Categorie: Reizen

  • Reisverzekering kan uitkomst bieden na brandende powerbank op KLM-vlucht

    Reisverzekering kan uitkomst bieden na brandende powerbank op KLM-vlucht

    Passagiers van de KLM-vlucht naar Curaçao die op 17 september terugkeerde naar Schiphol vanwege een brandende powerbank, hebben van KLM te horen gekregen dat zij geen recht hebben op de gebruikelijke financiële compensatie. KLM beroept zich op buitengewone omstandigheden. Een reisverzekering kan volgens onderzoek van vergelijkingssite Overstappen.nl in sommige gevallen wel dekking bieden.

    Vlucht KL735 was op 17 september onderweg van Amsterdam naar Curaçao toen boven de Atlantische Oceaan een powerbank aan boord oververhit raakte en in brand vloog. De bemanning kreeg het vuur onder controle, waarna de Boeing 777 terugkeerde naar Schiphol. Volgens beschikbare vluchtgegevens waren 322 mensen aan boord. Het toestel landde ongeveer 5,5 uur na vertrek weer in Amsterdam.

    De passagiers werden vervolgens omgeboekt. Door het incident bereikten zij Curaçao uiteindelijk met aanzienlijke vertraging.

    KLM heeft inmiddels compensatieclaims van passagiers afgewezen. De luchtvaartmaatschappij stelt dat de vlucht werd verstoord vanwege veiligheidsredenen en beschouwt het incident als een buitengewone omstandigheid.

    €600 compensatie niet automatisch van tafel

    Op vluchten vanuit de Europese Unie geldt EU-Verordening 261/2004. Bij een aankomstvertraging van drie uur of meer kunnen passagiers onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op financiële compensatie. Voor een langeafstandsvlucht als Amsterdam-Curaçao kan die vergoeding €600 per passagier bedragen.

    Een luchtvaartmaatschappij hoeft die compensatie niet te betalen wanneer zij kan aantonen dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden.

    Daar zit bij deze vlucht een belangrijke juridische nuance. Dat KLM het incident als buitengewone omstandigheid kwalificeert, betekent niet automatisch dat daarmee juridisch definitief vaststaat dat geen recht op compensatie bestaat.

    Passagiers hebben KLM inmiddels om een nadere onderbouwing gevraagd. Enkele reizigers stellen bovendien dat de betreffende powerbank tijdens de vlucht werd gebruikt, terwijl KLM het gebruik en opladen van powerbanks aan boord verbiedt. KLM heeft niet bevestigd dat dit bij het incident daadwerkelijk het geval was.

    Of de omstandigheden rond deze specifieke brand juridisch voldoen aan de uitzonderingsgrond van de Europese verordening, kan uiteindelijk door een rechter worden beoordeeld.

    Reisverzekering hanteert andere regels

    Los van de Europese passagiersrechten kan een reisverzekering dekking bieden. Daarbij gelden niet de criteria uit EU-Verordening 261/2004, maar de polisvoorwaarden van de betreffende verzekeraar.

    Vergelijkingssite Overstappen.nl onderzocht naar eigen zeggen de voorwaarden van veertien reisverzekeringen. Bij acht daarvan zou een onverwachte vertraging zoals bij deze vlucht onder de dekking kunnen vallen.

    Bij vijf onderzochte verzekeraars zou dat niet het geval zijn, omdat hun voorwaarden alleen een vergoeding bieden wanneer de vertraging door specifiek genoemde gebeurtenissen wordt veroorzaakt, bijvoorbeeld natuurgeweld of een staking.

    De genoemde aantallen zijn afkomstig uit de analyse van Overstappen.nl en vormen geen onafhankelijk onderzoek naar de gehele Nederlandse verzekeringsmarkt. Bovendien hangt een daadwerkelijke uitkering altijd af van de precieze polis, gekozen dekking en individuele omstandigheden van de verzekerde.

    Voorwaarden bepalen of brand is gedekt

    Het verschil zit volgens Overstappen.nl vooral in de manier waarop verzekeraars hun voorwaarden hebben geformuleerd.

    Sommige verzekeringen bieden dekking bij een onverwachte vertraging zonder een beperkte lijst van mogelijke oorzaken te noemen. Een vertraging als gevolg van een brandende powerbank kan daardoor onder zo’n bepaling vallen.

    Andere verzekeraars werken met een limitatieve opsomming van gebeurtenissen waarbij een vergoeding wordt verstrekt. Wanneer brand aan boord of een vergelijkbare gebeurtenis daarin ontbreekt, kan een claim worden afgewezen.

    Reizigers doen er daarom verstandig aan niet alleen te kijken naar een eventuele afwijzing van KLM, maar afzonderlijk te controleren welke vertragingsdekking hun reisverzekering biedt.

    Zorgplicht blijft bestaan

    Een beroep op buitengewone omstandigheden ontslaat een luchtvaartmaatschappij niet van haar zorgplicht tegenover gestrande of vertraagde passagiers.

    EU-Verordening 261/2004 verplicht maatschappijen bij langdurige vertraging onder meer tot het verstrekken van maaltijden en verfrissingen in redelijke verhouding tot de wachttijd. Wanneer een overnachting noodzakelijk wordt, moet de luchtvaartmaatschappij ook hotelaccommodatie en vervoer tussen luchthaven en accommodatie aanbieden.

    De vaak genoemde grens van twee uur geldt daarbij niet voor iedere vlucht. De termijn is afhankelijk van de vliegafstand. Voor langeafstandsvluchten buiten de EU zoals Amsterdam-Curaçao ontstaat het recht op maaltijden en verfrissingen volgens de verordening bij een verwachte vertraging van vier uur of meer.

    Dat recht op verzorging staat los van de forfaitaire financiële compensatie van maximaal €600. Ook wanneer uiteindelijk wordt vastgesteld dat een luchtvaartmaatschappij vanwege buitengewone omstandigheden geen compensatie hoeft te betalen, kan de zorgplicht dus gewoon blijven bestaan.

    Uitkomst compensatiekwestie nog niet definitief

    Het incident met KL735 laat daarmee zien dat drie verschillende zaken gemakkelijk door elkaar kunnen lopen: de Europese compensatieregeling, de zorgplicht van de luchtvaartmaatschappij en een eventuele vergoeding vanuit een particuliere reisverzekering.

    KLM stelt dat de brandende powerbank een buitengewone omstandigheid was en heeft op die grond compensatieclaims afgewezen. Of die kwalificatie in dit specifieke geval juridisch standhoudt, staat daarmee nog niet definitief vast.

    Reizigers die op de vlucht zaten, kunnen daarnaast hun eigen reisverzekering raadplegen. Of deze iets vergoedt, hangt niet af van het standpunt van KLM, maar van de voorwaarden van de afgesloten polis.

  • Tirol investeert in nieuwe liften en winteractiviteiten

    Tirol investeert in nieuwe liften en winteractiviteiten

    In Tirol openen tijdens het winterseizoen 2026/27 verschillende nieuwe en vernieuwde skiliften. Skigebieden investeren daarnaast in sneeuwinstallaties, kindergebieden en activiteiten buiten de skipistes. Onder meer St. Johann in Tirol, Serfaus-Fiss-Ladis, Ischgl, Galtür en de Hintertuxer Gletscher voeren vernieuwingen door.

