Tag: Musea

  • Meesterwerk Amsterdam toont de stad achter het schilderij

    Meesterwerk Amsterdam toont de stad achter het schilderij

    Hoe zag Amsterdam eruit in de zeventiende eeuw? En hoeveel van wat kunstenaars schilderden, kwam overeen met de werkelijkheid? De tentoonstelling Meesterwerk Amsterdam onderzoekt hoe schilders en tekenaars het beeld van de stad vormgaven. Van 6 november 2026 tot en met 7 maart 2027 tonen het Stadsarchief Amsterdam en het Amsterdam Museum schilderijen, tekeningen en prenten van onder anderen Rembrandt, Pieter Saenredam en Jan van der Heyden.

    Amsterdam veranderde in de zeventiende eeuw ingrijpend. De stad breidde uit, de grachtengordel kreeg vorm en de internationale handel bracht welvaart, mensen en goederen naar de haven. Kunstenaars legden die veranderingen vast, maar hielden zich niet altijd strikt aan de werkelijkheid.

    Sommigen benadrukten monumentale gebouwen, anderen veranderden het perspectief of lieten onderdelen van het stadsbeeld weg. Zo ontstonden voorstellingen die niet alleen documenteerden hoe Amsterdam eruitzag, maar ook bepaalden hoe anderen de stad zagen.

    De tentoonstelling brengt werken uit de collecties van beide instellingen samen met bruiklenen uit binnen- en buitenland. Volgens de organisatoren krijgen bezoekers ook kunstwerken te zien die zelden voor het publiek toegankelijk zijn.

    De Dam als handelscentrum

    Een van de werken die de tentoonstelling belicht, is De Dam gezien naar het westen uit 1668 van Jan van Kessel.

    Op het schilderij valt het zonlicht nadrukkelijk op het nieuwe stadhuis, tegenwoordig het Paleis op de Dam. Daaronder speelt zich het dagelijkse handelsleven af. Kooplieden verplaatsen goederen, handelaren bieden hun waren aan en aan het Damrak voeren vissers hun vangst aan.

    Het schilderij laat daarmee twee kanten van Amsterdam zien: de stad die met haar architectuur indruk wilde maken en de stad waar handelaren en arbeiders hun brood verdienden.

    Bijzonder zijn de details rond de visverkoop. Vrouwen kochten partijen vis door tijdens de handel ‘mijn!’ te roepen en verkochten hun aankopen vervolgens vanuit hun visbanken door. Ook het lossen van de vangst verliep volgens regels. Schippers kregen een nummer dat hun plaats in de losvolgorde bepaalde.

    Van Kessel gaf dus niet alleen een stadsgezicht weer, maar legde ook een stukje economische geschiedenis vast.

    Vier kunstenaars, vier verschillende torens

    De Montelbaanstoren vormt een ander belangrijk onderwerp. Vier kunstenaars verbeeldden de toren op uiteenlopende manieren.

    Wenceslaus Hollar tekende het bouwwerk rond 1634 met veel aandacht voor de architectuur. Jan van Goyen koos in 1651 voor een ruimtelijker landschap en liet twee bruggen weg om meer water te kunnen tonen.

    Abraham Storck gebruikte de toren rond 1680 als achtergrond voor de inscheping van VOC-troepen. Bij hem draait de voorstelling vooral om de bedrijvigheid op het water.

    Rembrandt maakte een opvallend andere keuze. Hij tekende de Montelbaanstoren zonder de karakteristieke houten spits, hoewel die al sinds 1606 op het gebouw stond.

    Waarom Rembrandt de spits wegliet, weten onderzoekers niet. Mogelijk wilde hij het oorspronkelijke karakter van de verdedigingstoren benadrukken. De tekening laat bovendien zien hoe hij zijn compositie tijdens het werken uitbreidde: hij voegde stukken papier toe om meer van de omgeving vast te leggen.

    De vier voorstellingen maken duidelijk dat een stadsgezicht geen neutrale registratie hoeft te zijn. Iedere kunstenaar bepaalde zelf wat de kijker te zien kreeg.

    Van schilderkunst tot sociale media

    De tentoonstelling trekt ook een lijn naar het heden. In de zeventiende eeuw hielpen schilderijen en prenten om Amsterdam als een welvarende handelsstad te presenteren. Tegenwoordig beïnvloeden fotografie, sociale media en kunstmatige intelligentie op vergelijkbare wijze hoe mensen steden waarnemen.

    Het verschil zit vooral in de snelheid en schaal waarop beelden tegenwoordig ontstaan en circuleren.

    Met die vergelijking willen de samenstellers bezoekers laten nadenken over de betrouwbaarheid van beelden. Wat toont een kunstenaar of fotograaf werkelijk, en wat laat die bewust buiten beeld?

    Ook buiten het museum

    Het Stadsarchief Amsterdam en het Amsterdam Museum organiseren bij de tentoonstelling rondleidingen, workshops, lezingen en activiteiten voor kinderen.

    In november plaatsen de organisatoren bovendien op vijftien locaties in Amsterdam verwijzingen naar historische stadsgezichten. Voorbijgangers kunnen daar vergelijken hoe kunstenaars een plek eeuwen geleden vastlegden en hoe diezelfde omgeving er tegenwoordig uitziet.

    Bij de tentoonstelling verschijnt een geïllustreerde publicatie in het Nederlands en Engels. Ook de tentoonstellingsteksten en audiotour zijn in beide talen beschikbaar.

    Praktische informatie

    Meesterwerk Amsterdam – Hoe is de stad verbeeld in de 17de eeuw? loopt van 6 november 2026 tot en met 7 maart 2027 in het Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32. Het Amsterdam Museum werkt aan de tentoonstelling mee.

