Parkinson en beroertes tot migraine en verschillende psychische aandoeningen.

    De Hersenstichting richt zich onder meer op wetenschappelijk onderzoek, preventie, behandeling en ondersteuning van mensen met een hersenaandoening. In 2025 investeerde de organisatie naar eigen zeggen ruim 18 miljoen euro in onderzoek, projecten en andere activiteiten rond hersengezondheid.

    Met zijn ambassadeurschap verbindt Jaspers zijn bekendheid als kok, ondernemer en auteur daarmee aan een onderwerp waarmee hij sinds zijn hersenbloeding ook persoonlijk te maken heeft.

  • Spanje gunstigste EU-markt voor nieuw restaurant

    Spanje gunstigste EU-markt voor nieuw restaurant

    Spanje biedt volgens een nieuw vergelijkend onderzoek van Makro Webshop de gunstigste omstandigheden voor het openen van een restaurant. Finland, Denemarken en Zweden volgen. Nederland eindigt als achtste van twintig onderzochte EU-landen. De ranglijst geeft echter vooral een indicatie: een deel van de gebruikte gegevens is historisch en sommige indicatoren zeggen maar beperkt iets over de werkelijke exploitatiekosten van een restaurant.

    Het Restaurant Launch Report vergelijkt twintig EU-markten aan de hand van negen indicatoren. Die vallen onder vier thema’s: omzet en vraag, kosten en marges, bureaucratie en personeel, en concurrentie en vastgoed. Alle onderdelen wegen even zwaar in de uiteindelijke score.

    Spanje komt in die vergelijking als nummer één uit de bus. Vooral de omvangrijke toeristische sector, het relatief lage prijsniveau en de energiekosten werken volgens de onderzoekers in het voordeel van het land. Finland, Denemarken en Zweden bezetten de volgende plaatsen. Ierland, Frankrijk, Duitsland en Nederland maken de eerste acht compleet.

    Toerisme geeft Spanje een voorsprong

    De grote toeristische markt speelt een belangrijke rol in de Spaanse score. Volgens Eurostat ontving Spanje in 2024 ongeveer 98 miljard euro aan inkomsten uit internationaal reisverkeer. Frankrijk volgde met 71 miljard en Italië met 54 miljard euro. Daarmee kloppen de belangrijkste toerismecijfers uit het rapport met de gegevens van Eurostat.

    Het gaat daarbij overigens om inkomsten uit internationaal reisverkeer en niet uitsluitend om geld dat buitenlandse toeristen in restaurants uitgeven. De cijfers omvatten ook andere uitgaven tijdens internationale reizen. Ze geven dus vooral een indruk van de omvang van de toeristische markt.

    Makro kijkt daarnaast naar de binnenlandse vraag. Volgens het rapport besteden Nederlandse consumenten jaarlijks ongeveer 2.100 euro per persoon aan horeca, tegenover circa 1.900 euro gemiddeld in de onderzochte landen. De gemiddelde omzet per foodservicebedrijf bedraagt in Nederland volgens de analyse ongeveer 380.000 euro.

    Nederland relatief gunstig met voedselprijzen

    Bij de kosten kijkt het onderzoek onder meer naar het algemene prijsniveau voor eten en drinken. Nederland scoort daarop relatief gunstig, maar het verschil met het Europese gemiddelde is klein.

    Eurostat zette het Nederlandse prijsniveau voor voedingsmiddelen en niet-alcoholische dranken in 2025 op 99, waarbij het EU-gemiddelde 100 bedraagt. Spanje en Hongarije kwamen uit op 95 en Polen en Tsjechië op 90. De kwalificatie dat Nederland tot de relatief voordelige landen behoort, is daarmee verdedigbaar, maar Nederland is bepaald geen prijsvechter binnen Europa.

    Bovendien meet deze Eurostat-indicator consumentenprijzen. Het cijfer staat daarom niet gelijk aan de inkoopprijs die een restaurateur voor ingrediënten betaalt. Ook Makro vermeldt die beperking in de eigen toelichting.

    Energie blijft Nederlandse kostenpost

    Groter zijn de verschillen bij elektriciteit. Dat is voor restaurants relevant omdat koeling, ventilatie, ovens, vaatwassers en andere keukenapparatuur veel energie gebruiken.