    Een van de grotere veranderingen vindt plaats in St. Johann in Tirol. Daar vervangt een nieuwe tienpersoonsgondel de tweepersoonsstoeltjeslift uit 1981 naar de Harschbichl. De Jodlalmlift krijgt een capaciteit van maximaal 2.400 personen per uur en brengt passagiers in ongeveer zeven minuten naar 1.603 meter hoogte.

    De exploitant verwacht de gondel in december 2026 in gebruik te nemen. De regionale toeristische organisatie bevestigt zowel de capaciteit als de geplande ingebruikname.

    Ook de Venetbahn bij Zams keert terug. De vernieuwde kabelbaan krijgt cabines voor 44 passagiers en moet maximaal 300 personen per uur vervoeren. De officiële opening staat gepland voor 19 december 2026; een dag later volgt een open dag. Ook het dalstation wordt vernieuwd.

    Nieuwe liften in verschillende skigebieden

    Sölden investeert voor het komende seizoen onder meer in een nieuwe zespersoons Gratl-stoeltjeslift. Volgens de aankondiging daalt de reistijd daar van ongeveer acht minuten naar 4,2 minuten. Daarnaast breidt het skigebied de kunstsneeuwinstallaties op onder andere de Gaislachkogl, Schwarzkogl en Wasserkar uit. Ook vinden werkzaamheden aan verschillende pistes en aan de Mutkogl-sleeplift op de Tiefenbachgletsjer plaats.

    In Ischgl komt de Höllkarbahn C2 in gebruik. Deze afkoppelbare achtpersoonsstoeltjeslift krijgt verwarmde stoelen en weerkappen. Galtür vervangt twee sleepliften door de nieuwe Kopsseebahn, een zespersoonsstoeltjeslift. Kappl voegt volgens Tirol Werbung twee skiroutes en een snowpark toe. Daarmee komt het gebied op 45,5 kilometer aan pistes.

    Ook Serfaus-Fiss-Ladis voert een omvangrijke vernieuwing door. De Planseggbahn uit 1997 maakt plaats voor een achtpersoonsstoeltjeslift van fabrikant Leitner. De capaciteit stijgt van 3.000 naar maximaal 4.000 personen per uur. De stoelen krijgen verwarming en weerkappen en de reistijd daalt tot minder dan vijf minuten.

    Met de vervanging is een investering van ongeveer 30 miljoen euro gemoeid. Volgens de exploitant liggen de werkzaamheden op schema om de nieuwe Planseggbahn op 4 december 2026 in gebruik te nemen.

    Het gebied breidt tegelijkertijd het Sun Park uit. Naast de bestaande beginner- en kickerlijnen komen een Rail Line en Funslope Line, waarmee het park vier verschillende lijnen krijgt.

    Hintertux vervangt ruim veertig jaar oude gondel

    Op de Hintertuxer Gletscher vervangt een nieuwe tienpersoonsgondel de meer dan veertig jaar oude vierpersoonsgondel tussen Sommerberg en het Tuxer Fernerhaus. De nieuwe installatie moet vanaf eind oktober 2026 beschikbaar zijn.

    Ook het Glungezer-skigebied bij Hall-Wattens vervangt een bestaande lift. Daar komt een verwarmde zespersoonsstoeltjeslift met weerkappen naar de Schartenkogel.

    Nauders richt zich ondertussen op freeriders. Het gebied voegt zes routes toe aan het bestaande aanbod en komt daarmee op tien geselecteerde freerideroutes. Het gaat daarbij om routes buiten de regulier geprepareerde pistes.

    Meer voorzieningen voor kinderen

    Naast de technische investeringen proberen verschillende gebieden hun aanbod voor gezinnen uit te breiden.

    In Serfaus verandert de bestaande Kinderschneealm in Murmli’s Kinderalm. Lopende banden krijgen een thematische aankleding en het gebied richt zich vooral op kinderen die hun eerste meters op ski’s maken. De regio bevestigt de verbouwing voor het winterseizoen 2026/27.

    SkiWelt Söll opent met het zogenoemde Kükennest een overdekte speelruimte voor jonge kinderen. Het belangrijkste speelelement is een houten eierbaan die al wordt gebruikt bij het zomerprogramma van Hexenwasser. In de winter gaat deze eveneens draaien. In het weekeinde is volgens de plannen begeleiding aanwezig.

    Schaatsen in het centrum van Innsbruck

    Ook buiten de skigebieden verschijnen nieuwe wintervoorzieningen. Innsbruck krijgt deze winter Ice Magic, waarbij Landhausplatz en Bozner Platz worden ingericht voor schaatsers.

    In plaats van één rechthoekige ijsbaan bestaat het concept uit grotere ijsvlakken die via gebogen ijsbanen met elkaar verbonden worden. Lichtinstallaties en projecties op gevels maken deel uit van de inrichting. Daarnaast zijn onder meer een evenemententerrein en voorzieningen voor curling gepland.

    Tirol Werbung noemt als openingsperiode 12 november 2026 tot en met 21 februari 2027. Austria Tourism noemt in een afzonderlijke publicatie echter 21 november als begindatum. Wie een bezoek plant, doet er daarom verstandig aan de definitieve openingsdatum bij de organisatie te controleren.

    Bij het bergstation Stiglreith op Rangger Köpfl komt eveneens een ijsbaan. Daar zijn ook schaatsverhuur en avondopenstellingen voorzien.

    Lichtpark en winterwandelen

    In Neustift im Stubaital opent rond de Kampler See een lichtpark. Zeven installaties met onder meer een vos, ree, hert, uil, haas, marmot en steenbok vormen een route rond het meer. Het park moet van eind november 2026 tot eind februari 2027 dagelijks vanaf het invallen van de duisternis tot 22.00 uur toegankelijk zijn. De toegang is volgens de aankondiging gratis.

    Alpbachtal zet ondertussen in op wandelen buiten het traditionele zomerseizoen. De ongeveer negen kilometer lange Mittlerer Höhenweg wordt gepresenteerd als een gecertificeerde wandelroute die het hele jaar kan worden gebruikt.

    In Hochfügen kunnen bezoekers ook ’s winters de Pfaffenbühel-klettersteig gebruiken. De route is 260 meter lang, overbrugt ongeveer 115 hoogtemeters en heeft maximaal moeilijkheidsgraad B. Daarmee richt de route zich op bezoekers die naast skiën andere bergactiviteiten zoeken.

    Vernieuwd zwembad in Ehrwald

    Ehrwald in de Tiroler Zugspitz Arena verwacht in november 2026 het ingrijpend vernieuwde overdekte zwembad te openen. Bij de renovatie ligt de nadruk volgens de exploitant op energiegebruik, toegankelijkheid en voorzieningen voor gezinnen. Het complex krijgt onder meer een vernieuwd kindergedeelte met glijbaan, een fitnessruimte en een bistro.

    De investeringen laten zien dat Tirol zijn winteraanbod niet uitsluitend rond alpineskiën ontwikkelt. Nieuwe liften moeten vooral capaciteit en comfort verbeteren, terwijl tegelijkertijd meer voorzieningen verschijnen voor kinderen, wandelaars, schaatsers en bezoekers die niet iedere vakantiedag op de skipiste willen doorbrengen.