    Meer informatie over de tentoonstelling staat op de website van het Stadsarchief Amsterdam

  • Design Museum Den Bosch onderzoekt cosplay als cultuur en vorm van zelfexpressie

    Design Museum Den Bosch onderzoekt cosplay als cultuur en vorm van zelfexpressie

    Design Museum Den Bosch opent op 3 oktober de tentoonstelling Cosplay, waarin het museum de cultuur rond zelfgemaakte kostuums, fandom en het aannemen van fictieve personages onderzoekt. De expositie loopt tot en met 21 maart 2027 en brengt kostuums en accessoires van cosplayers samen met foto- en filmmateriaal.

    Cosplay dankt zijn naam aan de Engelse woorden costume en play. Deelnemers kleden zich als personages uit onder meer films, boeken, games, strips en anime. Daarbij gaat het niet alleen om het dragen van een kostuum. Voor veel cosplayers vormt juist het ontwerpen en maken ervan een belangrijk onderdeel van de hobby.

    Design Museum Den Bosch richt zich in de tentoonstelling daarom niet uitsluitend op de kostuums, maar ook op thema’s als identiteit, vakmanschap, fandom en zelfexpressie. Volgens het museum biedt cosplay deelnemers ruimte om te experimenteren met onder meer gender en identiteit.

    Ook de verhouding tussen originaliteit en het nabootsen van bestaande personages komt aan bod. Cosplayers baseren zich doorgaans op bestaand beeldmateriaal, maar gebruiken verschillende materialen, technieken en persoonlijke interpretaties om een personage vorm te geven.

    Samenwerking met cosplayers

    Het museum ontwikkelde de tentoonstelling in samenwerking met de cosplaygemeenschap. Cosplayers leverden niet alleen kostuums en accessoires in bruikleen, maar dachten ook mee over de inhoud en presentatie.

    Aan het voorbereidingstraject namen volgens het museum bijna honderd cosplayers deel. Na interviews met onder anderen cosplayers, onderzoekers en organisatoren van evenementen volgden bijeenkomsten waarin deelnemers thema’s en ervaringen bespraken. Een kleinere klankbordgroep van ongeveer twintig cosplayers boog zich vervolgens over onder meer de objectkeuze, communicatie en het publieksprogramma.

    Daarnaast richtte het museum een besloten online omgeving in waarin ongeveer honderd cosplayers bij de verdere ontwikkeling van de tentoonstelling betrokken werden.

    Design Museum Den Bosch omschrijft Cosplay als de eerste grote museale tentoonstelling in Nederland die volledig aan het onderwerp is gewijd. Het museum spreekt op zijn website over honderden bruiklenen van individuele cosplayers, aangevuld met film- en fotomateriaal en materiaal uit online bronnen.

    Ontwerp door Bart Hess en Grietje Schepers

    Ontwerpers Bart Hess en Grietje Schepers verzorgen samen de tentoonstellingsvormgeving. Hess werkt op het grensvlak van mode, kunst, materiaalonderzoek en technologie. Hij verwierf onder meer bekendheid met zijn werk voor Lady Gaga. Voor haar album Born This Way ontwikkelde hij een creatie waarbij hij het lichaam met een speciaal ontwikkeld slijmachtig materiaal bedekte.

    Hess werkte daarnaast recent samen met Scapino Ballet Rotterdam aan Double Helix, een combinatie van installatie, performance en dans waarin lichamen, materialen en technologie een belangrijke rol spelen.

    Grietje Schepers werkt onder meer met grootschalige installaties, licht, kleur en uiteenlopende materialen. Voor Cosplay combineren Hess en Schepers hun disciplines in een ruimtelijke presentatie waarin de kostuums en de werelden waarnaar ze verwijzen centraal staan.

    Meer dan verkleden

    Met de tentoonstelling wil Design Museum Den Bosch cosplay presenteren als een bredere culturele praktijk. Het museum besteedt daarbij aandacht aan het plezier van het verkleden en maken, maar ook aan de sociale gemeenschappen die rond games, films, strips en andere populaire cultuur zijn ontstaan.

    Het persbericht stelt daarnaast dat cosplay een rol speelt bij politieke protesten. Verklede personages en beeldtaal uit populaire cultuur worden inderdaad geregeld bij demonstraties gebruikt, maar dat maakt politiek activisme niet zonder meer tot een kenmerk van cosplay als geheel. In de tentoonstelling plaatst het museum dergelijke voorbeelden binnen een bredere discussie over identiteit, gemeenschap en het gebruik van bestaande culturele beelden.

    Cosplay is van 3 oktober 2026 tot en met 21 maart 2027 te zien in Design Museum Den Bosch, De Mortel 4 in ’s-Hertogenbosch.

  • Spoorwegmuseum opent historische treinen tijdens Open Trein Festijn

    Spoorwegmuseum opent historische treinen tijdens Open Trein Festijn

    Het Spoorwegmuseum in Utrecht opent van vrijdag 18 tot en met zondag 20 september deuren die normaal gesproken gesloten blijven. Tijdens het Open Trein Festijn kunnen bezoekers historische locomotieven en rijtuigen van binnen bekijken en op plekken komen die tijdens een regulier museumbezoek niet toegankelijk zijn.

    Het Spoorwegmuseum beschikt over een omvangrijke collectie materieel uit de Nederlandse spoorweggeschiedenis. Een deel daarvan kunnen bezoekers normaal gesproken alleen van buiten bekijken. Tijdens het driedaagse Open Trein Festijn maakt het museum een selectie van locomotieven, rijtuigen en andere ruimtes toegankelijk.

    Daarmee draait het evenement vooral om wat zich achter de deuren van het historische materieel bevindt. Bezoekers kunnen interieurs bekijken, technische details ontdekken en meer te weten komen over het gebruik van de verschillende treinen.

    Van locomotief tot rijtuig

    De collectie van het Spoorwegmuseum bestrijkt verschillende perioden uit de Nederlandse spoorweggeschiedenis. Het museum bezit onder meer stoom-, diesel- en elektrische locomotieven, personenrijtuigen en ander spoorwegmaterieel.

    Tijdens het Open Trein Festijn staan medewerkers en vrijwilligers bij verschillende voertuigen om uitleg te geven over de techniek en geschiedenis. Welke treinen precies worden geopend, kan gedurende het evenement verschillen.

