Categorie: Hans Adema

Columns van Hans Adema

  • Sinterklaas

    Sinterklaas

    Een van de hoogtepunten in het jaar in mijn jeugd was Pakjesavond.  Zowel in het gezin thuis, als überhaupt in heel Nederland. Je keek er weken naar uit, het was een algeheel familiegebeuren. Heel veel voorbereidingen. Het was ook de enige avond in het jaar dat het hele gezin bij elkaar was. Op andere dagen, zoals Kerst en Oud- en Nieuw hadden veel van mijn broers en zussen bezigheden elders.

    Het vieren van Sinterklaas begon een beetje op mijn verjaardag, 21 november. Ik deelde in de klas mini taaipopjes uit. Minder ongezond dan alle zoetigheid en heel lekker! Daarna kwam er thuis het ‘lootjes trekken’. Voor wie je een lootje trok moest je een surprise maken, een handgemaakt cadeau met iets dat betrekking op de ontvanger had. Het mocht een beetje sarcastisch zijn, maar in ieder gevel niet gemeen! Mijn moeder regelde dat lootjes trekken, die keek de briefjes in. Je kon natuurlijk niet jezelf krijgen, maar ook niet dezelfde persoon als vorig jaar. Voor zover ik me kan herinneren is dat altijd goed gegaan.

    Surprise: een berg voor mijn (Amerikaanse) zwager, hij was bergbeklimmer.

    Dan begon het je opsluiten in je kamer, er mocht niemand komen als je met de surprise bezig was. Ook moest je voor degene van de surprise (en voor wie je maar wou) een ‘gedicht’ schrijven. Om te voorkomen dat je handschrift herkenbaar was, deed je dat op een typemachine die mijn vader meebracht van kantoor, een Remington of een Olivetti, in ieder geval loodzwaar. De aanslag was ook loodzwaar. Ik leerde mezelf daar typen op, met twee vingers wilswaar, maar toch. Het gevolg is dat ik nu per jaar gemiddeld één toetsenbord aan gort ram!

    Olivetti typemachine, eentje zoals mijn vader meebracht van kantoor, met zware toetsen.

    Er was een aantal vaste cadeaus. Je kon kiezen uit een grote speculaaspop of een grote taaipop en de kleur van je suikerbeest. Dat meestal gebroken uit het cadeaupapier kwam! Verder een chocoladeletter, melk of puur. Ik was altijd blij met mijn melk-‘H’. Die was lekker groot. Je mocht je letter niet direct opeten. Die werd later bij de koffie opgedeeld. Heb ik altijd heel goed van mijn ouders gevonden. Als ik op 6 december bij mijn buurvriendje Jopie kwam zat ie op zijn kamer met een mond smerig van de chocola van zijn chocoladeletter. Van delen had hij nog nooit gehoord! Mijn zusje in Amerika meldt me net dat de letters inderdaad verschilden in grootte, dat wist ik niet. En dat één van mijn broers meestal zijn letter al op had, dus van delen kwam bij hem niet veel!

    Chcoladeletters te kust en te keur.

    Ook een ceremonie op zich, althans voor mijn jongste zusje Frederike en mij was het maken van een verlanglijstje. In mijn mooiste handschrift (voor zover dat mogelijk was voor mij), versierd met tekeningetjes! Mijn moeder had het saaiste lijstje. ‘Een Maja-zeepje’ en ‘Verder vind ik alles leuk dat ik krijg’. Ik heb wat Maja-zeepjes gekocht van mijn zakgeld in de loop der jaren! Ik denk dat het grootste cadeau voor mijn moeder was dat ze alles in goede banen wist te leiden.

    Iedereen vierde pakjesavond trouwens op 5 december. Ongeveer in die tijd kwam het in de mode om het te verschuiven naar het weekend, maar dat is natuurlijk niet echt! Na het eten moest ik helpen met het maken van hapjes voor bij de borrel, toastjes hardgekookt ei met mayo. Een grote postzak klaarzetten voor de pakjes, die had mijn vader ook meegenomen van kantoor als ik het me goed herinner. En wachten tot iedereen aanwezig was. Een keer was dat heel spannend. Het was laatst nog in het nieuws. Het mistte op 5 december 1962. Zo dicht dat het zicht nog geen meter was. Wat was iedereen opgelucht toen we mijn vaders auto voor de deur hoorden stoppen. De dichtste mist ooit in Nederland, nog steeds! Was onlangs in het nieuws in een programma over weerrecords!

    Ook moest iedereen voor iedereen een cadeautje kopen, aan een maximumprijs geboden. Ik weet nog goed dat mijn Amerikaanse zusje en ik op een koopavond (heel nieuw toen!) bij een winkeltje van het Rode Kruis naast het Binnenhof een tabakspot voor mijn broer bekeken of die in ons budget paste. De verkoopster kwam aanrennen en haalde wat van de prijs af. Toen we buiten stonden zijn we keihard in lachen uitgebarsten. Ik hoor het mijn zusje nog zeggen. De zoon en dochter van de directeur van Van Gend en Loos die gematst worden. We keken alleen maar of het paste in het afgesproken budget thuis. Ja, toen wel!

    Foto: Alf van Beem

    De reden voor mij om dit verhaal te schrijven is het feit dat Sinterklaas en Pakjesavond een groot familie- en kinderfeest was. Als Sinterklaas iets bepaalt kan dat niet teruggeschroefd worden! Wat moet Godfried Bomans een lol gehad hebben toen hij als Sinterklaas in Nijmegen alle basisscholen een vrije dag gaf! Het gemeentebestuur was woedend. Maar Sints wil is wet! Sinterklaas is een kinderfeest!!! Kick out Zwarte Piet heeft aangekondigd zo een beetje alle Sint-intochten te gaan dwarsbomen. Waar is dat nu voor nodig? Ik ben nu bijna 73. Maar ik heb in Zwarte Piet nog nooit een zwart medemens gezien. Nee! Zwarte Piet is Zwarte Piet. Ga geen kinderfeest verstieren!! Ik heb ooit een interview in de Volkskrant gelezen met een meisje dat ieder jaar zwarte Piet speelde, omdat ze dat zo leuk vond. De laatste zin van het interview luidde: “Oh ja, als u het wil weten?: Mijn eigen huidskleur: zwart!”

  • Spinazie

    Spinazie

    Zoals beloofd. Een verhaal over spinazie. Diverse redenen om er een leuke column van te maken. Ik moet het in mijn hoofd (woensdag 1 november) nog laten uitkristalliseren, maar het begin is er. In tegenstelling tot de hachee, geen recept dit keer, is niet nodig bij iets dat je uit de diepvries haalt!

