Tag: Overig

  • Fransen willen minder plastic, maar wel vers fruit

    Fransen willen minder plastic, maar wel vers fruit

    Franse consumenten willen minder plastic verpakkingen voor groenten en fruit, maar niet ten koste van de kwaliteit. Bescherming, zichtbaarheid en recyclebaarheid spelen een belangrijke rol bij hun aankoopbeslissingen. Dat blijkt uit onderzoek van FranceAgriMer en Interfel, dat in september 2026 verscheen.

    Onderzoeksbureau Topo Lab onderzocht hoe Franse consumenten denken over alternatieve verpakkingen voor verse groenten en fruit. In februari 2026 organiseerde het bureau groepsgesprekken in Montpellier en Lyon. In mei volgde een online enquête onder duizend Franse volwassenen.

    Bescherming belangrijker dan plasticvrij

    De onderzoekers vroegen consumenten welke eigenschappen zij belangrijk vinden bij verpakkingen. Bescherming van het product eindigde bovenaan, gevolgd door vertrouwen in de kwaliteit, recyclebaarheid en het vermijden van plastic.

    Consumenten willen dus minder verpakkingsafval, maar verwachten tegelijkertijd dat groenten en fruit tijdens transport en opslag goed beschermd blijven.

    Het onderzoek onderscheidt drie groepen: 24 procent milieubewuste consumenten, 46 procent kritische pragmatici en 30 procent consumenten die minder waarde hechten aan milieuaspecten.

    Vooral de grootste groep zoekt een evenwicht tussen duurzaamheid en gebruiksgemak.

    Plastic blijft praktisch

    Plastic heeft volgens het onderzoek een imagoprobleem. Consumenten waarderen de transparantie, stevigheid en hygiëne, maar associëren het materiaal met milieubelasting.

    Van zeven geteste verpakkingsalternatieven kreeg het traditionele plastic bakje de laagste gemiddelde aankoopintentie: 4,2 op een schaal van zeven.

    Daarnaast noemde 42 procent de beperkte milieuvriendelijkheid als belangrijkste nadeel.

    Toch betekent dit niet dat consumenten plastic zonder meer willen vervangen. Alternatieven moeten minstens dezelfde bescherming bieden.

    Papier en cellulose scoren goed

    Een papieren zak met een transparant venster van cellulosehydraat behaalde de hoogste aankoopintentie: 5,5 op zeven. Een netverpakking van cellulose volgde met 5,3.

    Ook kartonnen verpakkingen kregen positieve beoordelingen. Consumenten waarderen hun vertrouwde uitstraling en recyclebaarheid.

    Maar niet iedere oplossing werkt even goed. Papieren zakken beschermen kwetsbare producten onvoldoende, terwijl sommige celluloseverpakkingen sterk op plastic lijken.

    Bij kartonnen bakjes vormt de beperkte zichtbaarheid een probleem. Zo vond 30 procent van de ondervraagden dat een geperforeerd kartonnen bakje onvoldoende zicht bood op de inhoud.

    Niet iedere groente vraagt dezelfde verpakking

    Volgens de onderzoekers bestaat er geen universele vervanger voor plastic.

    Aardbeien hebben bijvoorbeeld meer bescherming nodig dan uien of wortelen. Voor stevige groenten kan een netverpakking volstaan, terwijl kwetsbaar fruit eerder een beschermend bakje nodig heeft.

    Producenten moeten daarom per product bepalen welke verpakking het beste aansluit bij de eigenschappen ervan.

    Duidelijke informatie overtuigt

    Consumenten waarderen concrete milieu-informatie meer dan algemene duurzaamheidsclaims.

    Informatie over recyclebaarheid kreeg van 54 procent een hoge beoordeling. Vermeldingen over minder plastic en de materiaalsamenstelling scoorden beide 51 procent. Informatie over minder verpakkingsafval volgde met 50 procent.

    Een vermelding van de CO₂-voetafdruk kreeg met 43 procent minder waardering.

    De onderzoekers adviseren producenten daarom duidelijk uit te leggen waaruit verpakkingen bestaan en hoe consumenten deze kunnen recyclen.

    Minder plastic vraagt om maatwerk

    Het onderzoek laat zien dat Franse consumenten openstaan voor alternatieven, zolang die de kwaliteit van verse producten beschermen.

    De studie onderzoekt consumentenvoorkeuren en aankoopintenties, niet de daadwerkelijke milieubelasting van verpakkingsmaterialen. Papier of cellulose is dus niet automatisch duurzamer dan plastic.

    Voor de groente- en fruitsector ligt de uitdaging bij het combineren van productbescherming, gebruiksgemak en minder verpakkingsafval.

    Want een plasticvrij bakje aardbeien klinkt aantrekkelijk, maar niemand zit te wachten op een milieuvriendelijke verpakking vol geplet fruit.

  • Relais & Châteaux haalt paling van de menukaart

    Relais & Châteaux haalt paling van de menukaart

    Negentig procent van de aangesloten hotels en restaurants van Relais & Châteaux serveert naar eigen zeggen geen paling meer. De internationale hotel- en restaurantvereniging maakte dit bekend tijdens een bijeenkomst van haar World Culinary Council in Lissabon. De maatregel moet bijdragen aan de bescherming van de ernstig bedreigde Europese paling.

    Chefs bespreken toekomst van duurzame gastronomie

    Twintig chefs uit het internationale netwerk van Relais & Châteaux kwamen in Lissabon bijeen om te bespreken hoe restaurants en hotels hun invloed kunnen gebruiken om biodiversiteit te beschermen en duurzamer te werken.

    De bijeenkomst vond plaats onder leiding van Laurent Gardinier, president van Relais & Châteaux, en Mauro Colagreco, vicepresident voor de chefs binnen de vereniging.

    De organisatie telt volgens eigen opgave ongeveer 580 aangesloten hotels en restaurants in 65 landen. De World Culinary Council richt zich onder meer op verantwoord inkopen, het beschermen van bedreigde diersoorten en het versterken van lokale voedselketens.

    Een van de belangrijkste onderwerpen was de Europese paling, een vissoort waarvan de populatie al tientallen jaren onder zware druk staat.

    Negen op de tien locaties serveren geen paling

    Volgens een inventarisatie van Relais & Châteaux serveert inmiddels 90 procent van de aangesloten locaties geen paling meer. Binnen deze groep heeft 41 procent de vis actief van de menukaart verwijderd.

    Dat onderscheid is relevant. Een restaurant dat nooit paling serveerde, draagt immers niet op dezelfde manier bij aan een verandering in het aanbod als een restaurant dat bewust stopt met de verkoop ervan.

    De organisatie publiceert in het aangeleverde persbericht geen nadere informatie over de onderzoeksmethode, de respons of de controle van de opgegeven percentages. De cijfers zijn daarom vooralsnog niet onafhankelijk te verifiëren.