  • Småland zet het bos steeds nadrukkelijker op het menu

    Småland zet het bos steeds nadrukkelijker op het menu

    Paddenstoelen, bessen, kruiden en andere ingrediënten uit de natuur spelen al langer een rol in de Zweedse keuken. In Småland verbinden restaurants en toeristische ondernemers die traditie steeds vaker met gastronomie en natuurbeleving. Ook sterrenrestaurant PM & Vänner in Växjö zoekt nadrukkelijk de bossen op: eind september staat daar een diner gepland waarin wilde paddenstoelen de hoofdrol spelen.

    De bossen van Småland leveren in de nazomer en herfst een grote verscheidenheid aan eetbare paddenstoelen. Dat aanbod vindt ook zijn weg naar de professionele keuken. PM & Vänner in Växjö, bekroond met één Michelinster, werkt daarvoor samen met paddenstoelenkenner en wildplukker Stuart Hippach.

    Op 27 september 2026 organiseert het restaurant een viergangenmenu rond vers geplukte paddenstoelen uit de regio. Hippach treedt tijdens de avond op als gids en levert paddenstoelen die op dat moment beschikbaar zijn. Het restaurant combineert die met andere seizoensproducten.

    Daarmee is het diner minder voorspelbaar dan een menu waarvoor ingrediënten maanden van tevoren kunnen worden vastgelegd. Wat het bos daadwerkelijk oplevert, speelt immers een rol bij de keuze van de gebruikte soorten.

    Dertig jaar tussen de paddenstoelen

    Hippach, geboren en opgegroeid in Londen, houdt zich naar eigen zeggen inmiddels ongeveer dertig jaar intensief bezig met Zweedse paddenstoelen. Van juni tot november trekt hij veelvuldig de bossen in. Hij begeleidt onder meer excursies waarbij deelnemers leren eetbare soorten te herkennen en krijgen uitgelegd hoe ze paddenstoelen moeten schoonmaken, bewaren en bereiden.

    Ook bij Getnö Gård aan het Åsnenmeer verzorgt hij begeleide paddenstoelentochten. Een dergelijke excursie duurt ongeveer vier uur en richt zich nadrukkelijk op beginners. Daarbij gaat het niet alleen om het vinden van eetbare soorten, maar ook om het veilig leren onderscheiden van paddenstoelen.

    Dat laatste is bij wildplukken geen overbodige luxe. Niet iedere paddenstoel in het Zweedse bos hoort tenslotte ’s avonds in de koekenpan.

    Van sterrenrestaurant naar tafel in het bos

    De combinatie van wildplukken, natuur en gastronomie beperkt zich in Småland niet tot restaurants.

    Bij Asa Herrgård organiseerde Hippach afgelopen augustus bijvoorbeeld samen met chef Pontus een paddenstoelenexcursie met aansluitend een lunch aan een tafel in het bos. De deelnemers kregen uitleg over herkenning, mogelijke verwarring met andere soorten, vindplaatsen, schoonmaken, bewaren en bereiden.

    De locatie maakt bovendien deel uit van The Edible Country, een Zweeds concept waarbij tafels midden in de natuur staan en bezoekers met ingrediënten uit de omgeving aan de slag kunnen. In Småland staan dergelijke tafels onder meer bij Asa Herrgård en Stufvenäs Gästgiveri. Paddenstoelen, bessen, kruiden en vis kunnen daarbij onderdeel vormen van de maaltijd.

    Het klinkt romantisch – en dat is natuurlijk precies de bedoeling – maar achter het toeristische concept zit ook een oude Scandinavische werkelijkheid: bossen en velden waren voedselbronnen lang voordat iemand bedacht dat je zoiets een food experience kon noemen.

    Wildplukken als toeristische activiteit

    Ook andere ondernemers in Småland koppelen natuurbeleving aan eten.

    Bij Nature TRIBE in Torsås staan wildplukken en koken in de buitenlucht centraal. Bezoekers maken er kennis met wilde ingrediënten en leren hoe die kunnen worden gebruikt bij het koken. De onderneming combineert dergelijke activiteiten met workshops en maaltijden die buiten, onder meer boven vuur, worden bereid.

    Rond het Åsnenmeer zijn eveneens begeleide paddenstoelentochten beschikbaar. Getnö Gård biedt in het seizoen excursies aan waarbij deelnemers onder begeleiding eetbare soorten zoeken. Het programma richt zich vooral op mensen die weinig of geen ervaring hebben met wildplukken.

    Daarmee krijgt wildplukken een dubbele functie. Het is niet alleen een manier om ingrediënten te verzamelen, maar wordt tegelijkertijd als toeristische activiteit aangeboden.

    Niet alles uit het bos is automatisch duurzaam

    De nadruk op lokale en wilde ingrediënten past goed bij de groeiende belangstelling voor korte voedselketens en seizoensgebonden koken. Toch verdient de koppeling tussen wildplukken en duurzaamheid enige nuance.

    Een ingrediënt dat uit het bos komt, is niet per definitie duurzamer dan een geteeld product. De ecologische gevolgen hangen onder meer af van de soort, de hoeveelheid die wordt geplukt, de locatie en de manier waarop met het gebied wordt omgegaan. Verantwoord wildplukken vraagt daarom kennis van zowel de eetbare soorten als de omgeving.

    Juist daarin kunnen begeleide excursies een nuttige rol spelen: ze maken bezoekers niet alleen vertrouwd met wat eetbaar is, maar ook met wat beter kan blijven staan.

    Het bos als voorraadkast

    De ontwikkeling in Småland is daarmee minder revolutionair dan sommige toeristische verhalen doen vermoeden. Zweden verzamelen al generaties lang bessen en paddenstoelen in de natuur. Nieuw is vooral de manier waarop restaurants en toeristische ondernemers die traditie presenteren en combineren met gastronomie.

    Bij PM & Vänner bereikt die benadering eind september de sterrenkeuken. Elders zitten bezoekers na een wandeling aan een tafel in het bos of bereiden ze hun vondsten boven open vuur.

    Småland heeft de voorraadkast dus niet opnieuw uitgevonden.

    De regio heeft alleen ontdekt dat er al eeuwenlang een bijzonder goed gevulde voorraadkast buiten de achterdeur staat.

  • Cyprianerhof zet Zuid-Tiroolse wijn centraal tijdens Wine Weeks

    Cyprianerhof zet Zuid-Tiroolse wijn centraal tijdens Wine Weeks

    Het vijfsterrenhotel Cyprianerhof in de Zuid-Tiroolse Dolomieten organiseert dit najaar Wine Weeks waarin wijn, gastronomie en wandelingen door de wijngebieden rond Bolzano samenkomen. Het programma omvat onder meer een wijnwandeling, proeverijen, een Pinot Noir-masterclass en een combinatie van wijn en muziek.

    Cyprianerhof ligt in Tiers am Rosengarten, aan de voet van het Rosengarten- of Catinaccio-massief in de Dolomieten. Het familiehotel richt zijn Wine Weeks op gasten die meer willen weten over de herkomst, druivenrassen en stijlen van de Zuid-Tiroolse wijnbouw.