    Wij aten als kind vroeger thuis heel vaak spinazie. Ik kan met het nog goed herinneren, ik moest namelijk de spinazie wassen. Wat een klere klus. Hoe vaak je ook spoelde, er bleef altijd zand achter tussen de blaadjes. Ik kan me geen groente herinneren, waar zo veel zand in zat als in verse spinazie. Geen wonder dat mijn moeder op een gegeven moment is overgestapt op diepvries. Ik allang blij, weg rotklus! Anno 2023 vind ik spinazie nog steeds heerlijk! Vandaag op het diepvriesgebeuren na op de ouderwetse manier van thuis! Om te beginnen bij de spinazie natuurlijk aardappelen. Hoe dat thuis ging weet ik niet meer. Ik zou nu zeggen ‘puree’. Ik zal mijn zusje in Amerika vragen of zij zich daar nog iets over kan herinneren. Ik denk niet gebakken aardappelen, want dat was iets dat voor bij restjes de volgende dag! En bij verse spinazie was er natuurlijk nog niks overgebleven! Mijn zusje zei dat het gewone gekookte aardappelen waren. Sowieso is het eten van aardappelen bij iedere maaltijd iets vreemds, dat ik zelf al lang afgezworen heb. En mijn oudste broer heeft aardappelen eten sowieso geschrapt uit zijn menu toen hij op zichzelf ging wonen. (Ik moet heel erg hard lachen om het gebruik van het woord ‘geschrapt’ in deze.  Ging helemaal per ongeluk, ik zag het pas toen ik het had getypt!)

    Zoals jullie weten ben ik dol op bruine bonen. Mijn oudste zus heeft, ik weet niet hoe vaak, tegen mijn moeder gezegd: ‘Ma, bij bruine bonen hoeven geen aardappelen. Beide zijn zetmeel, dat is dubbelop.’ Nee hoor, avondeten, daar moeten aardappelen bij! Mijn moeder heeft dat nooit willen inzien, wat heeft Wannée een hoop onzin rondgebazuind over eten in haar kookboek!! Ik vind aardappelen heerlijk, maar op zijn tijd!!! Niet bij iedere maaltijd! Wel heel opmerkelijk. De kooktijd die Wannée noemt voor verse spinazie is kort en juist! Anno 2023 nog steeds. Een vlaag van helderheid misschien?

    Maar goed, terug naar de spinazie! Om te beginnen naar de verse! Het is blijkbaar niet de juiste tijd van het jaar want mijn boodschappensneldienst gaf aan dat er nu geen verse spinazie verkrijgbaar is. Dus toch maar deelblokjes uit de diepvries. Wel met hardgekookt eitje en soldaatjes (foto). Was overigens erg lekker en natuurlijk geen zand tussen mijn tanden! Eerst de blokjes ontdooien, daarna 2 minuten op hoog vuur koken. Soldaatjes maken in mijn tosti-ijzer!. Gaat gelijkmatiger dan het broodrooster, daarin wil ik nog weleens de toast laten verbranden, het tosti-ijzer is minder heet en verwant gelijkmatiger. De soldaatjes waren dan ook prima! Weer dankzij het verhaal van vandaag warm gegeten: Spinazie, ei, soldaatjes; bij elkaar een complete maaltijd.

    Maar ik begin nu door de inspiratie warme maaltijden heen te raken. Ik heb zo gauw geen onderwerp voor een volgende zonder in herhalingen te vervallen. Ik zat aan erwtensoep te denken, maar ik dacht dat ik die al gebruikt heb. Maar ik krijg ongetwijfeld wel een idee, ik was bij nazoeken van wat ik geschreven heb nu al beland in de columns van dik 10 jaar geleden! Wie herinnert zich die nog?

  • Hachee

    Hachee

    Weinig recepten zo variabel als hachee en het erop lijkende goulash. Zoals iedere Indiase huisvrouw haar eigen recept heeft voor curry, geldt dat voor Hollandse huisvrouwen voor goulash en hachee. Ik kwam op het idee van het verhaal door een vraag van mijn zusje in de VS of Hachee nou Frans was of uit een ander land kwam. Nee dus, het is oer-Hollands!

    Veel recepten gebruiken overigens ook appelstroop, ontbijtkoek en suiker. Maar dan noem ik het geen hachee meer, Ik noem het dan eerder Limburgs Zoervleisj. Hoewel beide gerechten een totaal andere achtergrond hebben! Hachee is van oorsprong slachtafval en dan vnl. van varken. Het wordt van oudsher in de slachtmaand bereid, oktober en november. Zoervleisj was de eindhalte van uiterst taaie oude Limburgse boeren werkpaarden. En niet aan een jaargetijde gebonden. Ik heb het op aanraden van facebook vriendin Astrid één keer geprobeerd met stroop en koek, eens maar nooit meer. Veel te zoet!

    Het schrijven van de columns is voor mij heel belangrijk geworden omdat ik daardoor beter en vaker warm eet! Dankzij de verhaaltjes en het eerst zelf uitproberen eet ik weer vaker warm thuis! Dat was geen overbodige luxe. En ik eet weer gevarieerd iets dat de columns weer ten goede komt! Hoe de hachee was, leest u verderop. Overigens is heel leuk dat diverse lezers van me vol ongeduld vragen naar de column. Ik moet hem nu nog schrijven, maar eerst de blote billetjes! Die zijn 27 oktober op Gourmand Gazette verschenen. Trouwe volger Machiel had onlangs de ingrediënten voor de hachee al in huis gehaald, maar moe(s)t dus nog een paar dagen wachten.

    Dit ga ik gebruiken: het is nu meer een recept geworden in plaats van een column, maar voor een keertje is dat niet erg.

    Ingrediënten:

    • 1 runderschenkel
    • 2 rawit
    • 1 grote of twee kleine uien
    • 1 blad laurier
    • Versgemalen peper
    • Geraspte nootmuskaat naar smaak
    • 1 teentje knoflook
    • 2 kruidnagels
    • Scheut azijn
    • Twee scheuten rode wijn
    • 1 Knorr shii-take (of runder-) bouillonblokje

    Bereiding:

