Categorie: Columns

  • Op roadtrip langs de Duitse Vakwerkroute

    Op roadtrip langs de Duitse Vakwerkroute

     Tien bijzondere stadjes langs de Duitse Vakwerkroute

    De Deutsche Fachwerkstraße slingert door een groot deel van Duitsland en verbindt honderden historische plaatsen waar vakwerkarchitectuur het straatbeeld bepaalt. Onderweg ontdekten we dat de charme van de Vakwerkroute niet alleen in de prachtige vakwerkhuizen zit. Ook sfeervolle pleinen, oude stadspoorten, gezellige terrassen, rivieren en wijngaarden maken van deze route een heerlijke roadtrip. Wij nemen je mee langs tien bijzondere stadjes: Freudenberg, Herborn, Idstein, Miltenberg, Ochsenfurt, Marktbreit, Zeil am Main, Ebern, Hofheim en Steinau. 

    Tijdens een eerste trip verkenden we Freudenberg, Herborn en Idstein. Nadien zetten we onze ontdekkingstocht verder naar Miltenberg en Ochsenfurt.

    In dit derde deel trekken we verder naar Marktbreit en Zeil am Main

     Marktbreit, een vleugje Brugge aan de Main

    Foto: Miet Waes.

    Na Ochsenfurt rijden we verder naar Marktbreit. Zonder gids, gewoon op eigen houtje, trekken we de straatjes in. Al snel worden we verrast door een beeld dat mij bijzonder vertrouwd voorkomt. Het kleine beekje Breitbach stroomt dwars door het historische centrum en mondt even verderop uit in de Main. Een overbouwd bruggetje, kleurrijke vakwerkhuizen en op de achtergrond de Malerwinkel maken het plaatje compleet. Even waan ik me terug in Brugge, mijn geboortestad. Natuurlijk is Marktbreit veel kleiner, maar de combinatie van water, eeuwenoude gevels en bruggetjes roept meteen een vertrouwd gevoel op. Het is zo’n onverwacht moment waarop een plek die je voor het eerst bezoekt toch iets bekends lijkt te hebben. En niet alleen de huizen weten ons te charmeren. Ook de sfeer in het stadje spreekt ons meteen aan. Er is opvallend veel bedrijvigheid. Al snel merken we dat vooral de inwoners zelf voor die levendigheid zorgen. Blijkbaar valt er iets te vieren. Rond het prachtige Renaissance-Rathaus zitten mensen gezellig aan tafeltjes. Er wordt gegeten en gedronken, gelachen en bijgepraat. Overal heerst een aangename drukte. Heerlijk om daar als toevallige bezoeker gewoon tussen te lopen en even deel uit te maken van het dagelijkse leven van Marktbreit.

    Een bezoek aan de Malerwinkel brengt ons vervolgens in een heel andere sfeer: die van vroeger. De taferelen, voorwerpen en gebruiksvoorwerpen uit vervlogen tijden voelen als een kleine tijdcapsule die ons even terugbrengt naar het leven van onze overgrootouders.

    Vooral het huishoudelijke leven maakt indruk. Wat voor ons vandaag zo vanzelfsprekend is, betekende voor de vrouwen van toen vaak urenlang zwaar en onvermoeibaar werk. Het doet je beseffen hoeveel er in relatief korte tijd is veranderd.

    Foto: Miet Waes.

    Ook de Alte Kranen aan de Main herinneren aan een ander hoofdstuk uit de geschiedenis van Marktbreit. Ooit was de rivier een belangrijke levensader voor de handel en speelde de haven een belangrijke rol in het dagelijkse leven van het stadje.

    Foto: Miet Waes.

    We overnachten in Hotel Michels Stern, een charmant familiehotel dat inmiddels door de vierde generatie wordt uitgebaat. We hadden er graag ook het restaurant uitgeprobeerd, want het staat goed aangeschreven, maar helaas is het tijdens onze reis wegens de vakantieperiode gesloten.

    Het alternatief dat we vonden, bleek culinair helaas geen hoogtepunt. Een kleine tegenvaller, maar gelukkig is het niet het eten dat van Marktbreit bijblijft. Wel het sfeervolle stadje, het water tussen de oude huizen en vooral dat onverwachte gevoel van herkenning.

    Zeil am Main – waar vakwerk zijn geheimen prijsgeeft

    Foto: Miet Waes.

     Een ontvangst die we niet hadden verwacht

    Onze komst naar Zeil am Main is duidelijk aangekondigd. Bij aankomst worden we hartelijk verwelkomd door burgemeester Peter Pfaff en Janina Selig van het toeristisch kantoor en een jonge studente die ons helpt met de vertaling wanneer ons Duits tekortschiet. Al snel merken we hoe trots de burgemeester en Janina zijn op hun stadje. En dat enthousiasme werkt aanstekelijk. Ze nemen ons mee op ontdekking en laten ons kennismaken met de verhalen en geheimen die achter de mooie vakwerkgevels schuilgaan.

    Vakwerk met een verhaal

    Foto: Miet Waes.

    De burgemeester is niet alleen burgemeester, hij gidst ook zelf in zijn stad. Met veel enthousiasme leert hij ons anders naar de vakwerkhuizen kijken. Wat eerst vooral mooi en schilderachtig lijkt, blijkt een verhaal op zich te vertellen.

    Foto: Miet Waes.

    Het Sint-Andreaskruis is een van de motieven die we regelmatig tegenkomen. Ook de figuur van de man en de zogenaamde Wilde Man duiken op in het vakwerk. En hoe rijker de eigenaar, hoe uitbundiger de gevel. Krullen, houtsnijwerk en andere ornamenten waren niet alleen decoratief, maar vertelden ook iets over de status en identiteit van de bewoner. Vanaf nu kijken we anders naar vakwerk. We zien niet langer alleen fraaie gevels, maar proberen de symbolen te lezen die eeuwen geleden in het hout werden gekerfd.

    Een kerkje vol verrassingen

    De St.-Michaelskirche weet ons eveneens te verrassen. Achter de gevel gaat een rijk interieur schuil waarin verschillende eeuwen samenkomen. Er zijn prachtige barokke altaren en stucwerk, waardevolle plafondschilderingen en bijzondere houten beelden.

    Foto: Miet Waes.

    In de voormalige sacristie in de toren zijn zelfs fresco’s uit de 14de eeuw bewaard gebleven. Ook de Ölbergkapel, met haar levensgrote zandstenen figuren uit de 18de eeuw, blijkt een bijzonder detail.

     Van vakwerk naar wijn én bier

    Foto: Miet Waes.

    Maar Zeil am Main heeft nog een andere troef: wijn. Voor het eerst tijdens onze reis maken we echt kennis met de Frankische wijncultuur. Bij Weinhaus Nüblein worden we ontvangen door Roger Nüblein, de derde generatie van de familie. Hier ontdekken we een andere kant van Zeil. Tussen de vakwerkhuizen en historische verhalen door blijkt ook het wijnmaken stevig verankerd in het leven van het stadje. De wijn hoort hier bij de streek, bij de gastronomie en bij de gezelligheid die we ondertussen steeds meer beginnen te waarderen. En alsof dat nog niet genoeg is, heeft Zeil ook een eigen biertraditie.

    Foto: Miet Waes.

    Tijdens de lunch bij Zur Alten Freyung proeven we van de andere kant van de Frankische gastronomie. Uiteraard mag een schnitzel niet ontbreken, maar we proeven er ook de Kaiser Heinrich Naturadles.

    Zo ontdekken we dat de streek niet alleen een verhaal heeft te vertellen in hout en steen, maar ook in het glas en op het bord.

     De schaduwzijde van Zeil

    Maar een stad met een lange geschiedenis heeft niet alleen mooie verhalen te vertellen. Zeil draagt ook een veel donkerder hoofdstuk met zich mee: de heksenvervolgingen. Aan het einde van de prachtige Obere Torstraße staat de oude Hexenturm, oorspronkelijk onderdeel van de middeleeuwse stadsverdediging. Later werd de toren een gevangenis. Tijdens de heksenvervolgingen werden hier mensen – vrouwen, maar ook mannen en kinderen – opgesloten die van hekserij werden beschuldigd, in afwachting van hun verhoor en vonnis. In het aangrenzende voormalige Fronhaus is vandaag het documentatiecentrum gevestigd. Het vertelt niet alleen over de gebeurtenissen zelf, maar probeert ook duidelijk te maken hoe angst, bijgeloof, maatschappelijke spanningen en beschuldigingen konden uitgroeien tot een ware vervolging. In Zeil begonnen de vervolgingen in 1616. Uiteindelijk zouden in de regio meer dan vierhonderd mensen het leven verliezen. Het contrast met de gezellige wijnhuizen, de kleurrijke vakwerkgevels en de levendige terrassen kan nauwelijks groter zijn. Juist daardoor maakt dit donkere hoofdstuk zoveel indruk.

