Maand: oktober 2026

  • À-la-carte? Nee meneer, de chef heeft al besloten

    À-la-carte? Nee meneer, de chef heeft al besloten

    Waarom je in steeds meer sterrenrestaurants niet meer zelf mag kiezen wat je eet, maar verplicht wordt deel te nemen aan een culinair programma waar je vooral veel voor betaalt. Over verplichte verrassingsmenu’s, gastronomische gehoorzaamheid en foodie-zelfbedrog.

    Er was een tijd dat je in een restaurant een menukaart kreeg.

    Daar stonden gerechten op. Je las wat je lekker vond, koos een voorgerecht, een hoofdgerecht en eventueel een dessert. De ober noteerde je bestelling en de kok ging aan het werk.

    Een prachtig systeem.

    Het heette gastvrijheid.

    Maar in steeds meer sterrenrestaurants is dat ouderwetse gebruik afgeschaft. Daar krijg je tegenwoordig geen menukaart meer, maar een mededeling.

    “Wij serveren uitsluitend ons achtgangenmenu.”

    Pardon?

    “Iedere avond neemt onze chef u mee op een culinaire ontdekkingsreis.”

    Dat klinkt prachtig. Alleen heb ik helemaal geen reis geboekt. Ik wilde gewoon lekker eten.

    En bij voorkeur zelf bepalen wat.

    Afbeelding gegenereerd met AI.

    De chef is tegenwoordig de baas

    Vroeger was de klant koning. Tegenwoordig is de chef een soort culinair dictator met een pincet.

    Hij bepaalt wat je eet, hoeveel je krijgt, in welke volgorde en hoelang je daarover doet.

    Je mag nog net zelf kiezen of je plat of bruisend water wilt.

    Hoewel ik vermoed dat ook die vrijheid binnenkort verdwijnt.

    “Onze sommelier heeft voor u een zorgvuldig opgebouwd waterarrangement samengesteld.”

    Voor slechts negenentwintig euro vijftig.

    Exclusief bruis.

    Het verplichte menu wordt natuurlijk verkocht als een unieke gastronomische ervaring.

    De chef wil zijn verhaal vertellen.

    Dat begrijp ik.

    Maar waarom moet ik daar zes uur naar luisteren terwijl ik eigenlijk gewoon trek heb in gebakken zeetong?

    Afbeelding gegenereerd met AI.

    Inflatie met een Michelinster

    Natuurlijk zijn de kosten in de horeca gestegen.

    Personeel, energie, huur, ingrediënten. Allemaal waar.

    En een goede chef verdient een fatsoenlijke beloning.

    Maar het vaste menu heeft voor het restaurant ook bijzonder aantrekkelijke voordelen.

    De keuken weet precies wat er bereid moet worden. De inkoop wordt overzichtelijker, verspilling kan worden beperkt en de personeelsplanning wordt eenvoudiger.

    Allemaal uitstekend.

    Alleen wordt dat bedrijfseconomische gemak aan tafel gepresenteerd als een artistieke noodzaak.

    “Onze chef wil u zijn volledige culinaire visie laten ervaren.”

    Vertaling:

    Wij koken vanavond voor iedereen hetzelfde.

    En u betaalt ervoor.

    Het mooiste is dat het achtgangenmenu vaak begint bij honderdvijftig euro, waarna de wijnarrangementen, het aperitief, het water en de koffie nog moeten komen.

    Voor je het weet heb je tweehonderdvijftig euro uitgegeven aan een avond waarop niemand heeft gevraagd waar je eigenlijk zin in had.

    Dat noemen we tegenwoordig beleving.

    Vroeger heette dat gewoon duur uit eten.

    Afbeelding gegenereerd met AI.

    De culinaire gijzeling

    Het probleem is niet dat een chef een prachtig menu samenstelt.

    Integendeel.

    Een goed opgebouwd menu kan fantastisch zijn. Smaken versterken elkaar, gerechten volgen elkaar logisch op en de keuken laat zien wat ze in huis heeft.

    Maar waarom moet dat verplicht?

    Waarom mag iemand die alleen een mooie tarbot wil eten niet gewoon een mooie tarbot bestellen?

    Omdat dat niet past binnen het concept.

    Het concept!

    Dat is tegenwoordig het heiligste woord in de gastronomie.

    De klant moet zich aanpassen aan het concept.

    Niet andersom.

    Je zit dus om halfelf ’s avonds nog te wachten op gang zeven: een minuscuul stukje duif met gefermenteerde dennennaalden en een saus van iets wat drie weken onder de grond heeft gelegen.

    En iedereen knikt bewonderend.

    Want niemand wil toegeven dat hij inmiddels liever een uitsmijter zou bestellen.

    Afbeelding gegenereerd met AI.

    Foodie-zelfbedrog

    Het wonderlijkste vind ik de klanten die dit allemaal geweldig noemen.

    “Wat een fantastische reis door de smaken!”

    Welke reis?

    Je hebt vier uur op een stoel gezeten en negen keer een ober zien aankomen met een bord waarop minder lag dan op een gemiddeld proeflepeltje.

    Maar omdat er een Michelinster boven de deur hangt, durft niemand te zeggen dat hij liever zelf had gekozen.

    Dat zou immers getuigen van onvoldoende gastronomisch inzicht.

    Dus glimlachen we.

    We bewonderen de schuimpjes.

    We fotograferen de kruimels.

    En we vertellen de volgende ochtend dat het een onvergetelijke ervaring was.

    Dat klopt.

    Vooral de rekening vergeet je niet.

    Afbeelding gegenereerd met AI.

    De rekening is wél à-la-carte

    Begrijp me goed.

    Ik bewonder chefs die met vakmanschap, creativiteit en goede producten iets bijzonders neerzetten.

    Maar echte gastvrijheid begint niet bij de visie van de chef.

    Die begint bij de wensen van de klant.

    Geef mij daarom gewoon weer een menukaart.

    Met keuzes.

    Met gerechten.

    En met de mogelijkheid om na twee gangen tevreden naar huis te gaan.

    Want als ik honderdvijftig euro moet betalen om verplicht te eten wat iemand anders voor mij heeft bedacht, dan noem ik dat geen culinaire vrijheid.

    Dan noem ik dat een gastronomisch abonnement zonder opzegmogelijkheid.

    En het ergste?

    Bij de rekening mag je ineens wél zelf kiezen.

    Of je vijftien, twintig of vijfentwintig procent fooi wilt geven.

    Tot de volgende afdronk.

  • Fransen willen minder plastic, maar wel vers fruit

    Fransen willen minder plastic, maar wel vers fruit

    Franse consumenten willen minder plastic verpakkingen voor groenten en fruit, maar niet ten koste van de kwaliteit. Bescherming, zichtbaarheid en recyclebaarheid spelen een belangrijke rol bij hun aankoopbeslissingen. Dat blijkt uit onderzoek van FranceAgriMer en Interfel, dat in september 2026 verscheen.