    Juist dat maakt het evenement interessant voor bezoekers die het Spoorwegmuseum al eerder hebben bezocht. Waar historische treinen normaal vooral museumobjecten zijn, kan het publiek tijdens deze dagen ook een deel van de interieurs bekijken.

    Spoorgeschiedenis van binnenuit

    Het Spoorwegmuseum is gevestigd in het voormalige Maliebaanstation in Utrecht. Het museum beheert de nationale collectie rond de geschiedenis van het spoor en laat daarmee de ontwikkeling zien van de eerste Nederlandse spoorlijnen tot modern treinverkeer.

    Het Open Trein Festijn sluit daarbij aan, maar legt meer nadruk op het materieel zelf. Niet alleen het uiterlijk van locomotieven en rijtuigen staat centraal, maar ook de manier waarop machinisten, conducteurs en reizigers er vroeger mee werkten en reisden.

    Het evenement vindt plaats van 18 tot en met 20 september 2026 tijdens de reguliere openingstijden van het Spoorwegmuseum. Het programma is inbegrepen bij een regulier museumticket.

    Voor spoorliefhebbers is het vooral een gelegenheid om eindelijk eens te kijken wat er achter al die deuren zit waarop in een museum doorgaans impliciet staat: daar mag u dus niet komen.

  • Publiek bepaalt welk Fries portret wordt gerestaureerd voor jubileumtentoonstelling

    Publiek bepaalt welk Fries portret wordt gerestaureerd voor jubileumtentoonstelling

    Welk eeuwenoud Fries portret verdient een restauratie? Het Fries Museum en het Koninklijk Fries Genootschap laten het publiek daarover beslissen. Bezoekers kunnen tot en met 18 oktober stemmen op vier historische portretten uit de collectie. Het winnende werk wordt gerestaureerd en krijgt vanaf de zomer van 2027 een plaats in een tentoonstelling ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van het genootschap.

    Het Koninklijk Fries Genootschap / Keninklik Frysk Genoatskip (KFG) werd in 1827 opgericht en viert volgend jaar zijn tweehonderdste verjaardag. Het Fries Museum besteedt daaraan aandacht met een tentoonstelling over de verzamelgeschiedenis van het genootschap en de rol die het KFG speelde bij het ontstaan van het museum.

    Voorafgaand daaraan organiseren beide instellingen een restauratieverkiezing. Het publiek kan kiezen uit vier portretten die restauratie nodig hebben. Feitelijk zijn er drie keuzes, omdat twee kinderportretten als duo meedoen.

    Het KFG betaalt de restauratie van de winnaar.

    Een onbekende jongen uit de familie Roorda

    Een van de kandidaten is een portret van een onbekende jongen van ongeveer twaalf jaar. Aan het afgebeelde familiewapen valt volgens het museum af te leiden dat hij tot de familie Roorda van Tzummarum behoorde.

    Zijn kleding helpt bij de datering. De jongen draagt onder meer een korte wambuis, een wijde broek tot de knie, een plooikraag en schoenen met rozetten. Op basis daarvan dateert het museum het schilderij rond 1600.

    Naast hem liggen boeken op tafel. De suggestie uit het persbericht dat hier mogelijk een jonge heer op weg naar school is afgebeeld, blijft nadrukkelijk een interpretatie: wie de jongen precies was en waarom de boeken zijn afgebeeld, is niet bekend.

    Het schilderij verkeert volgens het museum in slechte staat. Het bestaat uit houten panelen waarvan de naden zijn gaan wijken. Op verschillende plaatsen is Japans papier aangebracht om te voorkomen dat verflagen verder loslaten.

    Daarnaast vermoeden restauratoren dat het schilderij in de negentiende eeuw gedeeltelijk is overgeschilderd. Een restauratie kan daardoor verrassingen opleveren: pas bij het verwijderen van latere retouches wordt duidelijk hoeveel van de oorspronkelijke verflaag bewaard is gebleven.

    Maeijke Gerrijts van Jelgerhuys

    De tweede kandidaat is een portret van de 23-jarige Maeijke Gerrijts van Jelgerhuys. Zij was een dochter van landeigenaar en bestuurder Gerrit Wybes Jelgerhuys. Haar moeder, Phy Douwes Jayema, kwam uit een vermogende familie uit Leeuwarderadeel.

    Maeijke is in het zwart gekleed en draagt een dubbele pijpkraag. Rond haar middel bevindt zich een gouden ketting waaraan een pomander hangt. Zo’n geurbol werd gevuld met aromatische stoffen en kon behalve als gebruiksvoorwerp ook als kostbaar sieraad en statussymbool dienen.

    In het persbericht wordt gesteld dat Maeijke de pomander ‘demonstratief’ omhooghoudt om haar verfijning en elegantie te tonen. Dat gaat verder dan wat uit het schilderij zelf met zekerheid kan worden vastgesteld. Haar kleding, sieraden en de pomander wijzen wel duidelijk op welstand en sociale status.

    Ook dit schilderij heeft restauratie nodig. Volgens het museum is het vernis door eerdere behandelingen aangetast. Dat is vooral zichtbaar in het gezicht en de handen van de geportretteerde.

    Twee kleuters uit de familie Cammingha

    De derde keuze bestaat uit twee kinderportretten uit de familie Cammingha. Lange tijd werd aangenomen dat hier de zusjes Ymck en Ida Catharina waren afgebeeld, dochters van Schelte van Paffenrode en Wick van Dekema.

    Die identificatie staat inmiddels ter discussie.

    De kinderen dragen rijk versierde kleding met bloemmotieven, goudgalon en rode schoenen. Links staat de vijfjarige Ymck. Van het kind op het andere schilderij werd lange tijd gedacht dat het haar zusje Ida was.

    Volgens het museum wijzen verschillende details er echter op dat het waarschijnlijk om een jongen gaat. Het noemt onder meer de schuin gedragen gouden kettingen, de jachthond en de rode veer aan de muts.