    Volgens Eurostat betaalden niet-huishoudelijke afnemers met een jaarlijks verbruik van 500 tot 2.000 megawattuur in de tweede helft van 2025 gemiddeld 18,37 euro per 100 kWh in de EU. Finland behoorde met 7,48 euro per 100 kWh tot de goedkoopste landen en Zweden met 9,70 euro eveneens tot de onderkant van de markt.

    Makro rekent voor Nederland met ongeveer 21 cent per kWh en stelt vast dat Noord-Europese landen in zijn vergelijking rond 9 tot 13 cent liggen. De richting van dat verschil wordt door de Eurostat-cijfers ondersteund. De exacte energierekening van een restaurant hangt uiteraard ook af van contractvorm, verbruik, belastingen, aansluitkosten en het moment waarop een energiecontract is afgesloten.

    Personeelskrapte speelt Nederland parten

    Nederland verliest in de vergelijking punten op de arbeidsmarkt. Makro gebruikt daarvoor onder meer het vacaturepercentage als graadmeter.

    Dat Nederland een relatief krappe arbeidsmarkt heeft, blijkt ook uit recente cijfers van Eurostat. In het vierde kwartaal van 2025 had Nederland met 3,9 procent het hoogste algemene vacaturepercentage van de EU. Spanje behoorde met 0,9 procent juist tot de landen met de laagste vacaturegraad.

    Ook Europees gezien blijft personeel in hotels en restaurants een aandachtspunt. In het eerste kwartaal van 2026 bedroeg het vacaturepercentage voor de sector accommodatie en horeca 3,0 procent in de EU en 3,2 procent in de eurozone.

    Een laag vacaturepercentage betekent overigens niet automatisch dat goed horecapersoneel gemakkelijk beschikbaar is. Het cijfer meet openstaande vacatures ten opzichte van het totale aantal arbeidsplaatsen en zegt bijvoorbeeld niets over vakbekwaamheid, personeelsverloop of de tijd die nodig is om een kok of bedieningsmedewerker te vinden.

    Bureaucratiescore vraagt om kanttekening

    Bij het onderdeel bureaucratie is een grotere waarschuwing nodig. Makro gebruikt hiervoor de indicator Starting a Business uit het Doing Business-archief van de Wereldbank. Nederland, Griekenland, Ierland en Frankrijk komen op basis daarvan relatief gunstig uit de vergelijking.

    Die gegevens zijn echter niet actueel. De Wereldbank stopte in september 2021 met het Doing Business-onderzoek nadat onregelmatigheden waren vastgesteld in eerdere edities. De laatste volledige studie verscheen in 2019 en de historische dataset loopt tot 2019. De Wereldbank verving het onderzoek inmiddels door het nieuwe Business Ready-programma.

    De bureaucratiescore uit het Makro-onderzoek moet daarom vooral als historische vergelijkingswaarde worden gelezen en niet als meting van de administratieve situatie in 2026. Bovendien was de oorspronkelijke Doing Business-indicator gebaseerd op een gestandaardiseerd type onderneming en doorgaans op de grootste stad van een land. De Wereldbank waarschuwt zelf dat de uitkomsten daardoor niet zonder meer voor iedere onderneming of locatie gelden.

    Nederland achtste

    Alles bij elkaar zet Makro Nederland op de achtste plaats van de twintig onderzochte EU-markten. De relatief sterke binnenlandse vraag en het prijsniveau voor voedingsmiddelen werken in het voordeel van Nederland. Hogere energiekosten en de krappe arbeidsmarkt drukken de score.

    De ranglijst zegt echter niet dat een restaurant in Spanje automatisch betere kansen heeft dan een restaurant in Nederland. De onderzoekers normaliseren negen verschillende indicatoren naar een schaal van 1 tot 100 en laten die vervolgens even zwaar meetellen. De gekozen indicatoren en wegingsmethode bepalen daardoor mede de uiteindelijke volgorde.

    Voor een individuele ondernemer blijven factoren als huurprijs, loonkosten, lokale concurrentie, vergunningen, koopkracht, concept en locatie minstens zo belangrijk. Een uitstekend restaurant op de verkeerde plek blijft tenslotte vooral een uitstekend restaurant op de verkeerde plek.

    Makro heeft daarom naast de landenranglijst voor Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië ook enkele steden vergeleken. Daarbij kijkt het bedrijf onder meer naar restaurantdichtheid, commerciële huren, lokale koopkracht en mogelijkheden voor terrassen.