    Onderzoeksbureau Topo Lab onderzocht hoe Franse consumenten denken over alternatieve verpakkingen voor verse groenten en fruit. In februari 2026 organiseerde het bureau groepsgesprekken in Montpellier en Lyon. In mei volgde een online enquête onder duizend Franse volwassenen.

    Bescherming belangrijker dan plasticvrij

    De onderzoekers vroegen consumenten welke eigenschappen zij belangrijk vinden bij verpakkingen. Bescherming van het product eindigde bovenaan, gevolgd door vertrouwen in de kwaliteit, recyclebaarheid en het vermijden van plastic.

    Consumenten willen dus minder verpakkingsafval, maar verwachten tegelijkertijd dat groenten en fruit tijdens transport en opslag goed beschermd blijven.

    Het onderzoek onderscheidt drie groepen: 24 procent milieubewuste consumenten, 46 procent kritische pragmatici en 30 procent consumenten die minder waarde hechten aan milieuaspecten.

    Vooral de grootste groep zoekt een evenwicht tussen duurzaamheid en gebruiksgemak.

    Plastic blijft praktisch

    Plastic heeft volgens het onderzoek een imagoprobleem. Consumenten waarderen de transparantie, stevigheid en hygiëne, maar associëren het materiaal met milieubelasting.

    Van zeven geteste verpakkingsalternatieven kreeg het traditionele plastic bakje de laagste gemiddelde aankoopintentie: 4,2 op een schaal van zeven.

    Daarnaast noemde 42 procent de beperkte milieuvriendelijkheid als belangrijkste nadeel.

    Toch betekent dit niet dat consumenten plastic zonder meer willen vervangen. Alternatieven moeten minstens dezelfde bescherming bieden.

    Papier en cellulose scoren goed

    Een papieren zak met een transparant venster van cellulosehydraat behaalde de hoogste aankoopintentie: 5,5 op zeven. Een netverpakking van cellulose volgde met 5,3.

    Ook kartonnen verpakkingen kregen positieve beoordelingen. Consumenten waarderen hun vertrouwde uitstraling en recyclebaarheid.

    Maar niet iedere oplossing werkt even goed. Papieren zakken beschermen kwetsbare producten onvoldoende, terwijl sommige celluloseverpakkingen sterk op plastic lijken.

    Bij kartonnen bakjes vormt de beperkte zichtbaarheid een probleem. Zo vond 30 procent van de ondervraagden dat een geperforeerd kartonnen bakje onvoldoende zicht bood op de inhoud.

    Niet iedere groente vraagt dezelfde verpakking

    Volgens de onderzoekers bestaat er geen universele vervanger voor plastic.

    Aardbeien hebben bijvoorbeeld meer bescherming nodig dan uien of wortelen. Voor stevige groenten kan een netverpakking volstaan, terwijl kwetsbaar fruit eerder een beschermend bakje nodig heeft.

    Producenten moeten daarom per product bepalen welke verpakking het beste aansluit bij de eigenschappen ervan.

    Duidelijke informatie overtuigt

    Consumenten waarderen concrete milieu-informatie meer dan algemene duurzaamheidsclaims.

    Informatie over recyclebaarheid kreeg van 54 procent een hoge beoordeling. Vermeldingen over minder plastic en de materiaalsamenstelling scoorden beide 51 procent. Informatie over minder verpakkingsafval volgde met 50 procent.

    Een vermelding van de CO₂-voetafdruk kreeg met 43 procent minder waardering.

    De onderzoekers adviseren producenten daarom duidelijk uit te leggen waaruit verpakkingen bestaan en hoe consumenten deze kunnen recyclen.

    Minder plastic vraagt om maatwerk

    Het onderzoek laat zien dat Franse consumenten openstaan voor alternatieven, zolang die de kwaliteit van verse producten beschermen.

    De studie onderzoekt consumentenvoorkeuren en aankoopintenties, niet de daadwerkelijke milieubelasting van verpakkingsmaterialen. Papier of cellulose is dus niet automatisch duurzamer dan plastic.

    Voor de groente- en fruitsector ligt de uitdaging bij het combineren van productbescherming, gebruiksgemak en minder verpakkingsafval.

    Want een plasticvrij bakje aardbeien klinkt aantrekkelijk, maar niemand zit te wachten op een milieuvriendelijke verpakking vol geplet fruit.

  • Duitse wijnoogst 2026: vroeg, klein en veelbelovend

    Duitse wijnoogst 2026: vroeg, klein en veelbelovend

    Duitse wijnproducenten kijken terug op een uitzonderlijk vroege oogst. Ondanks hitte, droogte en plaatselijke hagelschade spreken aangesloten wijnbedrijven van het Verband Deutscher Prädikatsweingüter (VDP) over gezonde druiven en een hoge kwaliteit. De opbrengsten vallen in verschillende wijngebieden lager uit. Of 2026 daadwerkelijk een topjaar voor Duitse wijn wordt, moet blijken wanneer de jonge wijnen zich verder ontwikkelen.

    De Duitse druivenoogst begon dit jaar in sommige gebieden al in augustus. Daarmee zet de vervroeging van het oogstseizoen zich voort. Vooral de warme en droge zomer versnelde de rijping.

    Volgens het VDP, de vereniging van Duitse kwaliteitswijnproducenten, leverden de wijngaarden over het algemeen kleine, geconcentreerde druiven op. Opvallend is dat veel producenten ondanks de hoge temperaturen spreken van voldoende frisse zuren.

    Dat biedt volgens hen gunstige vooruitzichten voor de balans tussen rijp fruit, concentratie en frisheid.

    Oogst begint weken eerder dan vroeger

    VDP-voorzitter Steffen Christmann wijst op de structurele verschuiving van het oogstseizoen.

    Waar wijnboeren in de Pfalz vroeger vaak van begin oktober tot november oogstten, beginnen zij tegenwoordig regelmatig al eind augustus. Volgens Christmann is de oogst daarmee ongeveer vijf tot zes weken naar voren geschoven.

    De wijnbouw heeft zich aan die omstandigheden aangepast. Producenten besteden meer aandacht aan bodembeheer, waterhuishouding en het juiste oogstmoment.

    Toch brengt de vroege ontwikkeling ook risico’s met zich mee. Wanneer wijnstokken in het voorjaar eerder uitlopen, neemt hun kwetsbaarheid voor late nachtvorst toe.

    Droogte en hagel zorgen voor regionale verschillen

    Het groeiseizoen begon volgens het VDP gunstig, met voldoende winterneerslag en relatief weinig vorstschade. Daarna volgden een vroege bloei en een warme zomer met langdurige droge perioden.

    Plaatselijke regenval in augustus bracht verlichting, maar niet overal ontsnapten de wijngaarden aan schade.

    Vooral in de zuidelijke Pfalz en rond de Kaiserstuhl veroorzaakten hagelbuien aanzienlijke verliezen. Sommige bedrijven verloren druiven op afzonderlijke percelen, terwijl enkele producenten volgens het VDP zelfs hun volledige oogst zagen mislukken.