     Een kleine stad met veel te vertellen

    Foto: Miet Waes.

    Zeil am Main is een bescheiden stadje. Geen afzonderlijk toeristisch kantoor, geen groot informatiecentrum: wie meer wil weten, stapt gewoon het Rathaus binnen. Daar liggen folders klaar en begint de kennismaking met de omgeving. Wie daarna verder wil ontdekken, kan kiezen uit verschillende thematische wandelingen, die elk een ander verhaal van Zeil vertellen. Want achter dat bescheiden uiterlijk schuilt verrassend veel. Zeil am Main heeft ons opnieuw verrast. Niet door groot of spectaculair te zijn, maar juist door wat er tussen de regels, achter de gevels en langs de oude straten verborgen ligt. Vakwerkhuizen vertellen er hun eigen verhaal, tradities leven voort aan tafel en in het glas, en de geschiedenis voelt er veel groter dan het stadje zelf. Misschien is dat wel precies wat we zo mooi vinden aan de Duitse Vakwerkroute. Je hoeft niet altijd ver te reizen of op zoek te gaan naar het spectaculaire. Soms is het genoeg om een onbekende straat in te slaan, even omhoog te kijken en stil te staan bij een oude gevel. Want wie goed kijkt, ontdekt dat elke oude gevel een verhaal heeft.

    Praktische informatie

    Algemeen

    www.deutsche-fachwerkstrasse.de

    Eten en drinken

    Zur Alten Freyung

    www.brauerei-goeller.de

    Wijn proeven en kopen

    A.Nüblein

    www.weinhaus-nuesslein.de

  • Wijn met ‘een lange afdronk’ – ja, dat heet alcohol

    Wijn met ‘een lange afdronk’ – ja, dat heet alcohol

    Er zijn van die woorden die je alleen bij wijn hoort.

    Mineraliteit.
    Spanning.
    Gelaagdheid.
    Terroir.

    En natuurlijk: afdronk.

    Vooral de lange afdronk is populair.

    Geen zichzelf respecterende wijnproeverij kan tegenwoordig zonder.

    Iemand neemt een slok, trekt een gezicht alsof hij zojuist telefonisch contact heeft gehad met Bordeaux en zegt:

    ‘Prachtig. En wat een lange afdronk.’

    Waarop iedereen ernstig knikt.

    Want niemand durft te vragen:

    ‘Hoe lang precies?’

    Acht seconden?

    Drie minuten?

    Tot dinsdag?

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    De afdronk als kwaliteitskeurmerk

    Een lange afdronk geldt in wijnland als iets positiefs.

    Hoe langer, hoe beter.

    Een wijn van €8 heeft een prettige afdronk.

    Een wijn van €18 heeft een lange afdronk.

    Een wijn van €45 heeft een zeer lange afdronk.

    En bij een fles van €125 spreekt men bij voorkeur over:

    ‘Een eindeloze finale.’

    Dat klinkt natuurlijk een stuk beter dan:

    ‘Ik proef hem nog steeds.’

    Want dat laatste kun je ook zeggen nadat je per ongeluk mondwater hebt ingeslikt.

    Toch is die afdronk een merkwaardig fenomeen.

    Je hebt de wijn namelijk al doorgeslikt.

    Hij is weg.

    De kelk staat weer op tafel.

    Maar volgens de wijnkenner begint dan pas het interessante gedeelte.

    Dat is ongeveer alsof een restaurant zegt:

    ‘Het hoofdgerecht is op, maar wacht vooral nog even. Over vier minuten krijgt u nog een beetje uiensmaak cadeau.’

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Iedereen kijkt naar elkaar

    Het mooiste moment tijdens een wijnproeverij komt wanneer de proefleider vraagt:

    ‘Wat vinden jullie van de afdronk?’

    Dan wordt het stil.

    Niemand weet het.

    Iedereen kijkt naar iedereen.

    Eén persoon zegt voorzichtig:

    ‘Best lang.’

    En daarmee is het hek van de dam.

    ‘Ja, zeker.’

    ‘Heel lang zelfs.’

    ‘Mooi persistent.’

    Altijd zit er iemand tussen die persistent zegt.

    Die persoon moet je in de gaten houden.

    Voor je het weet heeft hij het ook over een verticale structuur en ben je de rest van de avond verloren.

    Zelf neem ik dan nog een slok.

    Niet omdat dat nodig is.

    Maar omdat ik inmiddels vergeten ben welke afdronk ik moest beoordelen.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    De stopwatchmethode

    Misschien moeten we het wetenschappelijker aanpakken.

    Ik stel daarom voor dat iedere serieuze wijnproeverij voortaan een stopwatch op tafel legt.

    Slok.

    Slik.

    Start.

    ‘Ik heb kers.’

    ‘Ik ook.’

    ‘Nu wat tabak.’

    ‘Bij mij leer.’

    ‘Nog iets?’

    ‘Nee.’

    Stop.

    23,7 seconden.

    Kijk, daar kunnen we iets mee.

    Geen vaag gedoe meer.

    Op het etiket kan dan gewoon staan:

    Afdronk: 31 seconden bij 21 graden Celsius, getest door drie sommeliers en een accountant.

    Dat maakt wijn kopen aanzienlijk eenvoudiger.

    Onder de tien seconden: doordeweeks.

    Tien tot twintig seconden: weekend.

    Boven de dertig seconden: kerst.

    Langer dan een minuut: huisarts bellen.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Maar misschien is het gewoon alcohol

    En dan is er nog iets waar bij wijnproeverijen opvallend weinig over wordt gesproken.

    Alcohol.

    Wijn bevat namelijk alcohol.

    Ik weet het.

    Schokkend.

    Dat warme gevoel achter in je keel?

    Alcohol.

    Dat licht branderige randje?

    Alcohol.

    Dat prettige warme spoor dat na het doorslikken nog even blijft hangen?

    We zouden het natuurlijk kunnen omschrijven als:

    ‘Een lange, warme finale met een verfijnde thermische spanning.’

    Maar soms is het gewoon 14,5 procent alcohol die nog even gedag zegt.

    Toch hoor je dat zelden.

    Niemand zegt:

    ‘Prachtige wijn. Vooral die ethanol blijft indrukwekkend lang aanwezig.’

    Nee.

    Dat zou de magie verpesten.

    Dus noemen we het een lange afdronk.

    Hoe duurder de fles, hoe langer we wachten

    Het merkwaardige is bovendien dat de afdronk lijkt mee te groeien met de prijs.

    Bij een wijn van €7,99 neemt iemand een slok en zegt:

    ‘Lekker.’

    Klaar.

    Bij een fles van €60 wordt er na het slikken minstens twintig seconden gezwegen.

    Niet omdat er noodzakelijkerwijs meer gebeurt.

    Maar omdat €60 stilte verdient.

    Bij €150 sluit iemand zijn ogen.

    Bij €300 kijkt hij naar het plafond.

    En boven de €500 ontstaat er vrijwel altijd contact met overleden familieleden.

    ‘Mijn hemel.’

    ‘Wat?’

    ‘Ik proef mijn grootvader.’

    Dat kan.

    Maar controleer voor de zekerheid even het alcoholpercentage.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Samen teleurgesteld

    En daar zit misschien wel de ware schoonheid van wijnproeven.

    We willen zo graag iets bijzonders ervaren dat we elkaar collectief helpen.

    Iemand proeft viooltjes.

    Plotseling proeft iedereen viooltjes.

    Iemand ontdekt natte steen.

    Binnen dertig seconden staat de hele groep mentaal in een vochtige steengroeve.

    En als iemand zegt dat de afdronk uitzonderlijk lang is, blijven we allemaal beleefd wachten tot hij voorbij is.

    Niemand wil als eerste zeggen:

    ‘Volgens mij is-ie gewoon op.’

    Dus de volgende keer dat iemand mij vraagt:

    ‘Cornelis, hoe lang vind jij de afdronk?’

    dan kijk ik ernstig.

    Ik neem nog een slok.

    Ik wacht.

    Ik knik langzaam.

    En dan zeg ik:

    ‘Zeker lang. Maar dat kan ook komen doordat hij 15 procent alcohol heeft.’