    Daarbij blijft het niet bij proeven aan tafel. Het programma brengt deelnemers ook naar de wijngaarden rond Bolzano en Ritten, waar hoogte, bodem en microklimaat een belangrijke rol spelen in de plaatselijke wijnbouw.

    Wandelen door de wijngaarden van Ritten

    Een van de onderdelen is een wandeling met sommelier Silvia in het wijngebied tussen Ritten en Bolzano. In deze streek loopt de zogenoemde Rebe-wijnroute door de wijngaarden van Signat, St. Justina en Rentsch.

    De officiële route is ongeveer 3,5 kilometer lang en overbrugt circa 500 hoogtemeters. Onderweg staan tien kunstinstallaties die informatie geven over de wijngaarden, druivenrassen en geschiedenis van de wijnbouw in het gebied.

    De zonnige hellingen tussen Bolzano en Ritten vormen al lange tijd een belangrijk wijnbouwgebied. Op het plateau van Ritten wordt volgens de lokale toeristische organisatie ongeveer 132 hectare grond voor wijnbouw gebruikt.

    De omgeving staat daarnaast bekend om zijn aardpiramides: opvallende, door erosie gevormde leem- en kleipilaren die op verschillende plaatsen op het Ritten-plateau voorkomen.

    Proeverij bij historisch Ansitz Waldgries

    Een van de wijnadressen die tijdens het programma wordt bezocht, is Ansitz Waldgries in St. Magdalena bij Bolzano.

    Het wijnhuis duikt al in documenten uit 1242 op en behoort daarmee tot de oudere wijnbedrijven van het gebied. De familie Plattner beheert het domein inmiddels bijna honderd jaar. Christian Plattner vertegenwoordigt de derde generatie.

    Waldgries richt zich bij rode wijn vooral op traditionele Zuid-Tiroolse druivenrassen. Het wijnhuis produceert onder meer St. Magdalener, Lagrein en Rosenmuskateller. Voor witte wijn werkt het met Sauvignon Blanc en Pinot Blanc.

    St. Magdalener vormt een van de kenmerkende wijnen van het gebied rond Bolzano. De DOC-wijn bestaat hoofdzakelijk uit Vernatsch, in Italië bekend als Schiava. De regels staan daarnaast een beperkt aandeel andere lokale rode druiven toe.

    Pinot Noir onder de loep

    Tijdens een afzonderlijke masterclass behandelt sommelier Enzo Pinot Noir, in het Italiaans Pinot Nero en in het Duits Blauburgunder.

    Deelnemers proeven vijf tot zes wijnen om verschillen tussen wijngaarden en jaargangen te vergelijken. Daarbij komen onder meer ligging, hoogte en bodem aan bod.

    Pinot Noir heeft een duidelijke positie binnen de Zuid-Tiroolse wijnbouw. Vooral hoger gelegen en relatief koele wijngaarden bieden omstandigheden waarin de druif zijn zuren en aromatische karakter kan behouden.

    De masterclass moet vooral laten zien hoeveel variatie binnen één druivenras kan ontstaan wanneer herkomst, oogstjaar en vinificatie veranderen.

    Wijn gecombineerd met muziek

    Cyprianerhof koppelt wijn tijdens The Sound of Wine ook aan muziek. Tijdens deze proeverij schenken sommeliers verschillende wijnen terwijl muziek onderdeel vormt van de presentatie.

    Het idee dat muziek de wijnbeleving kan beïnvloeden is overigens niet uitsluitend poëtische marketing. Experimenteel onderzoek naar zogenoemde crossmodale waarneming laat zien dat muziek en andere omgevingsprikkels invloed kunnen hebben op de manier waarop mensen smaak, aroma en bijvoorbeeld zoetheid of frisheid ervaren.

    Dat betekent uiteraard niet dat een matige wijn dankzij een passend muziekstuk ineens Grand Cru wordt, maar de omgeving kan de perceptie van wat in het glas zit wel degelijk beïnvloeden.

    Wijn als onderdeel van Zuid-Tiroolse herfst

    Met de Wine Weeks sluit Cyprianerhof aan bij een bredere traditie in Zuid-Tirol, waar de herfst nauw verbonden is met de wijnoogst, jonge wijn en regionale gastronomie.

    Het hotel combineert het wijnprogramma met zijn reguliere aanbod van wandelingen, gastronomie en wellness. De accommodatie beschikt onder meer over sauna’s, een zwemvijver en ontspanningsruimtes en organiseert activiteiten rond yoga en beweging.

    Cyprianerhof presenteert deze combinatie onder de naam Cultura Dolomiti. Dat is de eigen benaming van het hotel voor een programma waarin natuur, bewegen, gastronomie, wellness en culturele activiteiten worden samengebracht.

    Vijfsterrenhotel aan het Rosengarten-massief

    Cyprianerhof is een vijfsterrenhotel in St. Zyprian, onderdeel van de gemeente Tiers am Rosengarten in Zuid-Tirol. Het ligt direct bij het Rosengarten/Catinaccio-massief en dicht bij wandel- en bergsportmogelijkheden.

    Het hotel richt zich sterk op regionale gastronomie en werkt daarnaast met lokale producenten, gidsen en andere ondernemers.

    Tijdens de Wine Weeks verschuift het accent tijdelijk nadrukkelijk naar de wijnbouw van Zuid-Tirol. Daarmee vormt het programma niet alleen een reeks proeverijen, maar ook een kennismaking met een wijnregio waarin berglandschap en wijnbouw opvallend dicht bij elkaar liggen.

  • Rome voert ranglijst van culinaire steden in Europa aan

    Rome voert ranglijst van culinaire steden in Europa aan

    Wie een Europese stedentrip vooral als excuus beschouwt om uitgebreid te eten, zou volgens een nieuwe ranglijst in Rome moeten beginnen. De Italiaanse hoofdstad staat bovenaan een onderzoek van vakantieboekingsplatform Holidu naar het culinaire aanbod in honderd Europese steden. Venetië en Napels completeren een volledig Italiaans podium.

    Holidu vergeleek Europese steden aan de hand van vijf factoren. Het bedrijf keek naar lokale én nationale gerechten die op TasteAtlas minimaal een 4 scoren, het aantal foodtours en kookworkshops op TripAdvisor en het aantal restaurants dat Michelin voorziet van het label ‘Eat Like A Local’.

    Die methode levert vooral een beeld op van de omvang en zichtbaarheid van het culinaire aanbod. De ranglijst zegt dus niet letterlijk waar het eten het lekkerst is – daarvoor blijft smaak een wat hardnekkig probleem voor statistici.

    Italië domineert de uitkomst. Negen van de twintig hoogst genoteerde steden liggen in het land en de eerste drie plaatsen gaan naar Rome, Venetië en Napels. (Holidu)

    Rome: pasta, supplì en honderden kooklessen

    Rome eindigt op de eerste plaats. Holidu telt er 12 lokale gerechten met een TasteAtlas-score van minimaal 4. Daarnaast zijn 63 Italiaanse gerechten meegenomen die op nationaal niveau aan dezelfde voorwaarde voldoen.