    De verschillen tussen wijngebieden en individuele bedrijven blijven daardoor groot.

    Baden en Pfalz melden gezonde druiven

    In Baden begonnen sommige producenten volgens het VDP al op 12 augustus met oogsten. Veel bedrijven rondden de pluk binnen drie tot vier weken af.

    De combinatie van een beperkte hoeveelheid druiven en een goede gezondheid van het fruit maakte een snelle oogst mogelijk.

    Producenten vergelijken de omstandigheden met warme jaren als 2015 en 2018. Zulke vergelijkingen zeggen vooral iets over het verloop van het groeiseizoen; ze vormen nog geen bewijs dat de uiteindelijke wijnen hetzelfde kwaliteitsniveau bereiken.

    Ook in de Pfalz verliep de oogst vroeg. Aan de Mittelhaardt begon de pluk halverwege augustus, terwijl wijnbedrijven in de Südpfalz later startten door verschillen in neerslag en rijping.

    Volgens de producenten bleven zowel riesling als spätburgunder ondanks de droogte goed presteren. Vooral jonge wijnstokken en wijngaarden op lichte bodems hadden moeite met de beperkte watervoorraad.

    Moezel verwacht geconcentreerde wijnen

    Aan de Moezel, Saar en Ruwer melden VDP-producenten eveneens kleinere hoeveelheden druiven.

    De wijnstokken beschikten volgens de bedrijven gedurende de zomer doorgaans over voldoende water. Dat zou hebben bijgedragen aan de goede conditie van de druiven.

    De producenten konden verschillende kwaliteitscategorieën oogsten, van basiswijnen tot druiven voor hoogwaardige droge en zoete wijnen.

    Ook de Mittelrhein rapporteert gunstige kwaliteitsverwachtingen. Daar ligt de opbrengst volgens een regionale producent ongeveer 30 procent lager dan gebruikelijk. De kleinere bessen leverden wel geconcentreerder sap op.

    Rheingau en Rheinhessen oogsten bijzonder vroeg

    In de Rheingau begon de oogst van druiven voor mousserende wijn al op 15 augustus. Producenten melden rijpe druiven met relatief stabiele zuurgehalten.

    Ook Rheinhessen kende een opvallend vroege start. Een VDP-wijnbedrijf begon op 11 augustus met plukken, volgens de producent de vroegste datum in zijn geschiedenis.

    De druiven waren gezond en vertoonden volgens het bedrijf een goede balans tussen fruit en zuren. De mostgewichten lagen wel iets hoger dan in andere jaren.

    Dat laatste kan wijzen op een hoger suikergehalte, maar het uiteindelijke alcoholpercentage hangt ook af van de keuzes tijdens de vinificatie.

    Ook Franken en Oost-Duitsland melden kleinere oogsten

    In Franken spreken producenten over een van de warmste en droogste zomers die zij hebben meegemaakt. Veel wijnbedrijven begonnen al in augustus en beëindigden de oogst rond half september.

    Ondanks de droogte verwachten zij wijnen met een gematigd alcoholgehalte.

    In Sachsen en Saale-Unstrut viel vooral de beperkte opbrengst op. Producenten melden kleine druiven met een hoge concentratie aan inhoudsstoffen.

    De laatste rieslingdruiven werden daar in de eerste week van oktober geplukt.

    Ook in Württemberg melden aangesloten wijnbedrijven een iets benedengemiddelde opbrengst. Volgens de producenten hielpen waterhoudende bodems de wijnstokken om de droge zomer te doorstaan.

    Klimaatverandering blijft een uitdaging

    De vroege oogst van 2026 past volgens het VDP in een ontwikkeling waarbij Duitse wijnproducenten steeds vaker met hogere temperaturen en extreme weersomstandigheden te maken krijgen.

    Een warm groeiseizoen kan zorgen voor rijpere druiven, maar droogte, hagel en vroege uitloop brengen ook risico’s mee.

    Bovendien reageren druivenrassen, bodems en wijngaardlocaties verschillend op die omstandigheden.

    De positieve berichten over 2026 komen daarom met een belangrijke kanttekening: een gunstige druivenkwaliteit bij de oogst betekent niet automatisch dat alle wijnen van dat jaar uitzonderlijk worden.

    Eerste indruk: kwaliteit boven kwantiteit

    De eerste berichten uit de Duitse wijngebieden wijzen op een oogstjaar met beperkte opbrengsten, gezonde druiven en veel concentratie. Vooral riesling en spätburgunder lijken volgens de VDP-producenten goed te hebben gereageerd op de omstandigheden.

    De definitieve beoordeling volgt pas na de vergisting en verdere rijping. Voorlopig presenteert het VDP 2026 als een veelbelovend wijnjaar, met grote regionale verschillen.

    Redactionele toelichting: Dit artikel is gebaseerd op het aangeleverde oogstoverzicht van het VDP. De uitspraken over druivenkwaliteit, opbrengsten en oogstdata komen van aangesloten wijnproducenten. Onafhankelijke landelijke oogstcijfers en definitieve wijnbeoordelingen ontbreken in dit overzicht. Daarom zijn de kwaliteitsverwachtingen niet als vaststaande resultaten gepresenteerd.

  • Luik verrast met een vergeten Belgisch verhaal achter het impressionisme

    Luik verrast met een vergeten Belgisch verhaal achter het impressionisme

    Vergeet even Parijs en Monet. In Luik ontdek je hoe Belgische kunstenaars mee de Europese kunstgeschiedenis veranderden. Met bijna 150 meesterwerken onthult La Boverie een verrassend verhaal over licht, kleur en artistieke rebellie.

    Algemeen overzicht. Foto: Anne Marie Jacob.

    Wie impressionisme zegt, denkt spontaan aan Frankrijk, Claude Monet en zijn beroemde schilderij Impression, soleil levant uit 1872. Maar wist je dat ook België een belangrijke rol speelde in de geboorte en ontwikkeling van deze vernieuwende kunststroming? Vanaf 9 oktober 2026 nodigt museum La Boverie in Luik je uit om die minder bekende kant van de kunstgeschiedenis te ontdekken met de tentoonstelling Het impressionisme, een Belgisch verhaal.

    De expo vormt een van de culturele blikvangers van het najaar en is extra bijzonder omdat La Boverie zijn tiende verjaardag viert. Bijna 150 meesterwerken uit Belgische en internationale collecties brengen Franse impressionistische grootmeesters en Belgische vernieuwers samen. Ook werken uit het Musée d’Orsay en het Petit Palais in Genève maken deel uit van deze artistieke ontdekkingstocht.

    Detail vissersvrouwen. Foto: Anne Marie Jacob.