    Daarmee is nog niet automatisch bewezen wie het kind precies is. Wel heeft nieuw onderzoek kennelijk aanleiding gegeven om de traditionele identificatie als twee zusjes te herzien.

    Ook deze schilderijen zijn toe aan behandeling. Restauratie moet onder meer vuil verwijderen en kleuren en details in kleding en gezichten weer beter zichtbaar maken.

    Geld voor mogelijk meer restauraties

    Het Koninklijk Fries Genootschap financiert de restauratie van het werk dat de publieksstemming wint. Tegelijkertijd probeert het genootschap aanvullende giften binnen te halen.

    Als daarvoor voldoende geld beschikbaar komt, wil het KFG ook de nummer twee en mogelijk de nummer drie van de verkiezing laten restaureren.

    Daarmee is de verkiezing niet alleen een manier om publiek bij de tentoonstelling te betrekken, maar indirect ook een middel om aandacht en financiering voor het behoud van de collectie te genereren.

    Genootschap stond aan de basis van Fries Museum

    De samenwerking tussen het Fries Museum en het KFG heeft een historische achtergrond. Het Provinciaal Friesch Genootschap ter beoefening der Friesche Geschied-, Oudheid- en Taalkunde werd in 1827 opgericht door Franciscus Binkes, Hendrik Amersfoordt en Freerk Fontein.

    Het genootschap hield zich bezig met onderzoek naar de Friese taal, geschiedenis, archeologie en cultuur en bouwde door aankopen, schenkingen en legaten een verzameling historische voorwerpen op.

    In 1877 vierde het genootschap zijn vijftigjarig bestaan met de Historische Tentoonstelling van Friesland in het Stadhouderlijk Hof in Leeuwarden. Die tentoonstelling trok tienduizenden bezoekers en werd ook financieel een succes.

    Met het batige saldo kon het genootschap in 1879 het achttiende-eeuwse Eysingahuis kopen. Twee jaar later, in 1881, opende daar het Fries Museum. De verzameling van het genootschap vormde een belangrijk fundament van de museumcollectie.

    Het huidige Fries Museum op het Wilhelminaplein opende in 2013.

    Jubileumtentoonstelling vanaf zomer 2027

    In de tentoonstelling van 2027 willen het museum en het KFG laten zien hoe de verzameling van het genootschap in twee eeuwen tot stand kwam. Daarbij komen zowel bekende stukken als objecten aan bod die lange tijd minder aandacht hebben gekregen.

    Het portret dat de restauratieverkiezing wint, krijgt eveneens een plaats in de tentoonstelling.

    Stemmen kan tot en met 18 oktober via de website van het Fries Museum.

    Stemmen voor de restauratieverkiezing

    En dan ligt de beslissing eens niet bij een conservator, restaurator of commissie, maar bij het publiek: een onbekende jonge heer, Maeijke met haar geurbol of twee rijk uitgedoste kleuters. Na vier eeuwen wachten kunnen ze die paar weken verkiezingsstrijd er vermoedelijk ook nog wel bij hebben.

  • Nationaal Militair Museum toont wat er achter het front gebeurt

    Nationaal Militair Museum toont wat er achter het front gebeurt

    Wie denkt dat een militaire missie alleen draait om tanks, vliegtuigen en soldaten aan de frontlinie, krijgt eind augustus een bredere blik op militaire operaties. Tijdens het Soesterberg Zomeroffensief 2026 laat het Nationaal Militair Museum (NMM) zien wat er allemaal nodig is om militairen inzetbaar te houden.

    Het evenement vindt plaats op zaterdag 29 en zondag 30 augustus 2026. Het thema van dit jaar is ‘Achter het front’. Daarmee richt het museum de aandacht op de mensen, voertuigen en voorzieningen die normaal gesproken grotendeels buiten beeld blijven.

    Een leger draait niet alleen op tanks

    Achter iedere militair aan de frontlinie staat een omvangrijke organisatie. Geneeskundige teams zorgen voor gewonden, logistieke eenheden regelen bevoorrading en technici houden voertuigen en ander materieel operationeel.

    Tijdens het Zomeroffensief krijgen bezoekers onder meer te zien hoe een militair veldhospitaal functioneert en hoe bevoorrading tijdens een missie verloopt. Ook de rol van logistieke voertuigen komt uitgebreid aan bod.

    Volgens conservator Alfred Staarman bepaalt juist deze ondersteuning voor een belangrijk deel of een militaire missie succesvol kan verlopen. Het museum wil bezoekers daarom niet alleen spektakel voorschotelen, maar ook laten zien wat er achter de schermen gebeurt.

    Leopard 1 in actie

    Toch hoeven liefhebbers van zwaar materieel zich bepaald niet te vervelen. Tijdens de tankshow komen verschillende historische tanks en gevechtsvoertuigen in actie.

    Zo demonstreert het NMM onder meer een Leopard 1-gevechtstank, een Leopard 1-genietank en een Leopard 1-brugleggende tank. Daarnaast komen gastvoertuigen uit binnen- en buitenland naar Soesterberg, waaronder materieel van het Belgische War Heritage Institute.

    Ook in de lucht valt genoeg te bekijken. Op het buitenterrein staan onder meer een F-4 Phantom en een F-100 Super Sabre opgesteld.

    Re-enactment en robots

    Het programma combineert militaire geschiedenis met moderne technologie. Re-enactmentgroep Peloton 3-2 verzorgt een demonstratie met oefenmunitie, terwijl Milrem Robotics het onbemande rupsvoertuig THeMIS demonstreert.

    Ook de vier krijgsmachtdelen presenteren zich met militairen, voertuigen en materieel. Bezoekers kunnen daardoor kennismaken met verschillende onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht en hun werkzaamheden.

    Een bijzondere mogelijkheid biedt het normaal gesloten depot. Tijdens het evenement kunnen bezoekers daar een kijkje nemen en objecten uit de collectie bekijken die doorgaans niet voor publiek toegankelijk zijn.