    Waarschijnlijk word ik daarna niet meer uitgenodigd.

    Dat heeft één voordeel.

    De afdronk van zo’n wijnavond is verrassend kort.

  • Vlissingen: luxueus logeren in erfgoedgebouwen

    Vlissingen: luxueus logeren in erfgoedgebouwen

    De verschuiving van de traditionele scheepsbouw naar Oost-Azië was een zware slag voor Vlissingen. Maar sinds een jaar of tien is de stad volop in herontwikkeling. Verschillende stadsvernieuwingsprojecten maken haar ook tot een aantrekkelijke toeristische bestemming.

    De centrale as in die recente evolutie is de boulevard, die volledig is heraangelegd, met veel ruimte voor kuierende voetgangers en fietsers. Beelden op mensenmaat van lokale helden wisselen er af met zithoekjes met uitzicht op het water. Dat uitzicht verschilt sterk van de meeste andere kustplaatsen. Doordat de vaarroutes in de Westerschelde vrij dicht langs de wal liggen, zie je er de grote containerschepen van en naar Antwerpen van erg nabij voorbijvaren.

    Boulevard

    Het demonteerbare strandpaviljoen wordt beveiligd door een waterkering, de verblijfskamers ernaast met schutbalken. Foto: © Koen Mortelmans.

    Langs de westelijke boulevard kan je in het Strandpaviljoen niet alleen terecht voor een hapje en een drankje: je kan er ook logeren en vanuit je kamer rechtstreeks het strand opstappen. Bij stormweer worden de kamers met schotbalken beschermd, terwijl het paviljoen zelf demonteerbaar is. Voorlopig bleek een tijdelijke demontage gelukkig nog niet nodig.

    De toegang tot Hotel De Zeevaartschool bevindt zich langs de strandboulevard. Foto: © Koen Mortelmans.

    Een eindje verder langs de boulevard, richting binnenstad, opende in 2025 Hotel De Zeevaartschool de deuren. Het hotel dankt zijn naam aan de vroegere functie van het erfgoedgebouw, dat werd opgetrokken vanaf 1949. De oorspronkelijke zeevaartschaal had, net als talrijke andere gebouwen langs de kustlijn, de geallieerde bombardementen tijdens de Slag om de Schelde (einde 1944) niet doorstaan.

    Van zeevaartschool tot hotel

    De ‘nieuwe’ Zeevaartschool is opgetrokken in zogenaamde ‘shake hands’ architectuur, een combinatie van gewapend beton voor de draagstructuur en baksteen voor de gevels. In 2014 werd het maritiem onderwijs geclusterd met andere opleidingen op een ruimere campus elders in de gemeente en kwam het gebouw vrij.

    De omvorming tot hotel gebeurde met het grootste respect voor de historische achtergrond. Dat blijkt onder meer uit de nog altijd groeiende verzameling herinneringen van oudstudenten en vroegere bouwpartijen, die er op verschillende niveaus is uitgestald. Die delen van het gebouw zijn vrij toegankelijk, ook voor niet hotelgasten. Van 12 tot 16 uur zijn ook sommige kamers te bezichtigen. Vanaf de entree ligt de voltijds bevrouwde receptie ietwat achterin, wat het terras en het ook voor passanten toegankelijke restaurant sterker accentueert.

    Ter hoogte van de overgang tussen het hoofdvolume en lagere, westelijke bouwvolume staat een ronde, vuurtorenachtige toren met een platform ten behoeve van de vlaggenmast. De vorm van het platform en de balustrade verwijzen naar kraaiennest op een schip. Hier konden de leerlingen indertijd oefenen met navigatie-instrumenten. Het platform is nu publiek toegankelijk, maar voor de twee hoogste niveaus – met 360° uitzicht – moet je wel een behoorlijk steile trap en een ladder beklimmen.

    Slimme matrozenkamers

    De kamers langs de kant van de boulevard bieden het indrukwekkendste uitzicht, maar ook die langs de stadskant zijn niet te versmaden. Doordat er tussen het gebouw en de achterliggende stadswijken een dijk ligt, hebben de benedenkamers langs die kant geen mooi uitzicht.

    Uitbater Onilio loste dit slim op en richtte er ‘matrozenkamers’ in, bescheiden kamers die aangeboden worden tegen budgettarieven, interessant voor bezoekers die zich van af de vroege ochtend tot diep in de nacht in het stads- en Scheldeleven begeven. Maar uiteraard behoren ook ‘officierskamers’ en ‘kapiteinskamers’ tot het gevarieerde aanbod.

    Scheepswerf

    Elegante architectuur in het hoofdkantoor van Damen Naval. Foto: © Koen Mortelmans.

    De keuze om het maritieme monument te herbestemmen tot hotel kadert in een bredere beweging om de industriële erfgoedlocaties nieuw leven in te blazen. Het industrieel erfgoed van Vlissingen bestaat vooral uit gebouwen van de voormalige scheepswerf De Schelde, opgericht in 1875 en in 2000 overgenomen door Damen Shipyards.

    In de jaren vijftig van de vorige eeuw was De Schelde met meer dan 4.600 arbeidsplaatsen de grootste werkgever in Vlissingen. De scheepswerf was van oudsher stevig verankerd in het maatschappelijke en economische leven van Vlissingen. Veel inwoners ervaren nog altijd een grote betrokkenheid bij het bedrijf. De onderneming breidde regelmatig uit en oefende zo een grote invloed uit op het stadsbeeld en de ruimtelijke ontwikkeling van de omgeving, vaak ten koste van de binnenstad.

    Americana

    Einde 2003 kocht de gemeente een groot deel van het 32 hectare grote terrein aan voor de ontwikkeling van het Scheldekwartier, met vooral nieuwe woningen. Verschillende oude gebouwen en elementen blijven behouden. Zo is er het vroegere hoofdkantoor, nu in gebruik door Damen, dat op een deel van werfterreinen zijn marinebouw concentreerde. Toegang tot de industriële activiteiten is dan ook streng beperkt, zeker gezien de huidige internationale situatie, die vergt dat marineschepen met de recentst beschikbare technologie worden uitgerust. De elegante inkomhal van het in 1913 in een historiserende Americana-stijl opgetrokken kantoorgebouw is wel af en toe toegankelijk, soms ook op aanvraag. Het. Naast een vleugje art nouveau kondigen diverse elementen er al de naoorlogse art deco aan.

    Timmerfabriek

    In het opkomende Scheldekwartier is Hotel de Timmerfabriek de herbestemming van het volumineuze gebouw uit 1914, waar timmerlieden werkten aan meubilair voor scheepsinterieurs. Na de casco restauratie in 2010 onderging het pand een grondige metamorfose. Eerst werd het gebruikt voor allerlei evenementen. De eerste hotelgasten namen er in 2022 hun intrek.

    De buitengevel vertoont nog steeds een erg industriële indruk. Het historische karakter is ook binnen het hotel nog erg zichtbaar: betonnen plafonds en kolommen, grote raampartijen, het imposante atrium met glazen kap, de open galerijen… Maar zowel de kamers als de hotelservice hebben niks industrieels, ze zijn pure luxe. Op het dak is het torentje uit 1914 teruggezet. Het is nu een penthouse met vier verblijfsniveaus én een panoramische sauna op het dak ernaast.

    Machinefabriek

    Tussen de nieuwbouw- en renovatieprojecten op de vroegere werfterrein zie je vandaag diverse lege, te herinvullen percelen en één enorm industrieel gebouw. Dat is de Machinekamer, goed voor drie hallen uit de periode 1913-1925, elk ongeveer 95 meter lang en samen zowat even breed en 16 meter hoog. Ooit werden hier scheepsmotoren gebouwd en getest. De herstellingswerken aan de ruwbouw werden in 2024 afgerond. Nu wordt er volop gewerkt aan nieuwe bestemmingen, met deels publieke en deels privé-invulling: sport, recreatie, cultuur, gezondheid, evenementen en parkeren komen hier in de toekomst samen.

    Gezien de enorme omvang van het gebouw vindt de herontwikkeling gefaseerd plaats. In de middelste hal komt een parkeergarage met ruim 600 plekken voor bezoekers, bewoners en mensen die in de omgeving werken. De linkse hal krijgt onder meer een sportzaal, een poppodium, ateliers, een bibliotheek en een stadhuisdienst. De derde hal zal ruimte bieden aan uiteenlopende evenementen.