    Bronnen: Restaurant Launch Report van Makro Webshop, Eurostat en Wereldbank.

    Bekijk het volledige Restaurant Launch Report van Makro

  • Franse wijnoogst 2026 blijft historisch klein

    Franse wijnoogst 2026 blijft historisch klein

    De Franse wijnproductie komt in 2026 naar verwachting uit op 34,9 miljoen hectoliter. Daarmee valt de oogst ruim een miljoen hectoliter groter uit dan aanvankelijk werd voorzien, maar blijft hij historisch klein. Vooral in het zuiden van Frankrijk blijken de opbrengsten hoger dan eerder werd gedacht.

    De Franse landbouwstatistiekdienst Agreste heeft de raming op 7 oktober naar boven bijgesteld. Begin september ging de dienst nog uit van ongeveer 34 miljoen hectoliter. Die eerdere raming betekende een daling van 6 procent ten opzichte van 2025 en 17 procent ten opzichte van het gemiddelde over 2021-2025.

    Met de nieuwste schatting van 34,9 miljoen hectoliter verandert het algemene beeld echter nauwelijks: Frankrijk beleeft opnieuw een uitzonderlijk kleine wijnoogst.

    Meer wijn dan in september verwacht

    De bijstelling bedraagt ongeveer 1,1 miljoen hectoliter ten opzichte van de eerste gedetailleerde verwachtingen van begin september. Volgens de nu beschikbare cijfers blijft de productie circa 2 procent onder die van 2025 en ongeveer 14 procent onder het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar.

    Dat past in een ontwikkeling die al enkele jaren zichtbaar is. Ook 2024 was een uitzonderlijk klein wijnjaar. Frankrijk produceerde toen volgens Agreste 36,5 miljoen hectoliter, 23 procent minder dan in 2023. Agreste noemde die productie destijds historisch laag en vergelijkbaar met de zwakke oogsten van 2017 en 2021.

    De cijfers over 2025 zijn overigens nog niet helemaal eenduidig. Agreste raamde de oogst in november 2025 op 36,2 miljoen hectoliter, terwijl in de nu gepubliceerde berichtgeving rond de oogst van 2026 ook een cijfer van circa 35,9 miljoen hectoliter wordt gebruikt. Voor vergelijkingen met eerdere jaren blijft het daarom verstandig rekening te houden met voorlopige en later herziene cijfers.

    Weer én rooien drukken de productie

    De lage productie in 2026 heeft meerdere oorzaken. Vorst, hittegolven, hagel en plaatselijk natuurbranden hebben hun sporen in de wijngaarden achtergelaten. Daarnaast speelt een structurele ontwikkeling: het Franse wijngaardareaal neemt af.

    Volgens de Franse berichtgeving is het productieve oppervlak met ongeveer 2 procent afgenomen, onder meer door de rooiprogramma’s van 2025. Daarnaast worden sommige wijngaarden niet langer onderhouden of opnieuw in productie genomen.

    De combinatie van minder hectares en tegenvallende opbrengsten verklaart waarom de nationale productie laag blijft, ondanks de opwaartse bijstelling van oktober.

    Languedoc-Roussillon herstelt

    De verrassing zit vooral in het zuiden. In Languedoc-Roussillon blijken de opbrengsten hoger dan eerder tijdens de oogst werd verwacht. Daarmee beweegt de productie in deze grote wijnregio weer meer richting normale niveaus.

    Dat is voor wijnbouwers niet uitsluitend goed nieuws. Een grotere oogst levert meer verkoopbare wijn op, maar komt op een moment dat delen van de Franse wijnsector juist kampen met een teruglopende consumptie en een aanbod dat voor sommige categorieën groter is dan de vraag.

    Daarom kan een relatief ruime oogst in Zuid-Frankrijk opnieuw druk zetten op de prijzen van met name minder hoog gepositioneerde wijnen. De stelling dat de grotere oogst automatisch tot lagere prijzen zal leiden, zoals uit de oorspronkelijke Franse tekst kan worden afgeleid, gaat echter te ver. De uiteindelijke prijsontwikkeling hangt ook af van voorraden, binnenlandse consumptie en export.

    Franse wijnsector blijft onder druk

    De kleine oogst lost de structurele problemen van de Franse wijnsector dan ook niet vanzelf op. Agreste constateerde eerder dit jaar dat zelfs bij de beperkte productie van 2025 de teruglopende export druk uitoefende op de prijzen van Franse wijn en gedistilleerde dranken.

