Categorie: Columns

  • Meer gasten, minder nachten: vakantiegedrag in Nederland verandert

    Meer gasten, minder nachten: vakantiegedrag in Nederland verandert

    Dit is een expertquote via ANP Expert Support Yvonne Nassar.

    Vakantiegangers maken andere keuzes bij het plannen van hun verblijf in Nederland. In de eerste helft van 2026 groeide het aantal verblijfsgasten met 0,7%, terwijl het aantal overnachtingen met 1,5% daalde. Deze veranderingen in reis- en boekingsgedrag zijn naar verwachting niet tijdelijk. De gastvrijheidssector doet er daarom goed aan aanbod en boekbaarheid aan te passen aan een gast die later beslist en kritischer naar de prijs kijkt.

    Meer gasten, minder overnachtingen

    De landelijke cijfers laten een opvallend verschil zien: het aantal gasten blijft op peil en groeit zelfs licht, maar het aantal overnachtingen neemt af. Vanuit Duitsland en België daalde het aantal overnachtingen in de eerste helft van dit jaar met 3%. Dat kan erop wijzen dat vakantiegangers hun gedrag aanpassen, bijvoorbeeld door korter te verblijven. Tegelijkertijd worden lastminuteboekingen belangrijker. Gasten houden hun opties langer open en beslissen later waar en hoe lang ze weggaan.

    Prijs speelt mee, maar verklaart niet alles

    Nederland heeft een relatief hoog prijsniveau en de btw-verhoging maakt overnachten in Nederland duurder. Dat kan onze internationale concurrentiepositie onder druk zetten. Prijs is daarbij een belangrijke factor, maar vakantiegedrag wordt door meer omstandigheden bepaald. Ook het weer, geopolitieke onzekerheid, de economische situatie en de timing van school- en feestdagen spelen een rol. In ons internationale onderzoek zien we bovendien nog geen duidelijke verslechtering van de prijsperceptie (Vakantie Sentiment Monitor, juni 2026).

    Niet wachten op het oude boekingspatroon

    Voor ondernemers betekent dit dat flexibiliteit belangrijker wordt. Zo kun je als ondernemer kortere verblijven gemakkelijker boekbaar maken en flexibeler inspelen op weekenden, vakanties en het weer. Voor de sector geldt dat zichtbaarheid en directe boekbaarheid juist belangrijk zijn op het moment dat een gast zijn beslissing maakt. Wie blijft uitgaan van vroeg geboekte, langere vakanties, riskeert de aansluiting te missen met een gast die steeds flexibeler en prijsbewuster kiest.

  • Vertragen langs de taalgrens:

    Vertragen langs de taalgrens:

    Zoek je een unieke en rustgevende uitstap voor dit najaar? Nog tot en met 4 oktober 2026 verandert het acht hectare grote domein van de Ferme d’Ecavée in Molenbaix (Celles) in het decor voor een gloednieuwe biënnale van hedendaagse kunst: BUTOR. Langs een wandelroute van 5 kilometer ontdek je rurale landschappen die samensmelten met meer dan 40 hedendaagse kunstwerken van 20 kunstenaars. Een absolute aanrader voor wie houdt van cultuur, erfgoed en wandelen.

    Klik hier voor de fotoreportage van Jempi Welkenhuyzen.

    De eerste editie van de BUTOR Biënnale brengt werken van twintig gerenommeerde Belgische en internationale kunstenaars samen. De wandelroute leidt je in 2,5 tot 3,5 uur langs een pittoreske lappendeken van velden, een kapel, een schuur, een vijver, de Sint-Ghislainkerk en zelfs een lokaal voetbalterrein. Goede wandelschoenen zijn dan ook zeer welkom.

    Kunst die ademt met het weer

    Het unieke aan deze openluchttentoonstelling is de constante verandering. Omdat rurale omgevingen en hedendaagse kunst hier hand in hand gaan, is de expositie geen seconde hetzelfde. De weersomstandigheden en de natuurlijke elementen hebben vrij spel: de kunstwerken veranderen voortdurend van gedaante onder invloed van zon, wind, mist of regen. Er ontstaat een fascinerende dialoog tussen het eeuwenoude patrimonium van het dorp, het weidse landschap en de kunst. Als bezoeker word je uitgenodigd om de werken in situ te bevragen en bewust te kiezen om met een andere blik naar de vertrouwde omgeving te kijken.

    Uitzonderlijke locatie

    Een eerste deel van de werken vind je in en rond de voormalige Ferme d’Ecavée, die vandaag als horeca- en evenementenlocatie fungeert. Daar is ook het startpunt van de wandeling, die je door het gehucht Butor naar het dorp Molenbaix voert. De Ferme d’Ecavee is een gerestaureerde 17e eeuwse boerderij omringd door een domein van 8 hectare, waarin de artistieke installaties zich kunnen nestelen. Het viersterrenhotel beschikt over alle nodige infrastructuur voor residenties: 17 luxekamers, rolstoeltoegankelijk, het restaurant Bavette bekend voor zijn bistronomie, vergader- en expositieruimte, acht stallen en een zadelkamer. Daarnaast zijn er zalen voor seminaries, feesten en partijen. Molenbaix ligt centraal tussen Kortrijk, Rijsel, Doornik en Ronse.

    Ontstaan vanuit een ‘klik’ met de natuur

    De ontstaansgeschiedenis voor deze ambitieuze biënnale van de hedendaagse kunst ligt bij Frank en Bernard Adins. Zij wilden hun domein openstellen voor een breder publiek door er een andere dimensie aan te geven. Samen met de curatoren Julien Foucart (Museum Schone Kunsten Doornik) en Robin Legge (Academie Schone Kunsten Doornik en vzw Intersections)  kozen ze bewust voor een organische aanpak. De meeste kunstwerken zijn op een heel natuurlijke wijze ontstaan: de artiesten bezochten vooraf de locaties en pas zodra er een échte, persoonlijke klik was met de omgeving, ging de kunstenaar aan de slag.

    Een aanzienlijk deel van de collectie is dan ook speciaal voor de BUTOR Biënnale ontworpen en gerealiseerd in nauwe dialoog met het landschap, mede mogelijk gemaakt door het Fonds d’art Ecavée. Andere indrukwekkende installaties zijn eerdere creaties die in coproductie met diverse musea tot stand kwamen. Enkele namen om te onthouden zonder afbreuk te doen aan de anderen: David Claerbout, Laurence Dervaux, Maëlle Dufour, Xavier Mary, Maarten Vanden Eynde en Nicolas Clément.

    Poëtische dubbelzinnigheid

    De naam van de biënnale is even eigenzinnig als de kunst zelf. ‘Butor’ verwijst enerzijds naar de schuwe roerdomp (een reigerachtige vogel), en anderzijds naar een lompe, onbeholpen figuur. Die poëtische dubbelzinnigheid weerspiegelt perfect het karakter van de regio. Tussen de Mont-Saint-Aubert en de Mont-de-l’Enclus ligt een schijnbaar onveranderlijk platteland, maar via schilderijen, fotografie, video en sculpturen onthullen de kunstenaars de levendige en veranderende werelden die eronder schuilgaan.