    Relais & Châteaux sloot zich in 2023 aan bij de campagne Eel, No Thank You van de Franse milieuorganisatie Ethic Ocean. Die campagne roept chefs, restaurateurs en consumenten op om geen paling meer te kopen of te serveren.

    Europese paling ernstig bedreigd

    De Europese paling (Anguilla anguilla) staat op de Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) als ernstig bedreigd.

    De achteruitgang heeft meerdere oorzaken. Overbevissing, illegale handel, watervervuiling, verlies van leefgebied en barrières zoals dammen en gemalen bemoeilijken het voortbestaan van de soort.

    De Europese paling heeft bovendien een ingewikkelde levenscyclus. De dieren groeien op in Europese binnenwateren en kustgebieden en trekken uiteindelijk naar de Sargassozee om zich voort te planten. Obstakels tijdens die migratie kunnen grote gevolgen hebben voor de populatie.

    Het persbericht spreekt van een afname van 90 procent in veertig jaar. Die formulering vraagt om nuance: wetenschappelijke onderzoeken maken onderscheid tussen de hoeveelheid jonge paling die Europese wateren bereikt, de volwassen populatie en regionale ontwikkelingen. Deze cijfers zijn niet zonder meer uitwisselbaar.

    Oproep tot strengere bescherming

    Relais & Châteaux en Ethic Ocean willen Europese ministers dit najaar opnieuw oproepen om de palingvisserij tijdelijk stil te leggen totdat de populatie zich voldoende heeft hersteld.

    Daarnaast pleiten de organisaties voor maatregelen tegen andere bedreigingen, waaronder vervuiling en obstakels in rivieren.

    Een tijdelijk visserijverbod alleen biedt namelijk geen volledige oplossing. Herstel van de palingstand vraagt ook om verbetering van leefgebieden, betere migratiemogelijkheden en effectieve bestrijding van illegale handel.

    Mauro Colagreco benadrukt dat chefs via hun inkoopbeleid invloed kunnen uitoefenen op de voedselketen. Volgens hem moeten restaurants niet alleen kijken naar de kwaliteit van hun ingrediënten, maar ook naar de ecologische gevolgen van hun keuzes.

    UNESCO-samenwerking brengt chefs naar Portugal

    Tijdens hun verblijf in Portugal bezochten de chefs het UNESCO Global Geopark Oeste en het gebied van de Berlengas, dat door UNESCO is erkend als biosfeerreservaat.

    De bezoeken maakten deel uit van de samenwerking tussen Relais & Châteaux en UNESCO, waarin aandacht bestaat voor de relatie tussen gastronomie, natuur en cultureel erfgoed.

    De deelnemers onderzochten hoe regionale producten, traditionele bereidingswijzen en lokale ecosystemen met elkaar samenhangen.

    Volgens Oihana Subijana, verbonden aan restaurant en hotel Akelarre in Spanje en vertegenwoordiger van Spanje en Portugal binnen de World Culinary Council, vormt biodiversiteit een belangrijke basis voor de kwaliteit van voedsel.

    De samenwerking moet chefs stimuleren om rekening te houden met de herkomst van ingrediënten en de gevolgen van hun inkoop voor de omgeving.

    Van goede bedoelingen naar meetbare resultaten

    Met de bijeenkomst in Lissabon wil Relais & Châteaux laten zien dat restaurants een rol kunnen spelen bij natuurbehoud. Het niet langer serveren van bedreigde diersoorten is daarvan een concreet voorbeeld.

    Tegelijk blijft de vraag hoe groot de daadwerkelijke ecologische invloed van dergelijke initiatieven is. Het percentage restaurants dat geen paling serveert, zegt op zichzelf nog niets over de hoeveelheid paling die daardoor minder wordt gevangen of verhandeld.

    Daarvoor zijn aanvullende gegevens nodig, bijvoorbeeld over eerdere inkoopvolumes en veranderingen in de vraag.

    De stap van Relais & Châteaux past binnen een bredere ontwikkeling waarbij restaurants steeds vaker worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de herkomst van producten en de bescherming van natuurlijke hulpbronnen.

    Voor de gastronomie ligt de uitdaging niet alleen bij het ontwikkelen van duurzamere menu’s, maar vooral bij het aantoonbaar verminderen van de belasting op natuur en milieu.

  • Nederlanders zien cosmetica als meer dan uiterlijk

    Nederlanders zien cosmetica als meer dan uiterlijk

    Voor veel Nederlanders draait persoonlijke verzorging niet alleen om er goed uitzien. Ook zelfvertrouwen en welzijn spelen een rol. Volgens de Consumentenperceptiestudie 2026 heeft 93 procent van de Nederlanders een dagelijkse verzorgingsroutine. Ruim acht op de tien ondervraagden leggen bovendien een verband tussen persoonlijke verzorging, hun welbevinden en gezond ouder worden.

    Uit de Nederlandse resultaten van het onderzoek blijkt dat 83 procent van de deelnemers vindt dat hun verzorgingsroutine een positieve invloed heeft op hoe zij zich voelen. Zij zien ook een verband met gezond ouder worden. Dat betekent overigens niet dat het onderzoek aantoont dat cosmetische producten daadwerkelijk het verouderingsproces vertragen of de gezondheid verbeteren.

    Persoonlijke verzorging en zelfvertrouwen

    Voor veel ondervraagden speelt persoonlijke verzorging ook een rol buiten de badkamer. Zo zegt 75 procent dat hun dagelijkse routine helpt om met zelfvertrouwen deel te nemen aan werk, school en sociale activiteiten.

    Daarnaast onderschrijft 76 procent de stelling dat een prettig en zelfverzekerd gevoel bijdraagt aan de productiviteit. Het onderzoek beschrijft daarmee vooral hoe consumenten de invloed van persoonlijke verzorging zelf ervaren.

    Of mensen door het gebruik van cosmetica daadwerkelijk productiever worden, valt uit deze antwoorden niet af te leiden.

    Cosmetica volgens de branchevereniging

    Ronald van Welie, directeur van de Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV), ziet in de resultaten een bevestiging dat consumenten persoonlijke verzorging breder beoordelen dan alleen op uiterlijk.

    Volgens Van Welie verbinden Nederlanders het gebruik van verzorgingsproducten aan gevoelens van comfort, zelfvertrouwen en welzijn. Hij benadrukt dat persoonlijke verzorging voor veel mensen onderdeel vormt van hun dagelijkse gewoonten.

    De NCV vertegenwoordigt de cosmeticasector en heeft daarmee ook een belang bij de maatschappelijke waardering van verzorgingsproducten.