    Ook voor jonge bezoekers

    Het NMM richt zich tijdens het Zomeroffensief niet alleen op militaire liefhebbers. Voor kinderen en jongeren organiseert het museum een speciaal activiteitenprogramma.

    Jonge bezoekers kunnen hun vaardigheden testen op een hindernisbaan, zelf een mini-jeep besturen en kennismaken met de vier krijgsmachtdelen. Voor deelnemers ligt bovendien een beloning klaar.

    Praktische informatie

    Soesterberg Zomeroffensief 2026 vindt plaats op zaterdag 29 en zondag 30 augustus van 10.00 tot 17.00 uur bij het Nationaal Militair Museum op de voormalige Vliegbasis Soesterberg.

    Locatie: Nationaal Militair Museum, Verlengde Paltzerweg 1, 3768 MX Soest.

    Tickets en actuele informatie zijn te vinden via NMM.nl.

    Het NMM behoort tot de drie Koninklijke Defensiemusea in Nederland. Het museum wil bezoekers laten kennismaken met de militaire geschiedenis van Nederland en benadrukt daarbij dat vrijheid en vrede niet vanzelfsprekend zijn. Tijdens het Zomeroffensief krijgen bezoekers daar een wel heel tastbare demonstratie van – inclusief ronkende motoren, rupsbanden en een kijkje achter de schermen.

  • Verborgen soldaat keert na eeuwen terug op schilderij van Pieter de Hooch

    Verborgen soldaat keert na eeuwen terug op schilderij van Pieter de Hooch

    Een mysterieuze soldaat is na eeuwen weer zichtbaar op een schilderij van de Delftse meester Pieter de Hooch. Dankzij een uitgebreide restauratie heeft het Mauritshuis de verdwenen figuur grotendeels teruggebracht op Een binnenplaats met een rokende man en een drinkende vrouw (ca. 1658-1660). De restauratie stelde het museum voor een bijzonder dilemma: moest de soldaat opnieuw verdwijnen, volledig worden teruggebracht of slechts als een vage schim zichtbaar blijven?

    Het schilderij is vanaf vandaag tijdelijk te zien in zaal 15 van het Mauritshuis.

    Verdwenen hoofdpersoon

    Op het schilderij zijn een rokende man, een drinkende vrouw en een kind te zien op een karakteristieke Hollandse binnenplaats. Oorspronkelijk maakte echter ook een soldaat in harnas deel uit van het gezelschap. Hij zat tussen de man en de vrouw, met een bierpul in zijn hand, maar werd ergens in de afgelopen eeuwen overschilderd.

    Tijdens eerdere restauraties kwam de verborgen figuur al gedeeltelijk aan het licht. Dat bracht het Mauritshuis voor een lastige keuze. Uiteindelijk besloot het museum de oorspronkelijke compositie van Pieter de Hooch zoveel mogelijk te herstellen.

    Drinkspel krijgt oorspronkelijke betekenis terug

    De restauratie veranderde ook de betekenis van het schilderij. Lange tijd leek het tafereel een rustige ontmoeting tussen een man en een vrouw. Uit vergelijking met een vrijwel identieke versie in de National Gallery of Art in Washington blijkt echter dat de scène een drinkspel uitbeeldt.

    Op dat schilderij glimlacht de soldaat naar de vrouw terwijl zij uit een zogenoemd pasglas drinkt. Zij moet het glas steeds verder leegdrinken tot aan de volgende markering. Door het verdwijnen van de soldaat ging die verhaallijn grotendeels verloren.

    Bewuste tussenoplossing

    Restauratoren Sabrina Meloni en Abbie Vandivere kozen ervoor de soldaat niet volledig te reconstrueren. In de afgelopen 360 jaar zijn de kleuren van beide schilderijen namelijk verschillend verouderd. Een volledig gereconstrueerde soldaat zou daardoor te veel de aandacht trekken.

    Daarom is gekozen voor een subtielere reconstructie, waarbij de figuur duidelijk zichtbaar is, maar minder gedetailleerd dan in het schilderij uit Washington. Bovendien is de restauratie volledig reversibel, zodat toekomstige restauratoren de aangebrachte retouches weer kunnen verwijderen.

    Mysterie blijft bestaan

    Dat de soldaat ooit aanwezig was, was al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw bekend. Restaurator Martin de Wild legde de figuur destijds bloot, maakte er een zwart-witfoto van en schilderde hem vervolgens opnieuw over.

    Ondanks uitgebreid technisch onderzoek, waaronder Macro-XRF-scans, blijft onduidelijk wie de soldaat heeft laten verdwijnen en waarom. Wel staat vast dat Pieter de Hooch zelf daar niet verantwoordelijk voor was.

    Uit historische bronnen blijkt dat de soldaat al vóór 1833 van het schilderij was verdwenen. Omdat het werk sinds 1822 deel uitmaakte van een Londense collectie, moet de overschildering ergens tussen circa 1660 en het begin van de negentiende eeuw hebben plaatsgevonden.

    Tijdelijk te zien

    Het gerestaureerde schilderij hangt tot de tijdelijke sluiting van het Mauritshuis, van 24 augustus tot en met 20 september, in zaal 15 van het museum. Daarna reist het werk naar Madrid voor de tentoonstelling Mauritshuis ♥ Thyssen-Bornemisza, waar het opnieuw voor publiek te zien zal zijn.

  • Koning Redbad droomde al een eeuw vóór de Vikingen over Walhalla

    Koning Redbad droomde al een eeuw vóór de Vikingen over Walhalla

    Nieuw Nederlands-Duits onderzoek naar koning Redbad werpt een verrassend nieuw licht op de vroege geschiedenis van Frisia én op de oorsprong van het mythische Walhalla. Onderzoekers hebben aanwijzingen gevonden dat een achtste-eeuws lied al een beschrijving bevat van Walhalla, ruim honderd jaar eerder dan de oudst bekende vermelding uit de negende eeuw.