  • Op roadtrip langs de Duitse Vakwerkroute

    Op roadtrip langs de Duitse Vakwerkroute

    Deel 2 van 4: Miltenberg, Ochsenfurt

    De Deutsche Fachwerkstraße slingert door een groot deel van Duitsland en verbindt honderden historische plaatsen waar vakwerkarchitectuur het straatbeeld bepaalt. Onderweg ontdekten we dat de charme van de Vakwerkroute niet alleen in de huizen zit. Het zijn ook de kleine pleinen, oude stadspoorten, gezellige terrassen, rivieren en wijngaarden die van deze route zo’n heerlijke roadtrip maken. Wij nemen je mee langs tien bijzondere stadjes: Freudenberg, Herborn, Idstein, Miltenberg, Ochsenfurt, Marktbreit, Zeil am Main, Ebern, Hofheim en Steinau.

    In een eerste trip verkenden we Freudenberg, Herborn en Idstein.

    We zetten  onze  reis nu verder naar Miltenberg en Ochsenfurt

    Miltenberg: toeristisch? Ja. Maar kijk verder.

    Foto: Miet Waes.

    Miltenberg heeft iets weg van een ansichtkaart waar je zo in kunt stappen. Vakwerkhuizen, een rivier die rustig langs het stadje stroomt, cruiseschepen die aanmeren en toeristen die met fototoestel of smartphone in de aanslag door de straatjes kuieren.

    Foto: Miet Waes.

    Voeg daar nog een stukje oude omwalling en een burcht op de heuvel aan toe en je waant je haast aan de Moezel. Alleen… Miltenberg ligt niet aan de Moezel, maar aan de Main. Wij trokken er op pad met een gids en dat bleek een uitstekende keuze. Want achter die mooie vakwerkgevels schuilt een verrassendverhaal.

    Foto: Miet Waes.

    Onze gids wees ons op details waar je als gewone bezoeker waarschijnlijk achteloos aan voorbijloopt. Eigenaardige bouwconstructies, huizen die op een bijzondere manier met elkaar verbonden lijken en sporen van een verleden dat veel minder idyllisch is dan de kleurrijke gevels doen vermoeden. Het leuke is dat dergelijke rondleidingen hier het hele jaar door georganiseerd worden. Maar eerlijk? Je hoeft niet altijd een gids te volgen.

    Foto: Miet Waes.

    Verlaat de toeristische route, sla een klein steegje in en kijk vooral omhoog en achterom. Plots ontdek je een heel ander Miltenberg. Zo kwamen wij onder meer bij een oud Joods kerkhof terecht, een stille plek die je even doet stilstaan bij een stukje geschiedenis dat gemakkelijk onder de toeristische façade verborgen blijft.

    Foto: Miet Waes.

    En wie na al dat kuieren behoefte heeft aan wat groen, hoeft evenmin ver te zoeken. In de omgeving ligt een prachtig natuurgebied waar verschillende wandelingen bewegwijzerd zijn. Even de drukte uit, de natuur in en de benen strekken: het vormt een mooie tegenhanger voor het historische centrum.

    Een adresje om te onthouden

    Foto: Miet Waes.

    Ook op culinair vlak wist Miltenberg ons te verrassen. We vonden er een bijzonder aangenaam logeeradres bij Wein- und Gasthof Zipf. Een plek met karakter én een restaurant dat duidelijk goed weet hoe het zijn gasten moet verwennen. Het restaurant zat tijdens ons bezoek goed vol en het werd ons snel duidelijk waarom. Hier genoten we namelijk van de beste maaltijd van onze hele reis. Ook het ontbijt mocht er zijn. Daarvoor hoef je niet eens ver te lopen: gewoon de straat oversteken en je belandt in een gezellig restaurantje dat helemaal gespecialiseerd is in ontbijt. Een fijne, ongedwongen manier om de dag te beginnen.

    Een kleine praktische kanttekening: wie met de wagen komt, moet er rekening mee houden dat parkeren vlak bij de accommodatie niet evident is. Wij moesten ongeveer tien minuten wandelen naar een overdekte parking. Maar voor 5 euro voor 24 uur vonden we dat eigenlijk een koopje.

    Miltenberg is dus zo’n plek waarbij je je eerste indruk best even opzij zet. Ja, het is toeristisch. Ja, de cruiseschepen brengen hun bezoekers tot aan de kade. En ja, op sommige momenten kan het behoorlijk druk zijn.

    Maar loop één keer niet mee met de massa. Neem dat kleine steegje, draai die hoek om, kijk eens naar een gevel waar niemand anders naar kijkt. En voor je het weet, ontdek je een Miltenberg dat een stuk authentieker, verrassender en boeiender is dan de toeristische ansichtkaart doet vermoeden.

    Ochsenfurt: soms moet je wat langer kijken

    Foto: Miet Waes.

    Eerlijk is eerlijk: Ochsenfurt wist ons niet meteen te bekoren. Na de vele fraaie vakwerkstadjes die we tijdens onze tocht bezochten, lag de lat inmiddels behoorlijk hoog. Ochsenfurt oogde bij onze aankomst wat minder spectaculair dan verwacht. Toch verdient de stad meer dan een vluchtige blik. Vooral kenners van vakwerk zullen hier hun hart kunnen ophalen. Achter de soms wat sobere gevels zitten merkwaardige constructies en fraaie details die je pas ontdekt wanneer je er bewust op gaat letten. De oude stadsmuur, de torens en de ligging aan de Main geven het geheel bovendien een historisch decor.

    Foto: Miet Waes.

    Een absolute blikvanger is het oude Rathaus met zijn Lanzentürmchen en zijn bijzondere astronomische uurwerk, dat dateert uit de 15de eeuw. Het systeem is al sinds de late middeleeuwen verbonden met het stadhuis en toont niet alleen de tijd, maar ook informatie over de maan. Het huidige mechanisme is bovendien bijzonder omdat het nog altijd met de hand wordt opgewonden. Maar het echte spektakel komt op het hele uur, want dan komt het mechanisme tot leven. Figuren verschijnen in de toren: raadsheren, een skelet met een zandloper en een burgemeester met bewegende onderkaak. Bovenaan botsen zelfs twee ossen met hun horens tegen elkaar. Een nogal bizar schouwspel, maar precies daardoor bijzonder om mee te maken.

    Een blik naar de toekomst

    Ook buiten het historische centrum valt er iets bijzonders te ontdekken. Aan het Bollwerk ligt een Schau- und Mitmachgarten, een klimaattuin die eigenlijk dienstdoet als een klein openluchtlaboratorium. Sensoren meten er onder meer bodemvocht en temperaturen en onderzoeken wat bomen, beplanting, schaduw en verschillende ondergronden betekenen voor het klimaat in de stad. Op het eerste gezicht lijkt het gewoon een gezellig kruiden- en moestuintje, maar ondertussen wordt er volop gemeten en geëxperimenteerd. De meetgegevens zijn ook voor bezoekers te bekijken, onder meer via interactieve schermen en informatiepanelen. Ochsenfurt werd voor ons geen absolute topper van de vakwerkroute, maar misschien ligt precies daar de les. Wie alleen voor de grote wow-factor komt, kan hier wat teleurgesteld zijn. Wie wat langer blijft, oog heeft voor details en even wacht tot de klok haar merkwaardige schouwspel opvoert, ontdekt een stad met meer karakter dan de eerste indruk doet vermoeden.

    Praktische informatie

    Algemeen

    www.deutsche-fachwerkstrasse.de

    Overnachten en dineren

    Wein-und Gasthof Zipf

  • Kinderen centraal in Wommelgemse ‘Kleine’ Bloemenstoet

    Kinderen centraal in Wommelgemse ‘Kleine’ Bloemenstoet

    Op zondagnamiddag 20 september trekt de Kleine Bloemenstoet voor de 64ste keer door de straten van Wommelgem. Van de vijf vandaag de dag nog in Vlaanderen georganiseerde bloemencorso’s is Wommelgem het enige waarin kinderen een hoofdrol spelen.

    De Wommelgemse kinderbloemenstoet werd voor het eerst georganiseerd in 1962, als spin-off (al bestond dit woord toen nog niet) van de ‘grote bloemenstoet.’ De allereerste kinderstoet verliep niet zonder incidenten. Sommige volwassen wagenbouwers maakten zich boos omdat de kinderen nogal lukraak en zonder veel vragen te stellen her en der dahlia’s gingen plukken. “Schiet niet op de kinderen, maar schiet op mij,” nam de populaire onderpastoor Maurice De Vadder tijdens de mis de verdediging van de kinderen op zich. De kinderstoet was een initiatief waaraan hij fors had bijgedragen.