    De oogst van 2026 levert daarmee een enigszins paradoxaal beeld op. Nationaal is er weinig wijn, maar regionaal kan er toch sprake zijn van een ruim aanbod. Vooral voor Zuid-Franse producenten is een vat dat iets voller zit dus niet automatisch reden om de kurken te laten knallen.

    Bron: Agreste – Franse landbouwstatistiek, Franse ministerie van Landbouw.

  • Tenuta Monteti kiest voor precisie per wijngaard

    Tenuta Monteti kiest voor precisie per wijngaard

    In de zuidelijke Maremma, vlak bij Capalbio, werkt Tenuta Monteti met een opvallend fijnmazige aanpak. Het Toscaanse wijnbedrijf behandelt zijn circa 30 hectare wijngaard niet als één geheel, maar als een mozaïek van afzonderlijke percelen. Druiven worden per perceel gevolgd, geoogst, gevinifieerd en gedurende een groot deel van de rijping apart gehouden. Pas later bepaalt het wijnteam welke componenten in de uiteindelijke assemblages terechtkomen.

    Die werkwijze vormt inmiddels een belangrijk onderdeel van de identiteit van het familiebedrijf. Tenuta Monteti werd in 1998 opgericht door Gemma Bracco en Paolo Baratta. Sinds 2010 leiden hun dochter Eva Baratta en haar man Javier Pedrazzini het domein. Oenoloog Carlo Ferrini is sinds het begin als consultant bij het bedrijf betrokken. De huidige gegevens uit het persdossier worden op deze punten bevestigd door informatie van het wijnhuis zelf.

    Van weiland naar wijngaard

    Bracco en Baratta vonden eind jaren negentig een kleine vallei bij Capalbio waar destijds nog geen bestaande wijnbouwstructuur was waarop zij konden voortbouwen. Samen met Ferrini kozen ze voor druivenrassen als Petit Verdot, Cabernet Sauvignon, Merlot, Cabernet Franc en Alicante Bouschet.

    De eerste jaargang verscheen in 2004. In datzelfde jaar kwam ook de speciaal voor het bedrijf ontworpen kelder gereed. Die ligt voor ongeveer twee derde onder de grond en is ingericht om met zwaartekracht te werken en druiven van verschillende percelen afzonderlijk te verwerken.

    Het landgoed omvat volgens het actuele persdossier 142 hectare, waarvan 30 hectare wijngaard en 20 hectare olijfgaard. De wijngaarden liggen gemiddeld op 145 meter hoogte en ongeveer 15 kilometer van de Tyrreense kust. De bodem bestaat uit steenrijk materiaal boven een kleilaag, met plaatselijk slib- en zandhoudende zones.

    Over de omvang circuleren overigens verschillende cijfers. Gambero Rosso vermeldt momenteel 28 hectare wijngaard en een jaarproductie van circa 130.000 flessen, terwijl Tenuta Monteti zelf 30 hectare opgeeft. Dat verschil kan samenhangen met de manier waarop aangeplante en productieve hectares worden geteld.

    Dertig percelen, negentig wijnen

    De percelen verschillen onder meer in ligging, bodem en waterhuishouding. Tenuta Monteti past bemesting, bodembewerking, uitdunning en het moment van oogsten daarop aan. Een weerstation ondersteunt de monitoring van de wijngaard. Tussen de rijen zaait het bedrijf groenbemesters en in het voorjaar zet het nuttige insecten in voor biologische plaagbestrijding. De druiven worden met de hand en zo nodig in meerdere passages geoogst.

    Ook in de kelder blijft die scheiding bestaan. Dertig fermentatietanks maken afzonderlijke vinificatie mogelijk. Temperatuur, duur van de schilweking, extractie en rijping kunnen daardoor per partij verschillen. Omdat verschillende oogstjaren tegelijkertijd in de kelder liggen, kan het wijnteam op enig moment met ongeveer negentig afzonderlijke partijen werken.

    Dat klinkt bijna als administratieve overdaad met druiven, maar heeft een duidelijk doel: pas na afzonderlijke rijping bepaalt het team welke partijen samen een wijn vormen. De assemblage hoeft daardoor niet ieder jaar volgens exact hetzelfde recept te worden samengesteld.