    Toen Belgische kunstenaars de regels doorbraken

    In de tweede helft van de negentiende eeuw was België een jonge, economisch bloeiende natie. Ook in de kunstwereld waaide een frisse wind. Kunstenaars keerden zich af van de strenge academische regels en zochten naar een vrijere, modernere beeldtaal.

    Nieuwe kunstenaarsverenigingen en onafhankelijke tentoonstellingen boden ruimte aan experiment. De Société Libre des Beaux-Arts werd opgericht in 1868, gevolgd door de vernieuwende kunstenaarsgroep Les XX in 1884. Het tijdschrift L’Art Moderne verspreidde de ideeën van deze avant-garde.

    Zo ontstond in België een eigenzinnige vorm van impressionisme. Terwijl Franse schilders vaak experimenteerden met zuivere kleuren, legden Belgische kunstenaars meer nadruk op licht en de herkenbare werkelijkheid. Daarbij bouwden ze voort op de rijke lokale schildertraditie.

    Anna Boch Moisson-en-Flandre. Foto: Anne Marie Jacob.

    Van landschappen tot explosies van kleur

    De tentoonstelling neemt je mee door vijf fases van artistieke vernieuwing. Je ontdekt hoe de School van Tervuren het landschap uit de achtergrond haalde en tot een zelfstandig kunstonderwerp maakte. Daarna volgt de bloeiperiode van het Belgische impressionisme in de jaren 1880.

    Ook het neo-impressionisme krijgt een prominente plaats. Onder invloed van Georges Seurat en zijn pointillisme gingen kunstenaars experimenteren met kleur en licht. Rond de eeuwwisseling groeide vervolgens het luminisme, met Emile Claus als een van de belangrijkste vertegenwoordigers. Zijn schilderijen tonen hoe licht een hoofdrol kan spelen in de beleving van een landschap.

    Aan het begin van de twintigste eeuw zorgde het fauvisme voor een nieuwe explosie van kleur. In België kreeg deze stroming een eigen gezicht met het Brabantse fauvisme, waarin Rik Wouters een centrale plaats inneemt.

    Rik Wouters. Foto: Anne Marie Jacob.

    Een culturele uitstap die blijft verrassen

    La Boverie kijkt verder dan schilderkunst alleen. Ook prentkunst, literatuur en picturalistische fotografie tonen hoe kunstenaars in verschillende disciplines experimenteerden met de moderne wereld. De vernieuwende scenografie maakt de tentoonstelling toegankelijk voor zowel kunstliefhebbers als nieuwsgierige bezoekers.

    Het impressionisme, een Belgisch verhaal biedt daarmee een originele aanleiding voor een culturele uitstap naar Luik. Je ontdekt niet alleen bekende Franse meesters, maar leert ook hoe Belgische kunstenaars hun eigen stempel drukten op een van de invloedrijkste kunststromingen van Europa.

    Praktisch: de tentoonstelling loopt tot en met 29 maart 2027 in museum La Boverie, Parc de la Boverie 3 in Luik. Het is een co-productie van La Boverie en Tempora en vormt een uitgelezen kans om kunst, cultuur en een ontdekkingstocht door de geschiedenis te combineren. Algemene informatie over openingsuren en tarieven:expo-impressionnisme.com –  persinfo@caracascom.com

  • GaiaZOO verwelkomt twee bijzondere jonge dieren

    GaiaZOO verwelkomt twee bijzondere jonge dieren

    Dierenpark GaiaZOO in Kerkrade heeft eind september twee mannelijke dieren geboren zien worden: een Kirks dikdik en een Mhorrgazelle. Vooral de geboorte van de gazelle betekent een mijlpaal voor het park. Het is de eerste keer dat GaiaZOO een jong van deze bedreigde gazellesoort verwelkomt.

    Beide jonge dieren ontwikkelen zich volgens GaiaZOO goed. Het dikdikmannetje blijft voorlopig dicht bij zijn moeder, maar bezoekers hebben hem inmiddels in het binnenverblijf kunnen zien.

    De jonge Mhorrgazelle bracht zijn eerste levensweek binnen door. Inmiddels loopt hij ook buiten tussen de andere savannedieren.

    Eerste Mhorrgazelle sinds komst in 2024

    GaiaZOO huisvest sinds 2024 Mhorrgazelles. De soort behoort tot de ernstig bedreigde gazellesoorten en maakt deel uit van een Europees populatiemanagementprogramma (EEP). Dierentuinen die aan dit programma deelnemen, werken samen om een genetisch gezonde populatie in stand te houden.

    Voor hoefdierenverzorger Erlyn Dörenberg heeft de geboorte een bijzondere betekenis.

    “Toen we deze diersoort in 2024 kregen, hoopten we natuurlijk dat deze dag ooit zou komen”, vertelt Dörenberg.

    Volgens de verzorger vormt de geboorte een belangrijke stap voor het park. Tegelijk benadrukt zij dat de soort in een kwetsbare positie verkeert.

    Een succesvolle geboorte binnen een dierentuinprogramma draagt bij aan de populatie onder menselijke zorg, maar betekent niet automatisch dat de bedreigingen voor de soort in het wild afnemen.

    Ook jonge dikdik maakt het goed

    Naast de Mhorrgazelle kreeg GaiaZOO een jonge Kirks dikdik. Deze kleine Afrikaanse antilopesoort valt op door zijn grote ogen, beweeglijke snuit en doorgaans schuwe gedrag.

    Dikdiks behoren tot de kleinste antilopen ter wereld. Jonge dieren zoeken in hun eerste levensperiode vaak beschutting en blijven dicht bij hun moeder.

    Het pasgeboren mannetje laat zich volgens het dierenpark inmiddels af en toe zien.

    Fokprogramma’s en soortbehoud

    Europese dierentuinen gebruiken gezamenlijke fok- en populatiemanagementprogramma’s om bedreigde diersoorten te behouden en genetische diversiteit binnen hun dierpopulaties te bewaken.

    De geboorte van de Mhorrgazelle past binnen die aanpak. GaiaZOO levert daarmee een bijdrage aan de populatie van deze soort in Europese dierentuinen.

    Voor bezoekers betekenen de twee geboortes vooral dat zij twee jonge antilopen kunnen zien opgroeien. Voor de dierverzorgers is met name de eerste geboorte van een Mhorrgazelle een belangrijke gebeurtenis.

  • Nobel Gastro House in Den Bosch: genieten zonder poespas

    Nobel Gastro House in Den Bosch: genieten zonder poespas

    Goed eten, een mooie wijn en bediening die begrijpt wat gastvrijheid betekent. Bij Nobel Gastro House in ’s-Hertogenbosch vielen alle puzzelstukjes op hun plaats. Van verfijnde kalfszwezerik tot perfect gecombineerd zeeduivelgerecht: het werd een middag waar we met bijzonder veel plezier op terugkijken.