    Groot en klein

    De ‘grote’ bloemenstoet van Wommelgem reed voor het laatst uit in 1989. Vandaag telt Vlaanderen nog vijf bloemenstoeten. Naast Wommelgem gaat het om Blankenberge, Sint-Gillis-Bij-Dendermonde, Loenhout en Ternat. Vier ervan vinden plaats in augustus en september, omdat de gebruikte dahlia’s dan op hun best zijn. Ternat, in het voorjaar, gebruikt andere bloemen. Nederland telt nog een twintigtal bloemencorso’s, die overigens door de Unesco zijn erkend als immaterieel erfgoed.

    Vroeger leerden de jonge wagenbouwers het ‘vak’ van de deelnemers aan de ‘grote’ stoet en maakten ze graag gebruik van afbraakmateriaal van de grote stoet. Vandaag biedt de vriendenkring die de Kleine Bloemenstoet organiseert kandidaat-deelnemers niet alleen gratis opleidingen aan, maar ook onderstellen, piepschuim en bloemen. De zeventigkoppige organisatie draait volledig op vrijwilligerswerk. Door de toenemende urbanisatie worden er in Wommelgem tegenwoordig minder dahlia’s geteeld dan een of twee generaties geleden. “We hebben afspraken met onze collega’s in Loenhout om bloemen te leveren en in geval van nood springt ook Zundert, vlak over de Nederlandse grens, bij,” zegt voorzitter Paul Van den Broeck. Hij streeft zelf niet naar Unesco-erkenning, want dit zou alleen maar meer werk met zich meebrengen voor de vrijwilligers.

    De bebloemde wagens moeten een minimale basisoppervlakte hebben van 0,5 vierkante meter en maximaal 8 vierkante meter, wat indertijd de minimale oppervlakte was voor deelname aan de ‘grote’ stoet. Reglementair moeten de wagens worden voortgetrokken door kinderen. Dit beperkt eveneens de omvang.

    Gratis toegankelijk

    In 1962 reden er veertien wagentjes mee, tijdens het topjaar 1982 88. “Dat was te veel om efficiënt te werken,” getuigt Van den Broeck. “De voorbije jaren hadden we telkens vijftien tot twintig deelnemers.” De kwaliteit van dit kleinere aantal deelnemers ligt wel erg hoog. De gratis toegankelijke stoet kan dan ook altijd op een massale publieke belangstelling rekenen, maar de organisatoren moeten veel energie steken in het steeds opnieuw vinden en motiveren van deelnemers, ook al zijn het in de praktijk ouders en grootouders die de meeste wagens bouwen. Dit jaar waren er begin september veertien wagens ingeschreven.

    Het kindervriendelijke aspect uit zich sterk in de randanimatie, met verschillende springkastelen, grimeurs, straatartiesten, een paardenmolen en een snoepjesregen. Muziekverenigingen luisteren zowel de stoet zelf als de randanimatie op. In 2026 zijn dat de lokale harmonie De Verbroedering, Sergeant Single & Captain Tiny en een clownsband. Wommelgem heeft ook een brandweermuseum, dat steevast twee historische brandweerwagens meestuurt om de stoet in te leiden en af te sluiten.

    Inspiratie

    In de loop der jaren vormde Walt Disney de grootste inspiratiebron voor de jonge wagenbouwers. Maar ook de andere film- en televisiefiguren, muziekvedetten en de Belgische stripwereld zijn populair. Uitzonderlijk komen ook sport en politiek wel eens om het hoekje kijken.

    Reuzen

    Er stappen dit jaar ook twee folkloristische reuzen mee in de staat. De Vaderreus is overigens vernoemd naar de stichter van de stoet. Die gaf ooit zijn plaats als onderpastoor in Wommelgem op om als priester-arbeider in de industrie te gaan werken. De reus maakte zijn opwachting in 1991, toen De Vader (1928-2007) nog in leven was. Hij –de reus – nam in de daaropvolgende jaren regelmatig deel aan sociale acties in het Antwerpse, vooral acties om de toegankelijkheid van verkeersinfrastructuur en gebouwen voor minder-validen te verbeteren. Opgebouwd uit vooral piepschuim en kippengaas liep de originele reus door die intensieve inzet wel heel wat schade op. De huidige reus is dan ook een grondig gerenoveerde versie.

    De tweede reus heet Seba. Hij is van recente makelij en maakte onlangs zijn debuut. Seba dankt zijn naam aan kunstschilder Sebastiaen Vrancx (1573-1647), die diverse versie penseelde van de ‘plundering van Wommelgem’, een gebeurtenis uit 1589.

  • Het degustatiemenu en de illusie van keuzevrijheid

    Het degustatiemenu en de illusie van keuzevrijheid

    Er was een tijd dat je in een restaurant een menukaart kreeg.

    Een echte.

    Met gerechten erop.

    En het revolutionaire idee dat je daar zelf iets uit mocht kiezen.

    Je wilde tong? Dan bestelde je tong.

    Je wilde tournedos? Dan kreeg je tournedos.

    Je wilde geen biet?

    Dan kreeg je geen biet.

    Dat systeem heeft eeuwenlang uitstekend gefunctioneerd, totdat chefs ontdekten dat de klant eigenlijk helemaal niet geschikt is om zelf beslissingen te nemen.

    En dus kwam het degustatiemenu.

    De ober verschijnt aan tafel.

    ‘Wij serveren vanavond een zes-, acht- of tiengangenmenu.’

    Kijk.

    Dat klinkt alsof je keuze hebt.

    Maar dat is ongeveer dezelfde keuzevrijheid als bij een ontvoering waarbij je mag kiezen tussen de kofferbak van de BMW of die van de Mercedes.

    Je kiest niet wat je eet.

    Je kiest alleen hoe lang de gijzeling duurt.

    Daarna begint de voorstelling.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Want gewoon eten is tegenwoordig natuurlijk niet meer voldoende.

    Ieder gerecht moet een verhaal hebben.

    De ober zet een bord neer en begint:

    ‘Dit is een re-interpretatie van Noordzee-kabeljauw, geïnspireerd op de jeugdherinneringen van de chef tijdens een mistige ochtend aan de kust.’

    Prachtig.

    Ik wilde eigenlijk alleen weten of het vis was.

    Maar nee.

    De kabeljauw heeft inmiddels een jeugd, een verleden, een geografische identiteit en vermoedelijk ook onverwerkte emoties.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Vervolgens komt er een enorm bord.

    En precies in het midden ligt iets ter grootte van een postzegel.

    Daaromheen drie druppels saus, twee kruimels, een blaadje en iets waarvan je vroeger zou hebben aangenomen dat het per ongeluk uit de plantenbak was gevallen.

    De ober vertelt er drie minuten over.

    Je eet het in zes seconden op.

    Daarna kijkt iedereen elkaar ernstig aan.

    ‘Bijzonder.’

    Dat is restauranttaal voor:

    ‘Geen idee wat ik zojuist gegeten heb, maar voor deze prijs durf ik niet te zeggen dat ik het niet lekker vond.’

    Rond gang vier begint het degustatiemenu zijn ware karakter te tonen.

    Je hebt inmiddels schuim gegeten.

    Gel.

    Crème.

    Emulsie.

    Fermentatie.

    Een krokantje.

    En natuurlijk iets ‘gebrand’.

    Want tegenwoordig kan een wortel blijkbaar niet meer gewoon gekookt worden. Hij moet geroosterd, gebrand, gefermenteerd, gemarineerd en emotioneel begeleid worden voordat hij op een bord mag.

    Ondertussen bepaalt de chef alles.

    Wat je eet.

    Wanneer je het eet.

    In welke volgorde.

    En vooral hoe je het eet.

    ‘Wij adviseren om dit gerecht in één hap te nemen.’

    Dank u.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Ik ben 72 jaar oud en eindelijk vertelt iemand mij hoe ik moet kauwen.

    Soms wordt het nog erger.

    ‘U kunt het beste eerst het krokantje breken, dan door de crème halen en vervolgens samen met de gel eten.’

    Op zo’n moment heb ik niet meer het gevoel dat ik in een restaurant zit.

    Ik doe toelatingsexamen.

    En wee je gebeente als je het verkeerd doet.

    Voor je het weet stormt de chef uit de keuken:

    ‘STOP! HIJ HEEFT DE EMULSIE VÓÓR DE CRUMBLE GEGETEN!’