    Praktische informatie

    • Periode: Nog tot en met 4 oktober 2026
    • Locatie: Ferme d’Ecavée (Groenplaats/Butor) en het centrum van Molenbaix (België)
    • Parcours: Wandelroute van 5 km (reken op 2,5 tot 3,5 uur wandeltijd)
    • Toegang: Ideaal voor cultuurliefhebbers en rustzoekers die het platteland op een onverwachte manier willen herontdekken. Van donderdag tot zondag tussen 10.30 en 18 uur. Er is een begeleidende catalogus op zakformaat voorzien, waardoor de biënnale zeer toegankelijk is voor een breed publiek.
    • Tarieven: 10 euro – inwoners Celles, studenten en gepensioneerden:5 euro – kinderen tot 12 jaar gratis. De tie-wrap die je toegang geeft tot het parcours is onbeperkt gedurende de volledige looptijd van Butor.
    • Website: www.butor-biennale.be en www.fermedecavee.be

  • Dalende voedingswaarde van eten bedreigt onze gezondheid

    Dalende voedingswaarde van eten bedreigt onze gezondheid

    Dit is een expertquote via ANP Expert Support Saskia Geurts.

    De stijgende CO₂-concentratie in de atmosfeer verlaagt de voedingswaarde van gewassen aanzienlijk, blijkt uit een groot onderzoek van de Leidse Universiteit. Dit betekent dat mensen via dezelfde hoeveelheid voedsel minder essentiële voedingsstoffen, zoals vitamines, mineralen en bouwstoffen binnenkrijgen, wat ernstige gevolgen kan hebben voor hun gezondheid. Een gevarieerd voedingspatroon en gerichte suppletie zijn nodig om tekorten te voorkomen.

    Steeds meer voedingsmiddelen verliezen steeds meer voedingsstoffen

    De onderzoekers zagen dat de concentratie van de onderzochte voedingsstoffen gemiddeld met 3,2 procent daalt door CO₂-stijging. Het effect verschilt wel sterk per gewas en voedingsstof. Vooral de hoeveelheid zink, ijzer en eiwit nemen af. Over 30 tot 50 jaar zit er in kikkererwten 37,5 procent minder zink dan 60 jaar geleden. Dit probleem verspreidt zich ook naar pasta en vlees.

    Vooral mensen die weinig voedselkeuze hebben, worden geraakt

    De afname van voedingsstoffen in gewassen raakt vooral mensen hard die afhankelijk zijn van enkele basisvoedingsmiddelen. Wereldwijd hebben al veel mensen te maken met tekorten aan essentiële vitaminen en mineralen. In Nederland komt een ijzertekort bij vrouwen regelmatig voor. Bij tekorten aan voedingsstoffen krijgt het lichaam krijgt onvoldoende stoffen voor opbouw en onderhoud van spieren, bloeddrukregeling en een goed werkend immuunsysteem.

    Tegelijkertijd kunnen planten bij meer CO₂ juist sneller groeien en maken ze meer koolhydraten aan waardoor ze meer calorieën bevatten. Dat is zorgwekkend, mensen moeten meer eten voor dezelfde voedingsstoffen. Daarmee consumeren ze meer calorieën. Dit is geen wenselijke oplossing in een samenleving waarin overgewicht en obesitas al veel voorkomen.

    Consumenten moeten bewuster omgaan met hun keuze voor eten

    Consumenten moeten nog bewuster kiezen voor variatie in voedsel. We weten dat veel mensen nu al niet de aanbevolen hoeveelheden groente, fruit en noten halen. Met de afname van voedingswaarde wordt het nog belangrijker om hier genoeg van binnen te krijgen en kan een aanvulling met voedingssupplementen belangrijker worden. De overheid heeft hierbij een belangrijke functie in het actief communiceren over mogelijke tekorten en manieren om dit op te lossen, waar suppletie een belangrijke maatschappelijke rol kan vervullen.

    Als er niets verandert, nemen tekorten aan voedingsstoffen toe, zoals ijzertekort. Dit leidt tot verminderde lichamelijke en mentale prestaties, wat persoonlijke en maatschappelijk gevolgen heeft. Het is daarom essentieel dat burgers en beleidsmakers dit probleem serieus nemen en dat overheden mensen bewust maken van het probleem en de mogelijke oplossingen, zoals gevarieerder eten en bij dreigend tekort het gebruik van voedingssupplementen.

  • Proeven op het asfalt: De Groene Boulevard verandert in een autovrij paradijs met ‘De Culinaire Ring – served by Miele’

    Proeven op het asfalt: De Groene Boulevard verandert in een autovrij paradijs met ‘De Culinaire Ring – served by Miele’

    Dat Hasselt de onbetwiste eventstad van Limburg is, bewijst ze opnieuw op zondag 13 september 2026. Tijdens Autoloze Zondag maakt de ronkende verkeersstroom op de kleine ring en de binnenstad plaats voor een autovrij paradijs waar fietsers, wandelaars, sporters en spelende kinderen vrij spel krijgen. Met de zevende editie van ‘De Culinaire Ring’ – die dit jaar voor het eerst uitpakt met elektroreus Miele als naampartner – koppelt de stad gastronomie van de bovenste plank aan een indrukwekkend cultureel feest. Het doel? Tonen dat gastvrijheid en vernieuwing diep in het Hasseltse DNA verankerd zitten om zo het toerisme krachtig uit te dragen.

    Bavette, Chimmichurri.

    Wie die zondag tussen 12.00 en 20.00 uur over de Groene Boulevard flaneert, waant zich op een gigantisch openluchtfestival waar alle zintuigen worden geprikkeld. Naast het culinaire aanbod is er volop ruimte voor creativiteit. De vertrouwde kunst- en ambachtenmarkt Boulev’Art pakt dit jaar groots uit met maar liefst 100 standjes die bijna de hele kleine ring inpalmen. Lokale ontwerpers tonen er hun unieke creaties, waaronder schilderijen, keramiek en ecologische, gerecyclede juwelen gemaakt van hout.

    Deelnemers en organisatie.

    100 piano’s en 2.000 vingers

    Het absolute culturele sluitstuk van de dag vindt plaats op de Thonissenlaan. Daar wordt geschiedenis geschreven met een officiële poging tot een Europees record pianospel. Maar liefst 200 pianisten zullen gelijktijdig spelen op 100 akoestische piano’s en vleugels van het Klaviermeester Orchestra. Speciaal voor deze grensverleggende bezetting componeerde de internationaal gerenommeerde Belgische componist Piet Swerts het exclusieve muziekstuk ‘2000 fingers’. De klanken van dit giga-orkest galmen live over de boulevard, wat zorgt voor een unieke synergie tussen cultuur en gastronomie.

    Naast jong keukengeweld ook vaste waarden.