    • Stap 1, heel belangrijk! Check of alle kruiden nog goed zijn. De laatste keren heb ik alles vers (nieuw!) gekocht.
    • De schenkel een nacht marineren in een mengsel van (wijn)azijn en rode wijn, hoeveelheid zo dat de schenkel helemaal onder staat. Aan de marinade toevoegen 1 rawit. Rawit zijn kleine gedroogde heel scherpe (!) Spaanse pepertjes uit Indonesië. (Mijn moeder had tot mijn verbazing altijd rawit in huis. In de pot met inmaakkruiden of, hoe anders, hachee-kruiden! Indonesisch kent geen meervoud. 1 rawit, 2 rawit. Of het woord herhalen, veel groente is niet gado’s maar gado-gado! In recepten lees je vaak ‘Crockpot’ voor slowcooker. Dat is een merk. Klassiek voorbeeld van een merknaam die soortnaam is geworden, zoals Vliko-bak!)
    • Ondertussen de Slow-Cooker (of Crockpot) schoonmaken met een doek warm water. Nooit in de vaatwasser of in een afwasbak, gevaar kortsluiting en elektrocutie!!!
    • Volgende ochtend de schenkel droogdeppen met keukenpapier en in hapklare brokken snijden, bot apart houden. De brokken en het bot in een mengsel van boter (liefst echte!) en olijfolie dichtschroeien op een hoog vuur. Uitjes fijn snipperen en ook bakken.  Even in de braadpan laten sudderen met de inmiddels gebakken uitjes. Als de uitjes beginnen te kleuren alles in de slowcooker met de marinade en de keukenkruiden (Keukenkruiden heb ik bij Appie nieuw moeten bestellen. De gedroogde waren te lang bewaard, die hadden, inclusief de nootmuskaat, al hun smaak verloren! Heb nu alles in de keuken klaar staan, ga morgen (gisterochtend inmiddels dus!) beginnen met het vlees in de marinade zetten en donderdag bereiden en vervolgens laten garen in de slow cooker. Ik heb het de hele nacht laten sudderen! Nu uitgezet en straks als ik terug ben uit de kroeg weer aanzetten om op te warmen. Het zal mij benieuwen. Het ruikt al goed! En straks er nog een paar foto’s bij maken. O.a. Wob die eraan zit te snuffelen, hij vindt het maar wat interessant. In ieder geval zo min mogelijk aanrecht op de foto zetten. Als ik kook knoei ik als een gek. Maar dat hoort erbij, anders is het vast en zeker niet lekker! Maar een vuile aanrecht op de foto is voedsel voor commentaar!).
    • Slowcooker op stand 1 en lekker 7 uur laten sudderen. Het kan niet te warm worden of aanbranden. Rustig naar de kroeg gaan en als je thuiskomt is de hachee klaar! Het bot van de schenkel zorgt voor extra lekkere bouillon.
    •  Nu (donderdagmiddag) staat het inmiddels drie uur aan en ruikt het al heerlijk in de keuken, vooral als je even het deksel van de slow-cooker oplicht!

    Van de week zat ik in de kroeg en vertelde dat ik aan mijn column bezig was, over hachee. Waarop iemand zei, en die is zeker uitstekend gelukt in je verhaal, ook als ie niet te eten is. Nee hoor, was mijn antwoord, ik ben altijd eerlijk. Zo ook nu. Het vlees was perfect zacht geworden, maar ik heb een paar veel te grote fouten gemaakt bij de marinade, waardoor het vlees te sterk gekruid was. En ‘te’ is nooit goed. Te veel rode wijn en azijn gebruikt, en, erger, ik had maar één rawitje moeten gebruiken en pas bij het stoven erin doen, niet tijdens het marineren. Betekent wel dat het prima rawit was! Weet ik voor de volgende keer. En hetzij rode wijn, hetzij azijn gebruiken. Met mate, en niet allebei tegelijk. Weer wat geleerd. En een beetje koude hachee bij de lunch was lekker, vooral al je van pedis houdt zoals ik.

  • ‘Blote billetjes in het gras’ en andere zoute zaken

    ‘Blote billetjes in het gras’ en andere zoute zaken

    Een zout lievelingsgerecht van mij met zoete jeugdherinneringen. De afgelopen dagen twee keer gegeten, maar uit een potje. Van Bonduelle, het smaakte er niet minder om. Blote billetjes in het gras. Snijbonen met witte bonen. In dit woke-tijdperk ga ik niet moeilijk doen over de naam. Het heette in mijn jeugd zo en voor mij nog steeds. Ik heb al een reactie op mijn foto op Facebook gehad van iemand die het ook zo kende, maar als Naakte kindertjes in het gras. En er nog steeds met haar familie van geniet! “Inmiddels het lievelingseten van onze schoonzoon”, schreef ze.

    Wij hadden thuis zondagse recepten en door-de-weekse. Zoals de stamppotten door de weeks waren, was het zondag allemaal net iets anders. Zo ook snijbonen met witte bonen. Die werden meestal vers gemaakt. Mijn zusje en ik moesten op zondag voordat we een eindje gingen tuffen met de auto eerst de snijbonen malen in de snijbonenmolen.

    De witte bonen kwamen toen al uit een potje! Maar later in het jaar, als de verse snijbonen er niet meer waren, kwamen de snijbonen uit het zout. Toen waren groenten en fruit nog seizoensgebonden. Gelukkig komen kopen van groente en fruit in de juiste tijd van het jaar en inmaken weer in, in verband met duurzaamheid.

    Mijn moeder vond dat we op zondag wat luxer moesten eten dan door de week. Gek genoeg vond ik het door-de-weekse eten lekkerder! Van een aantal dingen weet ik waarom. Ik lust nog steeds geen bloemkool (Flower cabbage, flauw grapje bij ons thuis). Maar dat vind ik nog steeds niet lekker, zal het niet snel maken. Wel afgeleiden, zoals broccoli, dat vind ik dan weer wel lekker. Maar mijn moeder wist de bloemkool ook dan perfect te vermoorden met het bloemsausje of Maizena-sausje! Daar kon de nootmuskaat helaas niet meer tegen op. Ook zo’n Wannée-misbaksel. Of is onze smaak collectief zo veranderd? Wat ik wel lekker vond was de spinazie met soldaatjes en hardgekookt ei. Zouden de hedendaagse kindertjes nog weten wat soldaatjes zijn? En wat ik ook heerlijk vond waren dus blote billetjes in het gras.

    In de zomer geen probleem, maar zoals ik hierboven al had gememoreerd, in de winter met snijbonen uit het zout. Mijn moeders zus Tante Wil en haar man Oom Nic maakten vroeger snijbonen in het zout. In enorme hoeveelheden. Een van mijn zusjes vertelde me dat ze wel eens als kind met een van mijn broers bij tante Wil ging logeren. Voor ze naar het strand gingen moesten ze helpen met het afhalen van de bonen. Inzouten van groenten is een vak apart. Dat heb ik gemerkt toen ik het zelf eens probeerde. Alleen bonen met zout, dat werd een bremzoute zooi dat zo de vuilnisbak in kon! Ten eerste heb je speciaal inmaakzout nodig. Zonder toevoegingen als jodium et cetera.! Verder een goede pot, het liefst een Keulse pot. Mijn moeder had er diverse, wat een mooie dingen! Ik had gewoon een glazen pot met deksel gebruikt. Ook heel fout! Eerst een laagje zout in de Keulse pot, dan een laagje groente, dan een laagje zout, etc.! Ten slotte een passende houten plank erop met een steen om het te pletten en het overtollige water eruit persen. Vervolgens afgieten. Dan een deksel of zo om het af te dekken en laten rusten. Ik zie nog de enorme ton bij mijn tante en mijn oom op zolder staan. Een paar keer per jaar ging mijn moeder een maaltje bij oom Nic halen. Thuis afspoelen, spoelen en nog eens spoelen. Na koken was de zoute smaak weg! Als kind nooit begrepen! Met kerstmis als bijgerecht. Het smaakte niet meer zout! Althans niet zo erg meer! Werd gecompenseerd door de witte bonen!