    Er zijn restaurants waar je komt om te eten en restaurants waar je vooral komt om te genieten. Bij Nobel Gastro House in Den Bosch blijkt dat gelukkig uitstekend samen te gaan. Wij schoven aan voor een diner en ontdekten een keuken waarin smaak, vakmanschap en gevoel voor balans centraal staan. Voeg daar een bijzonder prettige bediening aan toe en je hebt alle ingrediënten voor een geslaagde culinaire ervaring.

    Wat ons vooral beviel, was de vanzelfsprekendheid waarmee alles verliep. Geen overdreven ceremonieel, geen onnodige culinaire acrobatiek, maar gerechten die overtuigen door hun smaak en samenstelling. Precies zoals wij het graag zien.

    Kalfszwezerik met ui, dashi en Albufera: een verfijnd samenspel

    Kalfszwezerik is zo’n ingrediënt waaraan je kunt aflezen of een keukenbrigade haar vak verstaat. Het vraagt om zorgvuldigheid, technische beheersing en vooral respect voor het product.

    Bij Nobel Gastro House kregen we kalfszwezerik met ui, dashi en Albufera voorgeschoteld. Een combinatie waarin de klassieke Franse keuken en Aziatische invloeden elkaar ontmoeten.

    De kalfszwezerik vormt de basis van het gerecht, terwijl de ui voor een aangename zoetheid zorgt. De dashi brengt een hartige umamidimensie en de Albufera, een rijke saus uit de klassieke Franse keuken, geeft het geheel extra diepgang.

    Het resultaat was een gerecht met een bijzonder goede cuisson, waarin de verschillende smaken elkaar aanvulden zonder dat één ingrediënt de hoofdrol volledig opeiste. Een verfijnde bereiding die laat zien dat een goede keuken niet voortdurend hoeft te imponeren met ingewikkelde technieken. Uiteindelijk draait het om wat er op het bord gebeurt.

    En dat zat hier uitstekend in elkaar.

    Zeeduivel met beurre blanc en druif: elegantie op het bord

    Ook het tweede gerecht liet een bijzonder positieve indruk achter: zeeduivel met beurre blanc en druif.

    Zeeduivel is een prachtige vis, met stevig, bijna vlezig visvlees. Juist daardoor is de bereiding van groot belang. Een paar minuten te lang en de vis verliest zijn aantrekkelijke structuur.

    Bij Nobel Gastro House was de cuisson uitstekend. De zeeduivel kwam mooi tot zijn recht en werd begeleid door een klassieke beurre blanc. Deze botersaus, met zijn romige karakter en verfijnde zuren, vormt een bijzonder fraaie combinatie met de stevige structuur van de vis.

    De druif zorgde daarbij voor een verrassend accent. Het fruitige karakter bracht frisheid en een subtiele zoete toets, waardoor het gerecht een extra dimensie kreeg.

    Het was een combinatie die niet alleen op papier aantrekkelijk klinkt, maar vooral op het bord overtuigde.

    En gelukkig waren er ook gewoon frieten

    Bij onze gerechten bestelden we friet met Belgische mayonaise.

    Misschien niet het eerste waaraan je denkt bij kalfszwezerik en zeeduivel, maar waarom zou goed eten altijd ingewikkeld moeten zijn?

    Een mooi bereid hoofdgerecht wordt echt niet minder gastronomisch wanneer er een portie friet naast verschijnt. Integendeel. Soms is een eenvoudige, vertrouwde begeleider precies wat een diner compleet maakt.

    En laten we eerlijk zijn: een goede friet met Belgische mayonaise heeft weinig uitleg nodig. Daar hoeft geen chef met een pincet aan te pas te komen.

    Markus Molitor Pinot Blanc: een bijzonder prettige begeleider

    Bij het diner dronken we een 2023 Pinot Blanc Einstern van Weingut Markus Molitor, afkomstig uit de Duitse Moezelstreek.

    Markus Molitor is een gerenommeerde wijnproducent die vooral bekendstaat om zijn rieslings, maar ook met andere druivenrassen laat zien hoe veelzijdig de Moezel kan zijn.

    Pinot Blanc, in Duitsland doorgaans Weissburgunder genoemd, is een druif die met zijn verfijnde karakter uitstekend past bij gerechten waarin subtiliteit en balans belangrijk zijn.

    De keuze voor deze wijn bleek bijzonder geslaagd. De combinatie van frisheid, structuur en elegantie sloot mooi aan bij de gerechten.

    Vooral bij de zeeduivel met beurre blanc was het een aantrekkelijke begeleider. Een wijn moet een gerecht immers niet overstemmen, maar ondersteunen. En dat deed deze Pinot Blanc uitstekend.

    Bediening die het verschil maakt

    Een restaurant kan nog zo goed koken, maar wanneer de bediening niet klopt, blijft er altijd iets knagen.

    Gelukkig was daarvan bij Nobel Gastro House geen sprake.

    De bediening was bijzonder goed. Gastvrij, attent en professioneel, zonder dat het formeel of afstandelijk werd. Precies die combinatie maakt dat je je als klant op je gemak voelt.

    Goede bediening is bovendien een kunst die vaak wordt onderschat. Weten wanneer je aan tafel verschijnt, maar vooral ook wanneer je klanten rustig laat genieten. Aandacht hebben zonder opdringerig te worden. Het klinkt eenvoudig, maar in de praktijk blijkt dat lang niet overal vanzelfsprekend.

    Bij Nobel Gastro House begreep men dat uitstekend.

    Een adres om te onthouden

    Ons bezoek aan Nobel Gastro House in ’s-Hertogenbosch was er een waar we met veel plezier op terugkijken.

    De kalfszwezerik overtuigde door zijn verfijnde combinatie van smaken, de zeeduivel door zijn uitstekende bereiding en elegante begeleiding. De Pinot Blanc van Markus Molitor bleek een bijzonder passende wijnkeuze en de frieten met Belgische mayonaise zorgden voor een aangename, ongecompliceerde aanvulling.

    Maar misschien was het belangrijkste wel dat we ons er uitstekend hebben vermaakt.

    Want uiteindelijk gaat een geslaagd restaurantbezoek om meer dan alleen wat er op het bord ligt. Het gaat om het totaalplaatje: goed eten, een prettige sfeer, een mooi glas wijn en mensen die begrijpen wat klantvrijheid inhoudt.

    Nobel Gastro House wist ons op al die punten te overtuigen. Een restaurant waar wij met plezier nog eens aanschuiven.

    En dat is misschien wel het mooiste compliment dat je een restaurant kunt geven.

    Klik hier voor meer informatie.

  • Relais & Châteaux haalt paling van de menukaart

    Relais & Châteaux haalt paling van de menukaart

    Negentig procent van de aangesloten hotels en restaurants van Relais & Châteaux serveert naar eigen zeggen geen paling meer. De internationale hotel- en restaurantvereniging maakte dit bekend tijdens een bijeenkomst van haar World Culinary Council in Lissabon. De maatregel moet bijdragen aan de bescherming van de ernstig bedreigde Europese paling.