    De ontdekking maakt deel uit van het internationale REDBAD-project, dat de geschiedenis van de Friese koning vanuit een nieuw, Germaans perspectief onderzoekt.

    Droom over Woden

    Onderzoeker Han Nijdam van de Fryske Akademy ontdekte tijdens zijn onderzoek een lied dat verborgen zat in een eeuwenoude tekst over Redbad. Volgens de onderzoekers spreekt de Friese koning daarin zelf.

    Het lied beschrijft hoe de oude en zieke Redbad twijfelt of hij zich moet laten dopen, terwijl het christendom steeds verder oprukt in Frisia. In een droom verschijnt de god Woden aan hem. Die spoort de koning aan trouw te blijven aan het oude geloof en belooft hem als beloning een schitterend hiernamaals: Walhalla.

    Als deze interpretatie klopt, is dit de vroegst bekende verwijzing naar Walhalla en verschuift de oorsprong van dit beroemde begrip ongeveer een eeuw verder terug in de tijd dan tot nu toe werd aangenomen.

    Nieuw licht op de dooplegende

    De ontdekking biedt volgens de onderzoekers ook een nieuwe verklaring voor de bekende legende waarin Redbad vlak voor zijn doop zijn voet uit het doopvont terugtrekt.

    Die gebeurtenis staat beschreven in de Vita Wulframni, de levensbeschrijving van de heilige Wulfram. Volgens de onderzoekers is de volgorde van de gebeurtenissen in die christelijke tekst waarschijnlijk omgedraaid.

    Wanneer eerst de droom over Woden plaatsvindt en daarna pas de mislukte doop, ontstaat een logischer verhaal. Redbad weet dan al welk hiernamaals hem wacht als hij trouw blijft aan zijn eigen geloof en besluit daarom af te zien van de doop.

    Scandinavische bronnen ondersteunen theorie

    De onderzoekers vergeleken het gereconstrueerde verhaal met Oudnoorse gedichten waarin dromen, Odin en Walhalla eveneens een belangrijke rol spelen. Die vergelijking laat zien dat het Friese verhaal goed past binnen een bredere Noordse traditie van sterfbedvisioenen en koningsverhalen.

    Friese koning machtiger dan gedacht

    Het onderzoek schetst bovendien een nieuw beeld van Redbads koningschap. Waar historici hem lange tijd vooral bekeken vanuit christelijk-Frankische bronnen, is hij nu onderzocht vanuit een vergelijkend Germaans perspectief.

    Daaruit komt een sacrale koning naar voren die religieuze rituelen en offers leidde. Ook blijkt dat het Friese rijk waarschijnlijk veel groter en invloedrijker was dan vaak werd aangenomen. Volgens de onderzoekers strekte het rijk zich op zijn hoogtepunt uit van de Belgische kust tot Denemarken en reikte het zuidwaarts tot het rivierengebied rond Utrecht. Regionale leiders erkenden Redbad daarbij als overkoning.

    Tentoonstelling vanaf september

    De nieuwe onderzoeksresultaten vormen een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling ‘Redbad: de legendarische koning’, die van 5 september 2026 tot en met 7 februari 2027 te zien is in het Fries Museum. Daarna verhuist de tentoonstelling naar het Ostfriesisches Landesmuseum in Emden.

    De wetenschappelijke onderbouwing verschijnt in februari 2027 in de bundel Sacral Kingship: A Song of Redbad and Woden, geschreven door Han Nijdam, Ewoud van Aalst, Petter Jensen, Arjan Sterken en Hilbert Vinkenoog.

    Europees onderzoeksproject

    Het REDBAD-project is een Nederlands-Duitse samenwerking van archeologen, historici, musea en onderwijsinstellingen en wordt mede mogelijk gemaakt door het Interreg VI-programma Deutschland-Nederland. Naast de tentoonstelling omvat het project een wetenschappelijke publicatie, een publieksboek, lesmateriaal en het historische rollenspel Mythwatch: The Age of Redbad.

    Met de nieuwe bevindingen hopen de onderzoekers een beter beeld te geven van de vroegste geschiedenis van Frisia, een periode waarover slechts weinig geschreven bronnen zijn overgeleverd.

  • Kunstmuseum Den Haag toont tentoonstelling over Delfts Blauw

    Kunstmuseum Den Haag toont tentoonstelling over Delfts Blauw

    Van eeuwenoude tulpenvazen tot haute couture, van LEGO tot Valentino: Kunstmuseum Den Haag opent met ‘Blauw van jou – de magie van Delfts aardewerk’ de grootste meerjarige tentoonstelling ooit over Delfts Blauw. Met bijna duizend objecten vertelt het museum hoe vier eeuwen vakmanschap uitgroeiden tot een wereldwijd designicoon dat nog altijd inspireert.

    De tentoonstelling laat zien dat Delfts Blauw veel meer is dan traditioneel Hollands servies. Het eeuwenoude aardewerk blijkt verrassend actueel en vormt nog steeds een inspiratiebron voor kunstenaars, ontwerpers, ambachtslieden en modehuizen.

    Duizend objecten vertellen vier eeuwen geschiedenis

    Kunstmuseum Den Haag beschikt over een van de grootste collecties Delfts Blauw ter wereld. Een groot deel daarvan krijgt de komende jaren een vaste plaats in de nieuwe presentatie.

    Onder leiding van conservator Suzanne Lambooy en culinair auteur en televisiepersoonlijkheid Janny van der Heijden, die als co-conservator aan het project meewerkte, ontstaat een veelzijdig verhaal over vakmanschap, cultuur en internationale invloeden.

    De tentoonstelling combineert historische topstukken met hedendaagse kunst, design, textiel, mode en volkskunst. Bezoekers ontdekken hoe klassieke blauw-witte motieven terugkeren in borduurwerk, vilten objecten, tuftkunst en zelfs op sociale media.