    Sterrenniveau en hapjes voor maximaal 7 euro

    Dat Hasselt haar reputatie als smaakstad alle eer aandoet, blijkt uit het parcours van De Culinaire Ring – served by Miele. Bezoekers kunnen proeven langs de vertrouwde zones Quartier Bleu, Van Veldeke, Oude Gevangenis en Clarissen, dit jaar voor het eerst aangevuld met Zone Dusart. De toegang is volledig gratis en om het event laagdrempelig te houden, biedt elke stand minstens één gerecht aan voor maximaal 7 euro. Bovendien schuift er voor het allereerst een rasechte sterrenzaak mee aan tussen de deelnemende restaurants.

    Topchefs trekken speciaal de straat op met hoogwaardige creaties uit het vuistje:

    • Ogst (Sterrenzaak) & Ogst Deli: Serveren een luxueus worstenbroodje met picklesmayonaise en frisse koolsalade, of een huisgemaakte brioche rijkelijk gevuld met Noordzeekrabvlees, limoen, lente-ui en dillemayonaise.
    • Uw Zuster & Café Kerkhof: Slaan de handen ineen met een stevig stuk buikspek met een diepe lak van Jessenhofke-bier, naast ambachtelijke polpette (gehaktballetjes) met brood.
    • Mario Holtzem (A Taste For More): Pakt uit op het asfalt met een perfect gebakken bavette met een pittige chimichurri, Parmezaanse kaas en aardappel, evenals een verfijnd gerecht rond coquille met artisjok, wilde girolles en een rijke toets van miso.

    De Culinaire Ring served by Miele bewijst dat Hasselt klaar is voor de toekomst: een stad waar gastronomie, cultuur en gastvrijheid samensmelten tot een unieke beleving op het asfalt.

  • De open keuken: theater met frietlucht

    De open keuken: theater met frietlucht

    Er was een tijd dat een keuken in een restaurant een geheimzinnige plek was. Je wist dat hij ergens achterin moest zitten, want af en toe verscheen er een ober met een bord eten. Verder had je er niets mee te maken.

    En dat was uitstekend geregeld.

    De kok kookte, de klant at en tussen die twee werelden zat een deur.

    Een deur. Wat een briljante uitvinding was dat toch.

    Tegenwoordig moet die deur weg. Sterker nog: de hele muur moet eruit. Want we hebben de open keuken ontdekt.

    En een open keuken is geen keuken meer.

    Het is theater.

    Theater met inductieplaten, pincetten en frietlucht.

    Eerste rang bij de afwas

    Wie tegenwoordig een beetje hip restaurant binnenloopt, krijgt niet alleen een tafel toegewezen, maar soms ook een plaats met rechtstreeks uitzicht op de keuken.

    ‘U kunt hier prachtig zien hoe onze chefs werken.’

    Dat wordt gebracht alsof je zojuist een gratis kaartje hebt gekregen voor het Concertgebouw.

    Je gaat zitten en kijkt recht tegen een kok aan die met een vaatdoek een werkbank schoonveegt.

    Naast hem staat iemand 48 identieke dotjes knolselderijcrème op bordjes te spuiten.

    Verderop wordt een krat aardappelen naar binnen gedragen.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Het spektakel kan beginnen.

    Ik begrijp best dat het idee ooit sympathiek was. De keuken moest dichter bij de klant komen. Transparantie. Ambacht. Beleving.

    Dat laatste woord is altijd gevaarlijk.

    Zodra een restaurant over ‘beleving’ begint, weet je dat je óf minder eten krijgt óf meer moet betalen.

    Meestal allebei.

    De brigade treedt op

    Het fascinerende aan zo’n open keuken is dat iedereen plotseling acteur wordt.

    De chef staat niet meer gewoon te koken. Nee, hij regisseert.

    Hij kijkt ernstig naar een bord.

    Hij draait het een kwartslag.

    Nog een kwartslag.

    Dan pakt hij een pincet.

    Dat pincet is belangrijk. Geen zichzelf respecterende moderne chef kan tegenwoordig zonder pincet. Vroeger gebruikte een kok een lepel. Tegenwoordig wordt ieder blaadje peterselie op een bord gelegd alsof het een donorhart betreft.

    Voorzichtig.

    Nog iets naar links.

    Nee.

    Twee millimeter terug.

    Perfect.

    Dan komt de chef persoonlijk controleren.

    Hij buigt zich over het bord.

    Kijkt.

    Denkt.

    Veegt met zijn duim een onzichtbaar vlekje van de rand.

    En zegt:

    ‘Door.’

    Ik zit ernaar te kijken en denk: jongen, het is kabeljauw. Geen kernkop.

    En wij mogen alles zien

    Dat is namelijk het nadeel van transparantie.

    Je ziet alles.

    Je ziet dat de chef die zojuist plechtig een schuimpje van gerookte boter aankondigde, vijf minuten later met zijn hoofd bijna volledig in de koelkast hangt.

    Je ziet een jonge kok iets laten vallen.

    Je ziet een andere kok het zoeken.

    Je ziet drie mensen discussiëren over iets in een steelpan.

    Je ziet iemand proeven.

    Nog eens proeven.

    Een collega laten proeven.

    Water toevoegen.

    Weer proeven.

    En uiteindelijk wordt het aan tafel gebracht als:

    ‘Een krachtige reductie van geroosterde groenten.’

    Natuurlijk.

    Wij noemen dat thuis: het was eerst te zout.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    De geurbeleving

    Maar het mooiste van de open keuken is de geur.

    Daar wordt in restaurantfolders altijd bijzonder romantisch over gedaan.

    ‘De heerlijke aroma’s uit de keuken prikkelen de zintuigen.’

    Dat klinkt fantastisch.

    Totdat je twee uur lang naast de frituur zit.

    Na het voorgerecht ruikt je overhemd naar kroket.

    Na het hoofdgerecht ruikt je haar naar kibbeling.

    En tegen de tijd dat de koffie komt, hoef je thuis eigenlijk niet meer te vertellen waar je gegeten hebt.

    De hond weet het al voordat je de voordeur opent.

    Vooral restaurants met houtskoolovens zijn prachtig.

    De ober zegt trots:

    ‘Wij bereiden veel gerechten boven open vuur.’

    Dat merk ik.

    Mijn jas ruikt inmiddels alsof ik drie dagen op scoutingkamp ben geweest.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Communicatie!

    Dan is er nog de communicatie tussen de keukenbrigade.

    In een gesloten keuken werd vermoedelijk ook geroepen.

    Maar daar hadden wij geen last van.

    Nu krijgen we alles mee.

    ‘ANNONCÉ’

    ‘TWEE TARTAAR!’

    ‘JA!’

    ‘TAFEL ACHT DOOR!’

    ‘WAAR BLIJFT DIE ZALM?’

    ‘ACHTER JE!’

    ‘PAS OP!’

    ‘HEEEEET!’

    Voor 85 euro per couvert krijg je tegenwoordig niet alleen een diner, maar ook live toegang tot de interne bedrijfscommunicatie.

    Nog even en je krijgt bij binnenkomst een headset.