    Ook voor reizigers die niet alleen willen eten maar zelf achter het fornuis willen staan, heeft Rome volgens het onderzoek veel keuze. TripAdvisor vermeldt 302 kookworkshops. Daarmee scoort Rome het hoogst van alle onderzochte steden. Daarnaast telde Holidu 112 foodtours en negen restaurants met het Michelin-label ‘Eat Like A Local’. (Holidu)

    Tot de bekende Romeinse gerechten behoren cacio e pepe, pasta met pecorino romano en zwarte peper, en supplì, gefrituurde rijstkroketjes die doorgaans met mozzarella worden gevuld.

    Venetië verrast met lokaal restaurantaanbod

    Venetië eindigt als tweede. De stad onderscheidt zich vooral door de 18 restaurants die Michelin in de categorie ‘Eat Like A Local’ plaatst. Dat is het hoogste aantal binnen het onderzoek en twee keer zoveel als Rome. (Holidu)

    De Michelin-gids gebruikt het label daadwerkelijk voor restaurants die nadrukkelijk aansluiten bij de lokale eetcultuur. Zo dragen onder andere Osteria alle Testiere, Osteria da Fiore, Al Covo en Antiche Carampane in Venetië deze aanduiding. (MICHELIN Guide)

    Holidu telt verder zeven Venetiaanse gerechten die op TasteAtlas minimaal een 4 krijgen. Daarnaast zijn er 57 foodtours en 58 kookworkshops.

    Kenmerkend voor Venetië zijn de cicchetti: kleine hapjes die traditioneel worden gegeten in de bàcari, de karakteristieke Venetiaanse wijnbars.

    Ook carpaccio heeft zijn oorsprong in Venetië. Giuseppe Cipriani van Harry’s Bar bedacht het gerecht voor gravin Amalia Nani Mocenigo, die van haar arts rauw vlees moest eten. De oorspronkelijke versie bestond uit zeer dun gesneden rauw rundvlees met een saus op basis van onder meer mayonaise en worcestersaus. De in het persbericht genoemde combinatie met truffel en citroensap is dus niet de oorspronkelijke carpaccio. (La Cucina Italiana)

    Napels scoort het hoogst met lokale gerechten

    Napels staat op de derde plaats, maar verslaat Rome en Venetië wanneer uitsluitend naar lokale specialiteiten wordt gekeken. Holidu telt er 17 gerechten met een TasteAtlas-score van 4 of hoger, het hoogste aantal van alle onderzochte steden.

    Dat Napels hoog eindigt, zal weinig liefhebbers van de Italiaanse keuken verbazen. De stad geldt als bakermat van de Napolitaanse pizza, met pizza marinara en pizza margherita als klassieke uitvoeringen.

    Een andere plaatselijke specialiteit is pasta alla Genovese. Ondanks de naam is het gerecht nauw verbonden met Napels. Kenmerkend is de langdurig gestoofde saus met grote hoeveelheden ui en vlees.

    Napels telt volgens de ranglijst daarnaast 43 foodtours, 105 kookworkshops en acht restaurants met het Michelin-label ‘Eat Like A Local’. (Holidu)

    Istanboel beste niet-Italiaanse stad

    De Italiaanse hegemonie houdt na de eerste drie plaatsen op. Istanboel eindigt als vierde en is daarmee de hoogst genoteerde niet-Italiaanse stad. Vooral het aantal nationale gerechten helpt de Turkse stad omhoog: Holidu telt er 70 die aan de gebruikte TasteAtlas-criteria voldoen.

    Parijs staat vijfde. De Franse hoofdstad heeft met 123 vermeldingen juist het grootste aanbod aan foodtours in het onderzoek en staat met 135 kookworkshops tweede achter Rome. (Holidu)

    Bologna volgt op plaats zes, voor Milaan, Madrid, Boedapest en Florence.

    De top tien volgens Holidu ziet er daarmee als volgt uit:

    1. Rome, Italië – 12 lokale gerechten, 112 foodtours, 302 kookworkshops, 9 Michelin ‘Eat Like A Local’
    2. Venetië, Italië – 7 lokale gerechten, 57 foodtours, 58 kookworkshops, 18 Michelin ‘Eat Like A Local’
    3. Napels, Italië – 17 lokale gerechten, 43 foodtours, 105 kookworkshops, 8 Michelin ‘Eat Like A Local’
    4. Istanboel, Turkije – 3 lokale gerechten, 64 foodtours, 44 kookworkshops, 10 Michelin ‘Eat Like A Local’
    5. Parijs, Frankrijk – 6 lokale gerechten, 123 foodtours, 135 kookworkshops, 4 Michelin ‘Eat Like A Local’
    6. Bologna, Italië – 8 lokale gerechten, 34 foodtours, 60 kookworkshops, 8 Michelin ‘Eat Like A Local’
    7. Milaan, Italië – 3 lokale gerechten, 24 foodtours, 86 kookworkshops, 5 Michelin ‘Eat Like A Local’
    8. Madrid, Spanje – 3 lokale gerechten, 33 foodtours, 43 kookworkshops, 4 Michelin ‘Eat Like A Local’
    9. Boedapest, Hongarije – 3 lokale gerechten, 37 foodtours, 25 kookworkshops, 5 Michelin ‘Eat Like A Local’
    10. Florence, Italië – 2 lokale gerechten, 129 foodtours, 250 kookworkshops, 1 Michelin ‘Eat Like A Local’

    Deze cijfers komen rechtstreeks uit de gepubliceerde ranglijst van Holidu. (Holidu)

    Ranglijst vraagt om enige nuance

    Aan de uitslag kleven wel methodologische beperkingen. Holidu selecteerde honderd van de ‘grootste, populairste en bekendste’ Europese steden, maar publiceert geen volledig onderbouwde objectieve definitie voor die selectie.

    Ook bevoordeelt de methode steden met een groot toeristisch aanbod. Het aantal foodtours en commerciële kookworkshops zegt immers mede iets over het aantal toeristen dat een stad ontvangt en niet uitsluitend over de kwaliteit van de plaatselijke keuken.

    Hetzelfde geldt voor TasteAtlas-scores en het aantal Michelin-vermeldingen. Het zijn bruikbare indicatoren, maar geen objectieve meetinstrumenten voor smaak.

    De conclusie dat Rome volgens de criteria van Holidu de culinaire ranglijst aanvoert, wordt door de gepubliceerde gegevens ondersteund. Dat Rome daarmee onbetwist de plek is waar je in Europa het lekkerst eet, blijft een kwestie waarover Italianen – laat staan Fransen, Spanjaarden en de rest van Europa – vermoedelijk nog wel even van mening zullen verschillen.

    Bekijk het volledige onderzoek en de ranglijst bij Holidu

  • Nederlandse luchthavens kampen vaker met langdurige vertraging dan Frankfurt en Heathrow

    Nederlandse luchthavens kampen vaker met langdurige vertraging dan Frankfurt en Heathrow

    Reizigers die deze zomer vanaf Nederlandse luchthavens vertrokken, kregen relatief vaak te maken met langdurige vertraging. Volgens een analyse van claimorganisatie Vlucht-Vertraagd.nl kwam 0,55 procent van de onderzochte vluchten minstens drie uur te laat op de eindbestemming aan. Daarmee ligt het percentage hoger dan op Frankfurt en Londen Heathrow, maar Nederland behoort niet tot de slechtst presterende luchthavens van Europa.