    Drie Toscana IGT-wijnen

    Tenuta Monteti produceert drie wijnen onder de appellatie Toscana IGT. Monteti bestaat hoofdzakelijk uit Petit Verdot, aangevuld met Cabernet Franc en Cabernet Sauvignon. De wijn rijpt 18 tot 20 maanden in Franse barriques en tonneaux, vervolgens zes maanden in beton en daarna nog twee jaar op fles.

    Caburnio combineert Cabernet Sauvignon, Alicante Bouschet en Merlot. Ongeveer de helft rijpt in roestvrij staal en de andere helft in barriques en tonneaux, waarna nog rijping in beton en op fles volgt. De in 2014 geïntroduceerde TM Rosé wordt volgens het huidige persdossier gemaakt van 70 procent Merlot, 20 procent Cabernet Franc en 10 procent Mourvèdre.

    Opvallend is dat een publicatie van WineNews over de jaargang 2024 alleen Merlot en Cabernet Franc vermeldt. Het persdossier geeft aan dat Mourvèdre later aan het assortiment druivenrassen is toegevoegd voor de rosé. De exacte samenstelling kan daarmee per oogstjaar verschillen, iets wat aansluit bij de verklaarde werkwijze van het domein

    Duurzaamheid met certificering

    De duurzaamheidsclaims in het persbericht zijn voor een belangrijk deel controleerbaar. Tenuta Monteti beschikt over een V.I.V.A.-certificering; het officiële register van het Italiaanse programma vermeldt het bedrijf met een geldigheid tot 10 juli 2027. Ook Monteti en Caburnio staan in het V.I.V.A.-register als gecertificeerde wijnen.

    Daarnaast vermeldt het bedrijf de Italiaanse SQNPI-certificering voor geïntegreerde en duurzamere landbouw. Tenuta Monteti zelf dateert die certificering op 2024. Het persdossier noemt op één plaats 2023, waardoor daar kennelijk een verschil in datering bestaat. De certificeringsnummers die het bedrijf publiceert, komen wel overeen met die in het persdossier.

    Daarmee is Tenuta Monteti vooral een voorbeeld van een moderne Maremma-producent die niet probeert zijn dertig hectare zo uniform mogelijk te behandelen. Het bedrijf doet juist het tegenovergestelde: verschillen tussen percelen zo lang mogelijk bewaren en pas bij de uiteindelijke assemblage beslissen wat bij elkaar hoort. In een wijnwereld waarin terroir soms gemakkelijker wordt uitgesproken dan aangetoond, is dat in ieder geval een behoorlijk concrete werkwijze.

  • Azurite en SUIS krijgen twee Michelinsterren

    Azurite en SUIS krijgen twee Michelinsterren

    De Nederlandse gastronomie telt twee nieuwe restaurants met twee Michelinsterren. Azurite in Delft, van chef Mario Ridder, en SUIS in Schin op Geul, van Ralf Berendsen, kregen maandag 5 oktober tijdens de presentatie van de MICHELIN Gids Nederland 2026 in Maastricht direct twee sterren. De Librije in Zwolle blijft het enige Nederlandse restaurant met drie sterren. MICHELIN Guide

    Michelin presenteerde de nieuwe selectie in het MECC in Maastricht. De gids telt dit jaar 499 geselecteerde restaurants. Daarvan hebben 119 restaurants minimaal één ster: één restaurant heeft drie sterren, twintig restaurants hebben twee sterren en 98 zaken beschikken over één ster. Daarnaast telt de gids 77 Bib Gourmand-restaurants. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth…

    Opvallend is dat het totale aantal sterrenrestaurants gelijk blijft aan vorig jaar. Ook in de MICHELIN Gids 2025 stonden 119 Nederlandse restaurants met één, twee of drie sterren. MICHELIN Guide

    Mario Ridder keert terug met twee sterren

    Mario Ridder krijgt met zijn nieuwe restaurant Azurite in Delft twee sterren. Ridder bouwde eerder zijn reputatie op bij onder meer De Zwetheul en Joelia. Bij Azurite combineert hij klassieke Franse technieken met Nederlandse producten en besteedt hij nadrukkelijk aandacht aan wijn. Michelin omschrijft het restaurant als een van Ridders meest persoonlijke projecten. MICHELIN Guide