    Alarmlichten aan.

    Restaurant ontruimen.

    Michelin bellen.

    Toch speelt iedereen braaf mee.

    Want niemand wil degene aan tafel zijn die na gang zeven zegt:

    ‘Weet je wat ik nu eigenlijk zou lusten?’

    ‘Nou?’

    ‘Een schnitzel.’

    Dus knikken we.

    We bewonderen.

    We zeggen dingen als ‘spannend’, ‘gelaagd’ en ‘mooi in balans’.

    Woorden die uitstekend van pas komen wanneer je werkelijk geen flauw idee hebt wat je moet zeggen.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Na drieënhalf uur verschijnt eindelijk het dessert.

    Een bolletje.

    Een streep.

    Een crumble.

    Een blaadje.

    Natuurlijk een blaadje.

    En de ober vraagt:

    ‘Heeft u genoten van de reis?’

    Zeker.

    Ik ben alleen vergeten mijn paspoort te laten stempelen.

    Dan komt de rekening.

    Die is gelukkig niet gedeconstrueerd.

    Geen schuimpje van btw.

    Geen emulsie van servicekosten.

    Geen subtiel krokantje van honderdvijftig euro.

    Nee.

    Die ligt gewoon in zijn volle omvang op tafel.

    Kijk.

    Dáár houdt de chef ineens wél van royale porties.

    Je betaalt.

    Je trekt je jas aan.

    Je stapt naar buiten.

    En dan komt eindelijk het moment waarop je weer zelf iets mag beslissen.

    Iemand kijkt de groep aan en vraagt:

    ‘Zullen we onderweg nog ergens een broodje kroket halen?’

    Vier mensen knikken onmiddellijk.

    Geen uitleg.

    Geen pincet.

    Geen jeugdherinnering van de chef.

    Geen mistige ochtend aan de Noordzee.

    Gewoon een broodje.

    Met een kroket.

    Kijk, dát noem ik keuzevrijheid.

  • Op roadtrip langs de Duitse Vakwerkroute

    Op roadtrip langs de Duitse Vakwerkroute

    Soms zijn een paar uur rijden al genoeg om je in een andere wereld te wanen. Je laat de snelweg achter je en volgt slingerende wegen door groene heuvels, bossen en wijngaarden. Tot er plots een dorpje opduikt dat zo uit een sprookjesboek lijkt te zijn weggelopen. Scheve vakwerkgevels, kleurrijke luiken, eeuwenoude pleinen en smalle straatjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. We nemen je mee op roadtrip langs de Duitse Vakwerkroute, op zoek naar charmante stadjes, historische vakwerkhuizen en verrassend mooie plekken onderweg.

    Tien bijzondere stadjes langs de Duitse Vakwerkroute

    Foto: Miet Waes.

    De Deutsche Fachwerkstraße slingert door een groot deel van Duitsland en verbindt honderden historische plaatsen waar vakwerkarchitectuur het straatbeeld bepaalt. Onderweg ontdekten we dat de charme van de Vakwerkroute niet alleen in de huizen zit. Het zijn ook de kleine pleinen, oude stadspoorten, gezellige terrassen, rivieren en wijngaarden die van deze route zo’n heerlijke roadtrip maken.

    Wij nemen je mee langs tien bijzondere stadjes: Freudenberg, Herborn, Idstein, Miltenberg, Ochsenfurt, Marktbreit, Zeil am Main, Ebern, Hofheim en Steinau.

    Omdat er onderweg zoveel te ontdekken en te vertellen valt, hebben we onze roadtrip verdeeld over vier reportages. In dit eerste deel staan Freudenberg, Herborn en Idstein centraal.

    Wat is vakwerk precies?

    De burgemeester van Zeil am Main leg uit hoe een vakwerkhuis wordt gebouwd. Foto: Miet Waes.

    Vakwerk, in het Duits Fachwerk, is een eeuwenoude bouwmethode die al in de middeleeuwen werd toegepast. De basis van een vakwerkhuis is een houten skelet van balken. De ruimtes tussen die balken – de zogenaamde ‘vakken’ – werden traditioneel opgevuld met een mengsel van leem en stro, soms aangevuld met bakstenen. De houten constructie bleef zichtbaar aan de buitenkant en vormt zo het karakteristieke patroon waaraan vakwerkhuizen meteen te herkennen zijn.

    Veel vakwerkhuizen hebben donkere houten balken met witte of zachtgekleurde vakken. Maar wie de Duitse Vakwerkroute volgt, ontdekt al snel dat er niet één vaste stijl bestaat. Integendeel: vrijwel iedere streek heeft zijn eigen kenmerken, kleuren en versieringen.

    Dat vakwerk zo populair werd, had in de eerste plaats een praktische reden. Hout was volop beschikbaar en relatief eenvoudig te bewerken. Dankzij de houten draagconstructie konden huizen bovendien op verschillende manieren worden aangepast en uitgebreid. Met goed onderhoud konden ze generaties lang meegaan – en dat is vandaag nog overal zichtbaar. In de historische stadjes en dorpen langs de route staan duizenden vakwerkhuizen die de tand des tijds hebben doorstaan.

    En precies daarin schuilt een deel van de charme van de Duitse Vakwerkroute: hoe verder je reist, hoe meer je ontdekt dat geen twee vakwerkstadjes helemaal hetzelfde zijn. Volg de Deutsche Fachwerkstraße en je reist als het ware door een levend openluchtmuseum, met telkens weer een andere versie van vakwerk.

    Freudenberg: een levende ansichtkaart

    Foto: Miet Waes.

    Onze roadtrip begint in Freudenberg, bekend om de historische wijk Alter Flecken, die tegen een groene helling ligt. Meer dan tachtig zwart-witte vakwerkhuizen staan er dicht tegen elkaar aan, met hun karakteristieke gevels naar de straat gericht. Op het eerste gezicht lijken ze allemaal volgens hetzelfde patroon gebouwd: donkere houten balken tekenen geometrische figuren tegen witte gevels. Toch heeft elk huis zijn eigen details en charme.

    Foto: Miet Waes.

    Voor het mooiste uitzicht op dit bijzondere stadsbeeld klimmen we naar een hoger gelegen punt in het Kurpark. Van daaruit ontvouwt zich de beroemde Giebelparade: een lange rij witte gevels met zwarte houten balken, als een strak patroon tegen de groene heuvel. Het is een beeld dat bijna te mooi lijkt om echt te zijn.

    Toch gaat achter deze idyllische aanblik een bewogen geschiedenis schuil. Freudenberg werd in 1540 en opnieuw in 1666 zwaar getroffen door brand. De oude stad werd na beide rampen grotendeels opnieuw opgebouwd. Daarbij bleef het bijzondere stratenpatroon behouden, waardoor Alter Flecken vandaag nog altijd zijn opvallende, uniforme uitstraling heeft.

    Juist de combinatie van geschiedenis, vakwerk en het groene heuvellandschap maakt Freudenberg tot een van de meest fotogenieke stops van onze roadtrip.

    Herborn: een historische verrassing

    Foto: Miet Waes.

    Na het sprookjesachtige Freudenberg is Herborn even wennen. Wie de stad binnenrijdt, krijgt niet meteen hetzelfde ansichtkaartgevoel. Herborn is groter en oogt op het eerste gezicht eerder als een gewone Duitse provinciestad. De vakwerkhuizen staan er niet netjes zij aan zij, maar zijn verweven met andere bebouwing. Toch loont het de moeite om de auto even aan de kant te zetten en het historische centrum te voet te ontdekken.

    Foto: Miet Waes.

    Want wie beter kijkt, ontdekt dat Herborn heel wat moois te bieden heeft. Delen van de oude stadsomwalling zijn bewaard gebleven, net als verschillende torens die herinneren aan het middeleeuwse verleden van de stad. Blikvanger is het fraaie stadhuis, dat met zijn vakwerkgevel en karakteristieke torentjes meteen de historische sfeer terugbrengt.

    Foto: Miet Waes.

    Hoog boven de stad ligt bovendien een burcht, die het stadsbeeld al van ver bepaalt. De burcht is nog altijd bewoond en kan daarom niet zomaar worden bezocht, maar ook van buitenaf is het een bijzondere verschijning. Vanaf verschillende plekken in de stad krijg je er een mooi zicht op.

    Foto: Miet Waes.