    ‘Tafel twaalf, uw coquilles lopen drie minuten vertraging op wegens capaciteitsproblemen bij de koude kant.’

    De chef als BN’er

    De open keuken heeft bovendien een nieuw verschijnsel voortgebracht: de chef die weet dat hij bekeken wordt.

    Dat is een bijzondere categorie.

    Je herkent hem onmiddellijk.

    Mooie zwarte koksbuis.

    Armen over elkaar.

    Baard.

    Tattoo van een mes, varken of artisjok op de onderarm.

    Hij kookt nauwelijks zelf, want daar heeft hij mensen voor. Zijn belangrijkste taak is tegenwoordig kijken.

    Kijken naar borden.

    Kijken naar personeel.

    Kijken naar klanten die naar hem kijken.

    Af en toe legt hij iets recht.

    Dat is leiderschap.

    En natuurlijk komt hij tegen het einde van de avond even langs de tafels.

    ‘Heeft alles gesmaakt?’

    Wat moet je dan zeggen?

    ‘Nou chef, die zeebaars was uitstekend, maar ik zag dat u om 20.43 uur behoorlijk kwaad werd op die jongen bij de sauzen.’

    Dat lijkt me ook weer zo ongezellig.

    Geef mij die muur maar terug

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Begrijp me goed: ik heb niets tegen vakmanschap. Integendeel. Een goed georganiseerde keukenbrigade aan het werk zien kan indrukwekkend zijn.

    Maar ik hoef niet bij ieder diner te zien hoe de worst gemaakt wordt.

    Soms wil ik gewoon zitten.

    Een glas wijn drinken.

    Praten met mijn tafelgenoot.

    En vervolgens een prachtig bord eten krijgen zonder eerst getuige te zijn geweest van de volledige zwangerschap.

    Daarom pleit ik voor een revolutionair nieuw horecaconcept.

    De gesloten keuken.

    Een aparte ruimte achter in het restaurant.

    Met muren.

    En een deur.

    Daarachter staan mensen die het eten bereiden.

    Wij hoeven ze niet te zien.

    Wij hoeven ze niet te horen.

    Wij hoeven niet te weten dat tafel zeven zijn steak heeft teruggestuurd.

    En als er iets in de frituur gaat, blijft de geur daar.

    Ik voorspel u: dit wordt groot.

    Over vijf jaar opent ergens in Amsterdam een restaurant met zo’n keuken.

    Een culinair journalist schrijft vervolgens enthousiast:

    ‘Baanbrekend concept: chef kookt volledig buiten het zicht van de klant.’

    En natuurlijk heet het restaurant iets als Behind.

    Reserveren kan alleen drie maanden vooruit.

    Menu: 145 euro.

    Exclusief frietlucht.

  • Betrouwbare informatie over voedingssupplementen wordt steeds belangrijker

    Betrouwbare informatie over voedingssupplementen wordt steeds belangrijker

    Dit is een expertquote via ANP Expert Support Marianne van Geest.

    De helft van de Nederlandse bevolking heeft moeite met het vinden, begrijpen, beoordelen en/of gebruiken van informatie bij het maken van keuzes over gezondheid, blijkt uit onderzoek van het RIVM en Nivel. Online is niet alle informatie betrouwbaar en onjuiste of misleidende informatie kan leiden tot verkeerde keuzes, bijvoorbeeld rond gebruik van voedingssupplementen.

    Onjuiste of misleidende informatie over voedingssupplementen kan leiden tot verkeerd gebruik of onrealistische verwachtingen. Betere voorlichting is noodzakelijk.

    Informatie, reclame en meningen lopen door elkaar

    Online is het niet altijd duidelijk wat de bron van informatie is, waarop een bewering is gebaseerd en of er commerciële belangen meespelen. Daarnaast lopen wetenschappelijke informatie, persoonlijke ervaringen en commerciële content vaak door elkaar.

    Het beoordelen van de betrouwbaarheid van informatie is voor veel mensen lastig. Dat maakt het belangrijk dat onderbouwde gezondheidsinformatie gemakkelijk vindbaar en begrijpelijk is. Het is belangrijk dat de overheid zich inzet om de verspreiding van misinformatie tegen te gaan en voorlichting geeft over hoe je betrouwbare informatie kunt herkennen.

    Risico voor de gezondheid

    Het opvolgen van misleidende of onjuiste informatie kan leiden tot keuzes die de gezondheid van mensen op korte of lange termijn schaden. Mensen kunnen bijvoorbeeld een supplement gebruiken dat voor hen niet geschikt is omdat ze bepaalde medicijnen gebruiken. Ook kunnen mensen door verkeerde verwachtingen van een supplement het inwinnen van medisch advies uitstellen.

    Door betrouwbare informatie toegankelijk te maken, kunnen mensen beter geïnformeerde keuzes maken en voedingssupplementen op een verantwoorde manier gebruiken. Dit vraagt om een gezamenlijke inzet van overheid, industrie en online platforms. De overheid kan voorlichting geven over het herkennen van betrouwbare informatie en optreden tegen misinformatie. De industrie moet transparante en goed onderbouwde informatie bieden en zich houden aan reclameregels.

    Online platforms kunnen helpen door betrouwbare bronnen beter vindbaar te maken. Het Informatiecentrum Voedingssupplementen en Gezondheid (IVG) geeft bijvoorbeeld op een centrale plek toegankelijke en onderbouwde informatie over voedingssupplementen.

    Het Informatiecentrum Voedingssupplementen en Gezondheid (IVG) helpt consumenten en gezondheidsprofessionals om betrouwbare en begrijpelijke informatie over voedingssupplementen te vinden.

    IVG biedt consumenten betrouwbare informatie over voedingssupplementen en sinds kort is er ook specifiek voor gezondheidsprofessionals informatie beschikbaar. Het centrale platform brengt informatie over voedingssupplementen en gezondheid op een toegankelijke manier samen en helpt mensen om onderbouwde keuzes te maken. Zie voor meer informatie: https://www.ivg-info.nl/

  • Palacio de Cutre, tussen zee en gebergte

    Palacio de Cutre, tussen zee en gebergte

    Asturië, in Noord- Spanje, is door zijn Atlantisch klimaat meestal een aangenamere plaats dan het  zuiden van Spanje en de drukke stranden. Hier is het  minder heet en is er bijna geen last van lawaaierige discotheken , fastfood en massatoerisme. Tussen de Costa Verde, met zijn leuke vissersdorpen en het gebergte van de Picos de Europa, ligt de Sierra del Sueve. Hier ligt op een heuveltop het Palacio de Cutre, een typisch Asturisch paleis uit de XVIe  eeuw, kapel incluis. Javier en Sandra hebben van dit 18.000 m² domein een luxueuze , betaalbare en gastvrije  verblijfplaats gemaakt. Het is een oase van stilte.

    Klik hier voor de fotoreportage van Gust Charrin.