    Onderzoek onder 400 Nederlanders

    De Nederlandse cijfers komen uit de Europese Consumentenperceptiestudie 2026. Onderzoeksbureau Ifop voerde het onderzoek uit in opdracht van Cosmetics Europe, de Europese brancheorganisatie voor cosmetica.

    In totaal namen 6.001 Europese consumenten deel, onder wie 400 Nederlanders.

    Die Nederlandse steekproef biedt inzicht in de opvattingen van de ondervraagden, maar vraagt om enige voorzichtigheid bij het vertalen van de percentages naar de gehele Nederlandse bevolking. Het aangeleverde persbericht vermeldt niet hoe de onderzoekers de deelnemers selecteerden, of zij de resultaten wogen en welke foutmarges gelden.

    Ervaring is geen bewezen effect

    De uitkomsten laten vooral zien welke betekenis consumenten zelf aan persoonlijke verzorging geven. Een dagelijkse routine kan voor hen samenhangen met een prettig gevoel, meer zelfvertrouwen of het idee goed voor zichzelf te zorgen.

    Dat is iets anders dan wetenschappelijk aantonen dat cosmetica rechtstreeks bijdraagt aan een betere gezondheid, hogere productiviteit of gezonder ouder worden.

    De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dan ook dat veel ondervraagde Nederlanders persoonlijke verzorging niet uitsluitend als een kwestie van uiterlijk beschouwen, maar ook verbinden aan hun dagelijks welzijn.

  • Julius Jaspers wordt ambassadeur Hersenstichting

    Julius Jaspers wordt ambassadeur Hersenstichting

    TV-kok, ondernemer en kookboekenschrijver Julius Jaspers wordt ambassadeur van de Hersenstichting. Jaspers kreeg in 2025 een hersenbloeding en wil zijn ervaringen met zijn herstel gebruiken om aandacht te vragen voor hersenaandoeningen en de gevolgen daarvan.

    De Hersenstichting maakte zijn ambassadeurschap woensdag bekend tijdens het Business Breakfast in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. Het jaarlijkse evenement voor zakelijke relaties van de stichting stond dit jaar in het teken van hersengezondheid op de werkvloer.

    Voor Jaspers heeft zijn nieuwe rol een persoonlijke aanleiding. In 2025 kreeg hij een hersenbloeding, waarna een intensieve revalidatieperiode volgde.

    „Een hersenbloeding heeft mijn leven van de ene op de andere dag veranderd”, zegt Jaspers. „Die ervaring wil ik graag inzetten om anderen te helpen en meer aandacht te vragen voor het belang van gezonde hersenen en voor mensen die leven met de gevolgen van een hersenaandoening.”

    Herstel vastgelegd in documentaire

    Jaspers werkte eerder met de Hersenstichting samen aan de vierdelige documentaireserie Back On Track. Daarin wordt zijn herstel na de hersenbloeding gevolgd.

    De Hersenstichting omschrijft de serie als een verslag van zijn zoektocht naar wat na zijn hersenbloeding en revalidatie opnieuw mogelijk is. Ook neuropsycholoog Erik Scherder, ondernemer Oos Kesbeke en chef-kok Ron Blaauw komen in de serie aan het woord. De documentaire is via de Hersenstichting en YouTube te bekijken.

    Jaspers vertelt dat de hersenbloeding hem dwong zijn mogelijkheden en prioriteiten opnieuw te bekijken.

    „Ineens moest ik opnieuw ontdekken wat ik wel en niet kon en wat voor mij belangrijk is. Tijdens mijn revalidatie heb ik geleerd om vooral te kijken naar wat wél kan, in plaats van naar wat niet meer kan.”

    Een hersenbloeding is een vorm van een beroerte. Daarbij scheurt een bloedvat, waardoor bloed in of rond de hersenen terechtkomt en hersenweefsel beschadigd kan raken. De gevolgen verschillen sterk per patiënt en zijn onder meer afhankelijk van de plaats en omvang van de bloeding.

    Aandacht voor gevolgen hersenaandoeningen

    Als ambassadeur wil Jaspers volgens de Hersenstichting vooral aandacht vragen voor de gevolgen die een hersenaandoening in het dagelijks leven kan hebben.

    Directeur-bestuurder David Verschoor van de Hersenstichting noemt de persoonlijke ervaring van Jaspers daarbij belangrijk.

    „Zijn verhaal maakt voelbaar hoeveel impact een hersenaandoening heeft op het dagelijks leven. Met zijn openheid en energie kan hij veel mensen bereiken”, aldus Verschoor.

    Volgens de meest recente cijfers van de Hersenstichting leven ongeveer 4,6 miljoen mensen in Nederland met een hersenaandoening. Daaronder vallen zeer uiteenlopende aandoeningen, van dementie, Parkinson en beroertes tot migraine en verschillende psychische aandoeningen.

    De Hersenstichting richt zich onder meer op wetenschappelijk onderzoek, preventie, behandeling en ondersteuning van mensen met een hersenaandoening. In 2025 investeerde de organisatie naar eigen zeggen ruim 18 miljoen euro in onderzoek, projecten en andere activiteiten rond hersengezondheid.

    Met zijn ambassadeurschap verbindt Jaspers zijn bekendheid als kok, ondernemer en auteur daarmee aan een onderwerp waarmee hij sinds zijn hersenbloeding ook persoonlijk te maken heeft.

  • Muziek geeft ritme aan oogstfeest Montmartre

    Muziek geeft ritme aan oogstfeest Montmartre

    Van 7 tot en met 11 oktober staat het 18e arrondissement van Parijs opnieuw in het teken van de Fête des Vendanges de Montmartre. De 93e editie van het traditionele oogstfeest kiest dit jaar muziek als centraal thema. Onder het motto Le 18e donne le rythme – het 18e geeft het ritme aan – combineert het programma wijn, gastronomie, muziek en de geschiedenis van Montmartre. De gemeente Parijs bevestigt zowel de data als het muzikale thema van de editie van 2026. Mairie du 18ᵉ arrondissement

    Het feest draait oorspronkelijk om de wijngaard Clos Montmartre, maar heeft zich in de loop der jaren over een groot deel van het 18e arrondissement verspreid. Volgens de organisatie trekt het evenement bijna 500.000 bezoekers en behoort het daarmee tot de drukst bezochte evenementen die de stad Parijs organiseert. DP ENG – Fête des vendanges_co… De gemeente noemt het festival eveneens het derde Parijse evenement naar bezoekersaantallen, na Paris Plages en Nuit Blanche. Mairie du 18ᵉ arrondissement

    Wijngaard midden in Parijs

    De wijnbouwgeschiedenis van Montmartre gaat veel verder terug dan het huidige festival. Op de hellingen van de Butte stonden al eeuwenlang wijnstokken. De huidige Clos Montmartre ontstond in de jaren dertig, toen buurtbewoners en lokale organisaties zich verzetten tegen bebouwing van het terrein. De stad plantte er opnieuw wijnstokken en in 1934 vond het eerste oogstfeest plaats. Paris.fr