    Herborn is daarmee misschien niet de meest spectaculaire stop van de Vakwerkroute, maar juist dat maakt de stad interessant. Het is een plek waar je even de tijd neemt, door de oude straten wandelt en vervolgens neerstrijkt op een terras. In het centrum zijn verschillende gezellige restaurants en cafés te vinden, waardoor Herborn zich uitstekend leent voor een lunch-, koffie- of aperitiefstop onderweg. Geen stad die je in één oogopslag verovert, maar wel een die zich langzaam laat ontdekken.

    Idstein: wandelen in een sprookjesdecor

    Foto: Miet Waes.

    Na Herborn komen we opnieuw in een sprookjeswereld terecht. Idstein charmeert met smalle straatjes, kleurrijke vakwerkhuizen en rijkversierde gevels. Achter iedere hoek wacht wel een huis met bijzondere balkenstructuren, houtsnijwerk of kleurrijke details. Hier loont het om vooral rustig rond te wandelen en goed omhoog te kijken.

    Foto: Miet Waes.

    Op de König-Adolf-Platz, het centrale plein, staat het indrukwekkende Killingerhaus uit 1615. Het rijkelijk versierde vakwerkhuis is een van de mooiste blikvangers van Idstein en herbergt vandaag de toeristische dienst. Ook het Schiefe Haus uit 1727 trekt de aandacht. Het vier verdiepingen hoge vakwerkhuis staat opvallend scheef door constructieve problemen en werd na een grondige restauratie bij het stadhuis betrokken.

    Foto: Miet Waes.

    We klimmen vervolgens naar de Hexenturm, het oudste bewaard gebleven gebouw van Idstein, dat dateert uit ongeveer 1170 en hét symbool van de stad is. Helaas is de toren vanwege restauratiewerken gesloten. De 165 treden naar boven moeten we dus bewaren voor een volgende keer. Jammer, want vanaf de top heb je normaal een prachtig uitzicht over Idstein en het Taunusland.

    Praktische informatie

    Algemeen

    www.deutsche-fachwerkstrasse.de

    Overnachten en dineren

    Schlosshotel Herborn

    www.herborn-erleben.de

  • Boekingsplatforms hebben sleutelrol om vakantiefraude te voorkomen

    Boekingsplatforms hebben sleutelrol om vakantiefraude te voorkomen

    Dit is een expertquote via ANP Expert Support Alinda Kokkinou.

    Digitalisering maakt vakanties gemakkelijker, maar maakt reizigers en ondernemers ook kwetsbaarder voor fraude. Steeds meer boekingen, betalingen en communicatie verloopt via digitale platforms, en het contact met accommodatie-eigenaren is grotendeels online komen te liggen. Ondernemers en reizigers kunnen zelf maatregelen nemen om fraude te voorkomen, maar boekingsplatforms moeten de verantwoordelijkheid nemen voor preventie.

    Lastig onderscheid tussen andere betaalcultuur en fraude

    Tijdens een vakantie krijgen reizigers te maken met veel nieuwe ervaringen, waardoor vertrouwde routines wegvallen. Dat maakt het lastig om onderscheid te maken tussen iets wat simpelweg ‘anders’ is en daadwerkelijke fraude: is betalen via WhatsApp in dit land misschien heel gewoon? Is het echt verplicht om vooraf je paspoort- en creditcardgegevens op te sturen?

    Reizigers en ondernemers allebei de dupe

    Zowel reizigers als ondernemers worden steeds vaker slachtoffer van fraude. Digitale tools vergroten het gemak, maar verhogen tegelijk het risico aanzienlijk. Vooral kleine ondernemers zijn kwetsbaar. Kleine horecaondernemers beschikken vaak niet over de juiste digitale vaardigheden en middelen om proactief met cyberveiligheid om te gaan.

    Wat reizigers en ondernemers zelf kunnen doen

    Reizigers en ondernemers vertrouwen erop dat bekende platforms fraude voorkomen, signaleren en snel verhelpen. Gebeurt dat niet, dan schaadt dit niet alleen hun vertrouwen, maar ook het concurrentievoordeel van die platforms zelf. Reizigers en ondernemers kunnen daarnaast ook zelf voorzorgsmaatregelen nemen, bijvoorbeeld door goed na te denken over welke informatie ze delen, en door een betaalverzoek telefonisch te checken bij de ondernemer.

    De sleutel ligt bij de platforms

    Het echte preventiewerk ligt echter bij de platforms zelf, omdat zij de grootste rol spelen in de informatiestromen en de beveiliging daarvan. Gebeurt dat niet, dan dreigt het vertrouwen in digitale platforms blijvend te worden geschaad, en zullen reizigers en ondernemers uiteindelijk kiezen voor minder gemak, maar meer transparantie en regie.

  • Michelin-sterren op het Amsterdamse water, maar waar zijn de sterrenchefs?

    Michelin-sterren op het Amsterdamse water, maar waar zijn de sterrenchefs?

    Vier sterrenrestaurants, gezamenlijk zeven Michelinsterren, een historische salonboot en een viergangendiner op het Amsterdamse IJ. De aankondiging van de nieuwe Michelin Stars Dinner Cruise klinkt alsof voor één avond een complete verzameling sterrenchefs aan boord stapt. Wie het persbericht nauwkeuriger leest, ontdekt echter een belangrijk detail: de chefs die bij die sterren horen, koken niet aan boord.

    Cook Like a Chef en de Amsterdamse rederij Cruise With Us organiseren op zaterdag 17 oktober 2026 hun eerste Michelin Stars Dinner Cruise. Tijdens de avond krijgen klanten gerechten voorgeschoteld van Aan de Poel, Parkheuvel, Restaurant 212 en Bij Jef.

    Dat zijn zonder uitzondering gerenommeerde restaurants. Aan de Poel, Parkheuvel en Restaurant 212 hebben ieder twee Michelinsterren, Bij Jef heeft er één. Opgeteld levert dat de indrukwekkende score van zeven sterren op.

    Alleen: Michelinsterren kun je niet optellen alsof het Air Miles zijn en vervolgens meenemen naar een rondvaartboot.

    De chefs koken niet mee

    Uit het persbericht blijkt dat de gerechten door de restaurants worden voorbereid en vervolgens aan boord onder leiding van executive chef Boudie Keijzer worden afgemaakt en geserveerd. De betrokken sterrenchefs zijn daar volgens de aankondiging niet voor nodig.

    Hun bijdrage aan de avond verloopt mede via beeld en geluid. Op die manier vertellen zij klanten over ingrediënten, inspiratie en de totstandkoming van hun gerechten.

    Dat kan een onderhoudende avond opleveren, maar het is iets wezenlijk anders dan dineren bij de restaurants waarvan de Michelinsterren prominent worden gebruikt om het evenement te presenteren.

    Michelin kent sterren namelijk niet toe aan recepten.

    De gids beoordeelt restaurants op het eten dat daadwerkelijk uit hun keuken komt. Michelin kijkt daarbij onder meer naar de kwaliteit van de ingrediënten, beheersing van kooktechnieken, harmonie van smaken, de persoonlijkheid van de chef in de gerechten en de consistentie van de prestaties.

    Een gerecht van een tweesterrenrestaurant bereiden volgens een recept of instructie maakt de plaats waar dat gebeurt dus niet automatisch tot een tweesterrenrestaurant.

    Anders zou een goed gevulde boekenkast met kookboeken een verrassend goedkope route naar de wereldtop zijn.

    Zeven sterren aan boord?

    Toch gebruikt Cook Like a Chef zelf de aanduiding Seven Stars Dinner Cruise. Rekenkundig valt daar weinig tegenin te brengen. De vier deelnemende restaurants beschikken samen inderdaad over zeven sterren.

    Culinair ligt het ingewikkelder.

    De sterren behoren immers toe aan de restaurants waar Michelin de gerechten beoordeelde. Michelin heeft, voor zover bekend, de keuken van de Prins van Oranje niet beoordeeld en evenmin zeven sterren toegekend aan het diner dat daar op 17 oktober wordt geserveerd.

    Dat onderscheid verdwijnt in het persbericht behoorlijk naar de achtergrond.

    De openingszin spreekt zelfs over „dineren op sterrenniveau”. Dat is een claim die vooraf moeilijk valt vast te stellen. Dat de recepten afkomstig zijn van sterrenrestaurants, betekent nog niet automatisch dat de uitvoering elders hetzelfde niveau bereikt.

    Juist bij gerechten op hoog niveau kan de laatste bereiding bepalend zijn. Temperatuur, timing, cuisson, saus, textuur en presentatie zijn geen administratieve handelingen die je nog even uitvoert voordat het bord naar tafel gaat. Ze vormen een wezenlijk onderdeel van het gerecht.