    Het hotel

    Het huis telt 17 kamers. Ze zijn allen verschillend en dragen de naam van lokale boomsoorten. Binnenin hebben de eigenaars een soort ”National Trust” gevoel gecreëerd met veel oude meubels en gebruiksvoorwerpen  waaronder een 18e- eeuws kinderbed , komende uit de familie. De monumentale stenen trap bij de ingang verhoogt het kasteelgevoel. Er zijn twee eetzalen. De avondeetzaal is in de oude ciderpers zaal. Je kan ook zowel het avondmaal als ontbijt laten serveren in de tuin.

    Het ontbijt komt niet als buffet maar wordt gracieus aan tafel geserveerd. Je moet je niet haasten voor het ontbijt, dit wordt eerst vanaf 9 uur geserveerd. Liefst dus  geen vroege uitstap plannen. Laat je verwennen met elke dag een nieuwe uitdaging in het ontbijt -menu. De Pan con Tomate is hier werkelijk verrukkelijk.

    De meeste gerechten zijn op basis van lokale Asturische  producten zoals de kazen en de ham.

    Monica en Alfonso zijn gedreven krachten die je een elegante  bediening geven.

    De tuin

    Vanuit de tuin zijn er mooie vergezichten op de vallei van de Pilona rivier en de nabijgelegen Picos de Europa. Alles ademt rust uit. Er is een tuinterras en er zijn ligzetels.

    De omgeving

    De zee kan je in een half uur bereiken. Een mooie weg is via de Mirador de Fito. Hier ben je op een ruwe 650 m hoogte en is er een panoramisch uitzicht punt op zowel de zee als de bergen. De klim is ongeveer een 7 km lang en wordt soms ook gedaan in de Vuelta als aanloop naar de 20 km verder gelegen Lagos de Covadonga.  Deze meren op een hoogte van 1150 m zijn te bereiken via een klim van rond de 11 km. De weg er naartoe is echter bijna het hele  jaar afgesloten voor personenvoertuigen en buiten met de fiets kan je er  alleen nog naar toe met een bus. Hiervoor moet je echter de tickets op voorhand bestellen wat geen sinecure is. We hebben het zelf kunnen ondervinden. We zijn er gewoonweg  niet geraakt .Aan de voet van de klim ligt de basiliek van Covadonga, een plaats van betekenis voor de Asturias. De basiliek in Neoromaanse  stijl is gebouwd tussen 1886 en 1901 ter ere van Pelayo. Hij was een edelman die in 718 de Moren kon stoppen in dit deel van Spanje. De vele pelgrims komen naar hier voor de basiliek, de grot waar hij verbleef en het kerkje met zijn tombe.

    Tenslotte zijn Ribadesella, Llanes en Lastres leuke kustplaatsen.

    Nog een tip: wie ooit het hotel bezoekt volg zeker niet de GPS of Waze-systemen. Die laten je hopeloos  in de kou staan . Gebruik de richtlijnen van het hotel zelf.

    www.palaciodecutre.com

  • Hotel Van Oys Maastricht Retreat: Van vervallen kasteel tot vijfsterrenbestemming

    Hotel Van Oys Maastricht Retreat: Van vervallen kasteel tot vijfsterrenbestemming

    Van Oys trok meteen onze aandacht. Niet alleen omdat het een nieuw luxueus vijfsterrenhotel is, een Leading Hotel of the World, maar vooral vanwege het verhaal achter de schermen. Mede-eigenaar Michel Maes blies – gedreven door een droom en met een uitzonderlijk doorzettingsvermogen – een vervallen kasteel nieuw leven in. Vandaag is Van Oys een bestemming van internationaal niveau, maar met wortels stevig verankert in het hart van Zuid-Limburg.

    Michel Maes, de man voor wie geen enkele klus te min is

    Foto: Frans Oyen.

    We hebben een afspraak met Michel Maes, eigenaar en drijvende kracht achter dit indrukwekkende project. We verwachten een zakenman in een strak pak, maar de man die ons hartelijk verwelkomt, draagt een eenvoudige jeans en een vrijetijdshemd. Die eerste indruk zegt meteen veel over Michel Maes: een ondernemer die, ondanks het succes, nog elke dag zelf de handen uit de mouwen steekt. Zoals elke ochtend was hij al vóór zeven uur aanwezig voor zijn vaste ronde. Hij begroet het personeel, luistert naar zijn team, lost problemen op en aarzelt niet om zelf de handen vuil te maken: een defect herstellen, even bijspringen waar nodig… Voor Michel is geen enkele taak te min.

    “Elke droom kan je waarmaken”

    Foto: Frans Oyen.

    “Elke droom kan je waarmaken.” Het is het levensmotto van Michel Maes en tegelijk de rode draad door zijn opmerkelijke levensverhaal. Hij groeide op in een eenvoudig gezin met vijf kinderen, verliet al vroeg de schoolbanken en begon zijn loopbaan als schoonmaker van treinen. “Daarom heb ik vandaag nog altijd zoveel respect voor onze medewerkers in het onderhoud,” vertelt hij. “Ik weet hoe belangrijk hun werk is.” Zonder groot startkapitaal, maar met een enorme werklust en een duidelijke visie, bouwde hij samen met zijn broer Léon stap voor stap een vastgoedgroep uit. Waar anderen vervallen panden zagen, zagen zij kansen. Ze kochten gebouwen die niemand nog wilde, renoveerden ze met zorg en gaven ze een nieuwe bestemming. Zo groeiden ze uit tot pioniers in onder meer gemeubelde appartementen. De taakverdeling tussen de broers is helder: Michel is de man op het terrein, dicht bij de projecten en de mensen; Léon zorgt achter de schermen voor de strategische lijnen, administratie en automatisering. Hun succes kwam er niet vanzelf, maar is het resultaat van jaren investeren, bouwen en vooral volhouden. Van Oys is vandaag de bekroning van die visie.

    Foto: Frans Oyen.

    Achter het luxueuze vijfsterrenhotel staat nog altijd dezelfde bescheiden Limburger: een ondernemer die gelooft dat succes niet begint met kapitaal, maar met durven dromen, hard werken en respect voor de mensen rondom je.

    Van vervallen kasteel tot luxeresidentie

    Foto: Frans Oyen.

    Van Oys is gevestigd op het historische domein van Kasteel Oost, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de middeleeuwen. Zoals veel erfgoed kende ook dit kasteel periodes van verval, tot Michel Maes het 21 jaar geleden aankocht en er een nieuwe toekomst voor zag. Wat begon als een droom om er een boerderij van te maken, groeide uit tot een ambitieus restauratieproject. Zeventien jaar lang werkte Maes aan vergunningen, plannen en de realisatie van zijn visie. Het nieuwe Van Oys is nu opgebouwd uit drie karaktervolle gebouwen, die elk een eigen functie en uitstraling hebben.

    Foto: Frans Oyen.

    Het Château is het historische kasteel met luxe suites, de Remise is de gerestaureerde voormalige boerderij waar onder meer het fine-diningrestaurant Create by Guido Braeken is gevestigd, en de Carré is een moderne nieuwbouw die extra kamers en de Spa Suite huisvest.

    Foto: Frans Oyen.