    Ook Ralf Berendsen keert terug op tweesterrenniveau. Nadat hij La Butte aux Bois in het Belgische Lanaken verliet, opende hij SUIS in Schin op Geul. Michelin waardeert daar vooral de technische precisie en de gelaagdheid van zijn keuken. Met de toevoeging van Azurite en SUIS telt Nederland nu twintig restaurants met twee sterren. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth…

    De volledige officiële lijst bevestigt beide nieuwkomers tussen de Nederlandse tweesterrenrestaurants. MICHELIN Guide

    De Librije blijft alleen aan de top

    Aan de absolute top verandert weinig. De Librije in Zwolle behoudt drie Michelinsterren en blijft daarmee het enige Nederlandse restaurant met de hoogste waardering van Michelin. RTV Focus

    Na het overlijden van Jonnie Boer in april 2025 zetten Thérèse Boer, chef Nelson Tanate en het team het restaurant voort. Michelin stelt dat de keuken de culinaire lijn en het gedachtegoed van Boer blijft volgen en kende De Librije daarom opnieuw drie sterren toe.

    Zeven nieuwe restaurants met één ster

    Zeven restaurants krijgen in de gids van 2026 voor het eerst één Michelinster:

    • Ambrozijn – Valkenburg
    • Bij Sidney – Loenen aan de Vecht
    • De Cuijt – Mierlo
    • Le Epifaan – Veeningen
    • Nassau – Groningen
    • Rozewied – Kortgene
    • Wild Atelier – Hoog Soeren

    Michelin roemt bij Ambrozijn van Sven Nijenhuis de combinatie van Franse bereidingen en moderne technieken. Sidney Heinze kiest bij Bij Sidney juist nadrukkelijk voor een klassieke keuken. De Cuijt van Yukyung Lee en Koen van Weert combineert Franse technieken met Koreaanse invloeden. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth…

    Bij Nassau in Groningen laat Christian de Vries volgens de inspecteurs het product centraal staan. Noëmie Haentjens en Ferdy van Rijswijk verwerken bij Rozewied in Kortgene onder meer Zeeuwse producten en invloeden uit hun reizen, terwijl Jonathan Zandbergen bij Wild Atelier in Hoog Soeren sterk productgericht kookt. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth…

    De zeven nieuwkomers staan inmiddels ook in de officiële sterrenlijst van Michelin. MICHELIN Guide

    Tien nieuwe Bib Gourmands

    Naast de sterren voegt Michelin tien restaurants toe aan de Nederlandse selectie met een Bib Gourmand, de onderscheiding waarmee Michelin restaurants met een volgens de inspecteurs goede verhouding tussen prijs en kwaliteit aanduidt.

    Daarmee komt het totaal op 77 Bib Gourmand-restaurants. Onder de nieuwe adressen bevinden zich onder meer FuLu Mandarijn in Amsterdam, Brasserie Bruis in Haarlem en ORA | Taverna & Bar in Breda. 20261005_CP_MICHELIN_Guide_Neth… De officiële Michelin-lijst bevestigt zowel het totaal van 77 als de tien nieuwkomers. MICHELIN Guide

    Awards voor service, sommeliers en jong talent

    Michelin reikte in Maastricht daarnaast vier speciale onderscheidingen uit. Noëmie Haentjens en Ferdy van Rijswijk van Rozewied kregen de Young Chef Award. De Service Award ging naar het bedieningsteam van Château Neercanne in Maastricht.

    Matthijs Vranken en Nouri Haj Romdhane van Brut172 in Reijmerstok ontvingen samen de Sommelier Award. Michelin noemt daarbij onder meer hun aandacht voor Limburgse wijnen en alcoholvrije pairings. Restaurant Luwte in Groningen van chef Falk van Essen en gastvrouw-sommelier Caroline de Vries kreeg de onderscheiding Opening van het Jaar.

    Nederlandse sterrenstand blijft op 119

    Ondanks de nieuwe sterren verandert het totale aantal Nederlandse sterrenrestaurants dus niet. De MICHELIN Gids Nederland 2026 komt uit op 119 restaurants met minimaal één ster: 98 met één ster, twintig met twee sterren en De Librije als enige driesterrenrestaurant. MICHELIN Guide

    De verschuiving zit daarmee vooral binnen de selectie. Azurite en SUIS voegen zich direct bij de tweesterrenzaken, terwijl zeven restaurants voor het eerst een ster krijgen.

    Voor Michelin is 2026 daarmee geen jaar van een grotere Nederlandse sterrenhemel, maar wel van flink wat nieuwe namen eronder.