    Een sterrenrecept is geen IKEA-kast waarbij het eindresultaat gegarandeerd hetzelfde is zolang alle schroeven in het zakje zitten.

    Van dinerbox naar rondvaartboot

    Het concept sluit wel logisch aan bij de activiteiten van Cook Like a Chef. Het bedrijf verkoopt dinerboxen met gerechten die door Nederlandse restaurants zijn ontwikkeld en voorbereid. Consumenten maken deze thuis aan de hand van instructies af.

    Bij de dinner cruise gebeurt in wezen iets vergelijkbaars, alleen staat de klant deze keer niet zelf in de keuken. De afwerking vindt plaats aan boord onder leiding van de keukenbrigade.

    Daar is op zichzelf niets mis mee. Sterker nog: het kan een interessante manier zijn om op één avond gerechten van verschillende gerenommeerde restaurants te proeven.

    Maar juist dan zou een nauwkeurige omschrijving sterker zijn dan het royaal rondstrooien met Michelinsterren.

    Noem het een diner met gerechten ontwikkeld door vier Michelinrestaurants en iedereen weet wat hij krijgt.

    Dat klinkt misschien iets minder spectaculair dan zeven sterren die gezamenlijk over het IJ varen, maar het is wel preciezer.

    200 euro, wijn niet inbegrepen

    Voor deelname betalen klanten 200 euro per persoon. Daarvoor krijgen zij volgens de organisatie de cruise, een welkomstdrank, een viergangendiner, water, brood, noten, bonbons en live entertainment.

    Wie bij de vier gangen ook wijn wil drinken, kan voor 75 euro extra een wijnarrangement bestellen. Daarmee komt de avond op 275 euro per persoon.

    Voor dat bedrag mag de consument enige duidelijkheid verwachten over wat precies wordt aangeboden.

    Niet vier sterrenchefs die gezamenlijk een tijdelijk restaurant op het IJ beginnen, maar gerechten uit hun restaurants die elders worden voorbereid en aan boord door een andere keukenbrigade worden afgemaakt.

    Michelin als marketinginstrument

    Daarmee raakt de Michelin Stars Dinner Cruise aan een bredere ontwikkeling. Michelinsterren functioneren allang niet meer uitsluitend als restaurantonderscheiding. Ze zijn ook een krachtig marketinginstrument geworden.

    We zien sterrenchefs terug op festivals, in kookboeken, bij producten, dinerboxen, klantoptredens en commerciële samenwerkingen. De naam van de chef en het aantal sterren vertegenwoordigen inmiddels een aanzienlijke commerciële waarde.

    Dat hoeft geen probleem te zijn zolang voor de consument duidelijk blijft wat de ster precies vertegenwoordigt.

    Bij deze cruise wordt die grens behoorlijk opgezocht.

    De gerechten komen van restaurants met Michelinsterren. De recepten en voorbereiding dragen hun signatuur. Dat is relevant en mag uiteraard worden vermeld.

    Maar de Michelinchefs zelf staan op 17 oktober niet gezamenlijk in de kombuis van de Prins van Oranje.

    Hun sterren varen vooral in naam mee.

    En misschien is dát wel het opmerkelijkste ingrediënt van het viergangendiner.

  • 10-gangenmenu’s: honger als hobby

    10-gangenmenu’s: honger als hobby

    Er was een tijd dat je naar een restaurant ging om te eten. Dat klinkt tegenwoordig bijna ordinair. Eten doe je thuis. In een goed restaurant onderga je tegenwoordig een culinaire reis. En zoals bij iedere reis geldt: neem vooral proviand mee.

    Ik heb het over het 10-gangenmenu.

    Tien gangen.

    Dat klinkt indrukwekkend. Je denkt aan overvloed. Aan Romeinse keizers die liggend op een bank druiven naar binnen werkten terwijl ergens op de achtergrond een geroosterd zwijn werd binnengedragen.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Maar de moderne chef heeft het begrip gang opnieuw gedefinieerd.

    Gang één bestaat bijvoorbeeld uit een plakje radijs ter grootte van een twee-euromunt, met daarop drie korrels iets gefermenteerds en een druppel groene olie.

    De ober zet het bord neer alsof hij zojuist de Nachtwacht persoonlijk uit het Rijksmuseum heeft gehaald.

    ‘Dit is een bereiding van radijs, licht gepekeld, met crème van daslook, olie van lavas en een krokantje van boekweit.’

    Ik kijk naar mijn bord.

    Waar?

    Dan zie ik het.

    Links van het midden.

    Een stip.

    Gang één.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Na drie gangen heb je ongeveer evenveel gegeten als vroeger het garnituur naast de biefstuk.

    Maar je hebt inmiddels wel 47 ingrediënten uitgelegd gekregen.

    Want dat hoort erbij.

    Iedere gang wordt tegenwoordig mondeling voorzien van een complete biografie.

    Waar de wortel is geboren. Wie hem heeft grootgebracht. Op welke akker hij zijn jeugd heeft doorgebracht en waarschijnlijk ook welke muziek hij tijdens het fermenteren heeft gehoord.

    ‘De chef heeft gekozen voor een jonge wortel uit de Beemster, 36 uur gefermenteerd in eigen vocht.’

    Prachtig.

    Heeft u er misschien ook een volwassen aardappel bij?

    Rond gang vijf begint het gezelschap elkaar aan te kijken.

    Niet omdat het eten niet lekker is.

    Integendeel.

    Het is vaak uitstekend.

    Maar ergens diep vanbinnen begint een primitief menselijk instinct zich te roeren.

    Honger.

    Je tafelgenoot fluistert:

    ‘Denk jij dat er nog brood komt?’

    Dat is het moment waarop je weet dat de avond een verkeerde afslag heeft genomen.

    Je zit in een uitstekend restaurant, hebt inmiddels vijf kunstwerken opgegeten en fantaseert over een mandje stokbrood met roomboter.

    Maar brood is gevaarlijk.

    Brood vult.

    En dat kan natuurlijk niet als er nog vijf gangen moeten komen.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Gang zes blijkt gelukkig vis.

    Een stukje tarbot.

    Nou ja, stukje.

    Waarschijnlijk heeft de rest van de tarbot een eigen tafel gekregen.

    Daarbij twee doperwten, een schuimpje en iets wat de ober omschrijft als ‘een jus van geroosterde graat’.

    Ik heb inmiddels vooral belangstelling voor de graat zelf.

    Gang zeven is vlees.

    Eindelijk.

    De ober verschijnt met een bord waarop iets ligt dat verdacht veel lijkt op een halve bitterbal.

    ‘Dit is langzaam gegaarde sukade.’

    Langzaam gegaard?

    Als jullie hem nog iets langer hadden laten liggen, was hij waarschijnlijk vanzelf groter geworden.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    Ondertussen wordt er wijn geschonken.

    Want bij tien gangen hoort uiteraard een wijnarrangement.

    Tien kleine glazen wijn bij tien kleine gerechten.

    Het resultaat is dat je tegen gang acht nog steeds honger hebt, maar het je aanzienlijk minder kan schelen.

    Sterker nog: tegen die tijd begin je de chef te begrijpen.

    ‘Wat een interessante interpretatie van knolselderij.’

    Nee.

    Je bent gewoon aangeschoten.

    Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

    En dan komt gang negen.

    Het pre-dessert.

    Dat is een gerecht vóór het dessert om je voor te bereiden op het dessert.

    Alsof tiramisu tegenwoordig een medische ingreep is waarvoor eerst verdoving noodzakelijk is.

    Daarna volgt gang tien.

    Een bolletje ijs, een crumble, twee stippen saus en een blaadje dat vermoedelijk vanochtend nog nietsvermoedend in een plantenbak stond.

    Applaus.

    We hebben het gehaald.

    Tien gangen.

    Drieënhalf uur.

    Zeventig ingrediënten.

    Negenentwintig keer uitleg.

    En ongeveer dezelfde hoeveelheid voedsel als vroeger in één fatsoenlijk hoofdgerecht zat.

    De rekening komt.

    Die is gelukkig wél royaal.

    Daar doet de chef niet aan kleine porties.

    Je rekent af, trekt je jas aan en loopt tevreden naar buiten na een culinaire avond vol techniek, creativiteit en verfijning.

    En dan stelt iemand de belangrijkste vraag van de avond:

    ‘Zullen we onderweg nog even langs de snackbar gaan?’

    Kijk. Dát noem ik nou een elfde gang.