    Zelf inmaken

    In de nalatenschap van mijn moeder vond ik een Weten en Kunnen boekje ‘Zelf inmaken’. Met opdracht en datum. 1942! Het was een speciale uitgave voor ‘deze moeilijke tijden’. WO II dus. Het inmaken in zout is op een gegeven moment verdrongen door het wecken. Maar dat heeft wel 20 jaar geduurd, het was door de aanschaf van de weckpotten en een weckketel, zeker in de tweede wereldoorlog, erg duur.  In dat boekje wordt het zodoende niet echt behandeld. Ik denk dat veel mensen niet weten dat het woord wecken genoemd is naar de Duitser Johan Carl Weck, die de rechten van het wecken van de Franse uitvinder had gekocht!  Een klassiek voorbeeld waar een merknaam, gekoppeld aan een persoon dit keer, een soortnaam geworden is!

  • Boerenkool

    Boerenkool

    De komende tijd wat verhalen over mijn favoriete eten. Ik weet er al een paar! Ik begin met mijn lievelingsmaal voor mijn verjaardag: stamppot boerenkool. Of zoals mijn wijlen vriend Bill de Boo uit Roosendaal zou zeggen: Stoemp! Mooi woord, maar dat terzijde.

    Boerenkool is een populaire en veelzijdige winterharde groente, waar je van alles mee kan. Zelfs rauw in een salade. Ik beperk me tot de stamppot. In Amerika kende men de stamppot niet, daar eet men de kale rauw in een salade. Mijn zwager Harry uit Amerika was dol op de stamppot, die hij bij ons heeft leren kennen. Mijn vader noemde het spottend voor hem farmers cabbage. Nu een schoolvoorbeeld van Dunglish! Ook flower cabbage hadden we, maar dat is iets voor een ander verhaal!

    Wij aten boerenkool thuis in de winter, als de vorst er overheen was geweest. Dat moest volgens mijn moeder en mijn oudste zus! Grappig genoeg, het is waar! Geen volksgeloof wat ik als kind dacht. In boerenkool zit opvallend veel zetmeel. Door de vorst verandert een deel van het zetmeel in suikers, glucose en fructose, waardoor de boerenkool zoeter en dus smakelijker wordt. Er zijn veel boerenkoolrassen maar er zijn twee commercieel belangrijke. Een lage met korte stengels en bladeren in een rozet bovenop met veel kleine suiker bevattende uitlopers. Die komen niet in de groentewinkel. Ze worden machinaal geoogst en gaan voornamelijk naar Iglo voor de diepvries. Als u denkt, nee hoor ik heb diepvriesboerenkool van Jumbo (ik noem maar wat) komt ie toch van Iglo! Het tweede hoofdras heeft hoge struikvormige planten met uiteen staande bladeren, die veel zon vangen. En met de hand geoogst worden. Die koop je al dan niet gesneden vers bij de groentewinkel of bij de supermarkt tegenwoordig! En die eten we in de stamppot.

    Zoals al eerder gezegd, met onze verjaardag mochten we kiezen wat we zouden eten. Ik weet nog dat vriendje Jopie (indo) Bami Rames koos, wat ik eerst als Nijmeegs jochie niet lustte, het was iets totaal nieuws voor een jongen van 5 jaar! Ernst had er altijd gefrituurde krieltjes bij (de rest weet ik niet meer, ik was dol op die krieltjes) en ik koos altijd (21 november) boerenkool met worst. Is nog steeds een van mijn lievelingsgerechten. Heel belangrijk is de keuze van de juiste aardappel. De aardappel moet bloemig koken. Als kind herinner ik me dat mijn moeder grote eigenheimers gebruikte. Werden geschrapt door de groenteboer, en mijn zusje Tressa en ik moesten ze dan pitten! Ik ga aardappelen van Picnic gebruiken, er staat alleen bij dat ze bloemig koken, geen naam van het ras. Van ‘Jongens van de Klei’. Een duurzaam bedrijf, dat langzaam maar zeker een keten wordt! Gebruikte rassen zijn Bildstar, Eigenheimer, Irene, Doré en Frieslander. Voor stamppotten, voor frites hebben ze andere, vastkokende. De aardappelen zijn klein, hebben een dunne schil en zijn brandschoon. Hoef ze gelukkig dus niet te schillen. De bijbehorende rookworst was van Unox, niks mis mee, Vooral warm uit het pak. Er wordt nog wel eens geringschattend over gedaan. Die van de Hema was op zich ook heel lekker, maar wat groot, die van Unox (twee stuks per keer stamppot thuis!) was door mijn moeder gemakkelijk te verdelen over de kinderschaar! En uiteraard met (veel) mosterd.  Wat er zeker niet bij mocht ontbreken was de verse jus. Een bijproduct van het vlees braden op zaterdag. Lekker vet! Interesseerde me als kind niet. Wel in een kuiltje, dat hoort erbij! En versgemalen peper, Peper thuis uit een potje, een pepermolen hadden we nog niet.

    De aardappelen moeten bloemig zijn, maar niet tot moes gekookt. Dus even koken en nagaren van het vuur af! Dan kan je goed stampen. Ik doe dat met een ouderwetse stamper! Van Blokker. Er bleef natuurlijk altijd meer dan genoeg over om de volgende dag op te bakken. Ik mocht er dan graag een bruin korstje onder zien! Dat was geen probleem. Want meestal bakte ik de restjes op!

    Als kind had ik een schooltuintje met mijn lagere school. Dat schooltuintje was op Scheveningen, vlak bij de haven. Er staat nu een enorme torenflat, het Lindoduin. Ik herinner me nog de radijsjes en de sla die altijd doorschoot. En de boerenkool. Ik bracht een keer vol trots mijn zelfgekweekte boerenkool mee naar huis. Die bleek onder de luis te zitten. Als mijn moeder de struiken uitschudde boven een lege teil, hoorde je de luizen massaal op het zink vallen. Daar verdween mijn boerenkool in de vuilnisbak! Tranen met tuiten heb ik gehuild! Als troost maakte mijn moeder de volgende dag stamppot boerenkool met Iglo boerenkool. Ik heb er wat van gegeten, maar niet met smaak!

  • Kookclub en andere herinneringen aan mijn studietijd

    Kookclub en andere herinneringen aan mijn studietijd

    Café ’t keizertje.