    De schoonheid van imperfectie

    Volgens conservator Suzanne Lambooy schuilt juist in de kleine onvolkomenheden de charme van Delfts aardewerk.

    In tegenstelling tot Chinees porselein, dat vaak wordt bewonderd om zijn perfectie, tonen bakfoutjes, kleine barstjes en oneffenheden in het glazuur dat Delfts aardewerk met de hand is gemaakt. Juist die menselijke sporen geven de objecten volgens haar hun blijvende aantrekkingskracht.

    Van gebruiksvoorwerp tot designklassieker

    De tentoonstelling maakt duidelijk dat Delfts Blauw nooit uitsluitend als pronkstuk werd gemaakt. Borden, schalen, tegels en vazen maakten eeuwenlang deel uit van het dagelijks leven.

    Janny van der Heijden benadrukt dat juist die combinatie van schoonheid en functionaliteit het aardewerk tijdloos maakt. Of het nu gaat om een eenvoudig bord of een rijk versierde tulpenvaas: overal is de hand van de maker zichtbaar.

    De IKEA van de Gouden Eeuw

    Opvallend is de vergelijking die de tentoonstelling trekt met het Zweedse woonwarenhuis IKEA. In de zeventiende eeuw was Delfts aardewerk namelijk relatief betaalbaar en bereikbaar voor een breed publiek.

    Het bood gezinnen de mogelijkheid om hun huis stijlvol in te richten met servies, tegels en decoratieve objecten. Daarmee democratiseerde het design al eeuwen voordat dat begrip bestond.

    Een Hollands product met internationale wortels

    Hoewel Delfts Blauw als typisch Nederlands wordt gezien, laat de tentoonstelling zien dat het ontstaan ervan nauw verbonden is met internationale handel en culturele uitwisseling.

    Vanaf de zeventiende eeuw vormde het aardewerk een betaalbaar alternatief voor kostbaar Chinees porselein. Tegelijkertijd vertellen de objecten verhalen over wereldhandel, migratie en koloniale geschiedenis.

    Ook thema’s als chinoiserie, slavernij, gender en culturele beïnvloeding krijgen een plaats in de tentoonstelling. Daarmee plaatst het museum Delfts Blauw nadrukkelijk in een internationale context.

    Ambacht leeft voort

    Een belangrijk onderdeel van Blauw van jou is de aandacht voor hedendaags vakmanschap. Naast historische stukken toont de tentoonstelling werk van moderne makers die traditionele technieken en motieven opnieuw interpreteren.

    In samenwerking met ROC Mondriaan laat het museum bovendien zien hoe ambachtelijke kennis wordt doorgegeven aan een nieuwe generatie vakmensen.

    Met bijna duizend objecten, vier eeuwen geschiedenis en verrassende verbindingen tussen kunst, design, mode en dagelijks leven laat Blauw van jou zien dat Delfts Blauw geen nostalgisch erfgoed is, maar een levend cultureel fenomeen dat zich al vierhonderd jaar blijft vernieuwen.

  • Keramiekmuseum Princessehof eert studioZAND met tentoonstelling en Van Achterberghprijs

    Keramiekmuseum Princessehof eert studioZAND met tentoonstelling en Van Achterberghprijs

    Keramiekmuseum Princessehof presenteert vanaf 4 juli 2026 een tentoonstelling gewijd aan studioZAND, winnaar van de Van Achterberghprijs 2026. Met de expositie zet het museum een van de meest invloedrijke keramiekateliers van Nederland in de schijnwerpers. De tentoonstelling is te bezoeken tot en met 10 januari 2027.

    De Van Achterberghprijs wordt eens in de twee jaar toegekend aan een persoon of instelling die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van de keramische kunst in Nederland. Volgens de jury verdient studioZAND deze erkenning vanwege de belangrijke rol die het atelier al meer dan twee decennia speelt binnen de Nederlandse keramiekwereld.

    Overzicht van ruim twintig jaar vakmanschap

    De tentoonstelling biedt een breed overzicht van het werk van studioZAND. Bezoekers maken kennis met vroege ontwerpen, recente creaties en gezamenlijke projecten van oprichters Frans Ottink en Erna Huppelschoten. Daarnaast toont het museum objecten die in het atelier zijn vervaardigd voor en samen met andere ontwerpers.

    Met deze selectie schetst het Princessehof niet alleen de ontwikkeling van het atelier zelf, maar ook de invloed die studioZAND heeft gehad op de bredere ontwerp- en keramieksector.

    Ontwerpers met een gedeelde passie voor keramiek

    StudioZAND werd in 2003 opgericht door Frans Ottink en Erna Huppelschoten in Amersfoort.

    Ottink bouwde daarvoor al een reputatie op als ontwerper van porseleinen serviezen, gekenmerkt door heldere vormen, verfijnde lijnen en subtiele details. Huppelschoten ontwikkelde zich als sieraadontwerper en werkte met uiteenlopende materialen, waaronder zilver en porselein.

    Samen creëerden zij een atelier waarin autonoom werk, productontwikkeling en kennisdeling hand in hand gaan. Naast hun eigen projecten ondersteunen zij al jarenlang zowel jonge ontwerpers als gevestigde namen binnen het vakgebied.

    Waardering voor een blijvende bijdrage

    De Van Achterberghprijs geldt als een van de belangrijkste onderscheidingen binnen de Nederlandse keramiekwereld. De prijs werd ingesteld door de stichting Van Achterbergh-Domhof, opgericht door keramiekkenner en verzamelaar Jacob van Achterbergh (1928-2009).

    Met de prijs wil de stichting bijdragen aan de ontwikkeling en zichtbaarheid van keramische kunst en toegepaste kunsten in Nederland.

    De winnaar ontvangt een geldbedrag van 15.000 euro en krijgt daarnaast een solotentoonstelling in Keramiekmuseum Princessehof.

    De officiële prijsuitreiking vindt plaats op 26 september 2026 in de Grote Kerk in Leeuwarden.