    Vlucht-Vertraagd.nl analyseerde naar eigen zeggen ruim 1,6 miljoen vluchten in juni en juli 2026. De organisatie combineerde daarvoor vluchtgegevens met gegevens uit haar eigen claimbestand. Volgens de analyse kregen ruim 85.000 reizigers op Nederlandse luchthavens te maken met een vertraging van minstens drie uur. (Vlucht-Vertraagd.nl)

    Het Nederlandse vertragingspercentage van 0,55 procent ligt inderdaad aanzienlijk hoger dan de 0,40 procent die de onderzoekers voor Frankfurt berekenden en de 0,39 procent voor Londen Heathrow. Ten opzichte van Frankfurt bedraagt het verschil ongeveer 38 procent en ten opzichte van Heathrow ongeveer 41 procent.

    De conclusie dat Nederland daarmee 40 procent slechter presteert dan Europese luchthavens in het algemeen, gaat echter te ver. In de ranglijst van 27 onderzochte grote Europese luchthavens staat Amsterdam volgens de analyse op plaats elf. Brussel noteert bijvoorbeeld 0,64 procent langdurig vertraagde vluchten en Milaan Malpensa 1,23 procent. (Vlucht-Vertraagd.nl)

    Budgetmaatschappijen relatief vaak vertraagd

    Budgetmaatschappijen spelen volgens de onderzoekers een belangrijke rol in de Nederlandse cijfers. Transavia, easyJet, Ryanair, TUI fly Nederland, Wizz Air en Corendon Dutch Airlines waren gezamenlijk verantwoordelijk voor 25,6 procent van de geregistreerde langdurige vertragingen. Daarmee zouden ruim 20.000 reizigers zijn getroffen. (Vlucht-Vertraagd.nl)

    Binnen deze groep registreerde Vlucht-Vertraagd.nl bij Corendon Dutch Airlines het hoogste percentage vluchten met minimaal drie uur vertraging: 0,67 procent. Transavia volgde met 0,60 procent, Ryanair met 0,58 procent, easyJet met 0,53 procent en Wizz Air met 0,46 procent. (Vlucht-Vertraagd.nl)

    KLM kwam in dezelfde analyse uit op 0,24 procent. Daarmee presteerde de maatschappij volgens Vlucht-Vertraagd.nl deze zomer beter dan de andere grote maatschappijen op de Nederlandse markt. Ook deze cijfers zijn afkomstig uit de dataset van de claimorganisatie en kunnen daarom het best als onderzoeksresultaten van die organisatie worden beschouwd, niet als officiële landelijke punctualiteitsstatistieken. (Vlucht-Vertraagd.nl)

    Oorzaken van vertraging niet altijd vastgesteld

    Voor de oorzaken van de vertragingen gebruikte Vlucht-Vertraagd.nl gegevens die reizigers zelf bij het indienen van een claim doorgaven. Technische mankementen werden in 13,4 procent van de gevallen genoemd, gevolgd door een te laat binnengekomen toestel met 12,9 procent. Operationele problemen waren goed voor 6,8 procent en weersomstandigheden voor 5,6 procent. (Vlucht-Vertraagd.nl)

    Deze percentages zeggen niet noodzakelijk wat de daadwerkelijke oorzaak van een vertraging was. De passagiers baseerden hun antwoorden veelal op informatie die zij tijdens de reis ontvingen. De luchtvaartmaatschappij of een andere onafhankelijke bron heeft deze oorzaken niet in alle gevallen bevestigd.

    Vlucht-Vertraagd.nl stelt dat luchtvaartmaatschappijen weersomstandigheden soms aanvoeren om compensatie af te wijzen. De claimorganisatie heeft daarbij zelf een financieel belang: zij helpt reizigers tegen betaling bij het verhalen van compensatie. De stelling dat maatschappijen het weer bewust als excuus gebruiken om niet te betalen, valt op basis van de gepubliceerde cijfers niet zelfstandig vast te stellen.

    Niet iedere vertraging geeft recht op geld

    De Europese regels zijn genuanceerder dan de oorspronkelijke tekst van het persbericht suggereert. Passagiers kunnen op grond van Verordening (EG) 261/2004 aanspraak maken op compensatie wanneer zij hun eindbestemming minstens drie uur later bereiken. Het Europese Hof van Justitie heeft bevestigd dat langdurig vertraagde passagiers voor deze vergoeding in beginsel op dezelfde manier moeten worden behandeld als passagiers van geannuleerde vluchten. (Eur-lex)

    De vergoeding bedraagt, afhankelijk van onder meer de vliegafstand en omstandigheden, doorgaans 250, 400 of maximaal 600 euro per passagier. Er bestaat echter geen recht op deze vaste compensatie wanneer de luchtvaartmaatschappij kan aantonen dat buitengewone omstandigheden de vertraging veroorzaakten en dat zij de vertraging ondanks redelijke maatregelen niet kon voorkomen.

    Slecht weer kan zo’n buitengewone omstandigheid vormen, maar niet automatisch. Het gaat onder meer om de ernst van de weersomstandigheden en de gevolgen daarvan voor de betreffende vlucht.

    Ook de bewering dat een technische storing altijd recht geeft op compensatie vraagt om nuance. Het Europese Hof bepaalde dat technische problemen die bij de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij horen doorgaans geen buitengewone omstandigheden zijn. Zelfs een onverwacht technisch defect kan onder het normale bedrijfsrisico vallen. Een verborgen fabricagefout die de vliegveiligheid raakt of schade door sabotage kan daarentegen wel als buitengewone omstandigheid gelden. (Infocuria)

    Daarmee blijft de oorzaak van de vertraging doorslaggevend. Drie uur te laat aankomen opent de deur naar compensatie, maar betekent niet automatisch dat de luchtvaartmaatschappij ook moet betalen.

  • Eindhoven Airport maakt afvalscheiding slimmer met afvalstations op maat

    Eindhoven Airport maakt afvalscheiding slimmer met afvalstations op maat

    Eindhoven Airport gaat afvalscheiding in de terminal anders aanpakken. De luchthaven vervangt de bestaande, generieke afvalstations door een systeem dat aansluit op het afval dat reizigers daadwerkelijk weggooien. Samen met REMONDIS ontwikkelde de luchthaven nieuwe afvalstations met herkenbare afbeeldingen, een aparte stroom voor voedselresten en een systeem waarmee de resultaten voortdurend worden gemeten.

    Met de nieuwe aanpak wil Eindhoven Airport voorkomen dat recyclebare materialen in het restafval verdwijnen. De luchthaven werkt bovendien toe naar een terminal waarin zo min mogelijk restafval overblijft.

    Eerst kijken wat reizigers weggooien

    De oude afvalstations boden reizigers volgens Eindhoven Airport onvoldoende duidelijkheid. Onduidelijke aanduidingen zorgden ervoor dat recyclebare materialen regelmatig bij het restafval belandden. Ook raakten afzonderlijke afvalstromen, zoals plastic verpakkingen, drinkpakken en papier en karton, vervuild.