    Voor mensen die mijn columns altijd lezen zullen er wel stukjes bekend voorkomen. Inmiddels weet ik zelf niet meer wat ik wel en wat ik eerder geplaatst heb. Maar goed, een kniesoor die daarop let. Zoals de laatste tijd wel vaker. Ik weet wat ik wil vertellen, maar ik moet een begin vinden.

    In het begin van mijn studietijd was ik heel goed bevriend met Theo de Boo uit Roosendaal. Hij was wat all round, hetgeen hem de bijnaam Bill opleverde, maar bij hem paste het. Hij was niet dik in de klassieke zijn van het woord. Het was mijn beste vriend. Helaas is hij een jaar of vijf geleden overleden aan een beroerte. Ik weet nog goed dat zijn vrouw me belde met de mededeling. Ik kon helaas niet naar de begrafenis, was toen al niet meer mobiel!

    Hij kwam op zondag of op maandag met de auto uit Roosendaal, bij zijn ouders vandaan. Hij parkeerde dan de auto voor het huis waar hij als student woonde. De auto stond daar de rest van de week. In Leiden ging hij op de fiets of hij ging lopen. Als zoon van een huisarts, annex politiearts zei hij: ik heb genoeg ellende gezien met chauffeurs met een drankje op. Of ik drink, of ik rij, maar niet beide. Daar was hij heel consequent in! Als hij in Leiden kwam spraken we af in het studentencafé Pardoeza. Meestal zat ik daar al als hij kwam.

    Café de Keizer.

    Ik bestelde een biertje voor ons en vroeg aan hem: ‘wat doe jij met eten? Zijn klassieke antwoord was: ‘wat dacht je? In mijn mond stoppen natuurlijk!’ Dat was het begin van een klein toneelstukje.  Ik zei dan, het is pas half zeven, de mensa gaat om 7 uur dicht, nog alle tijd voor een biertje. En even later. En nu? Kwart voor zeven, nog net tijd voor een biertje (de mensa was om de hoek). En dan: het is zeven uur geweest, de mensa is dicht. Mijn antwoord was vervolgens: op naar Woo Ping!!! Het was ons geweten sussen. We wisten natuurlijk van tevoren al lang dat we naar de Chinees gingen. In tegenstellig wat veel studenten dachten en rondbazuinden was de mensa overigens wel heel goed te eten. We zijn er ook vaak geweest. En de verhalen over kakkerlakken die in je eten vielen waren broodje aap! Het is één keer voorgekomen, maar dat ging zijn eigen leven leiden!

    Op een gegeven moment ben ik overgestapt van Pardoeza naar het Keizertje in Leiden. Het café is een van de oudste en beroemdste uit de stad, Alleen heet het nu ‘de Keizer’. Niks daarvan. Radio West interviewde op 3 oktober twee weken geleden op straat voorbijgangers en vroeg aan een bezoeker, wat doe je na de optocht. Antwoord was: naar Het Keizertje. Niks de Keizer! Will (kroegbaas), never change a winning team!

    Anneke (links).

    Maar goed, nu eindelijk tot the point van mijn verhaal. Eten!!!!!! En koken. Een bezoekster in de Keizer, oude An, (zo geheten omdat haar dochter jonge An heet, de naam heeft geen associatie met haar leeftijd! had het er een keer over dat ze zou gaan koken voor ons. Het begin van een lange traditie.

    Ik weet niet meer wat ze had gemaakt, maar Gebakkie (bijnaam) zei, dan ik doe ik dat de volgende week. Waarop ik zei, dan ik de volgende.  We waren uiteindelijk met zijn zevenen. We hebben het elf jaar volgehouden! Ik heb het opgeblazen omdat er wrijvingen ontstonden. Het werd me niet in dank afgenomen.

    Iedere zondag kookte een van ons voor de hele club. In het begin dankbaar gebruik makend van de keuken in het Keizertje. Ze hadden een uitgebreide keuken uit de tijd dat het ook nog restaurant was. Uit die tijd stamde ook een salamander. Hoe vaak ik dat heb moeten uitleggen, ik weet het niet meer. Een salamander is een loeihete oven op ooghoogte. Ik baal nog van het feite dat Wil de keuken afdankte en daar mee de salamander.

    Gebakkie en Bacchus.

    We hadden dingen van elkaar waar we niet aan mochten komen, zoals de vis van Gebakkie! En nu kom ik bij de zaken die ik waarschijnlijk al eerder hier heb geplaatst. Maar nogmaals, een kniesoor die daarop let! Gerard maakte van alles met vis, ik van alles en nog wat, maar mijn toetjes waren Bawawa’s. Bavaroises, maar als Hagenees kan ik dat niet uitspreken! En die waren dus taboe voor de andere leden!

    Ik mocht graag thuis voorbereiden. Meestal maakte ik ook soep, lievelingssoep uiensoep.  Maar dan stond er thuis een volle pan soep en die moest naar het Keizertje. Dus een auto regelen. Met de pan soep op mijn schoot stapvoets naar de kroeg. Het is altijd goed gegaan!!!!!! Gelukkig was het op zondag verre van druk hier in de stad met verkeer! Dat is inmiddels wel achterhaald nu de winkels ook op zondag open zijn!

    Eén keer per jaar maakte ik een Indische rijsttafel. Dik drie weken werk. Eerst drie weken van tevoren Atjar ketimoen maken. Daarna Sambal Serdadoe uit het kookboek van Bep Vuyk, wel aangevuld met trassi. Ik waarschuwde mijn toenmalige buren als ik dat ging doen, maar gelukkig hielden die ook van Indisch eten.

    Vervolgens, heel erg belangrijk, ik heb dat mijn zusje ook een keer geleerd in verband met de kerstmis waar mijn vader vroeg weg wilde. Een draaiboek maken. En dan heb je als alle voorbereidingen klaar zijn zelf de tijd om gezellig mee te borrelen. Maandag opschrijven wat te doen, op post-it velletjes op de koelkast! Boodschappen dus als eerste. Daarna Rendang maken, rustig drie dagen van de tevoren (niet schrikken dus, dan is ie het lekkerst!). En op de juiste volgorde de rest. Om drie uur naar de keuken. Wat door iedereen werd gewaardeerd: De barkeeper van Dienst mocht mee-eten! Jammer dat ik daar geen foto’s van heb! Eén keer heb ik een hongerige klant, buurman Bram uitgenodigd mee te eten. Oh, wat was Oude An kwaad. Mijn verweer was. Ik kook, ik betaal alles en wie van me mee mag eten heb jij niks mee te maken, dat bepaal ik. Bram was me erg dankbaar!

    Helaas waren een paar deelnemers erg fantasieloos. Lange Paul maakte altijd maaltijdsalade. Niet erg, maar iedere keer dezelfde ging vervelen. Ik heb hem kookles gegeven. Was achteraf een goed idee toen hij zijn a.s. vrouw leerde kennen. Kon hij thuis wat lekkers op tafel zetten! Dirk en Annemarie konden allebei heel goed koken, maar iedere keer een quiche ging ook vervelen. Ook hun gevraagd variatie in te brengen. Ging gelukkig goed!