    Keramiek als verbindende kracht

    Met de tentoonstelling onderstreept Keramiekmuseum Princessehof het belang van ateliers die niet alleen zelf vernieuwend werk produceren, maar ook fungeren als inspirerende ontmoetingsplaatsen voor makers en ontwerpers.

    De expositie laat zien hoe studioZAND in de afgelopen jaren heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van hedendaagse keramiek in Nederland. Daarbij staan vakmanschap, samenwerking en experiment centraal.

    De tentoonstelling Van Achterberghprijs 2026: studioZAND is van 4 juli 2026 tot en met 10 januari 2027 te zien in Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden.

  • Zomer in Teylers: Activiteiten voor het Gezin

    Zomer in Teylers: Activiteiten voor het Gezin

    Tijdens de zomervakantie verandert Teylers Museum opnieuw in een bruisende ontmoetingsplek voor nieuwsgierige bezoekers van alle leeftijden. Van 4 juli tot en met 30 augustus staat het oudste museum van Nederland volledig in het teken van wetenschap, ontdekking en familieactiviteiten. Met rondleidingen, workshops, demonstraties, theater en een gloednieuwe escape game biedt het museum een gevarieerd programma voor jong en oud.

    Dit jaar vormt wetenschap de rode draad van het evenement. Daarmee sluit het programma naadloos aan bij de rijke geschiedenis van het museum, dat sinds zijn oprichting een centrum is voor kennis, onderzoek en verwondering.

    Ontdekkingsreis door wetenschapsgeschiedenis

    Teylers Museum herbergt niet alleen schilderijen en tekeningen, maar ook een indrukwekkende verzameling fossielen, mineralen, boeken en historische wetenschappelijke instrumenten. Vooral de beroemde Ovale Zaal uit 1784 vormt het decor voor verhalen over experimenten en ontdekkingen die de wereld veranderden.

    Bezoekers kunnen deze zomer kennismaken met de geschiedenis van natuurkundig onderzoek in Nederland. Zo is een levensgrote replica van de beroemde Elektriseermachine te zien, waarmee demonstraties worden gegeven. Ooit reisde zelfs Napoleon naar Haarlem om de originele machine in actie te zien.

    Rondleiders vertellen tijdens speciale tours over de bijzondere apparaten die eeuwenlang werden gebruikt om natuurverschijnselen te onderzoeken en te verklaren.

    Nieuwe escape game: Bel me!

    Een van de blikvangers van het zomerprogramma is de nieuwe familie-escape game Bel me!.

    In dit interactieve avontuur volgen gezinnen de mysterieuze sporen van de fictieve wetenschapper Cornelis Communicatium, die ooit in het museum werkte aan een bijzondere uitvinding om contact te leggen met mensen uit het verleden.

    Aan de hand van raadselachtige aantekeningen ontdekken deelnemers hoe geluid werkt en hoe communicatie zich door ruimte en tijd kan verplaatsen. Tijdens de speurtocht door het museum lossen bezoekers verschillende opdrachten op en leren zij spelenderwijs meer over natuurkundige principes.

    Verborgen plekken achter de schermen

    Naast de vaste collectie krijgen bezoekers toegang tot ruimtes die normaal gesproken niet toegankelijk zijn voor publiek.

    Zo kunnen zij deelnemen aan rondleidingen door de historische bibliotheek, een van de meest sfeervolle plekken van het museum. Ook de sterrenwacht boven op de Ovale Zaal opent haar deuren. Vanaf dit hoogste punt van het museum krijgen bezoekers een uniek uitzicht over Haarlem.

    Een andere familierondleiding voert naar een opmerkelijk object: het topje van de Mont Blanc. Het museum bezit gesteentemonsters die afkomstig zijn van de hoogste berg van West-Europa. Tijdens de rondleiding maken bezoekers kennis met de experimenten van de achttiende-eeuwse natuuronderzoeker Horace de Saussure, die pionierswerk verrichtte op grote hoogte.

    Theater, tekenen en creativiteit

    Ook liefhebbers van kunst en cultuur komen volop aan hun trekken. De locatietheatervoorstelling De Lorentz Formule vertelt het verhaal van Nobelprijswinnaar Hendrik Antoon Lorentz, die jarenlang een laboratorium in het museum had en er onder meer Albert Einstein ontving.

    Daarnaast kunnen bezoekers deelnemen aan creatieve workshops. Kinderen maken een eigen caleidoscoop tijdens de workshop Kunst en Vliegwerk, leren tekenen of luisteren naar voorleesmomenten met wetenschappelijke kinderboeken in Pieter Teylers Huis.

    Wie liever zelfstandig op ontdekking gaat, kan kiezen voor de Teylers in 30 minuten-topstukkentour of de nieuwe Blikvangers-kaarten gebruiken om op een speelse manier bijzondere objecten uit de collectie te onderzoeken. Voor kinderen is er bovendien een speciale speurtocht beschikbaar.

    Feestelijke opening op 4 juli

    De aftrap van Zomer in Teylers vindt plaats op 4 juli met een speciaal programma. Bezoekers kunnen deelnemen aan de familiewetenschapsquiz Kwis dit niet?! en kennismaken met de bewegende dinosaurus van kunstenaar Roman Moonen.

    Daarnaast geeft wetenschapsillustrator Inge van Noortwijk demonstraties wetenschappelijk tekenen tussen de fossielen uit de museumcollectie.

    Praktische informatie

    Zomer in Teylers loopt van 4 juli tot en met 30 augustus. Het museum is dagelijks geopend van 10.00 tot 17.00 uur. Deelname aan alle activiteiten is gratis voor museumbezoekers. Op de dag van bezoek kunnen deelnemers een voucher ophalen, zolang de voorraad strekt.

    Voor toegang tot de activiteiten is wel een geldig entreeticket voor het museum vereist.

    Met een programma vol wetenschap, geschiedenis, kunst en avontuur biedt Teylers Museum deze zomer een inspirerende bestemming voor families die spelenderwijs willen ontdekken hoe nieuwsgierigheid de wereld heeft gevormd.