    Samen vormen ze één unieke hotelbestemming waarin erfgoed en hedendaagse luxe samenkomen. Voor de uitbouw tot luxehotel met internationale uitstraling deed Maes een beroep op hospitalityprofessionals Marc Alofs, nu de managing director en zijn echtgenote Stéphanie Stulens, maître de maison die hun ervaring uit onder meer La Butte aux Bois en Botanic Sanctuary Antwerp meebrachten. Vandaag is Van Oys de bekroning van een jarenlange droom: een historisch kasteeldomein waar erfgoed, hedendaagse luxe en Limburgse gastvrijheid harmonieus samenkomen.

    Leading Hotels of the World

    Foto: Frans Oyen.

    Nieuwsgierig naar wat de ronkende titel Leading Hotels of the Worldprecies betekent, vragen we Front Office Manager Rachel welke betekenis dit prestigieuze label heeft. Rachel: “Sinds 1928 verenigt LHW een exclusieve collectie van meer dan 400 onafhankelijke luxehotels wereldwijd. Het is geen hotelketen, maar een selectie van bijzondere adressen die uitblinken in service, gastronomie, karakter en beleving. Alleen hotels die aan strenge kwaliteitsnormen voldoen, krijgen toegang tot deze prestigieuze collectie”. Dat Van Oys deel uitmaakt van LHW is dan ook een internationale erkenning van het karakter en de kwaliteit van het hotel. De beleving gaat er verder dan alleen luxe en gastronomie: het totaalplaatje staat centraal.

    Foto: Frans Oyen.

    Ook samenwerkingen met luxe producten en merken maken deel uit van die ervaring. Dankzij de samenwerking met Mercedes-Maybach kunnen gasten zich onder meer laten vervoeren in Mercedes-Maybach S-Klasse of EQS SUV . Op aanvraag kan ook een private proefrit worden georganiseerd. Daarnaast zijn andere modellen, waaronder de GLS en de SL Monogram Series, op het domein te bewonderen.

    Van elegante kamers tot exclusieve suites

    Foto: Frans Oyen.

    Van Oys telt 71 kamers en 10 suites, verspreid over het historische Château, de Remise en Carré. Elk verblijf heeft een eigen karakter, van stijlvolle kamers tot uitzonderlijke suites met privéspa. Wij overnachten in een van de kasteelsuites en voelen meteen de unieke sfeer van het domein. Achter de historische muren heerst een bijzondere rust, waarin verleden en hedendaags comfort moeiteloos samengaan. Ook in de details zit de beleving. Luxueuze verzorgingsproducten, verfijnde attenties zoals een doosje pralines en doordachte voorzieningen die het verblijf net dat tikkeltje extra geven.

    Waar terroir en verfijning elkaar ontmoeten

    Foto: Frans Oyen.

    De culinaire ziel van Van Oys ontdekken we s‘avonds in Restaurant Maes, ‘Cuisine du Terroir’. Milan Klein en Mike Roox laten er streekproducten schitteren in verfijnde gerechten, met een Franse basis en een eigentijdse toets. Wat ons meteen opvalt, is de manier waarop ze verfijning weten te combineren met respect voor het product.

    Foto: Frans Oyen.

    De gerechten zijn elegant en verrassend, maar blijven herkenbaar en toegankelijk. Tijdens onze diners proeven we die filosofie in elk gerecht. Van verfijnde groentebereidingen tot vis, truffel en desserts: telkens opnieuw valt de aandacht voor smaak, textuur en presentatie op. Niets lijkt overbodig, elk ingrediënt krijgt zijn plaats. Ook naast het restaurant staat het verhaal van het terroir centraal.

    Foto: Frans Oyen.

    In Atelier du Terroir krijgen gasten de gelegenheid om meer te ontdekken over de ingrediënten, hun oorsprong en de producenten die ermee verbonden zijn. Zo wordt ook het verhaal achter de keuken onderdeel van de ervaring. Na twee avonden aan tafel blijft vooral een gevoel van waardering hangen. Bij Maes hoeft gastronomie niet te imponeren met spektakel. Het zijn juist de verfijning, de kwaliteit en de aandacht voor het product die ons bijblijven. Misschien is dat wel de mooiste vorm van luxe: gerechten die met veel zorg zijn bedacht én met evenveel aandacht worden geserveerd.

    Create by Guido Braeken: het culinaire kroonjuweel van Van Oys

    Wie in Van Oys verblijft, kiest niet alleen voor een bijzonder verblijf, maar krijgt ook toegang tot een indrukwekkend gastronomisch aanbod. Het culinaire vlaggenschip is Create by Guido Braeken, het fine diningrestaurant waarmee Michel Maes vanaf de start zijn gastronomische ambities op het hoogste niveau wilde neerzetten. Chef Guido Braeken ontwikkelde een eigen signatuur waarin klassieke Franse technieken en eigentijdse creativiteit samenkomen. De waardering daarvoor bleef niet uit: Create by Guido Braeken werd binnen een half jaar na de opening bekroond met twee Michelinsterren. Hoewel het restaurant tijdens ons verblijf gesloten was, is zijn aanwezigheid voelbaar binnen het gastronomische verhaal van Van Oys. Het vormt het ambitieuze culinaire uithangbord van het domein, naast de meer op het terroir gerichte keuken van Restaurant Maes.

    Het ontbijt als gastronomische belevenis

    Foto: Frans Oyen.

    Ook het ontbijt maakt indruk. Geen klassiek hotelbuffet, maar een verzorgde gastronomische ervaring met verfijnde streekproducten, versgebakken brood en een brede variatie aan kleine bereidingen. Van een uitgebreid English breakfast tot eigentijdse en gezonde ontbijtopties: er is voor elke smaak en voorkeur iets te ontdekken. Ook liefhebbers van de hedendaagse ontbijttrends komen hier ruimschoots aan hun trekken, met lichte, voedzame en evenwichtige bereidingen. En natuurlijk mag ook een glaasje champagne niet ontbreken. Daarnaast kunnen gasten kiezen uit à-la-cartegerechten die vers worden bereid en aan tafel worden geserveerd. Tijdens ons ontbijt merken we opnieuw hoeveel aandacht er aan details wordt besteed.

    Foto: Frans Oyen.

    Zo worden jarige gasten verrast met een feestelijk taartje met kleurrijk seizoensfruit, een kleine attentie die de ochtend net dat beetje extra geeft. Bijzonder is bovendien dat ook buren, streekgenoten en andere niet-hotelgasten welkom zijn om het ontbijt te ervaren. Voor nog geen 50 euro, inclusief dranken, kunnen ook zij aanschuiven en genieten van het uitgebreide aanbod. Tijdens ons verblijf zien we families, vriendengroepen en andere gezelschappen uitgebreid tafelen op het terras. De ontspannen sfeer en de tijd die voor het ontbijt wordt genomen, maken duidelijk dat hier niet gehaast hoeft te worden.

    Een oase van rust binnen Van Oys

    Foto: Frans Oyen.