    Vierkante eierenpers.

    Gerard bracht een keer een salade naar beneden met rare knalgele vierkante dingen op de rand. We zaten er raar naar te kijken. Het waren hardgekookte eieren, vierkant gemaakt in een eierpers.  en geel gekleurd met kurkuma! Ben gelijk gaan zoeken waar ik er eentje kon kopen. Pierre wind heeft diverse vormpjes om eieren in een vorm te kneden eens op zaterdag in een kinderkookprogramma geshowd. Ik kon ze helaas nergens vinden. Onder andere een konijn! Het vierkante eieren persje heb ik wel. Je doet het gepelde bloedhete ei in het persje, doet de deksel er op en draait het aan. Dan even in ijskoud water, met ijsblokjes. Het ei wordt nu in de vorm gefixeerd.

  • Eerste keer

    Eerste keer

    Heeft u ook van die dingen waarvan u wilde dat voor de eerste keer mee te maken? Ja, natuurlijk heb ik die. Nee, ik ga het hier niet over seks hebben, wat u misschien dacht, maar ik bedoel alledaagse dingen.

    Als ik eraan denk, en dat is vaak, denk ik als eerste aan Like a Rolling Stone van Bob Dylan. Ik weet nog goed wanneer ik dat voor het eerst hoorde. Ik had als joch een transistorradio zakformaat van mijn broer Lieke gekregen. Het eerste wat mij opviel was de wat overweldigende begeleiding. Radio Veronica, de enige zender die ik goed kon bereiken bij mijn huis, schaarde het nummer onder ‘protest songs’. Alles wat Like a Rolling Stone is, het is geen protestlied. Het is één grote scheldpartij tegen het een meisje dat het heeft uitgemaakt. Het is waarschijnlijk Edy Sedgwick.  In ieder geval is Suze Rotolo zijn meisje daarvoor wel niet lang na het uitbrengen hiervan (ze was Italiaanse) met haar moeder naar Italië vertrokken, ze kon de druk van de ex van zo een beroemdheid niet aan. Zij staat wel op de hoes van ‘The Freeweelin’ Bob Dylan).

    Dat kan geen toeval zijn. Veronica lag overigens in één rechte lijn van ons huis in onze buurt, het Haagse Statenkwartier. Net op de grens van de territoriale wateren die toen nog op 3 mijl was.  En in mijn jeugd luisterde iedereen van mijn generatie Veronica. Hilversum wist nog niet wat popmuziek was en zelfs Hilversum III draaide in het begin geen pop maar oersaaie easy listening. Ze hadden er echt niets van begrepen!  

    Twee eerste keren in één klap, de film en een bandje!. De ene is uiteraard West Side Story! Wie heeft van onze generatie daar geen goede herinnering aan? Ik was toen die uitkwam hier, 1961, te jong om ernaartoe te mogen. Maar als wij met een verjaardagsfeestje naar de bioscoop gingen, speelde voordat de hoofdfilm begon de prologue van West Side Story, met mooie gestileerde zwart-wit beelden op een blauwe achtergrond. De muziek maakte toen al een overweldigende indruk op me! In 1967 werd het congresgebouw bij ons geopend (het was nog niet af, dat terzijde). In één van de zalen speelde een fantastische popgroep ‘Somethings coming’. Ik dacht, dat is niet zomaar een bandje. Was het niet, navraag wees uit dat de groep uit Voorburg kwam en luisterde naar de naam ‘Sandy Coast!’. Nog ver voor hun doorbraak.  En deze uitvoering blijft ook prachtig:

    Mijn moeder ging een keer naar West Side Story met een vriendin van mijn oudste zus. Mijn vader bracht ze en haalde ze weer op. Bij Metropole Tuschinsky in Den Haag. Ze kwamen snikkend terug. De film was voor die tijd erg duur, een kaartje was 4 gulden. Sindsdien heette de film bij ons thuis: “huilen voor 4 gulden”.

    In 1964 speelden wij kinderen zoals het hoort heerlijk buiten. Ik zat op een bankje op het Frederik Hendrikplein naar twee meisjes te kijken die badminton aan het spelen waren. Opeens trok een van de meisjes iedere keer mijn ogen naar haar toe. Het zomaar naar het badminton kijken was geen prioriteit meer, nee, dat werd het meisje. Ik wist wat er met me aan de hand was! Totdat iemand mijn zwemmerige ogen zag: Hans, je bent verliefd! Wat een gewaarwording. Als ik ’s avonds na het eten naar het plein ging was mijn eerste gedachte: “Annemarie – zo heet ze – is er toch wel! Meestal wel. Ik wou dat dat ik dit nog een keer meemaak op die leeftijd, maar dan met meer zelfvertrouwen en niet zo verlegen! Ik heb een van haar broertjes om een fotootje van haar gevraagd. Dat staat nog op een ereplaats in mijn huis. Het jaar daarop heb ik haar door hetzelfde broertje een cadeau gegeven voor haar verjaardag 16 april 1965, een platenbon. Haar moeder nodigde me daarop voor haar verjaardagsfeestje. Voor de bon heeft ze ‘Ticket tot ride’ van de Beatles gekocht. Geheugen is een raar ding. En later op de kermis heel vaak met haar samen in de botsautootjes. Helaas is het daarbij gebleven. Door mijn verlegenheid.

    Bij mij in de buurt was er het Verversingskanaal op Scheveningen. Er werd lacherig over gedaan dat op zondag vooral slecht ter been zijnde oude vogelliefhebbers daar vogels gingen kijken in de winter. Geen verre tochten naar de duinen, gewoon dicht bij huis. Totdat ik dat ook een keer uit nieuwsgierigheid deed. Wintergasten genoeg, sinds liep ik daar ook iedere zondag! Een keer zat er een vreemde eend. Met mijn net voor mijn verjaardag gekregen vogelgids hem opgezocht. Een pijlstaarteend! Zelfs met mijn pocketcamera een goede foto gemaakt.

    Nou nog één eerste keer grapje tot besluit. Dat geldt in het algemeen voor alle nummers van Bob Dylan. Maar dat is een mer a  boire. Maar een anekdote waar ik nog van geniet. Ik werkte ooit bij een vriend van me op zijn milieuadvies bureau in Zwolle. Ik deed veldwerk in Drenthe. Een keer was het zo een slecht weer dat besloot om mijn onderzoeken van de afgelopen tijd op kantoor te gaan uitwerken. Ik was bezig en toen kwam er een verzopen college binnen die hetzelfde idee had gekregen. Hij deed zijn verhaal en eindige met ‘But is’s al right ma’ waarop ik antwoordde met ‘I am only bleeding’. Alle medewerkers op kantoor keken me met vragende ogen aan. Oh zei ik, dat zijn dichtregels van de beroemde Joodse voorzanger Robert Zimmerman. Mijn doorweekte collega zei hierop: ‘Robert A. Zimmerman!’. Nog meer vragende blikken. Waarop ik maar zei: “beter bekend als Bob Dylan!” 