    Chefs bespreken toekomst van duurzame gastronomie

    Twintig chefs uit het internationale netwerk van Relais & Châteaux kwamen in Lissabon bijeen om te bespreken hoe restaurants en hotels hun invloed kunnen gebruiken om biodiversiteit te beschermen en duurzamer te werken.

    De bijeenkomst vond plaats onder leiding van Laurent Gardinier, president van Relais & Châteaux, en Mauro Colagreco, vicepresident voor de chefs binnen de vereniging.

    De organisatie telt volgens eigen opgave ongeveer 580 aangesloten hotels en restaurants in 65 landen. De World Culinary Council richt zich onder meer op verantwoord inkopen, het beschermen van bedreigde diersoorten en het versterken van lokale voedselketens.

    Een van de belangrijkste onderwerpen was de Europese paling, een vissoort waarvan de populatie al tientallen jaren onder zware druk staat.

    Negen op de tien locaties serveren geen paling

    Volgens een inventarisatie van Relais & Châteaux serveert inmiddels 90 procent van de aangesloten locaties geen paling meer. Binnen deze groep heeft 41 procent de vis actief van de menukaart verwijderd.

    Dat onderscheid is relevant. Een restaurant dat nooit paling serveerde, draagt immers niet op dezelfde manier bij aan een verandering in het aanbod als een restaurant dat bewust stopt met de verkoop ervan.

    De organisatie publiceert in het aangeleverde persbericht geen nadere informatie over de onderzoeksmethode, de respons of de controle van de opgegeven percentages. De cijfers zijn daarom vooralsnog niet onafhankelijk te verifiëren.

    Relais & Châteaux sloot zich in 2023 aan bij de campagne Eel, No Thank You van de Franse milieuorganisatie Ethic Ocean. Die campagne roept chefs, restaurateurs en consumenten op om geen paling meer te kopen of te serveren.

    Europese paling ernstig bedreigd

    De Europese paling (Anguilla anguilla) staat op de Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature (IUCN) als ernstig bedreigd.

    De achteruitgang heeft meerdere oorzaken. Overbevissing, illegale handel, watervervuiling, verlies van leefgebied en barrières zoals dammen en gemalen bemoeilijken het voortbestaan van de soort.

    De Europese paling heeft bovendien een ingewikkelde levenscyclus. De dieren groeien op in Europese binnenwateren en kustgebieden en trekken uiteindelijk naar de Sargassozee om zich voort te planten. Obstakels tijdens die migratie kunnen grote gevolgen hebben voor de populatie.

    Het persbericht spreekt van een afname van 90 procent in veertig jaar. Die formulering vraagt om nuance: wetenschappelijke onderzoeken maken onderscheid tussen de hoeveelheid jonge paling die Europese wateren bereikt, de volwassen populatie en regionale ontwikkelingen. Deze cijfers zijn niet zonder meer uitwisselbaar.

    Oproep tot strengere bescherming

    Relais & Châteaux en Ethic Ocean willen Europese ministers dit najaar opnieuw oproepen om de palingvisserij tijdelijk stil te leggen totdat de populatie zich voldoende heeft hersteld.

    Daarnaast pleiten de organisaties voor maatregelen tegen andere bedreigingen, waaronder vervuiling en obstakels in rivieren.

    Een tijdelijk visserijverbod alleen biedt namelijk geen volledige oplossing. Herstel van de palingstand vraagt ook om verbetering van leefgebieden, betere migratiemogelijkheden en effectieve bestrijding van illegale handel.

    Mauro Colagreco benadrukt dat chefs via hun inkoopbeleid invloed kunnen uitoefenen op de voedselketen. Volgens hem moeten restaurants niet alleen kijken naar de kwaliteit van hun ingrediënten, maar ook naar de ecologische gevolgen van hun keuzes.

    UNESCO-samenwerking brengt chefs naar Portugal

    Tijdens hun verblijf in Portugal bezochten de chefs het UNESCO Global Geopark Oeste en het gebied van de Berlengas, dat door UNESCO is erkend als biosfeerreservaat.

    De bezoeken maakten deel uit van de samenwerking tussen Relais & Châteaux en UNESCO, waarin aandacht bestaat voor de relatie tussen gastronomie, natuur en cultureel erfgoed.

    De deelnemers onderzochten hoe regionale producten, traditionele bereidingswijzen en lokale ecosystemen met elkaar samenhangen.

    Volgens Oihana Subijana, verbonden aan restaurant en hotel Akelarre in Spanje en vertegenwoordiger van Spanje en Portugal binnen de World Culinary Council, vormt biodiversiteit een belangrijke basis voor de kwaliteit van voedsel.

    De samenwerking moet chefs stimuleren om rekening te houden met de herkomst van ingrediënten en de gevolgen van hun inkoop voor de omgeving.

    Van goede bedoelingen naar meetbare resultaten

    Met de bijeenkomst in Lissabon wil Relais & Châteaux laten zien dat restaurants een rol kunnen spelen bij natuurbehoud. Het niet langer serveren van bedreigde diersoorten is daarvan een concreet voorbeeld.

    Tegelijk blijft de vraag hoe groot de daadwerkelijke ecologische invloed van dergelijke initiatieven is. Het percentage restaurants dat geen paling serveert, zegt op zichzelf nog niets over de hoeveelheid paling die daardoor minder wordt gevangen of verhandeld.

    Daarvoor zijn aanvullende gegevens nodig, bijvoorbeeld over eerdere inkoopvolumes en veranderingen in de vraag.

    De stap van Relais & Châteaux past binnen een bredere ontwikkeling waarbij restaurants steeds vaker worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de herkomst van producten en de bescherming van natuurlijke hulpbronnen.

    Voor de gastronomie ligt de uitdaging niet alleen bij het ontwikkelen van duurzamere menu’s, maar vooral bij het aantoonbaar verminderen van de belasting op natuur en milieu.

  • Culinaire monumenten Clevers en Wens krijgen Lifetime Achievement Award

    Culinaire monumenten Clevers en Wens krijgen Lifetime Achievement Award

    Noordzeekrab met waterkers uit Lauw, vlierbloesem en gerookte forel van de Voerstreek. Of nog: snoekbaars, peer uit Haspengouw, peterselie, mierikswortel en koolrabi. Maar even goed, knapkoek van Maaseik, ijs, abrikoos, rijstpap en sabayon. Gelardeerd met wijnen van het Wijnkasteel Genoelselderen, Van het Veld Cuvelier Borgloon en Gloire de Duras uit Sint-Truiden. Het moge duidelijk zijn, op het banket Vlaams Culinair Erfgoed worden klassiekers gebracht, maar met een moderne twist. Geen tierelantijntjes, maar mooie producten die voor zichzelf spreken.

    Foto: Annelies Stinissen (HLN).

    Het Vlaamse culinaire erfgoed kreeg onlangs een feestelijke hoofdrol tijdens het Gala van het Vlaams Culinair Erfgoed. In het vijfsterrensuperiorhotel La Butte aux Bois in Neerharen schoven 135 gasten aan voor een gastronomische avond die volledig in het teken stond van vergeten ingrediënten, authentieke smaken en eeuwenoude streektradities.