    Tegenwoordig telt de Clos Montmartre volgens de stad Parijs 1.762 wijnstokken op 1.556 vierkante meter. Er staan 27 druivenrassen, waarbij gamay en pinot het grootste deel van de aanplant vormen. Een normale oogst bedraagt ongeveer een ton druiven, goed voor circa 2.000 halve-literflessen rode wijn en rosé. Paris.fr

    Ook dit jaar is er daadwerkelijk geoogst. Op 17 september werd volgens het stadsdeel 1.329 kilo druiven binnengehaald. Na de oogst gingen de druiven naar de kelders van het gemeentehuis van het 18e arrondissement voor verdere verwerking. Mairie du 18ᵉ arrondissement

    De opbrengsten van de verkoop van de Clos Montmartre-wijnen gaan naar sociale initiatieven in het arrondissement. Dat gebruik bestaat al langere tijd en wordt ook door de gemeente Parijs bevestigd. Paris.fr

    Van wijnfeest naar stadsfestival

    Hoewel de wijngaard de historische aanleiding vormt, is de Fête des Vendanges inmiddels veel meer dan een wijnfeest. Het programma omvat concerten, koren, straattheater, optochten, wandelingen, een avondloop en activiteiten voor kinderen.

    Muziek vormt in 2026 de rode draad. Zo zingen op donderdag 8 oktober volgens het programma ongeveer 1.200 leerlingen uit scholen van het 18e arrondissement samen in het Children’s Grand Choir. Diezelfde dag staat ook de traditionele Night Run op het programma. DP ENG – Fête des vendanges_co…

    Een dag later begint Parcours du Goût, het gastronomische onderdeel van het festival. Van 9 tot en met 11 oktober presenteren producenten, wijnbouwers en ambachtslieden hun producten rond de Sacré-Cœur. De organisatie legt daarbij nadruk op regionale producten, ambachtelijke productie en korte voedselketens. DP ENG – Fête des vendanges_co…

    Oogstproclamatie en grote optocht

    Zaterdag 10 oktober vormt een van de belangrijkste dagen. Bij Clos Montmartre vindt eerst de traditionele Grape Harvest Proclamation plaats. Daarna trekt de Grand Parade door Montmartre, met wijn- en gastronomische broederschappen, muzikanten, bewoners en verenigingen. DP ENG – Fête des vendanges_co…

    Ook de stad Parijs vermeldt de traditionele optocht als een van de centrale onderdelen van het programma van dit jaar. Paris.fr

    Nieuw in 2026 zijn onder meer bustochten door het arrondissement, een Block Party bij Porte de la Chapelle, de rondtrekkende brassband Urban Symphony en een nieuw podium bij de Arènes de Montmartre. DP ENG – Fête des vendanges_co…

    Niet trouwen als traditie

    Montmartre zou Montmartre niet zijn zonder enige eigenzinnigheid. Op zondag 11 oktober keert daarom de Cérémonie des non-demandes en mariage terug. Stellen verklaren daar juist dat ze niet van plan zijn met elkaar te trouwen. Het evenement combineert de romantische reputatie van Montmartre met een flinke dosis zelfspot. DP ENG – Fête des vendanges_co…

    Later die dag sluit een openbaar bal het vijfdaagse festival af.

    De meeste activiteiten van de Fête des Vendanges zijn gratis toegankelijk. Voor enkele onderdelen is vooraf reserveren noodzakelijk of geldt toegang op uitnodiging. De activiteiten vinden verspreid plaats over het 18e arrondissement, onder meer bij Clos Montmartre, Square Louise-Michel, de Sacré-Cœur, Place des Abbesses en de Arènes de Montmartre. DP ENG – Fête des vendanges_co…

    Daarmee is de druivenoogst nog altijd de aanleiding voor het feest, maar allang niet meer het enige waar het om draait. Vijf dagen lang gebruikt Montmartre zijn kleine stadswijngaard als vertrekpunt voor een festival waarin wijn, eten, muziek en de buurt zelf samenkomen.

  • Gransjean in Den Haag sluit zich aan bij Gastrovino

    Gransjean in Den Haag sluit zich aan bij Gastrovino

    De Haagse wijn- en delicatessenwinkel Gransjean sluit zich aan bij Gastrovino. De speciaalzaak aan de Bankastraat gaat vanaf 1 oktober verder onder de naam Gastrovino Gransjean. Eigenaar Rik Nijenhuis houdt het bestaande assortiment grotendeels in stand en voegt geleidelijk producten van de landelijke formule toe.

    Gransjean is al lange tijd gevestigd in de Haagse Archipelbuurt en verkoopt vanuit de winkel aan Bankastraat 12 onder meer wijn, kaas, charcuterie, brood, belegde broodjes, chocolade en andere delicatessen. De eigen website vermeldt momenteel een assortiment van meer dan 300 wijnen.

    De onderneming presenteert de aansluiting bij Gastrovino als een manier om de winkel verder te ontwikkelen zonder het lokale karakter te veranderen. Vanaf 1 oktober wordt de naam Gastrovino Gransjean gebruikt.

    „Wij weten wat hier in de buurt werkt en waar onze klanten voor terugkomen. Gastrovino brengt daar nieuwe producten, kennis en inspiratie bij. Zo kunnen we vernieuwen zonder kwijt te raken wat Gransjean juist zo vertrouwd heeft gemaakt”, zegt Nijenhuis.

    Bestaand assortiment blijft

    Volgens Gransjean blijven de bekende onderdelen van het assortiment beschikbaar. Daaronder vallen de belegde broodjes, maaltijden, Nederlandse en buitenlandse kazen, vleeswaren, chocolade en wijnen. Het huidige aanbod van de winkel bevestigt dat wijn, broodjes en delicatessen belangrijke productgroepen zijn.

    Daar komen geleidelijk producten uit het assortiment van Gastrovino bij. Ook wil Nijenhuis meer aandacht besteden aan kleinere porties, kant-en-klare maaltijden en producten waarmee consumenten thuis snel een maaltijd kunnen bereiden.

    „Gemak wordt steeds belangrijker, maar kwaliteit blijft voor ons altijd vooropstaan”, aldus Nijenhuis.

    De aansluiting betekent niet dat Gransjean opgaat in één landelijke winkelketen met identieke vestigingen. Gastrovino omschrijft zichzelf als een samenwerkingsverband van zelfstandige ondernemers. De organisatie telt volgens haar eigen website momenteel 31 winkels. De aangesloten ondernemers maken onder meer gebruik van gezamenlijke inkoop, assortimenten en ondersteuning, maar behouden ruimte voor een eigen lokale invulling.