    REMONDIS onderzocht daarom eerst welke afvalstromen daadwerkelijk in de terminal ontstaan. Met afvalscans brachten medewerkers in kaart welke recyclebare materialen nog in het restafval terechtkwamen. Ook onderzochten zij welke verpakkingen en producten reizigers op Eindhoven Airport het meest gebruiken.

    Die gegevens vormden de basis voor de nieuwe afvalstations.

    Herkenbare foto’s in plaats van algemene symbolen

    De nieuwe signing moet het reizigers zo gemakkelijk mogelijk maken om de juiste afvalbak te kiezen. In plaats van uitsluitend algemene pictogrammen gebruikt Eindhoven Airport herkenbare afbeeldingen van afval dat reizigers daadwerkelijk in de terminal tegenkomen.

    Een voorbeeld daarvan is een bagagelabel. Daarnaast kunnen reizigers voedselresten, oftewel swill, voortaan apart weggooien.

    Volgens Roger Versluis, regiodirecteur Zuid bij REMONDIS Nederland, moet afvalscheiding vooral duidelijk zijn. Door afbeeldingen te gebruiken van producten die reizigers daadwerkelijk in handen hebben, wil de luchthaven de juiste keuze vrijwel vanzelfsprekend maken.

    Afvalscheiding wordt continu gemeten

    De nieuwe aanpak gaat verder dan het plaatsen van andere afvalbakken. REMONDIS adviseerde Eindhoven Airport over de verschillende afvalstromen, het aantal afvalstations en de locaties. Het bedrijf ontwierp ook de signing, ondersteunt de luchthaven met een afvalcoach en verwerkt de afvalstromen die in perscontainers worden verzameld.

    De afvalstations beschikken bovendien over vervangbare stickers. Daardoor kunnen afbeeldingen of afvalstromen eenvoudig worden aangepast wanneer uit metingen blijkt dat een bepaalde aanduiding niet goed werkt.

    Binnenkort voert REMONDIS opnieuw een afvalscan uit. Daarbij onderzoekt het bedrijf hoeveel recyclebaar materiaal nog in het restafval terechtkomt en hoe schoon de afzonderlijke afvalstromen blijven.

    Van afvalbak naar lerend systeem

    Met een rapportagetool kunnen Eindhoven Airport en REMONDIS bovendien volgen hoe de hoeveelheden afval zich ontwikkelen. Zo wordt zichtbaar of afval verschuift van de restafvalstroom naar de gewenste recyclebare stromen.

    Door afvalscans, observaties van de afvalcoach en gegevens over de ingezamelde hoeveelheden te combineren, kunnen de partijen gericht aanpassingen doen.

    De afvalstations functioneren daarmee niet als een eenmalige oplossing, maar als onderdeel van een systeem dat zich voortdurend kan aanpassen. Als reizigers een bepaalde afvalstroom verkeerd gebruiken, kunnen de inrichting en communicatie daarop worden aangepast.

    AI moet afvalscheiding verder verbeteren

    Eindhoven Airport en REMONDIS kijken inmiddels naar een volgende stap: slimme technologie achter de afvalstations. Met behulp van AI willen zij in de toekomst automatisch registreren welke materialen reizigers door de verschillende openingen weggooien.

    De verzamelde gegevens kunnen inzicht geven in verkeerd aangeboden afval, verschillen tussen verschillende locaties en tijdstippen waarop extra uitleg of communicatie nodig is.

    Met die combinatie van onderzoek, herkenbare communicatie, metingen en technologie wil Eindhoven Airport de hoeveelheid restafval verder terugdringen. Het uiteindelijke doel is duidelijk: zo veel mogelijk materialen geschikt houden voor hergebruik en recycling en zo min mogelijk afval naar de reststroom laten verdwijnen.

  • Één op de zeven Nederlanders vertrekt zonder reisverzekering

    Één op de zeven Nederlanders vertrekt zonder reisverzekering

    Ondanks de drukke zomervakantie gaat een opvallend grote groep Nederlanders onverzekerd op reis. Uit onderzoek van Overstappen.nl blijkt dat 15 procent van de vakantiegangers deze zomer zonder reisverzekering vertrekt. Daarnaast blijft 21 procent van de Nederlanders deze zomer helemaal thuis.

    Het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Multiscope onder 1.006 Nederlanders, laat zien dat de meeste reizigers zich vooral willen beschermen tegen onverwachte medische kosten in het buitenland.

    Medische kosten belangrijkste reden voor aanvullende dekking

    Van de Nederlanders die wel een reisverzekering hebben afgesloten, kiest 63 procent voor een aanvullende dekking van medische kosten. Een annuleringsverzekering volgt met 56 procent, terwijl 44 procent ook een ongevallendekking afsluit.

    Daarnaast kiest 33 procent voor dekking van vervoerskosten en neemt 32 procent een module voor reisrechtsbijstand op in de polis. Een wintersportdekking is voor 17 procent van de verzekerden relevant.

    De cijfers laten zien dat medische risico’s voor veel reizigers de belangrijkste reden zijn om aanvullende verzekeringen af te sluiten. Toch vertrekt nog altijd een deel van de vakantiegangers zonder enige vorm van reisverzekering.

    Doorlopende reisverzekering meest gekozen

    Een doorlopende reisverzekering blijkt veruit de populairste keuze. Ruim een derde van de respondenten (37 procent) heeft een doorlopende polis met aanvullende dekkingen. Nog eens 23 procent beschikt over een doorlopende verzekering zonder extra modules.

    Kortlopende reisverzekeringen worden veel minder vaak afgesloten. Slechts 3 procent kiest voor een tijdelijke verzekering met aanvullende dekkingen, terwijl 1 procent een kortlopende basisverzekering afsluit.

    Ook de aanvullende dekkingen worden vrijwel altijd gekoppeld aan een doorlopende reisverzekering. Maar liefst 94 procent van deze extra modules is onderdeel van een doorlopende polis. Alleen bij de dekking voor zakenreizen wordt relatief vaker gekozen voor een kortlopende verzekering.

    Grote verschillen onder 55-plussers

    Opvallend is dat 55-plussers zowel sterk vertegenwoordigd zijn onder de best verzekerde reizigers als onder de groep die helemaal geen reisverzekering afsluit.

    Van de Nederlanders met een doorlopende reisverzekering inclusief aanvullende dekkingen behoort 57 procent tot de leeftijdsgroep van 55 jaar en ouder. Tegelijkertijd bestaat bijna de helft van de onverzekerde vakantiegangers eveneens uit 55-plussers. Leeftijd blijkt daarmee geen duidelijke voorspeller voor de keuze om verzekerd op reis te gaan.

    Goede voorbereiding voorkomt hoge kosten

    Volgens Jeremy Broekman, schadeverzekeringsexpert bij Overstappen.nl, onderschatten veel vakantiegangers de financiële risico’s van een reis zonder verzekering.

    “Vooral medische kosten in het buitenland kunnen hoog oplopen, zeker buiten Europa waar de basisverzekering alleen tot het Nederlandse tarief vergoedt. Voor mensen die meerdere keren per jaar reizen is een doorlopende reisverzekering met passende aanvullende dekkingen vaak niet alleen praktischer, maar ook voordeliger dan telkens een nieuwe polis afsluiten.”