    Tijdens een verfijnd vijfgangenmenu gingen topchefs aan de slag met authentieke Vlaamse producten. De gerechten werden geserveerd door leerlingen van de derde graad van de hotelschool uit Herk-de-Stad. De avond was een initiatief van Foodtaster, dat het rijke culinaire verleden van Vlaanderen opnieuw onder de aandacht wil brengen en voorkomen dat bijzondere streekproducten en recepten voorgoed verdwijnen.

    Foto: Annelies Stinissen (HLN).

    “Ken jij bijvoorbeeld hopscheuten, een Vlaamse delicatesse die steeds zeldzamer wordt? Of de Mechelse krombek en de Mesavooi uit Sint-Katelijne-Waver, de Broechemse kers of de Opaalpruim? Ze dreigen stilaan te verdwijnen”, zegt François Huysmans van Foodtaster. “Zo heeft elke gemeente of streek zijn eigen specialiteiten, vaak met verhalen die generaties lang worden doorgegeven. Die moeten we niet alleen bewaren, maar vooral opnieuw laten beleven. Met chefs, ambachtslui en lokale producenten willen we oude recepten herontdekken en ze op een hedendaagse manier brengen. Met het nodige chauvinisme, zoals dat ook in onze buurlanden gebeurt.”

    Foto: Annelies Stinissen (HLN).

    Koken met passie

    Hoogtepunt van de avond was de uitreiking van twee Lifetime Achievement Awards van het Vlaams Culinair Erfgoed. Die eer ging naar Alex Clevers, veertig jaar lang de bezieler van sterrenrestaurant Vivendum in Dilsen-Stokkem, en Carl Wens, die maar liefst vijftig jaar lang De Pastorie in Lichtaart uitbouwde.

    “Ik ben verwonderd, maar vooral zeer gecharmeerd door de manier waarop Foodtaster ons erfgoed in de kijker zet”, reageerde Wens. “Het is een mooie bekroning op mijn werk. Ik startte op mijn veertiende in de keuken en intussen zet mijn zoon Wout de zaak verder. Hij heeft zijn eigen visie, maar ik heb er alle vertrouwen in.”

    Ook voor Clevers kwam de onderscheiding onverwacht. “Dit ere-ambassadeurschap is fantastisch. De titel komt als een verrassing, maar is vooral een grote waardering voor onze jarenlange inzet.”

    Clevers geeft Vivendum intussen door aan zijn rechterhand Niels Geven. Helemaal afscheid nemen doet hij nog niet. “Voorlopig blijf ik twee dagen per week meewerken en geef ik advies wanneer dat gewenst is. Daarnaast ga ik pendelen naar ons charmante huis Casa Alma in Sicilië, waar ik kooksessies zal geven.”

  • Vakman te duur: Nederlanders klussen steeds vaker zelf

    Vakman te duur: Nederlanders klussen steeds vaker zelf

    Een schilder inhuren, een vloer leggen of een nieuwe deur monteren? Veel Nederlanders pakken dergelijke werkzaamheden liever zelf aan. Volgens onderzoek van deurenleverancier Degelijke Deuren vindt 77 procent de tarieven van vakmensen te hoog. Online instructievideo’s en kunstmatige intelligentie (AI) helpen consumenten om zelf aan de slag te gaan. Toch blijft de vraag of digitaal advies voldoende is om iedere klus veilig en vakkundig uit te voeren.

    Degelijke Deuren liet ongeveer duizend Nederlanders tussen 16 en 69 jaar ondervragen over hun klusgedrag. Volgens het bedrijf stelt een kwart van de ondervraagden werkzaamheden uit omdat zij geen beschikbare vakman kunnen vinden.

    De resultaten wijzen erop dat kosten en beschikbaarheid een belangrijke rol spelen bij de keuze om zelf te klussen. Het onderzoek maakt echter niet duidelijk hoeveel mensen daadwerkelijk vaker zelf klussen dan enkele jaren geleden.

    Schilderen en boren doen Nederlanders zelf

    Eenvoudige werkzaamheden voeren veel ondervraagden zonder professionele hulp uit. Minstens driekwart zegt zelf te schilderen, te boren of voorwerpen op te hangen. Ook behangen neemt meer dan de helft voor eigen rekening.

    Bij technisch ingewikkeldere werkzaamheden neemt de bereidheid af. Toch leggen sommige respondenten zelf vloeren, monteren ze binnendeuren of voeren ze elektrische werkzaamheden uit. Tegelen besteden de meesten liever uit.

    Ongeveer één op de tien ondervraagden geeft aan helemaal niet zelf te klussen.

    Dat mensen bepaalde werkzaamheden zelf uitvoeren, betekent overigens niet automatisch dat zij daarvoor voldoende kennis of ervaring hebben. Vooral bij elektrische installaties kunnen fouten ernstige gevolgen hebben.

    Klussen levert ook voldoening op

    Geld besparen vormt niet de enige reden om zelf aan de slag te gaan. Volgens het onderzoek ervaart ruim twee derde van de ondervraagden voldoening wanneer zij een klus zelf uitvoeren.

    Het gevoel iets zelfstandig te hebben gemaakt of gerepareerd, speelt daarmee eveneens een rol.

    Jasper Halleriet van Degelijke Deuren ziet dat consumenten door de beschikbaarheid van online informatie meer werkzaamheden aandurven. Hij wijst op montagehandleidingen, instructievideo’s en AI-toepassingen die gebruikers stap voor stap door een klus kunnen begeleiden.

    Die ontwikkeling is ook commercieel interessant voor het bedrijf, dat zelf deuren verkoopt. De onderzoeksresultaten verdienen daarom enige voorzichtigheid bij de interpretatie.

    YouTube en AI als digitale klusadviseur

    Familieleden en vrienden blijven volgens de onderzoekers de belangrijkste informatiebron voor doe-het-zelvers. YouTube volgt op de tweede plaats.

    Daarnaast raadplegen consumenten handleidingen van fabrikanten, websites, bouwmarktmedewerkers en AI-toepassingen.

    Bijna één op de drie ondervraagde klussers zegt inmiddels AI te gebruiken voor advies. Twee derde geeft aan dat online video’s en AI hen helpen om werkzaamheden aan te durven die zij anders mogelijk zouden uitbesteden.

    AI kan bijvoorbeeld uitleg geven over gereedschap, materialen en de volgorde van werkzaamheden. Toch biedt een digitaal stappenplan geen garantie dat een klus technisch correct of veilig verloopt. Bij werkzaamheden aan elektriciteit, gasinstallaties en dragende constructies blijft deskundige beoordeling belangrijk.

    Jonge vrouwen doorbreken traditionele rolverdeling

    Het onderzoek signaleert ook verschillen tussen leeftijdsgroepen en tussen mannen en vrouwen.