    Gastrovino bestaat sinds 1932

    De geschiedenis van Gastrovino gaat terug tot 1932. Een groep winkeliers begon destijds gezamenlijk kruidenierswaren in te kopen. Uit die samenwerking ontwikkelde zich de huidige organisatie van wijn- en delicatessenwinkels. Gastrovino vierde in 2022 het negentigjarig bestaan.

    Opvallend genoeg krijgt Gastrovino met Gransjean niet zijn eerste vestiging in Den Haag. Gastrovino La Liguria in Scheveningen maakt al deel uit van de formule. Ook het hoofdkantoor van Gastrovino Nederland bevindt zich in Den Haag.

    Gransjean blijft Gransjean

    Voor vaste klanten moet de verandering daardoor vooral zichtbaar worden in de naam op de gevel en een geleidelijke uitbreiding van het assortiment. De broodjes, kazen, vleeswaren en wijnen waarvoor Gransjean bekendstaat, blijven volgens de ondernemer onderdeel van de winkel.

    Dat lokale karakter past overigens bij de manier waarop Gastrovino zijn formule organiseert. In de eigen ondernemersdocumentatie benadrukt de organisatie dat aangesloten winkels geen volledig gestandaardiseerd assortiment hoeven te voeren. Ondernemers kunnen het aanbod aanpassen aan hun eigen specialisme en omgeving en lokale producten blijven verkopen.

    Voor Gransjean betekent de aansluiting daarmee vooral dat achter een oude Haagse winkelnaam voortaan een groter samenwerkingsverband staat. Vanaf 1 oktober staat er Gastrovino Gransjean op de deur, maar voor het vertrouwde broodje hoeven klanten volgens Nijenhuis niet ineens naar een andere Bankastraat.

  • Kraanwaterdag zet drinkwater centraal in Abcoude

    Kraanwaterdag zet drinkwater centraal in Abcoude

    Leerlingen van OBS Piet Mondriaan in Abcoude kregen woensdag tijdens Nationale Kraanwaterdag les over de herkomst, kwaliteit en het gebruik van drinkwater. Drinkwaterbedrijf Vitens organiseerde op het schoolplein verschillende activiteiten en proefjes. De dag moet kinderen bewuster maken van de waarde van kraanwater en de toenemende druk op de Nederlandse drinkwatervoorziening.

    Nationale Kraanwaterdag vindt dit jaar plaats op woensdag 30 september. De tien Nederlandse drinkwaterbedrijven organiseren het evenement gezamenlijk. Basisscholen en buitenschoolse opvanglocaties kunnen hiervoor educatief materiaal gebruiken. Het gaat onder meer om proefjes, filmpjes, opdrachten en een digitale escape room. De organisatie richt zich daarbij zowel op kraanwater als dorstlesser als op bewust watergebruik.

    De activiteiten in Abcoude stonden ook daadwerkelijk op het programma van OBS Piet Mondriaan. De school vermeldt Nationale Kraanwaterdag op haar kalender en kondigde eerder aan dat Vitens activiteiten voor alle groepen zou verzorgen.

    Zes activiteiten op het schoolplein

    Op het schoolplein gingen leerlingen volgens Vitens langs zes activiteiten en proefjes. Ze leerden onder meer waar hun drinkwater vandaan komt, hoe het wordt geproduceerd en waarom zorgvuldig gebruik ervan belangrijk is.

    Voor OBS Piet Mondriaan sluit het onderwerp volgens directeur Martine Koomen aan bij het burgerschapsonderwijs van de school.

    „Bewust omgaan met drinkwater past perfect binnen ons burgerschapsprogramma. Duurzaamheid speelt daarin een belangrijke rol. We vinden het belangrijk dat leerlingen leren hoe waardevol water is en waarom we er zorgvuldig mee moeten omgaan”, aldus Koomen.

    In het verzorgingsgebied van Vitens doen volgens het drinkwaterbedrijf dit jaar ruim 70.000 kinderen uit bijna 1.600 klassen mee. De landelijke organisatie meldt dat jaarlijks meer dan 200.000 kinderen deelnemen aan Nationale Kraanwaterdag.

    De editie van 2026 is de zevende landelijke editie. Dat aantal wordt ook vermeld door andere deelnemende drinkwaterbedrijven.

    Drinkwatervoorziening staat onder druk

    Vitens-topman Tjeerd Roozendaal opende het programma in Abcoude. Hij wees daarbij op het belang van bescherming van de bronnen waaruit drinkwater wordt gewonnen.

    Dat de Nederlandse drinkwatervoorziening voor uitdagingen staat, wordt ondersteund door onderzoek van het RIVM. Het instituut verwacht dat de vraag naar drinkwater verder stijgt, onder meer door bevolkingsgroei en klimaatverandering. Tegelijk kunnen droogte en verontreiniging de beschikbaarheid en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater verminderen.

    Het RIVM berekende eerder dat Nederland in 2030 ongeveer 100 miljoen kubieke meter meer drinkwater nodig kan hebben dan in 2020. Zonder aanvullende maatregelen kunnen daardoor tekorten ontstaan. Drinkwaterbedrijven zoeken daarom naar nieuwe bronnen en uitbreiding van hun productiecapaciteit, terwijl de overheid en de sector ook inzetten op waterbesparing.

    Ook voor de langere termijn blijft die opgave bestaan. In een onderzoek uit 2026 concludeert het RIVM dat warmere en drogere zomers de beschikbaarheid van water kunnen verminderen, terwijl bevolkingsgroei de vraag juist kan verhogen. Hoe groot de problemen uiteindelijk worden, hangt onder meer af van bevolkingsgroei, klimaatontwikkeling en maatregelen die de komende jaren worden genomen.

    Gastles van Klaas van Kruistum

    Tv-presentator Klaas van Kruistum gaf tijdens de bijeenkomst een gastles aan leerlingen uit groep 7 en 8. Van Kruistum, bekend van onder meer Checkpoint en Klaas Kan Alles, vertelde daarbij over zijn ervaringen met drinkwater tijdens reizen naar andere landen.

    In het persbericht stelt hij dat slechts 1 procent van al het water op aarde drinkbaar is. Die veelgebruikte formulering behoeft nuance. Het overgrote deel van het water op aarde is zout en van het zoete water ligt een groot gedeelte opgeslagen in ijs en grondwater. Hoeveel water daadwerkelijk beschikbaar en geschikt is voor menselijke consumptie, hangt bovendien af van bereikbaarheid, kwaliteit en zuivering. De strekking dat direct bruikbaar zoetwater slechts een klein deel van de totale watervoorraad vormt, klopt wel.

    Bescherming van bronnen

    De aandacht voor zuinig watergebruik betekent overigens niet dat mensen minder water zouden moeten drinken. Nationale Kraanwaterdag richt zich juist op kraanwater als alternatief voor bijvoorbeeld gezoete dranken. De besparingsboodschap gaat vooral over ander huishoudelijk watergebruik.