  • Leland Stanford Junior University

    Leland Stanford Junior University

    Mijn zus is in 1965 naar Amerika gegaan om op Stanford te werken, op verzoek van Haagsche collega’s. Op Stanford hadden ze mooie truien, waarvan ze er eentje naar me opstuurde. Ik wilde er een foto van maken, maar ik kan hem niet vinden. Ik moet hem dus wel weggegooid hebben, maar dat is niets voor mij, een jeugdsouvenir in de vuilnis doen. Ik heb hem nog lang gedragen, tot ver in mijn studietijd. Hij was wel uitgelubberd, maar nog geen reden om hem weg te gooien. Ik probeerde hem op Google te vinden, maar de foto’s waren te klein. Ik vond op internet toch een foto ervan! Die bij vergroten de juist trui bleek te zijn. Op de trui stond “Leland Stanford Junior University”. Me altijd afgevraagd wat deze enigszins cryptisch tekst betekende. Maar door een verhaal op Facebook (straks meer) kwam na 50 jaar de oplossing. De universiteit is vernoemd naar de zoon van een miljardair die het instituut voor een groot deel gefinancierd heeft: Leland Stanford Junior.

    Ik ben bang dat het voor een groot deel een apocrief verhaal is. Op Facebook verscheen een verhaal dat er in 1891 een echtpaar zich meldde op Harvard met de vraag de overall directeur te spreken. Het echtpaar was netjes maar sjofel gekleed. Ze vroegen of ze Harvard een herinnering mochten geven op de campus ter herinnering van hun aan vlektyfus gestorven zoon. De directie monsterde en zag alleen dat het arme sloebers moesten zijn. Nee, ze wilden niet. Als we voor iedere gestorven student een gedenkteken moesten plaatsen was het hier eerder een begraafplaats, was de reactie. Nee, zei de man, we willen een gebouw schenken. Het antwoord was: ’bedenkt u wel dat de gebouwen hier samen meer dan 7 miljoen dollar kosten!’ (Het was 1891!). De vrouw keek haar man verbaasd aan en zei: “zo weinig maar? Dan stichten we toch onze eigen universiteit.” Het echtpaar was de schatrijke spoorwegmiljardair Leland Stanford en zijn vrouw Jane. Vandaar de naam Leland Stanford Junior University. Als het verhaal waar is zal de leiding van Harvard zich de haren uit het hoofd getrokken hebben. Ik hou van dit soort verhalen. Vandaar de inscriptie op de trui. Nu ik dit weet, dat van die miljardair is waar, heb ik er nog meer spijt van die trui weggegooid te hebben. Stanford is uitgegroeid tot een van de belangrijkste universiteiten van de VS, met veel beroemdheden bij de alumni. En is nog steeds particulier, de enige particuliere universiteit in de VS.

    Mijn zus stuurde me voor mijn verjaardag in 1966 het beroemde Amerikaanse paddenstoelenboek: Alexander H. Smith ‘The Mushroom’s’ Hunters Field Guide’. Ik bladerde er gisteren in en schrok. Opeens hadden de paddenstoelen geen betovering meer voor me. Ik dacht dat ik mijn plezier in paddenstoelen aan het verliezen was. Gelukkig realiseerde ik me dat het een identificatie gids is. Van de fotoreportages op Facebook geniet ik met volle teugen. De foto’s in het boek zijn saaie zwartwit foto’s uit die tijd die alleen kenmerken laten zien. Ze missen de charme van de kleurenfoto’s in het veld. Ik ben toen ik cadeau uitgepakten bekeken had direct vol trots met het boek naar mijn buurvriend en mede natuurliefhebber Ernst gerend. Ook hij vond het een fantastisch boek. Het leuke achteraf is dat ik bij één van de merkwaardigste soorten dacht “wat hebben ze daar vreemd gevormde paddenstoelen”. De soort in kwestie, Phaelpiota aureavond, goudhoed, vond ik een paar jaar geleden in Oegstgeest bij de grote RK-kerk.

  • Wannée en spruitjes!

    Wannée en spruitjes!

    De paddenstoelen moeten nog even wachten. Ik heb er geen inspiratie voor. Terwijl ik heel veel leuke ideeën heb voor andere. Ik ben begonnen aan de paddenstoelencolumn. Iedere keer als ik wat zinvols bedenk plaats ik het erbij. Maar nu wil ik weer wat hilarische zaken plaatsen. Deels naar de familiebijeenkomst van gisteren.

    Ik begin met gisteren, de kroeg belevenissen komen nog wel. Ik krijg nu een mooi afgerond geheel. Heeft u wel eens met een pasgeboren baby op schoot gezeten? Ik wel, maar het verhaal erachter kwam gisteren pas boven. Ik ging een keer, lang geleden, met mijn ouders, naar voetballen kijken bij mijn oom en tante in Leidschendam. Het was een wedstrijd van wat we nu de supercup zouden noemen. Mijn oom had één van de eerste kleuren-tv’s in het land. Hij had zijn tv overigens verkeerd afgesteld, de kleuren waren veel te hard. Beetje temperen had een mooier beeld gegeven.

    Bij mijn oom en tante was ook hun oudste dochter met hun pasgeboren zoontje. Die zat op een gegeven moment bij me op schoot. Ik voel nog zijn babyvingertjes om mijn wijsvinger. Rare gewaarwording om te bedenken dat ik gisteren op een familiefeestje met hem een lekker een biertje dronk. Verder was het op familiefeestjes heel gezellig, al kende ik een aantal mensen niet meer, ook niet van gezicht. Iedereen vond het, wel leuk dat ik ook gekomen was ondanks mijn lichamelijke ongemakken. Wat ook leuk was dat mijn broers en zusjes vroegen waar de volgende column bleef. Er is meer familie die ze leest dan ik wist!