    Na alle culinaire indrukken zoeken we ook de rust op in het wellnessgedeelte van Van Oys genaamd Oysana Spa&Sports. Tijdens ons verblijf genieten we van een ontspannende massage en merken we meteen hoe gemakkelijk je hier de tijd even vergeet. De serene omgeving, de zachte sfeer en de persoonlijke ontvangst zorgen ervoor dat de dagelijkse drukte snel naar de achtergrond verdwijnt. Gasten kunnen er daarnaast terecht voor gezichtsbehandelingen en verschillende verzorgingsrituelen. Ook de spa nodigt uit om te vertragen. Met een Finse sauna, een stoombad, koud dompelbad en stijlvolle rustruimtes is alles aanwezig om lichaam en geest even tot rust te laten komen. Wie liever actief ontspant, kan terecht in de moderne fitnessruimte met Techno Gym apparatuur. Ook hier ervaren we dezelfde zorg voor detail. Niets voelt gehaast of overdadig; de omgeving nodigt juist uit om even niets te moeten. Na een massage en wat tijd in de spa voelt het alsof we letterlijk een versnelling lager schakelen. Met wellnessarrangementen waarin overnachting, gastronomie en ontspanning samenkomen, maakt Van Oys van een verblijf meer dan een weekendje weg. Het is een uitnodiging om tijd te nemen, te genieten en even helemaal uit de dagelijkse routine te stappen.

    Sterren maken indruk, mensen maken het verschil

    Een vijfsterrenhotel herken je aan zijn architectuur, gastronomie en service. Maar uiteindelijk zijn het niet de sterren of de luxe die een verblijf onvergetelijk maken. Het zijn de mensen. Dat voelen we bij Van Oys. Achter de elegante ruimtes en verfijnde gastronomie staat een team dat gasten met aandacht en enthousiasme ontvangt. Mensen die niet alleen hun vak verstaan, maar ook het verhaal van het huis en de streek mee uitdragen. Tijdens ons verblijf ontmoeten we medewerkers die hun job zichtbaar met plezier doen. Esther, die elke ochtend het ontbijt verzorgt met een ontwapenende glimlach.

    Foto: Frans Oyen.

    Rachel, de Front Office Manager, die ons vol enthousiasme meeneemt in het verhaal van Van Oys. En Dennis, maître d’hôtel, die gasten met natuurlijke elegantie ontvangt. Hun gastvrijheid voelt nergens gemaakt, maar spontaan en oprecht. Esther vertelt ons het verhaal van een ouder echtpaar dat van hun kinderen een verblijf bij Van Oys cadeau kreeg. Het was hun eerste kennismaking met een vijfsterrenhotel. Aanvankelijk voelden ze zich wat onzeker in deze wereld van luxe, maar dankzij de persoonlijke benadering van het team verdween die drempel al snel. Ze genoten volop en keerden huiswaarts met herinneringen die veel verder gingen dan het verblijf zelf.

    Andre Rieu, wellicht de bekendste Limburger. Foto: Frans Oyen.

    Daarin schuilt misschien wel de grootste kracht van Van Oys. Een verblijf wordt er niet alleen bijzonder door de omgeving, de gastronomie of het comfort, maar vooral door de mensen die het waarmaken. Zo wordt een verblijf een bijzonder geschenk voor een verjaardag, een jubileum of gewoon een moment om samen tijd te maken voor elkaar. Luxe kan je creëren.

    Foto: Frans Oyen.

    Comfort kan je ontwerpen. Maar echte gastvrijheid ontstaat door mensen. En precies daarin zit de ware klasse van Van Oys.

    Meer informatie

    Www.vanoys.com

  • Shared dining: omdat je ook samen teleurgesteld kunt worden

    Shared dining: omdat je ook samen teleurgesteld kunt worden

    Er zijn van die culinaire trends waarvan je denkt: wie heeft dit bedacht en waarom mocht niemand hem tegenhouden? Shared dining is er zo eentje.

    Voor wie de afgelopen jaren onder een klantronomische steen heeft gewoond: shared dining betekent dat je geen eigen voorgerecht, hoofdgerecht en dessert krijgt, maar een aantal kleine bordjes op tafel zet die iedereen met elkaar moet delen. Het concept is inmiddels zo ingeburgerd dat het nauwelijks nog een hype mag heten. (Jackrabbit)

    Het klinkt prachtig. Samen eten. Samen proeven. Samen genieten.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    En vooral: samen vaststellen dat er eigenlijk te weinig eten is.

    Want dat is het wonderlijke aan shared dining. Vroeger bestelde je een tournedos en wist je waar je aan toe was. Tegenwoordig krijg je een plankje met drie plakjes biet, een halve artisjok, vier druppels saus en iets wat volgens de chef “een verrassende crunch” moet zijn.

    “Dat is om te delen.”

    Met hoeveel mensen?

    “Met vier.”

    Kijk. Daar begint de ellende.

    Shared dining is namelijk een prachtig concept als iedereen aan tafel beschaafd is, dezelfde smaak heeft, geen honger heeft en bereid is democratisch te onderhandelen over het laatste stukje buikspek.

    Maar zodra iemand zegt: “Ik vond die coquille eigenlijk wel lekker”, begint de strijd.

    Want shared dining maakt van keurige restaurantbezoekers plotseling voedselpolitici.

    Wie krijgt het laatste stukje?

    “Neem jij maar.”

    “Nee hoor, jij.”

    “Echt, neem maar.”

    “Nou, als je erop staat…”

    En ondertussen zit iedereen met zijn vork boven het bord alsof de NAVO-top zojuist is begonnen.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    De chef kijkt tevreden toe.

    Hij heeft immers een “sociale eetervaring” gecreëerd.

    Dat is tegenwoordig belangrijk. Het gaat niet meer alleen om eten. Nee, het moet een ervaring zijn. Een reis. Een ontdekkingstocht. Een moment van verbinding.

    Vroeger noemden we dat gewoon: samen uit eten gaan.

    Maar daar houdt het niet op.

    Het mooiste aan shared dining is de portiegrootte. Die is vaak gebaseerd op een geheim wiskundig systeem dat uitsluitend toegankelijk is voor chefs, accountants en mensen die ooit een cursus “Food Concept Development” hebben gevolgd.

    Op de kaart staat:

    Geroosterde bloemkool – € 14

    Je denkt: prima.

    Dan komt er een bordje waarop een bloemkoolroosje ligt dat ongeveer dezelfde afmetingen heeft als een vergeten kerstbal.

    “Is dit voor één persoon?”

    “Nee hoor, dit is om te delen.”

    Met wie?

    “Met z’n vieren.”

    Dan kost die bloemkool dus € 56 als je met vier mensen daadwerkelijk een maaltijd wilt hebben.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Ik begin langzaam te begrijpen waarom shared dining zo populair is bij restaurateurs.

    Het is namelijk een buitengewoon efficiënte manier om minder eten voor meer geld te verkopen.

    Natuurlijk zijn er restaurants waar shared dining fantastisch werkt. Waar de gerechten royaal zijn, de smaken kloppen en het delen daadwerkelijk leuk is. Daar heb ik niets tegen.