    Daarnaast speelt de kwaliteit van de bronnen een belangrijke rol. Ongeveer 60 procent van het Nederlandse drinkwater wordt volgens het RIVM gemaakt uit grondwater. Verontreinigingen in grond- en oppervlaktewater maken de productie van schoon drinkwater ingewikkelder en kunnen extra zuivering noodzakelijk maken.

    Daarmee heeft de boodschap die de leerlingen in Abcoude woensdag meekregen een bredere achtergrond dan alleen een educatieve ochtend op het schoolplein. Nederland beschikt over betrouwbaar kraanwater, maar het op peil houden van voldoende schoon drinkwater vraagt de komende jaren om bescherming van bronnen, uitbreiding van capaciteit en bewuster gebruik.

  • BuyEuropean breidt webshop uit

    BuyEuropean breidt webshop uit

    De Eindhovense webshop BuyEuropean.com, die afgelopen juni begon met de verkoop van Franse wijnen van familiebedrijven, wil zijn assortiment uitbreiden naar andere Europese producten. Familiebedrijven uit Europa kunnen zich voortaan bij het platform aanmelden. Naast wijn denkt het bedrijf onder meer aan olijfolie, kaas en honing, maar ook aan non-foodproducten.

    BuyEuropean.com werd dit jaar opgericht door Cees en Marc Erkelens. Vader en zoon willen Europese familieproducenten rechtstreeks aan Nederlandse consumenten laten verkopen, waarbij traditionele schakels zoals importeurs, groothandels en supermarkten worden overgeslagen.

    De webshop verkoopt momenteel voornamelijk wijn. Op de website staan wijnen uit onder meer Bordeaux, de Rhône, Loire en Provence. BuyEuropean zegt daarbij te selecteren op herkomst, kwaliteit en de achtergrond van de producent.

    Van wijn naar breder Europees assortiment

    Europese familiebedrijven kunnen zich voortaan aanmelden om producten via het platform aan te bieden. Het bedrijf wil het assortiment geleidelijk uitbreiden met onder meer olijfolie, kaas en honing en uiteindelijk ook producten buiten de levensmiddelensector.

    Volgens oprichter Cees Erkelens lopen er bijvoorbeeld gesprekken met een Europese producent van hondenvoer. Ook keramiek, textiel, leerwaren en ambachtelijke houten producten zouden voor het platform in aanmerking kunnen komen.

    BuyEuropean wil daarbij geen volledig open handelsplatform worden. Het bedrijf zegt zelf te controleren of producten daadwerkelijk in Europa worden geproduceerd. Daarnaast kijkt het naar productinformatie, leveringsmogelijkheden en kwaliteit.

    Hoe die kwaliteitsbeoordeling precies plaatsvindt en aan welke objectieve criteria producenten moeten voldoen, maakt het bedrijf vooralsnog niet uitvoerig duidelijk.

    Europese herkomst als verkoopargument

    De uitbreiding komt op een moment waarop ook binnen de Europese politiek meer aandacht bestaat voor de herkomst van producten en diensten.

    De Europese Commissie presenteerde in september een voorstel voor herziening van de Europese regels voor overheidsopdrachten. Daarin staan onder meer criteria waarmee Europese producten en bedrijven bij bepaalde aanbestedingen een voorkeurspositie kunnen krijgen.

    Dat voorstel is nog geen geldend beleid. Het moet het Europese wetgevingsproces nog doorlopen.

    BuyEuropean trekt een parallel met consumenten die bewust producten uit eigen land of regio kopen. Het bedrijf verwijst daarbij naar Canada, waar volgens een recente peiling van Build Canada 69 procent van de ondervraagden aangaf Canadese producten te kiezen, ook wanneer die duurder zijn.

    Die cijfers moeten wel in hun context worden gezien. De Canadese peiling vond plaats tijdens een handelsconflict met de Verenigde Staten, waarbij het kopen van Canadese producten onderdeel werd van een bredere maatschappelijke reactie. De uitkomsten zeggen daarom niet automatisch iets over de bereidheid van Nederlandse of andere Europese consumenten om voor Europese producten meer te betalen.

    Kortere keten

    BuyEuropean presenteert vooral de kortere verkoopketen als onderscheidend onderdeel van zijn bedrijfsmodel. Producenten leveren via het platform rechtstreeks aan consumenten, zonder de gebruikelijke tussenhandel.

    Volgens het bedrijf blijft daardoor een groter deel van de verkoopprijs bij de producent. Of consumenten tegelijkertijd goedkoper uit zijn of voor hetzelfde bedrag een kwalitatief beter product krijgen, zoals BuyEuropean in zijn communicatie suggereert, is niet onafhankelijk aangetoond.

    De webshop begon in juni met ongeveer veertig wijnen van Franse familiedomeinen. Bij de aangeboden wijnen geeft het bedrijf informatie over het domein en de familie achter de productie.

    De nadruk op de producent en zijn geschiedenis vormt nadrukkelijk onderdeel van de positionering van het platform. Sommige aangesloten wijnfamilies zijn volgens BuyEuropean al eeuwen bij de wijnbouw betrokken.

    Wijnabonnementen

    Naast losse verkoop introduceert BuyEuropean drie wijnabonnementen.

    Het abonnement Aan Tafel kost 45 euro per levering en bestaat iedere twee maanden uit drie geselecteerde wijnen. Op Reis kost 89 euro per levering en omvat iedere twee maanden zes flessen, waarvan de klant er twee zelf kan kiezen.

    Het duurste abonnement, In de Familie, kost 159 euro per levering. Abonnees ontvangen ieder kwartaal zes flessen en krijgen volgens het bedrijf onder meer toegang tot kleinere partijen en wijnen die niet regulier worden aangeboden.

    De verzendkosten zijn volgens BuyEuropean bij de abonnementsprijzen inbegrepen en de abonnementen kunnen worden opgezegd.

    Olijfolie uit Andalusië

    De eerste uitbreiding buiten wijn staat voor november gepland. BuyEuropean wil dan olijfolie van de oogst van 2026 van een familieproducent uit Andalusië aanbieden. Kaas en honing moeten later volgen.

    Daarmee verandert BuyEuropean geleidelijk van een gespecialiseerde wijnwebshop in een breder verkoopplatform voor Europese familiebedrijven.

    Het bedrijf is volgens de oprichters volledig in hun eigen bezit en werkt zonder externe investeerders. Dat geeft hen naar eigen zeggen de mogelijkheid het assortiment geleidelijk uit te bouwen en producten niet uitsluitend op verkoopsnelheid te selecteren.

    Of er bij Nederlandse consumenten voldoende belangstelling bestaat voor een breed verkoopplatform waarbij de Europese herkomst en het familiebedrijf achter het product centraal staan, moet de komende periode blijken.