    Ik vertelde mijn nichtje Renée dat ik een cadeautje voor haar heb, maar dat ze het nog niet mocht hebben. Dat zou mij depressief maken. Ik heb het gevoel dat ik dan onheil over mijzelf afroep.  Ik heb toen mijn ouders overleden het cadeau van mijn vader aan mijn moeder op hun verloving ingepikt. Met opdracht: ‘voor Aat van Nic. 28 september 1934’. Het kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool van juffrouw Wannee!  Voor mijn moeder was dat boek heilig. In het boek staan vreselijke recepten, zoals spruitjes. Ik heb Renée (veganist) verboden dat recept ooit te maken. Wannée zegt: een half uur koken en dan een kwartier stoven met een klontje boter. De spruitjes waren tot moes en het hele huis stonk ernaar. I,n het hele land dus, want iedereen gebruikte Wannée. Wannée is zonder dat ze het ooit beseft heeft de uitvinder van de ‘spruitjeslucht van de jaren ‘50’.  Ik hoor het mijn oudste zus nog uitroepen. “Mama, kook de spruitjes nou eens beetgaar”. Nee, dat stond NIET in Wannée dus iedere keer weer die tot moes gekookte ondingen. Ik lust ze nog steeds niet, ‘spruitjes’ is een regelrecht jeugdtrauma! Renée vond het feit dat ze het boek mag hebben heel leuk! En moest erg lachen om het spruitjesverhaal! Ik wil dat het boek in de familie blijft. Ik heb het 10 jaar geleden voor veel geld laten restaureren, dat was het me zeker waard! Ik heb de zevende, verbeterde druk. De eerste is uit 1910. In dit boek staan oubollige reclames, onder andere voor Patria cream crackers. En voor het eerste tips voor goede, elektrische (!) verlichting in de keuken. Een bijzondere nieuwigheid toen. Maar het spruitjes recept is nooit aangepast!

  • Drop

    Drop

    Een typische Hollandse lekkernij is zwarte drop. Mijn zusje in Amerika vertelde me dat het bij haar in de buurt niet te verkrijgen is. Ik ben ooit toen ze op het punt stond om naar Amerika terug te gaan naar Jamin geracet om een heel grote zak gemengde drop te kopen voor haar. Mag niet meer, je mag geen voedingsmiddelen meer meenemen naar de VS en drop valt ook onder ‘voedingsmiddelen’. Nederland is overigens de grootste dropproducent ter wereld!  Er verscheen ooit een bericht op Internet, ik weet helaas niet meer uit welk land. Die tien smerigste snoepjes ter wereld, Met stomme verbazing las ik dat met stip op nr. 1 stond: ‘’Dutch dubbelzoute drop”.  Ik denk dat alle Nederlanders die het bericht hebben gelezen in de lach zijn geschoten. Mijn broer had op zijn werk, voor zijn hartoperatie, altijd een pot dubbelzoute drop ’staan. Ik ging regelmatig bij hem langs als ik op de afdeling ‘Paddenstoelen’ moest zijn, dropjes gappen!

    Een van de nadelen van het eten van drop is dat drop erg bloeddruk verhogend werkt. Dat komt door de zoethoutstof, niet door het zout. Er zijn niet veel mensen die dat weten, zoals de chauffeur van de regiotaxi die me onlangs naar huis bracht. Het maakt niet uit of je zoete of zoute drop eet, beiden zijn even slecht. Mijn zusje dat me assisteert bij ziekenhuis en doktersbezoeken vertelde dat ze in verband met haar bloeddruk geen drop meer durft te eten, ook niet de salmiakpilletjes. Die verslond ik, zij ook, maar helaas kan ze/durft ze dat ook niet meer. Ik at vroeger een zakje rustig in 10 minuten helemaal leeg. Was dan wel enigszins misselijk!

    Ik raakte eens in de pub ‘Pardoeza’ bevriend met een bezoeker, grappig genoeg, door de enorme hond die hij bij zich had. Hij heette Carel van Laere, helaas ook alweer lang geleden overleden. Hij vertelde me dat hij dropjes ontwierp. Alle bekende dropjes zijn door hem ontworpen! Hij was in Leiden geboren, maar woonde destijds in Brabant Later weer hier beland omdat zijn dochter die hier woonde en voor hem zorgde, in verband met zijn kanker. Hij demonstreerde het dropjes ontwerpen een keer aan een heel klein klompje klei. Hij kneedde daar een driehoek van. Met een spateltje dat hij bij zich had maakte hij er opstaande randen om heen en vervolgens in reliëf het woord ‘zout’. Het was opeens een groot stuk drop. Ha, zei Carel. Kijk Hans: optisch bedrog, nu lijkt het een groot stuk schuine drop. En kneedde het weer tot een kubusje. Er bleef niks van over. Ik stond perplex! Nog niet zo lang geleden googlede ik een keer op hem. Hij gaf op woensdag in zijn woonplaats in Brabant knutselles aan schoolkinderen tot hij dat niet meer kon. Op zijn graf staat een heel mooi houten kruis, met alleen zijn naam erop. Door hem zelf ontworpen. Hij had een gigantisch groot atelier met als vloerbedekking zand. Ik was er stinkend jaloers op, maar het was veel en veel te koud in de winter!  Op zondagmiddag kwam hij daarom bij me langs om zich op te warmen! En uiteraard om een biertje te drinken. Zojuist op hem gegoogled. Hij had de bijnaam de Marsepeinkoning. Ook die figuren ontwierp hij! Zie bijvoorbeeld: http://tinyurl.com/52bpvhup en http://tinyurl.com/337h385x .

    Zoals hij zelf spottend zei, hij was ‘dropjes’ ontwerper. Toen ik onlangs op het googlede bleek hij letterlijk wereldberoemd te zijn. Maar hij was te bescheiden om dat van zichzelf te zeggen. Zijn laatste ontwerp heb ik destijds op zijn verzoek aan alle kanten gefotografeerd. Hij had een model gemaakt van zwartgeverfd gips, van een dier, ik meen een konijntje. Ik heb me zojuist door honderden foto’s uit de bekende ‘schoenendoos’ geworsteld, maar ik ben alle foto’s van hem kwijt. Die van de dropjes heb allemaal aan hem gegeven, vermoed ik, maar die van hem zelf en van het kruis op zijn graf zijn dia’s. Om me nog eens door honderden negatieven en dia’s te worstelen heb ik geen moed. Bovendien heb ik in geen 30 jaar foto’s afgedrukt.

     Een van de vreemdste toepassingen van drop heb ik pas onlangs leren kennen. Het is opeens razend populair in de Leidse cafés. Droplikeur. Het kan mij eerlijk gezegd niet boeien. Het merk in mijn stamkroeg heet Salmari. Gaat al snel een fles per sessie dat ik er zit doorheen. En de combinatie. De meeste mensen drinken het naast hun biertje. Br… Moet er niet aan denken! Maar in de loop der jaren dat ik in de studentenstad woon heb ik veel drankrages van voorbijgaande aard meegemaakt, met als een van de beruchtste Shandy. In mijn studententijd werd het ‘sneeuwwitje’ opeens populair. Bier met 7UP. Er kwam een brouwer op het idee om het in de fles te gaan verkopen, dat werd ‘Shandy’. Het is vanzelf weer verdwenen. Volgens Cornelis van Les Gourmands is de droplikeur van Wijnand Fockinck http://tinyurl.com/3r2u6j67 wel heel lekker! Ook goed bij verkoudheid.