    Maar er is ook een variant ontstaan waarbij de chef vooral deelt in de aandacht en de klant vooral deelt in de rekening.

    En dan komt het moment waarop je vraagt of er misschien nog wat brood is.

    “Dat kan natuurlijk.”

    “Mooi.”

    “Dat is dan € 4,50.”

    Uiteraard.

    Het brood is tegenwoordig waarschijnlijk met de hand geaaid door een lokale zuurdesemfluisteraar.

    Toch blijft de horeca ons vertellen dat shared dining draait om verbinding.

    Daar ben ik het mee eens.

    Het verbindt mensen inderdaad.

    Vooral in hun gezamenlijke teleurstelling.

    Want niets schept zo’n band als met vier volwassenen naar een leeg bordje kijken en gezamenlijk constateren:

    “Was dit het?”

    Ja.

    Dat was het.

    Maar gelukkig hebben we het gedeeld.

    Want als we één ding geleerd hebben van shared dining, is het wel dat je tegenwoordig niet meer genoeg hoeft te eten om een goede avond te hebben.

    Je moet vooral kunnen doen alsof je genoten hebt.

  • De chef is ‘creatief’ oftewel: hij had geen inkoop gedaan

    De chef is ‘creatief’ oftewel: hij had geen inkoop gedaan

    Er zijn woorden die in de horeca een geheel eigen betekenis hebben gekregen. Vers, bijvoorbeeld. Dat kan van alles betekenen, zolang het maar ooit ergens in de buurt van een koelkast heeft gelegen. Ambachtelijk betekent tegenwoordig vooral dat iemand het product met twee handen uit een doos heeft gehaald. En seizoensgebonden betekent dat de chef toevallig nog drie courgettes heeft liggen die morgen echt weg moeten.

    Maar mijn favoriete horecawoord is toch wel creatief.

    Als een chef zegt: “Vanavond ben ik lekker creatief bezig geweest,” moet je onmiddellijk alert worden.

    Creatief?

    Dat kan inderdaad betekenen dat hij een briljant nieuw gerecht heeft bedacht.

    Maar het kan ook betekenen dat hij geen inkoop heeft gedaan.

    En meestal is dat laatste interessanter.

    Een goede chef begint met een idee. Een creatieve chef begint met de voorraadkast.

    Dat is een wezenlijk verschil.

    De eerste denkt: Wat kan ik met mooie langoustines, asperges en morilles maken?

    De tweede opent om 16.37 uur de koelkast en denkt: Wat kan ik maken met een halve prei, drie champignons, een bakje crème fraîche en iets wat ik liever niet te lang van dichtbij bekijk?

    Dat laatste noemen we tegenwoordig dus creativiteit.

    De menukaart wordt die avond niet aangepast. Nee, nee. Daarvoor is een veel mooier woord bedacht: “chef’s surprise”.

    Dat klinkt alsof er een gastronomisch meesterbrein achter zit.

    In werkelijkheid is het soms gewoon een culinaire variant van zoek de verschillen.

    “Wat is de amuse?”

    “Dat hangt ervan af.”

    “Waarvan?”

    “Van wat we nog hebben.”

    Kijk, dát is pas een verrassingsmenu.

    De echte kunstenaar staat ondertussen met een zak aardappelen in zijn hand naar de keuken te staren alsof hij Rembrandt is en de Nachtwacht nog moet beginnen.

    Een ui.

    Twee wortels.

    Een halve bloemkool.

    Een restje geitenkaas.

    En ergens achterin de koelkast een potje kappertjes waarvan niemand meer weet wanneer het geopend is.

    De chef glimlacht.

    “Ik zie mogelijkheden.”

    Dat is het moment waarop je als klant moet gaan nadenken over je zorgverzekering.

    Want als er geen inkoop is gedaan, ontstaat er een merkwaardig soort culinaire vrijheid. Alles wordt mogelijk. Niets heeft nog een recept. De grenzen tussen voorgerecht, hoofdgerecht en bijgerecht vervagen.

    Een bloemkool wordt ineens een “geroosterde bloemkoolbeleving”.

    Een aardappel krijgt een “textuurtransformatie”.

    Een restje wortel wordt “gekaramelliseerde wintergroente”.

    En die ene vergeten appel?

    Die wordt een “appelcomponent met warme specerijen”.

    Component.

    Ook zo’n woord.

    Vroeger heette dat gewoon een stukje appel.

    Maar tegenwoordig moet ieder bord minimaal uit zeven componenten bestaan. Eén ervan moet schuim zijn, één een gelletje, één iets krokants en één iets waarvan de bediening zelf ook niet precies weet wat het is.

    “Wat is dat groene spul?”

    “Dat is een kruidolie.”

    “Welke kruiden?”

    “Dat weet de chef.”

    “En waarom zit het erop?”

    “Voor de balans.”

    Ah.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    De balans.

    Het gastronomische equivalent van “ik weet het ook niet meer”.

    Ik moet eerlijk zeggen: ik heb bewondering voor zo’n chef.

    Want probeer maar eens voor twaalf gasten een behoorlijk gerecht te maken met één aubergine, vier eieren en een verdacht bakje ricotta.

    Dat vereist talent.

    Of wanhoop.

    En soms zijn die twee culinair nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

    Het mooiste komt wanneer de klant vraagt wat er precies op het bord ligt.

    Dan verschijnt de chef aan tafel.

    “Dit is een vrije interpretatie van de mediterrane keuken.”

    Vrij.

    Dat woord had ik al gevreesd.

    Vrij betekent in dit geval dat niemand vooraf heeft bepaald wat het moest worden.

    En dat verklaart ook waarom het gerecht eruitziet alsof iemand tijdens het uitserveren struikelde.

    Maar goed: de chef is creatief.

    En creativiteit moet je respecteren.

    Zeker als de leverancier niet geleverd heeft.

    Of de bestelling vergeten is.

    Of de chef dacht dat vandaag dinsdag was terwijl het zaterdag blijkt te zijn.

    Want laten we eerlijk zijn: een chef die met een perfect gevulde koelkast een mooi gerecht maakt, is vakbekwaam.

    Een chef die met vrijwel niets tóch iets eetbaars op tafel zet, is een kunstenaar.

    En een chef die met vrijwel niets een gerecht maakt dat je €32,50 kost, is een ondernemer.

    Daar zit het echte talent.

    Dus mocht een chef u vanavond vertellen dat hij speciaal voor u “creatief” is geweest, stel dan vooral geen moeilijke vragen.

    Vraag niet waar de vis vandaan komt.

    Vraag niet wanneer hij is ingekocht.

    En vraag vooral niet waarom er ineens aardbeien in januari op uw bord liggen.

    Glimlach.

    Neem een hap.

    En bedenk:

    misschien heeft de chef wel helemaal geen creatief idee gehad.

    Misschien was gewoon de vrachtwagen te laat.

    En eerlijk gezegd?

    Dat maakt het gerecht alleen maar spannender.