    BuyEuropean.com

  • Suikerbelasting kan grensshoppen verder aanjagen

    Suikerbelasting kan grensshoppen verder aanjagen

    Nederlanders geven volgens nieuw onderzoek van EFMI Business School jaarlijks naar schatting 2,1 miljard euro uit aan boodschappen in Duitsland en België. Vooral prijsverschillen bij specifieke producten spelen daarbij een rol. EFMI verwacht dat de geplande suikerbelasting vanaf 2030 de aantrekkingskracht van boodschappen doen over de grens verder kan vergroten. Hoe groot dat effect daadwerkelijk wordt, is nog onzeker.

    Vier op de tien ondervraagde Nederlanders doen volgens EFMI weleens boodschappen over de grens. Duitsland trekt daarbij aanzienlijk meer Nederlandse boodschappenkopers dan België. In Nederlandse grensregio’s ligt het aandeel consumenten dat in Duitsland winkelt volgens het onderzoek tussen 55 en 70 procent.

    EFMI voerde het onderzoek uit op initiatief van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI). Voor de studie ondervroeg EFMI 1.278 Nederlandse consumenten en onderzocht het daarnaast 136 franchisesupermarkten.

    Naar schatting 2,1 miljard euro over de grens

    EFMI schat dat Nederlandse huishoudens jaarlijks ongeveer 2,1 miljard euro besteden aan boodschappen in Duitsland en België. Duitsland zou jaarlijks ruim 15 miljoen Nederlandse bezoeken voor boodschappen trekken en België bijna 4 miljoen.

    Op basis daarvan berekent EFMI dat Nederland jaarlijks ongeveer 340 tot 380 miljoen euro aan btw en accijnzen misloopt. Die bedragen zijn ramingen uit het onderzoek en geen geregistreerde belastingverliezen van de Belastingdienst.

    Het onderzoek wijst prijs aan als een belangrijke reden om de grens over te steken. Daarbij gaat het niet zozeer om alle boodschappen, maar vooral om producten waarvoor de prijsverschillen tussen Nederland en de buurlanden groot zijn.

    Eurostat-cijfers ondersteunen de nodige nuance daarbij. Het Nederlandse prijsniveau voor voedingsmiddelen ligt niet over de gehele linie boven dat van de buurlanden. Bij afzonderlijke productgroepen kunnen de verschillen echter aanzienlijk zijn, mede door verschillen in belastingen en accijnzen.

    Nieuwe suikerbelasting gepland voor 2030

    Het kabinet wil vanaf 2030 een belasting invoeren op bepaalde voorverpakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van minimaal 6 procent. Het kabinet mikt volgens de meest recente Kamerbrief op een structurele opbrengst van ongeveer 900 miljoen euro per jaar.

    De precieze vormgeving staat nog niet vast. Het kabinet moet onder meer bepalen welke producten onder de heffing vallen en welke uitzonderingen gaan gelden. Producten die ondanks hun suikergehalte binnen een gezond voedingspatroon passen, kunnen bijvoorbeeld worden uitgezonderd.

    De belasting op voedingsmiddelen staat overigens los van de bestaande verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken. Voor die drankbelasting werkt het kabinet eveneens aan een systeem waarbij het tarief sterker afhankelijk wordt van het suikergehalte.

    Sommige producten mogelijk fors duurder

    RaboResearch berekende eerder dit jaar dat ongeveer een vijfde van het huidige supermarktassortiment bij de nu voorziene grens van 6 procent suiker in aanmerking zou kunnen komen voor de nieuwe heffing. Dat aandeel kan veranderen als fabrikanten recepten aanpassen.

    Volgens de berekeningen van Rabobank kunnen getroffen producten minimaal ongeveer 10 procent duurder worden wanneer producenten en supermarkten de belasting volledig doorberekenen. Bij categorieën als snoep, koek, chocolade, ijs, desserts en zoet broodbeleg kan de prijsstijging richting 20 procent of meer gaan.

    Daarbij plaatst Rabobank zelf belangrijke kanttekeningen. De uiteindelijke prijsstijging hangt onder meer af van de definitieve vorm van de belasting, productaanpassingen door fabrikanten en de mate waarin producenten en retailers de heffing aan consumenten doorberekenen.

    EFMI verwacht meer grensboodschappen

    EFMI ziet in dergelijke prijsstijgingen een mogelijk nieuw motief om boodschappen in Duitsland of België te kopen. Uit het consumentenonderzoek blijkt dat de bereidheid om over de grens te winkelen toeneemt wanneer het verwachte prijsverschil groter wordt.

    Dat maakt het aannemelijk dat een deel van de consumenten bij grotere prijsverschillen vaker naar het buitenland uitwijkt. Uit het onderzoek kan echter niet worden afgeleid hoeveel extra omzet daadwerkelijk naar Duitsland en België zal verschuiven nadat de suikerbelasting is ingevoerd.

    De conclusie uit het oorspronkelijke persbericht dat de belasting daardoor „haar doel voorbijschiet” gaat dan ook verder dan de onderzoeksresultaten aantonen. Het kabinet noemt naast de budgettaire opbrengst juist het verminderen van de suikerconsumptie als doel. Eerder onderzoek in opdracht van de overheid concludeerde dat een suikerbelasting kan bijdragen aan een lagere suikerconsumptie.

    Consumenten weinig enthousiast over prijsstijging

    Uit het EFMI-onderzoek blijkt verder dat zes op de tien ondervraagden verschillen in belastingen en accijnzen tussen Nederland en de buurlanden afkeuren. Voor levensmiddelen en frisdranken loopt dat aandeel volgens EFMI op tot zeven op de tien.

    Driekwart van de deelnemers zegt bij een extra belasting op eten en drinken geen prijsstijging of hooguit een stijging van 5 procent acceptabel te vinden. Vooral huishoudens met een inkomen onder modaal maken zich volgens het onderzoek zorgen over hogere boodschappenprijzen.

    FNLI-directeur Cees-Jan Adema waarschuwt dat grotere prijsverschillen meer consumenten naar buitenlandse winkels kunnen sturen en Nederlandse winkels in grensgebieden omzet kunnen kosten.

    Die conclusie moet wel worden gezien tegen de achtergrond van de opdrachtgever van het onderzoek. FNLI vertegenwoordigt producenten in de Nederlandse levensmiddelenindustrie en heeft zich eerder kritisch uitgesproken over de voorgenomen suikerbelasting.

    Het EFMI-onderzoek toont daarmee vooral aan dat prijsverschillen een belangrijke rol spelen bij grensshoppen en dat consumenten aangeven daarop te reageren. Of de nieuwe suikerbelasting vanaf 2030 daadwerkelijk tot een substantiële extra verschuiving van Nederlandse boodschappen naar Duitsland en België leidt, zal afhangen van de uiteindelijke tarieven, uitzonderingen, productaanpassingen en prijsverschillen tegen die tijd.