    Jongeren van 16 tot 29 jaar zeggen relatief vaak dat zij minder klusvaardig zijn dan hun ouders. Tegelijk gebruiken zij online informatie om ontbrekende kennis aan te vullen.

    Vooral jonge vrouwen zoeken volgens het onderzoek vaker advies via sociale media. Zij raadplegen TikTok en Instagram ruim twee keer zo vaak als jonge mannen en maken ook vaker gebruik van AI.

    De onderzoekers melden bovendien dat jonge vrouwen vaker zelf een vloer leggen dan mannen van dezelfde leeftijd. Onder dertigers zouden vrouwen vaker zelfstandig een deur monteren.

    Bij zestigplussers ligt die verhouding anders. In deze leeftijdsgroep voeren mannen volgens het onderzoek vaker werkzaamheden aan deuren en elektrische installaties uit.

    Deze resultaten suggereren dat traditionele verschillen in klusgedrag tussen mannen en vrouwen bij jongere generaties minder vanzelfsprekend zijn. Zonder exacte aantallen per leeftijds- en geslachtsgroep valt echter moeilijk te beoordelen hoe groot die verschillen werkelijk zijn.

    Zelf een deur monteren vraagt nauwkeurigheid

    Deurenleverancier Degelijke Deuren wijst specifiek op de groeiende belangstelling voor het zelfstandig monteren van binnendeuren.

    Volgens het onderzoek raadplegen consumenten die zelf een deur plaatsen relatief vaak de handleiding of website van de fabrikant.

    Dat is begrijpelijk. Een deur correct afhangen vraagt nauwkeurig meten, het juiste gereedschap en kennis van scharnieren, sluitwerk en kozijnen. Kleine meetfouten kunnen ervoor zorgen dat een deur klemt of niet goed sluit.

    Een instructievideo kan daarbij helpen, maar neemt de noodzaak van zorgvuldig werken niet weg.

    Onderzoeksresultaten vragen om nuance

    Het onderzoek schetst een beeld van Nederlanders die kosten willen besparen, plezier beleven aan zelf klussen en steeds vaker digitale hulpmiddelen raadplegen.

    Tegelijk kent de beschikbare informatie beperkingen. Degelijke Deuren vermeldt in het aangeleverde bericht niet welk onafhankelijk onderzoeksbureau de enquête uitvoerde, hoe de steekproef werd samengesteld of wanneer het veldwerk plaatsvond.

    Ook ontbreken de volledige vragenlijst, de exacte percentages bij verschillende werkzaamheden en de statistische onzekerheidsmarges.

    Daarom kunnen de uitkomsten niet zonder meer aantonen dat Nederlanders tegenwoordig daadwerkelijk meer zelf klussen dan vroeger.

    Wat het onderzoek wel laat zien, is dat veel ondervraagden professionele hulp duur vinden en online informatie gebruiken om werkzaamheden zelfstandig aan te pakken.

    De vakman verdwijnt daarmee niet uit beeld. Maar bij de keuze tussen een offerte aanvragen en eerst een instructievideo bekijken, lijkt voor een deel van de consumenten de telefoon tegenwoordig het eerste gereedschap.

  • Nederlanders zien cosmetica als meer dan uiterlijk

    Nederlanders zien cosmetica als meer dan uiterlijk

    Voor veel Nederlanders draait persoonlijke verzorging niet alleen om er goed uitzien. Ook zelfvertrouwen en welzijn spelen een rol. Volgens de Consumentenperceptiestudie 2026 heeft 93 procent van de Nederlanders een dagelijkse verzorgingsroutine. Ruim acht op de tien ondervraagden leggen bovendien een verband tussen persoonlijke verzorging, hun welbevinden en gezond ouder worden.

    Uit de Nederlandse resultaten van het onderzoek blijkt dat 83 procent van de deelnemers vindt dat hun verzorgingsroutine een positieve invloed heeft op hoe zij zich voelen. Zij zien ook een verband met gezond ouder worden. Dat betekent overigens niet dat het onderzoek aantoont dat cosmetische producten daadwerkelijk het verouderingsproces vertragen of de gezondheid verbeteren.

    Persoonlijke verzorging en zelfvertrouwen

    Voor veel ondervraagden speelt persoonlijke verzorging ook een rol buiten de badkamer. Zo zegt 75 procent dat hun dagelijkse routine helpt om met zelfvertrouwen deel te nemen aan werk, school en sociale activiteiten.

    Daarnaast onderschrijft 76 procent de stelling dat een prettig en zelfverzekerd gevoel bijdraagt aan de productiviteit. Het onderzoek beschrijft daarmee vooral hoe consumenten de invloed van persoonlijke verzorging zelf ervaren.

    Of mensen door het gebruik van cosmetica daadwerkelijk productiever worden, valt uit deze antwoorden niet af te leiden.

    Cosmetica volgens de branchevereniging

    Ronald van Welie, directeur van de Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV), ziet in de resultaten een bevestiging dat consumenten persoonlijke verzorging breder beoordelen dan alleen op uiterlijk.

    Volgens Van Welie verbinden Nederlanders het gebruik van verzorgingsproducten aan gevoelens van comfort, zelfvertrouwen en welzijn. Hij benadrukt dat persoonlijke verzorging voor veel mensen onderdeel vormt van hun dagelijkse gewoonten.

    De NCV vertegenwoordigt de cosmeticasector en heeft daarmee ook een belang bij de maatschappelijke waardering van verzorgingsproducten.

    Onderzoek onder 400 Nederlanders

    De Nederlandse cijfers komen uit de Europese Consumentenperceptiestudie 2026. Onderzoeksbureau Ifop voerde het onderzoek uit in opdracht van Cosmetics Europe, de Europese brancheorganisatie voor cosmetica.

    In totaal namen 6.001 Europese consumenten deel, onder wie 400 Nederlanders.

    Die Nederlandse steekproef biedt inzicht in de opvattingen van de ondervraagden, maar vraagt om enige voorzichtigheid bij het vertalen van de percentages naar de gehele Nederlandse bevolking. Het aangeleverde persbericht vermeldt niet hoe de onderzoekers de deelnemers selecteerden, of zij de resultaten wogen en welke foutmarges gelden.

    Ervaring is geen bewezen effect

    De uitkomsten laten vooral zien welke betekenis consumenten zelf aan persoonlijke verzorging geven. Een dagelijkse routine kan voor hen samenhangen met een prettig gevoel, meer zelfvertrouwen of het idee goed voor zichzelf te zorgen.

    Dat is iets anders dan wetenschappelijk aantonen dat cosmetica rechtstreeks bijdraagt aan een betere gezondheid, hogere productiviteit of gezonder ouder worden.

    De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dan ook dat veel ondervraagde Nederlanders persoonlijke verzorging niet uitsluitend als een kwestie van uiterlijk beschouwen, maar ook verbinden aan hun dagelijks welzijn.