    Het onderzoek onderstreept dat een goede voorbereiding verder gaat dan het boeken van een vakantie. Een passende reisverzekering kan reizigers beschermen tegen onverwachte kosten en vervelende financiële verrassingen tijdens hun verblijf in het buitenland.

  • Nederlanders verruilen luxe steeds vaker voor eenvoud op vakantie

    Nederlanders verruilen luxe steeds vaker voor eenvoud op vakantie

    Steeds meer Nederlanders kiezen bewust voor een eenvoudige vakantie in plaats van een luxe verblijf. Niet alleen de stijgende reiskosten, maar ook drukte op populaire bestemmingen en extreme hitte zorgen ervoor dat reizigers anders naar hun vakantie kijken. Dat blijkt uit onderzoek van Univé onder 1.067 Nederlanders.

    Bijna de helft van de ondervraagden (49 procent) verlangt bewust naar een vakantie waarbij luxe minder belangrijk is. Bovendien kiest 63 procent liever voor een langere, eenvoudige reis dan voor een korte vakantie met veel luxe.

    Sociale media schetsen ander beeld

    Op sociale media lijken luxe vakanties juist de norm. Verre bestemmingen, exclusieve resorts en perfect gestileerde vakantiefoto’s domineren de tijdlijnen. Bijna de helft van de Nederlanders heeft daardoor het gevoel dat vakanties steeds uitbundiger worden.

    De eigen vakantiewensen blijken echter anders. Veel reizigers geven de voorkeur aan rust, tijd en bijzondere ervaringen boven luxe accommodaties of exclusieve voorzieningen.

    Ervaringen belangrijker dan comfort

    Een eenvoudige vakantie betekent volgens het onderzoek niet dat Nederlanders minder uit hun reis willen halen. Integendeel: 48 procent gaat juist bewust op zoek naar bijzondere ervaringen. Voor 35 procent is een avontuurlijke vakantie aantrekkelijker dan een ontspannen verblijf.

    Vooral jongvolwassenen kiezen voor avontuur. Bijna driekwart van de Nederlanders onder de 30 jaar zoekt tijdens vakanties actief naar unieke belevenissen. Meer dan de helft van deze groep geeft bovendien de voorkeur aan een avontuurlijke vakantie boven een ontspannen reis.

    Kosten spelen mee, maar zijn niet doorslaggevend

    De stijgende kosten van reizen beïnvloeden de vakantiekeuze, maar vormen niet de enige reden om eenvoudiger te reizen. Ongeveer de helft van de Nederlanders zegt door de hogere prijzen sneller voor een bescheiden vakantie te kiezen.

    Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat eenvoud voor veel mensen een bewuste keuze is. Luxe staat minder centraal; een vakantie moet vooral aansluiten bij persoonlijke wensen en ruimte bieden om echt tot rust te komen.

    Goede voorbereiding blijft belangrijk

    Volgens Aafke Bos, specialist Reisverzekeringen bij Univé, draait een geslaagde vakantie steeds vaker om gezamenlijke belevenissen in plaats van luxe.

    “Een geslaagde vakantie draait voor veel mensen niet meer om zoveel mogelijk luxe, maar om wat je samen beleeft. Dit onderzoek laat zien dat Nederlanders daarin steeds bewustere keuzes maken. Niet omdat het moet, maar omdat eenvoud voor veel mensen meer ruimte geeft aan wat een vakantie echt waardevol maakt.”

    Volgens Univé begint een ontspannen vakantie bovendien met een goede voorbereiding. Door vooraf bewuste keuzes te maken en praktische zaken, zoals een passende reisverzekering, op orde te hebben, kunnen reizigers onverwachte situaties beter opvangen en onbezorgd van hun vakantie genieten.

  • Kwart Italiëliefhebbers past vakantie aan door hogere prijzen

    Kwart Italiëliefhebbers past vakantie aan door hogere prijzen

    De sterk gestegen prijzen in Italië weerhouden de meeste Nederlanders en Belgen er niet van om ook dit jaar naar hun favoriete vakantieland af te reizen. Wel past ruim een kwart van de vakantiegangers de reisplannen aan om de kosten binnen de perken te houden. Dat blijkt uit een online onderzoek van Dit is Italië, waaraan in juni en juli 2026 in totaal 540 lezers uit Nederland en België deelnamen.

    Inflatie leidt tot andere keuzes

    Op de vraag of de hoge inflatie invloed heeft gehad op de vakantieplannen antwoordde 74 procent van de deelnemers ontkennend. 26 procent gaf aan de vakantie wel te hebben aangepast.

    Van die groep kiest 11 procent voor een kortere vakantie. Ruim 9 procent boekt een goedkopere accommodatie, terwijl 5 procent voor een andere bestemming kiest om kosten te besparen.

    Italië blijft de favoriete bestemming

    Uit het onderzoek blijkt dat 70 procent van de respondenten het afgelopen jaar op vakantie is geweest. Van deze vakantiegangers koos 37 procent voor Italië.

    Frankrijk volgt met ruim 15 procent op ruime afstand. Duitsland neemt dit jaar met iets meer dan 9 procent de derde plaats over van Spanje. Ook Oostenrijk en Zwitserland behoren tot de populaire vakantiebestemmingen.

    Zomervakantie blijft populair

    Voor 67 procent van de ondervraagden staat een zomervakantie ook in 2026 vast. Van hen kiest 69 procent opnieuw voor Italië.

    Daarnaast geeft 19 procent aan wel op vakantie te gaan, maar dit jaar een ander land te bezoeken. Nog eens 19 procent heeft de vakantieplannen nog niet definitief vastgelegd en moet de reis nog boeken.

    Toscane blijft favoriet

    Bijna 70 procent van de respondenten die al een vakantie naar Italië heeft geboekt, weet ook al precies welke regio wordt bezocht.

    Toscane blijft met afstand de populairste bestemming. Apulië (Puglia) en Umbrië delen dit jaar de tweede plaats, waarmee Apulië zijn opmars voortzet. Ook Piëmont, Veneto, Sardinië en Emilia-Romagna behoren tot de favoriete regio’s.

    Opvallend is dat het Gardameer minder vaak als specifieke bestemming wordt genoemd dan in eerdere jaren. Vakantiegangers kiezen steeds vaker voor een bredere regio of voor minder bekende plaatsen.

    Cultuur en natuur bepalen de keuze

    De belangrijkste redenen om voor een bepaalde bestemming in Italië te kiezen zijn culturele bezienswaardigheden en musea (20 procent), gevolgd door leuke activiteiten (19 procent) en natuur (17 procent).

    Ook zon, zee, strand en meren (16 procent) blijven belangrijke trekpleisters. Bergen, wandelmogelijkheden en andere buitenactiviteiten zijn voor 10 procent van de respondenten doorslaggevend. Voor 9 procent speelt de aanwezigheid van vrienden of familie een belangrijke rol.

    Liefde voor Italië blijft groot

    Hoewel inflatie en hogere prijzen steeds vaker invloed hebben op het vakantiebudget, blijkt uit het onderzoek dat de aantrekkingskracht van Italië onverminderd groot blijft. Veel reizigers besparen door korter op vakantie te gaan of een voordeligere accommodatie te kiezen, maar laten hun favoriete vakantieland niet snel links liggen.