  • NVWA sluit steeds meer voedselbedrijven vanwege muizen en ratten

    NVWA sluit steeds meer voedselbedrijven vanwege muizen en ratten

    De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit sluit steeds vaker horecazaken, winkels en andere voedselbedrijven met spoed vanwege ernstige overlast van plaagdieren. In 2025 gingen 75 bedrijven tijdelijk dicht. In de eerste zeven weken van 2026 stond de teller alweer op 22. Horeca-expert en voormalig chef Johan van de Bunt denkt dat personeelstekorten en tijdsdruk kunnen bijdragen aan problemen met schoonmaak en hygiëne.

    De ontwikkeling is duidelijk zichtbaar in de cijfers van de NVWA. In 2023 werden 34 winkels en horecagelegenheden met spoed gesloten vanwege ernstige plaagdierenoverlast. In het NVWA-jaarbeeld over 2024 worden 65 sluitingen genoemd en in 2025 steeg het aantal naar 75. Meestal ging het om muizen; ook ratten en kakkerlakken waren aanleiding voor sluitingen.

    Ook 2026 begon ongunstig. In de eerste zeven weken sloot de toezichthouder 22 winkels en horecagelegenheden wegens plaagdieren. In dezelfde periode van 2025 waren dat er zeven. Bijna de helft van de sluitingen vond plaats in Amsterdam.

    Sluiting is een zware maatregel

    Een spoedsluiting volgt niet automatisch zodra een inspecteur ergens een muis ziet lopen.

    De NVWA kan een bedrijf tijdelijk sluiten wanneer de voedselveiligheid ernstig in gevaar is. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer sporen van plaagdieren worden aangetroffen op werkbanken of servies, in voedsel of wanneer producten zijn aangevreten.

    Een gesloten bedrijf mag pas weer open nadat besmet voedsel is verwijderd, het pand grondig is schoongemaakt en effectieve maatregelen zijn genomen om plaagdieren te bestrijden en buiten te houden. Daarna volgt een herinspectie door de NVWA.

    ‘De rest komt morgen wel’

    Volgens Johan van de Bunt, voormalig chef en tegenwoordig Business Development Specialist bij leverancier Maxima Kitchen Equipment, speelt de dagelijkse werkdruk in de horeca een rol bij het ontstaan van hygiëneproblemen.

    “Een tekort aan personeel, gebrek aan de juiste kennis en tijd zijn belangrijke factoren. Na een drukke werkdag wordt al snel gedacht: even snel wat schoonmaken en de rest komt morgen wel.”

    Van de Bunt wijst erop dat schoonmaken bovendien niet tot de populairste werkzaamheden behoort. Daardoor bestaat volgens hem het risico dat werkzaamheden worden uitgesteld wanneer een team na een drukke service onder tijdsdruk staat.

    Die verklaring klinkt aannemelijk, maar kan niet rechtstreeks uit de cijfers van de NVWA worden afgeleid. De toezichthouder heeft niet vastgesteld dat personeelstekorten de oorzaak zijn van de landelijke stijging van het aantal spoedsluitingen.

    Meer factoren dan alleen schoonmaak

    Ook een schone keuken alleen is geen garantie dat muizen of ratten buiten blijven.

    Ondernemers moeten ervoor zorgen dat plaagdieren niet bij voedsel kunnen komen en dat gebouwen voldoende worden afgeschermd. Voedselopslag, voorraadbeheer en afvalverwerking spelen eveneens een rol.

    De NVWA wijst bovendien op het belang van samenwerking wanneer verschillende horecazaken en winkels dicht bij elkaar zijn gevestigd. Bestrijding in één pand heeft immers beperkt effect wanneer muizen via aangrenzende gebouwen eenvoudig kunnen terugkeren.

    De toezichthouder ziet vooral veel problemen in oude steden en oude panden en in gebouwen bij bijvoorbeeld grachten.

    Problemen bij inspecties zichtbaar

    Dat hygiëne en plaagdierwering niet overal op orde zijn, blijkt ook uit gerichte inspecties.

    De NVWA onderzocht in 2026 voedselbedrijven in Leiden en Gouda. In Leiden werden bij 57 procent van de gecontroleerde bedrijven sporen van muizen aangetroffen en constateerden inspecteurs bij 49 procent tekortkomingen op het gebied van hygiëne. Bij 37 procent schoot de wering of bestrijding van plaagdieren tekort.

    In Gouda vond de NVWA bij 58 procent van de geïnspecteerde bedrijven sporen van muizen. Bij 24 procent was de hygiëne onvoldoende en bij 12 procent waren er overtredingen rond plaagdierwering en -bestrijding.

    Die cijfers kunnen niet zonder meer naar de gehele Nederlandse horeca worden vertaald. De NVWA koos Leiden en Gouda juist vanwege de bestaande plaagdierproblematiek. Ze laten wel zien hoe hardnekkig het probleem lokaal kan zijn.

    Schoonmaak onderdeel van dagelijks werk

    Van de Bunt vindt dat ondernemers schoonmaak nadrukkelijker onderdeel moeten maken van de dagelijkse werkzaamheden.

    “Het begint met prioriteiten stellen. Schoonmaken is misschien niet leuk, maar het is wel onderdeel van je werk.”

    Volgens hem moeten medewerkers daarnaast begrijpen waarom bepaalde schoonmaakwerkzaamheden noodzakelijk zijn. Hij pleit daarom voor instructie en training en voor voldoende geschikte schoonmaakmiddelen en materialen op de werkvloer.

    Ook de NVWA kiest inmiddels nadrukkelijker voor voorlichting. De toezichthouder organiseert in 2026 bijeenkomsten voor ondernemers over onder meer keukenhygiëne, voedselopslag, voorraadbeheer, afvalverwerking en het voorkomen en bestrijden van plaagdieren.

    Niet alleen een kwestie van een vieze keuken

    De stijgende aantallen spoedsluitingen laten daarmee een serieus voedselveiligheidsprobleem zien, maar geven geen eenvoudig antwoord op de vraag waardoor de stijging wordt veroorzaakt.

    Personeelstekorten, tijdsdruk en onvoldoende schoonmaak kunnen volgens Van de Bunt een rol spelen. De NVWA wijst daarnaast op plaagdierwering, gebouwomstandigheden, voedsel- en afvalbeheer en de noodzaak om problemen gezamenlijk aan te pakken.

    Eén ding is minder ingewikkeld: schoonmaak die na een drukke avond naar morgen wordt doorgeschoven, moet de volgende ochtend daadwerkelijk gebeuren.

    Muizen hebben namelijk zelden de gewoonte om tot morgen te wachten.